[eiser], uit Rotterdam, eiser
en
de minister van Financiƫn,
(gemachtigde: mr. C.J.M. Kluijtmans).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 29 juni 2022. In die uitspraak staat dat de minister uiterlijk op 8 juli 2022 opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiser. Eiser stelt nu beroep in, omdat de minister dat volgens hem niet heeft gedaan.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. In de uitspraak van 29 juni 2022 heeft de rechtbank zich uitgelaten over eisers verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans de Woo) van 27 maart 2022. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister niet (tijdig) op dit verzoek heeft beslist en de minister opgedragen dit alsnog te doen, op straffe van een dwangsom.
3. De rechtbank stelt vast dat de minister op 3 augustus 2022 op eisers verzoek om openbaarmaking van 27 maart 2022 heeft beslist. Hiermee is voldaan aan de uitspraak van de rechtbank van 29 juni 2022.
Alles wat eiser aanvoert over deze besluiten van 3 augustus 2022 als kritiek en tekortkoming (o.a. dat het slechts een deelbesluit is en dat informatie ontbreekt), kan hij in bezwaar en eventueel beroep aan de orde stellen.
4. Omdat de minister ruimschoots voor het indien van dit beroep wegens niet tijdig beslissen een besluit heeft genomen is het beroep van eiser niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom ook de griffierechten niet terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Meijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.