Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 16-093762-25
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [plaatsnaam] ,
raadsman mr. B. Kizilocak , advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 maart 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewijswaardering
Standpunt verdediging
De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Daartoe is met betrekking tot het primaire feit aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte zich daaraan als medepleger schuldig heeft gemaakt. De verdachte heeft geen rol gespeeld bij de feitelijke uitvoering van de ontploffing en was niet betrokken bij het plannen daarvan. Daarom is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een medeverdachte.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, te weten medeplichtigheid aan de ontploffing, stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verdachte vrijgesproken dient te worden. Allereerst moet de verdachte worden vrijgesproken van het laatste gedachtestreepje, omdat hij geen wetenschap had van de locatie, de wijze waarop de ontploffing moest plaatsvinden en het vervoer van en naar die locatie. De eerste twee gedachtestreepjes kunnen worden bewezen, maar deze handelingen hebben plaatsgevonden in de voorfase. Daarvan kan niet gezegd worden dat het gaat om handelingen die dienstig zijn aan het plegen van het misdrijf in de zin van medeplichtigheid.
Ten aanzien van het meer subsidiaire feit, te weten het uitlokken, is aangevoerd dat van uitlokking geen sprake is, aangezien degene die de ontploffing heeft uitgevoerd zelf heeft geïnformeerd naar een klus.
Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, aangezien daarvoor geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Verder merkt de verdediging ten aanzien van de tenlastegelegde medeplichtigheid op dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onderdeel ‘tezamen en in vereniging’.
Beoordeling
De verdachte heeft vanaf 16 augustus 2024 contact gehad met [persoon 1] (hierna: [persoon 1] ), de uitvoerder van de ontploffing, over “een c6 djoen” (de rechtbank begrijpt: een klus voor het laten ontploffen van een Cobra6). De verdachte heeft eerst met [persoon 1] contact gehad via Snapchat en daarna ook via Signal. De verdachte heeft dit bekend. Vervolgens heeft in de nacht van 18 op 19 augustus de ontploffing plaatsgevonden.
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is welke rol de verdachte heeft gehad en hoe deze valt te kwalificeren.
De verdachte heeft sinds 16 augustus 2024 via Snapchat, gebruikmakend van het account [account 1] , contact gehad met [persoon 1] , gebruikmakend van het account [account 2] . Dit contact is ontstaan doordat de twee samen in een groep zaten, waarbij [persoon 1] vroeg om djoens (de rechtbank begrijpt: een klus). Daarop heeft de verdachte geantwoord dat hij een klus (“c6 djoen”) heeft en dat [persoon 1] zijn privé berichten moest bekijken. De verdachte en [persoon 1] hebben toen onderling contact gehad, waarna de verdachte [persoon 1] in een Snapchat-groep heeft geplaatst, waarbij ook het account [account 3] aanwezig was, in gebruik bij [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ). In die groep wordt verder gesproken over een klus.
Vervolgens heeft de verdachte op 18 augustus 2024 in de middag contact met [persoon 1] via Snapchat, waarbij [persoon 1] vraagt of de klus nog doorgaat. De verdachte reageert daarop: “jaa vanavond”. Ook laat de verdachte weten dat de klus met vervoer is. Als [persoon 1] later die avond omstreeks half 12 laat weten dat een derde persoon (de rechtbank begrijpt: [persoon 2] ) niet reageert, antwoord de verdachte dat hij hem gaat bellen. Tussen half 1 en kwart voor 1 die nacht hebben verdachte en [persoon 1] nog contact via Signal. Zo zegt de verdachte “Praat met die boy”, “la me weten, hou me op de hoogte” en “Luister goed naar dei boys zijn gwn oudere”. Later die nacht, omstreeks 2:32 uur, vindt de explosie plaats die door [persoon 1] is uitgevoerd.
