Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-224672-19
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[naam] (hierna: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1986,
[naam instelling] te [plaats] (de instelling),
feitelijk verblijvende op het adres:
[verblijfadres] , [postcode] in [verblijfplaats] ,
raadsvrouw mr. S. Epema, advocaat te Capelle aan den IJssel.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 16 maart 2020 is de terbeschikkingstelling gelast en is de verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolg. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 31 maart 2020.
Bij beslissing van deze rechtbank van 24 mei 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 20 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 maart 2026 behandeld. De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en als deskundige H. Heijs, werkzaam als regiebehandelaar bij de instelling, zijn gehoord.
3. Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 30 december 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een licht verstandelijke beperking, een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type en een stoornis in alcohol- en cannabisgebruik (in langdurige remissie onder toezicht).
Het recidiverisico wordt bij voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging op matig ingeschat en bij beëindiging van de maatregel op hoog.
De ter beschikking gestelde verbleef vanaf 3 juni 2024 op de FPA te Zuidlaren binnen het kader van transmuraal verlof. Op 10 april 2025 werd hij overgeplaatst naar Forensisch Beschermde Woonvorm (FBW) [naam instelling] in [plaats] . De overgang is goed verlopen. De ter beschikking gestelde is vriendelijk in contact, gemotiveerd en werkt goed samen. Hij maakt zijn hulpvragen goed bespreekbaar bij het behandelteam. De ter beschikking gestelde heeft zijn medicatie in eigen beheer en is medicatietrouw. Ook is hij abstinent van middelen. Hij heeft moeite met het omgaan met zijn financiën en wil graag met ondersteuning zijn schulden aflossen.
De kliniek heeft op 4 november 2025 proefverlof voor de ter beschikking gestelde aangevraagd, welke vanaf 15 januari 2026 zal starten. Vanuit proefverlof kan worden toegewerkt naar de vervolgsetting. Het kiezen en vinden van een passende vervolgsetting kost tijd. Tevens zijn er wachtlijsten. Dit lukt niet binnen één jaar en waarschijnlijk ook niet binnen twee jaren. Om de ter beschikking gestelde te motiveren zijn inzet en de samenwerking voort te zetten, adviseert de kliniek toch om de tbs met dwangverpleging te verlengen met één jaar.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige heeft het advies op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde zich goed inzet voor de behandeling en goed in samenwerking is met zijn begeleiders. De ter beschikking gestelde heeft een zware periode achter de rug vanwege lichamelijke klachten, waardoor hij tijdelijk niet kon werken. Zelfstandig wonen is nog te hoog gegrepen. Er wordt een kwetsbare man gezien die nu op een goede plek zit. Er wordt gezocht naar een vervolgplek, maar er zijn lange wachtlijsten. Het proefverlof is net gestart. De instelling heeft geadviseerd om de maatregel met één jaar te verlengen, hoewel het eigenlijk logischer is om met twee jaar te verlengen omdat die tijd mede gelet op de wachtlijsten nog nodig zal zijn. Toch blijft de deskundige bij het advies omdat de ter beschikking gestelde het goed doet en gemotiveerd moet blijven.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Het is reëel dat de maatregel over één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd. Gelet daarop wordt ook verzocht om voor de volgende verlengingszitting te kunnen beschikken over een adviesrapport van de reclassering met betrekking tot de mogelijkheid om de tbs voorwaardelijk te beëindigen.
5. Beoordeling
Op grond van het advies van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
De ter beschikking gestelde heeft de eerder ingezette positieve lijn de afgelopen periode weten voort te zetten. De betrokken deskundigen zijn tevreden over de voortgang en hebben de verwachting dat in de komende periode opnieuw stappen kunnen worden gezet. De rechtbank verlengt daarom de terbeschikkingstelling met één jaar en spreekt de hoop uit dat de ter beschikking gestelde – net als na de vorige verlengingszitting – de positieve lijn het komende jaar kan vasthouden.
De rechtbank ziet op dit moment, gelet op hetgeen ter zitting is besproken over de verwachting met betrekking tot de stappen die het komende jaar gezet kunnen worden, geen aanleiding de officier van justitie reeds opdracht te geven om voor de volgende verlengingszitting door de reclassering een rapport te laten opmaken over de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 1 (één) jaar;
wijst af het anders of meer gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. L. Stevens, voorzitter,
en mrs. G.P. van de Beek en I.M. Braam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.