ECLI:NL:RBROT:2026:4289

ECLI:NL:RBROT:2026:4289

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer NL:TZ:2603951:R-RK en NL:TZ:2603952:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Voorlopige voorziening afwijzen. Tweede moratorium.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Zittingsplaats Rotterdam

Rekestnummers: [nummer 1] - [nummer 2]

Uitspraak van 26 maart 2026

In de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 16 februari 2026, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 17 februari 2026 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 19 maart 2026.

Ter zitting van 19 maart 2026 zijn verschenen en gehoord:

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 maart 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

Verzoeker heeft te maken gehad met inkomstendaling, waardoor hij de huur niet meer kon voldoen. Hij werkt als ondernemer en heeft daarin een tijd tegenslagen gehad. Inmiddels trekt het werk weer aan, zodat verzoeker met goede moed aan het werk kan. Verzoeker kreeg bij zijn bedrijf hulp van zijn huisgenoot. Inmiddels heeft zij een PW-uitkering aangevraagd. De PW-uitkering is nog niet daadwerkelijk toegekend, maar er is wel al een voorschot toegekend. De huur van april 2026 is daarmee verzekerd. Zodra de PW-uitkering is toegekend, dan kunnen ook de huurtermijnen vanaf mei 2026 worden voldaan. Verder is, naast de huur van februari 2026, de huur van maart 2026 inmiddels ook betaald.

3. Het verweer

Verweerster stelt dat er al een eerder moratoriumverzoek is toegewezen. Verzoeker heeft daarom al een laatste kans gehad. Dit tweede verzoek dient daarom te worden afgewezen.

4. De beoordeling

Vast is komen te staan dat verzoeker eerder een verzoekschrift ex artikel 284 Fw, met een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw heeft ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad (‘moratorium’). Op 18 juni 2025 is dit verzoek voor de duur van zes maanden toegewezen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is in datzelfde vonnis niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoeker heeft nu opnieuw verzocht een moratorium toe te wijzen voor de duur van zes maanden. Dit verzoek ziet op de ontruiming van dezelfde huurwoning en heeft wederom betrekking op hetzelfde ontruimingsvonnis van 27 maart 2025. Artikel 287b lid 5 Fw bepaalt echter dat de desbetreffende voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden. Door het eerder afgekondigde moratorium is deze periode inmiddels verstreken. De wet voorziet niet in een mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken.

Gezien het bovenstaande wijst de rechtbank het verzoek om een moratorium af.

De rechtbank stelt ook vast dat het minnelijk traject nog in de beginstadium zit en naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond. Verzoeker zal gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoeker te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek ex artikel 287b Fw af;

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C. de Jong

Griffier

  • mr. T.M.M. de Laat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?