Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.315617.25
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Datum zitting: 16 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] ,
[detentieadres] , [postcode 1] [detentieplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. A.E.S. Heijnen
Officier van justitie: mr. H.H. Balk
Kern van het vonnis
Voor het aanwezig hebben van ruim 124 kg 3,4-MDMA en het plegen van voorbereidingshandelingen voor het vervoeren van dat middel wordt de verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf. De verdachte wordt vrijgesproken van (verlengde) uitvoer van die hoeveelheid 3,4-MDMA.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – zich, alleen of samen met een of meer anderen, heeft schuldig gemaakt aan (verlengde) uitvoer van, en het aanwezig hebben van ruim 124 kilo (bruto) 3,4-MDMA (hierna: MDMA) en aan het plegen van voorbereidende en/of bevorderende handelingen (hierna: voorbereidingshandelingen) zoals bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet door het voorhanden hebben van, onder meer, een voertuig.
De volledige tenlastelegging houdt in dat
1
hij op of omstreeks 22 november 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 Opiumwet 124,08 kilogram (bruto), in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2
hij op of omstreeks 22 november 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk, in elk geval in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 124,08 kilogram (bruto), in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3
hij in of omstreeks de periode van 21 november 2025 tot en met 22 november 2025 te
Luyksgestel, gemeente Bergeijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van handelshoeveelheden, althans een hoeveelheid van een materiaal
bevattende 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige had(den) te vermoeden, dat dat bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), hij wist of ernstige reden had te vermoeden, dat zij bestemd waren tot het plegen van hierboven bedoeld(e) feit(en), immers hebbende verdachte en/of zijn mededader(s):
– een voertuig (Peugeot Partner) voorhanden gehad en/of
– meerdere gegevensdragers (telefoons) en/of een mobiele wifi router met
simkaart
voorhanden gehad en/of
- ( hand)gereedschap en/of latex handschoenen voorhanden gehad en/of
- plakband voorhanden gehad en/of
– contante geldbedragen (in totaal 8.000 euro) voorhanden gehad.
2. Vrijspraak en bewijs
Vordering van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld voor alle drie de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 en voor het medeplegen voor alle drie de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte 124,08 kilo (bruto) MDMA aanwezig heeft gehad en voorbereidingshandelingen voor het vervoeren van dat middel heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 22 november 2025 zagen wij dat er om 02.40 uur een Mercedes Sprinter langs de kant van de weg stopte in Luyksgestel. Wij zagen dat de bus hier ongeveer 10 minuten stond en dat er vervolgens een bestelauto, naar later bleek een Peugeot Partner met kenteken [kentekennummer] , aan kwam rijden. Wij zagen dat zowel de bestuurder van de Mercedes Sprinter als de bestuurder van de Peugeot uitstapten. Wij zagen dat zij vervolgens de achterportieren van de Peugeot openden en wij zagen dat zij hier goederen uit gingen laden. Wij hebben de bestuurder van de bestelauto aangehouden. Hij bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] -1987 in [geboorteland] . Wij zagen dat er twee dozen met daarin 'air cooler' buiten de bestelauto stonden. In de bestelauto lagen nog vier van deze dozen met 'AirCoolers'.
2. Proces-verbaal van de politie
Inbeslagneming
Plaats : [straatnaam] , [postcode 2] Luyksgestel, binnen de gemeente Bergeijk
Datum en tijd : 22 november 2025 te 03:05 uur
Goednummer : [beslagnummer 1]
Inhoud/specificatie : 6 dozen met daarin aircoolers. In de aircoolers zitten
zakken met verdovende middelen.
3. Proces-verbaal van de politie
Op 22 november 2025 werden 6 dozen met daarin vermoedelijk verdovende
middelen aangetroffen en inbeslaggenomen onder goednummer [beslagnummer 1] . Op zaterdag 22 november 2025 omstreeks 11.15 uur werden deze dozen door mij overgedragen aan Team Bijzondere Bijstand van de Douane.
4. Proces-verbaal van de politieOp zaterdag 22 november 2025 omstreeks 11:15 uur namen wij de reeds inbeslaggenomen aircoolers en zakken over van de desbetreffende opsporingsambtenaar van de Politie voor nader onderzoek. Wij zagen in de aircoolers een onbekende hoeveelheid zakken. Vervolgens hebben wij alle zakken bruto gewogen. Totaal brutogewicht: 124,08 kilogram.
Van de zakken, genummerd 1 tot en met 12, nam ik circa 3 gram van de wit/bruine kristalachtige substantie voor analyse door het Douanelaboratorium, verpakt in
12 afzonderlijke gripzakjes. Elk gripzakje werd voorzien van een unieke SIN-sticker met de SIN-nummers D08706NL tot en met D008717NL.
5. Proces-verbaal van de politie
Op 01-12-2025 ontving ik een verzegelde plastic zak met daarin plastic zakjes met beige brokken met de SIN-nummers D008706NL tot en met D008717NL. Het materiaal werd onderzocht. Hierbij werd vastgesteld dat het materiaal van alle bovenvermelde SIN-nummers 3,4-MDMA bevatte. Deze substantie is vermeld op lijst 1, behorende bij de Opiumwet.
