Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.145688.22
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Datum zitting: 11 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres: [adres 1], [postcode] [plaatsnaam].
Advocaat van de verdachte: mr. A.W.J. van Galen
Officier van justitie: mr. J. Spaans
Kern van het vonnis
De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag dan wel een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en van het voorhanden hebben van een vuurwapen. Er kan niet buiten gerede twijfel worden vastgesteld dat de verdachte een vuurwapen heeft gehad en daarmee heeft geschoten.
1. Tenlastelegging
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij op of omstreeks 10 juni 2022 te Zwijndrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om één of meer tot op heden onbekend gebleven personen opzettelijk
van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een vuurwapen, meermalen op/in de richting van voornoemde perso(o)n(en) heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 10 juni 2022 te Zwijndrecht een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool of revolver en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten één of meer kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
2. Vrijspraak
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten. Er kan worden vastgesteld dat de verdachte degene is geweest die heeft geschoten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten.
Oordeel van de rechtbank
Op 10 juni 2022 kwam er een melding binnen van een schietincident op de [locatie]. Er zou zijn geschoten ter hoogte van [huisnummer]. Ter plaatse werden drie hulzen aangetroffen. Uit verschillende getuigenverklaringen volgde dat er meerdere keren geschoten was door een man met een donkere huidskleur. Hierbij zou een Marokkaanse man in zijn bovenbeen zijn geraakt die daarna was weggereden. Na het schietincident heeft niemand zich als slachtoffer gemeld. Een getuige onder nummer heeft verklaard dat hij de donkere jongen die heeft geschoten, heeft herkend als de zoon van de bewoners van [adres 2]. Dat is het adres van de moeder van de verdachte. De verdachte heeft ter zitting ontkend dat hij iets met het schietincident te maken heeft.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte de schutter is geweest gelet op de verschillende getuigenverklaringen en het tapgesprek tussen de moeder en de oom van de verdachte na het schietincident, en ook op de historische gegevens van de telefoon van de verdachte in de directe omgeving van het incident.
De rechtbank stelt vast dat de enige verklaring die naar de verdachte als schutter wijst, de getuige onder nummer is. Deze getuige noemt echter niet de naam van de verdachte, maar beschrijft de schutter slechts als ‘de zoon van de bewoners van [adres 2]’. Ruim twee maanden na het schietincident heeft diezelfde getuige een verklaring afgelegd die vragen oproept over de identiteit van de schutter, nu er ook opeens over een broer van die jongen van [huisnummer] wordt gesproken. Door de politie is geen nader onderzoek gedaan naar de verklaring van deze getuige door bijvoorbeeld een foto van de verdachte te tonen. Ten aanzien van het tapgesprek op 23 juni 2022 tussen de moeder en oom van de verdachte geldt dat hieruit niet onomstotelijk blijkt dat er wordt gesproken over het schietincident op 10 juni 2022 en dat zij het over de verdachte hebben, nu bijvoorbeeld ook een andere naam wordt genoemd. De aanwezigheid van de telefoon in de omgeving van het incident leidt niet zonder meer tot een bevestiging dat de verdachte op dat moment daar ook aanwezig was.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met onvoldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte de schutter is geweest. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van beide feiten.
3. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
4. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. F.J.P. Schoonen en D. van Putten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 maart 2026.
Mrs. Schoonen en Van Putten zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.