ECLI:NL:RBROT:2026:4309

ECLI:NL:RBROT:2026:4309

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer 10-329883-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in een container op een opslagterrein voorhanden hebben van twee vuurwapens en munitie en het voorhanden hebben van professioneel, zwaar (knal)vuurwerk. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-329883-25

Datum uitspraak: 8 april 2026

Datum zitting: 25 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. B.M.C.F. de Groen

Officier van justitie: mr. W.A.J.A. Welten

Kern van het vonnis

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van twee vuurwapens en munitie en het voorhanden hebben van professioneel, zwaar (knal)vuurwerk. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

1. Tenlastelegging

De volledige, ter terechtzitting gewijzigde, tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op 03 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarm/gasrevolver naar een kogelverschietende revolver, van het merk BBM, type: Olympic 38, kaliber: .22LR zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver

en/of

(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2,

lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meer kogelpatronen van het kaliber .22LR

en/of

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool naar een kogelverschietend gaspistool, van het merk GSG Sig Sauer, type: P320, kaliber: 9x17mm

zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool

voorhanden heeft gehad;

2

hij op of omstreeks 3 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht,

opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk te weten:

- 90 Shells (mortierbommen) (lijst III) en/of

- 10 Cakes (flowerbeds) (lijst III),

althans zwaar (knal)vuurwerk (in een container aan de Veersedijk) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

Bewijsmiddelen:

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij op 03 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarm/gasrevolver naar een kogelverschietende revolver, van het merk BBM, type: Olympic 38, kaliber: .22LR zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver

en

(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2,

lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meer kogelpatronen van het kaliber .22LR

en

een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool naar een kogelverschietend gaspistool, van het merk GSG Sig Sauer, type: P320, kaliber: 9x17mm

zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool

voorhanden heeft gehad;

2

hij op 3 december 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht,

opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk te weten:

- 90 Shells (mortierbommen) (lijst III) en

- 10 Cakes (flowerbeds) (lijst III),

(in een container aan de Veersedijk) heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

Feit 2

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de ten laste gelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met oplegging van een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 240 uur op te leggen en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. De verdediging wijst op de proceshouding van de verdachte, het feit dat hij verantwoordelijkheid neemt, het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en de gevolgen die een gevangenisstraf voor de verdachte, zijn gezin en zijn werk zou hebben.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in een container op een opslagterrein in Hendrik-Ido-Ambacht twee vuurwapens en munitie behorend bij één van deze twee vuurwapens voorhanden gehad en daarnaast een aanzienlijke hoeveelheid zwaar professioneel vuurwerk, te weten mortierbommen en cakes/flowerbeds, opgeslagen en voorhanden gehad.

Het voorhanden hebben van vuurwapens en bijbehorende munitie levert een onaanvaardbaar risico op het gebruik daarvan op. Vuurwapens worden veelal gebruikt voor criminele activiteiten en/of ter verdediging van zichzelf of anderen. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij de vuurwapens in de coronatijd heeft aangeschaft om zichzelf te verdedigen als dat nodig zou zijn en dat hij vergeten was dat hij deze in de desbetreffende container had neergelegd. De rechtbank acht die gang van zaken slecht voorstelbaar, zeker nu de vuurwapens zijn aangetroffen in combinatie met illegaal vuurwerk. De rechtbank merkt het voorhanden hebben ervan aan als het voorhanden hebben van vuurwapens onder bedenkelijke omstandigheden. De rechtbank hecht eraan te benadrukken dat het geweldsmonopolie met reden is belegd bij de staat. Gezien het gevaar voor de maatschappelijke veiligheid dat gemoeid is met het voorhanden hebben van vuurwapens (en munitie) moet er streng worden opgetreden tegen het voorhanden hebben daarvan.

Ten aanzien van het opslaan en voorhanden hebben van illegaal vuurwerk geldt dat het bezit ervan, zonder interventie door politie en justitie, doorgaans leidt tot het gebruik daarvan door dit af te steken. Het afsteken van dermate zwaar knalvuurwerk door personen zonder gespecialiseerde kennis brengt ernstige risico’s met zich mee, niet alleen voor degene die het vuurwerk afsteekt, maar met name ook voor omstanders. Daarnaast kan de rechtbank haar ogen niet sluiten voor de omstandigheid dat vuurwerk de laatste tijd steeds vaker ook (zonodig na aanpassing) gebruikt wordt als geweldsmiddel ten behoeve van criminele doeleinden. Hier komt nog bij dat het opslaan van dergelijk zwaar vuurwerk in een container, zoals bij de verdachte in gebruik, die hiertoe niet is ingericht en niet is uitgerust met veiligheidsmaatregelen een enorm gevaar oplevert voor de omgeving en de personen die zich in de nabijheid daarvan bevinden, aangezien een vonk voldoende kan zijn om het vuurwerk tot ontploffing te brengen (met alle gevolgen van dien).

Gezien het voorgaande rekent de rechtbank de verdachte de door hem gepleegde feiten stevig aan.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

Overige persoonlijke omstandigheden

Er is in dezen geen reclasseringsrapportage opgemaakt. Uit het dossier en wat door en namens de verdachte over zijn persoonlijke omstandigheden ter terechtzitting naar voren is gebracht, kan worden opgemaakt dat de verdachte een gezin heeft en kostwinner is. De verdachte is werkzaam in het bedrijf van zijn vader dat hij in de naaste toekomst volledig over zal nemen.

Door en namens de verdachte is gesteld dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf enorme gevolgen zal hebben voor zowel zijn gezin als voor voornoemd bedrijf.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf passend. De rechtbank is van oordeel dat gezien de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is en dat niet, zoals door de verdediging is bepleit, kan worden volstaan met het opleggen van een forse werkstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan is door de rechtbank rekening gehouden en met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voorts heeft zij gekeken naar straffen die eerder in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op hetgeen op de terechtzitting over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht.

Gelet op al het voorgaande wordt conform de eis van de officier van justitie, die gezien de aard en ernst van de feiten als enigszins mild wordt bestempeld, aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden opgelegd met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

Van deze gevangenisstraf wordt, opnieuw conform voornoemde eis een gedeelte, groot 4 maanden, voorwaardelijk opgelegd met als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw enig strafbaar feit pleegt.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie

en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de onder 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat 4 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan enig strafbaar feit schuldig maakt.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter,

en mrs. D. van der Sluis en E. van Vliet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. Boekholtz, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.P.J. Schoonen

Griffier

  • mr. M.E. Boekholtz

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?