Bewijsoverweging
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de aangetroffen drugs opzettelijk aanwezig heeft gehad. Immers, de verdachte was de bestuurder van de Peugeot Partner waarin de dozen stonden met de aircoolers en daarin de zakken met de aangetroffen MDMA. Hij had dus de beschikkingsmacht over de drugs. Hij is aangetroffen terwijl hij deze dozen uitlaadde. In die hoedanigheid en aangezien uit het dossier niet iets anders volgt, wordt de verdachte geacht tevens wetenschap te hebben gehad van de drugs.
Vaststaat dat de verdachte de bestuurder was van de Peugeot met daarin deze dozen. Dat impliceert dat hij de MDMA ook opzettelijk heeft vervoerd zoals bedoeld in artikel 2 onder B van de Opiumwet. De verdachte had deze Peugeot ook voorhanden om deze dozen met inhoud te vervoeren. Dat levert een voorbereidingshandeling op voor het vervoeren van MDMA.
Er is geen bewijs voor medeplegen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
feit 2:
op 22 november 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk, opzettelijk aanwezig heeft gehad 124,08 kilogram (bruto)van een materiaal bevattende 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
en
feit 3:
in de periode van 21 november 2025 tot en met 22 november 2025 te Luyksgestel, gemeente Bergeijk, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervoeren van handelshoeveelheden van een materiaal bevattende 3,4-MDMA, zijnde 3,4-MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, een vervoermiddel voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat bestemd was tot het plegen van dat feit, immers heeft de verdachte een voertuig (Peugeot Partner) voorhanden gehad.
Vrijspraak feit 1
Niet is bewezen dat de verdachte opzet had op de uitvoer van de MDMA. Daarvoor is onvoldoende dat in de fouilleringszak van de verdachte een telefoon werd aangetroffen waarop een Whatsapp-bericht is gevonden met het adres in het Verenigd Koninkrijk dat ook op één van de zes dozen stond geschreven. Niet is vastgesteld wie de gebruiker was van deze telefoon en dus kan evenmin worden vastgesteld dat de verdachte wist wat er op die telefoon stond. Evenmin is, ook niet op zichzelf of in samenhang met ander bewijs, voldoende dat de betrokken Mercedes Sprinter een Litouws kenteken had. Ook overigens is er geen bewijs voor dat opzet. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van feit 1.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de eendaadse samenloop op van
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
en
feit 3:
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straffen
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor alle drie de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar.
Standpunt van de verdediging
Bij het bepalen van de hoogte van de straf moet rekening gehouden worden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en dat hij first-offender is. Ten aanzien van feit 2 en 3 is sprake van een voortgezette handeling waardoor één strafbepaling toegepast dient te worden voor beide feiten. In strafverminderende zin moet meewegen dat de verdachte hoogstens als drugskoerier is gebruikt.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft een grote hoeveelheid MDMA vervoerd. Daarvoor had hij een bestelbus geregeld. Dit zijn ernstige feiten omdat drugsgebruik de volksgezondheid schaadt en de illegale handel in drugs veel andere vormen van criminaliteit en overlast met zich brengt.
De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden en verder uitbreiden van het drugsgebruik en van de illegale drugshandel en van de daarmee gepaard gaande maatschappelijke problemen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel Justitiële Documentatie van 23 januari 2026 en uittreksel European Criminal Records Information System van 25 november 2025) blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Hij is een
first offender en het strafblad van de verdachte leidt daarom niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte woont in Litouwen met zijn gezin en heeft een eigen transportbedrijf. Hij maakt zich zorgen om de veiligheid van zijn gezin vanwege de situatie waarin hij nu zit. Doordat hij vast zit in Nederland vreest de verdachte dat zijn bedrijf failliet zal gaan.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen € 8.000,- ( [beslagnummer 2]), telefoon ( [beslagnummer 3] ) en telefoon ( [beslagnummer 4] ) worden verbeurd verklaard en dat de in beslag genomen telefoon ( [beslagnummer 5] ) aan de verdachte kan worden teruggegeven.
Oordeel van de rechtbank
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen telefoon ( [beslagnummer 5] ) aan de verdachte.
Bewaring
De rechtbank beslist tot de bewaring van de in beslag genomen € 8.000,- ( [beslagnummer 2] ), de telefoon ( [beslagnummer 4] ) en de telefoon ( [beslagnummer 3] ) ten behoeve van de rechthebbende.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
-
- beveelt de teruggave van de telefoon ( [beslagnummer 5] ) aan de verdachte;
- beveelt de bewaring van de € 8.000,- ( [beslagnummer 2] ), de telefoon ( [beslagnummer 4] ) en de telefoon ( [beslagnummer 3] ) ten behoeve van de rechthebbende.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M. Hulshof, voorzitter,
en mrs. A.J.P. van Essen en N. van Esch, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.D. van der Veeke, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 maart 2026.