De rechtbank maakt hieruit op dat de verdachte de uiteindelijke uitvoerder van de explosie en de opdrachtgever samen heeft gebracht en er onder andere van op de hoogte was dat er die avond een ontploffing moest plaatsvinden. Bovendien wist de verdachte dat de klus met vervoer was. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist op welke locatie de ontploffing moest plaatsvinden, hoe de ontploffing moest plaatsvinden of hoe het vervoer geregeld was.
Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte het doel had behulpzaam te zijn bij het uitvoeren van de ontploffing, zoals subsidiair ten laste gelegd, door de uitvoerder in contact te brengen met degene die er meer vanaf wist ( [persoon 2] ), door ze samen in een Snapchat-groep en later ook in een Signal-groep te plaatsen. Bovendien heeft de verdachte de avond van de ontploffing contact onderhouden met de uitvoerder en [persoon 2] .
Daarmee stelt de rechtbank vast dat de verdachte medeplichtig is aan de ontploffing.
Levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier niet gesproken kan worden over levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Van dit onderdeel wordt de verdachte vrijgesproken.
Conclusie
Het subsidiair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
[persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] , op of
omstreeks 19 augustus 2024, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing
teweeg heeft/hebben gebracht door (zwaar) vuurwerk in brand te steken, in elk
geval in aanraking te brengen met (open) vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor
goederen, te weten voor aangrenzende/omliggende woningen en/of aldaar
geparkeerd staande auto’s, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer omwonende(n) te duchten was,
bij welk misdrijf, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 augustus tot en
met 19 augustus 2024, te Utrecht en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen
en in verenging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk behulpzaam is
geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
door:
- een Snapchatgroep aan te maken waarin die [persoon 1] informatie kreeg over
de uitvoering van voornoemde ontploffing en/of in contact werd gebracht met [persoon 2]
en/of
- met die [persoon 1] en/of [persoon 2] via Snapchat en/of Signal
en/of telefonisch contact te (blijven) onderhouden en/of
- met die [persoon 1] afspraken te maken over de locatie voor voornoemde
ontploffing en/of de wijze waarop voornoemde ontploffing moest plaatsvinden
en/of het vervoer naar en vanaf die locatie.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft op 15-jarige leeftijd anderen geholpen bij het opzettelijk teweegbrengen van een explosie voor de voordeur van een woning. De verdachte heeft de uitvoerder in contact gebracht met degene die meer informatie over de klus had en de verdachte heeft in de dagen voorafgaand en de avond van de ontploffing contact gehouden met de uitvoerder.
Een explosie is beangstigend voor de bewoners van de woning, maar ook voor omwonenden van de getroffen woning. Ontploffingen en brandstichtingen zorgen bovendien voor onrust in de maatschappij. De rechtbank rekent verdachte dit feit dan ook ernstig aan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 3 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De rechtbank heeft acht geslagen op de volgende rapporten en verklaring van de deskundige op de terechtzitting.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 januari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte heeft positieve ontwikkelingen ingezet en het is belangrijk dat hij daarmee door kan gaan. Ten tijde van de huidige verdenking had de verdachte contacten met leeftijdsgenoten met een mogelijke antisociale invloed. De verdachte vond het in die tijd moeilijk om weerstand te bieden tegen jongeren met een antisociale invloed. De verdachte heeft afstand genomen van deze vrienden en heeft nu enkel contact met jongeren met een positieve invloed op hem. De verdachte heeft door hulp van zijn coach van E25, van de jeugdreclassering en van zijn moeder geleerd om de consequenties van zijn handelen in te zien. Het lijkt erop dat de ogen van de verdachte geopend zijn na de huidige verdenking en hij heeft volledige focus op school, voetbal en zijn bijbaan. Er worden weinig risicofactoren gesignaleerd, wat de kans op herhaling klein maakt.
De Raad heeft een werkstraf overwogen, maar is van mening dat een werkstraf vanuit pedagogisch oogpunt niet passend is. De Raad adviseert een geldboete op te leggen. Door het betalen van een geldboete neemt de verdachte verantwoordelijkheid voor zijn gedrag en handelen voor zijn aandeel in het ten laste gelegde. Ook vanuit pedagogisch oogpunt is dit passend.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 10 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is op 28 maart 2025 geschorst met bijzondere voorwaarden. Youz is betrokken geweest in het gezin en in december 2025 hebben zij het traject positief afgesloten. De verdachte heeft een positieve dagbesteding, hij gaat naar school waar alles goed loopt, werkt als bezorger en voetbalt drie keer in de week en traint voor het Arubaanse voetbalteam. Het recidiverisico wordt ingeschat als zeer laag. Sinds zijn schorsing is de verdachte niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie.
JBRR ziet gelet op het lage risico en de beschermende factoren geen meerwaarde van een jeugdreclasseringsmaatregel en adviseert een geheel voorwaardelijke jeugddetentie zonder bijzondere voorwaarden.
Deskundige [naam] heeft ter zitting namens de jeugdreclassering het advies gehandhaafd.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie langer dan het voorarrest, gelet op het tijdsverloop sinds de pleegdatum, de positieve ontwikkelingen die de verdachte sindsdien heeft doorgemaakt en het feit dat de verdachte een lange tijd in een schorsing heeft gelopen en zich tijdens deze schorsing goed aan de voorwaarden heeft gehouden. Het voorwaardelijke strafdeel dient ervoor om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 48, 49, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
10. Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 63 (drieënzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.M. Stolk, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. H. Wielhouwer en R. van den Wildenberg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. van Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 19 augustus 2024, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en
in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing
teweeg heeft gebracht door (zwaar) vuurwerk in brand te steken, in elk geval in
aanraking te brengen met (open) vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor
goederen, te weten voor aangrenzende/omliggende woningen en/of aldaar
geparkeerd staande auto’s, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer omwonende(n) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
[persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] , op of
omstreeks 19 augustus 2024, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing
teweeg heeft/hebben gebracht door (zwaar) vuurwerk in brand te steken, in elk
geval in aanraking te brengen met (open) vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor
goederen, te weten voor aangrenzende/omliggende woningen en/of aldaar
geparkeerd staande auto’s, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer omwonende(n) te duchten was,
bij welk misdrijf, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 augustus tot en
met 19 augustus 2024, te Utrecht en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen
en in verenging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk behulpzaam is
geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
door:
- een Snapchatgroep aan te maken waarin die [persoon 1] informatie kreeg over
de uitvoering van voornoemde ontploffing en/of in contact werd gebracht met [persoon 2]
en/of
- met die [persoon 1] en/of [persoon 2] via Snapchat en/of Signal
en/of telefonisch contact te (blijven) onderhouden en/of
- met die [persoon 1] afspraken te maken over de locatie voor voornoemde
ontploffing en/of de wijze waarop voornoemde ontploffing moest plaatsvinden
en/of het vervoer naar en vanaf die locatie;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
[persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] , op of
omstreeks 19 augustus 2024, te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing
teweeg heeft/hebben gebracht door (zwaar) vuurwerk in brand te steken, in elk
geval in aanraking te brengen met (open) vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor
goederen, te weten voor aangrenzende/omliggende woningen en/of aldaar
geparkeerd staande auto’s, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten [slachtoffer 1]
en/of [slachtoffer 2] en/of een of meer omwonende(n) te duchten was,
welk feit, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 17 augustus tot en met 19
augustus 2024, te Utrecht en/of Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in
verenging met (een) ander(en), door giften en/of beloften en/of door het
verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft uitgelokt door
- een Snapchatgroep aan te maken waarin die [persoon 1] informatie kreeg over
de uitvoering van voornoemde ontploffing en/of in contact werd gebracht met [persoon 2]
en/of
- met die [persoon 1] en/of [persoon 2] via Snapchat en/of Signal
en/of telefonisch contact te (blijven) onderhouden en/of
- met die [persoon 1] afspraken te maken over de locatie voor voornoemde
ontploffing en/of de wijze waarop voornoemde ontploffing moest plaatsvinden
en/of het vervoer naar en vanaf die locatie.