ECLI:NL:RBROT:2026:4374

ECLI:NL:RBROT:2026:4374

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 10/660463-16 en 99/001062-44 en 22/000100-18
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Vordering verlenging proeftijd VI toegewezen. Proeftijd verlengt met één jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

VI-nummer: 99/001062-44

Parketnummer: 10/660463-16

Rolnummer Hof: 22/000100-18

Datum uitspraak: 25 maart 2026

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak betreffende de veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] , [postcode] [plaats] .Raadsman mr. P.J. Zandt, advocaat te Amsterdam.

1. Procesverloop

Voorgaande veroordeling

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 oktober 2020 is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd van 9 jaar en 10 maanden met aftrek van het voorarrest. Deze veroordeling is op 17 oktober 2020 onherroepelijk geworden.

Voorwaardelijke invrijheidstelling

Op 29 januari 2023 is de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Hieraan zijn voorwaarden verbonden.

De proeftijd vanaf de hierboven genoemde dag van voorwaardelijke invrijheidstelling bedraagt 1.180 dagen. De proeftijd zal aflopen op 23 april 2026.

Vordering

Op 9 maart 2026 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 730 dagen.

Bij de vordering is het rapport Verlengingsadvies v.i. van 26 februari 2026 van Reclassering Nederland overgelegd.

De reclassering adviseert de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen met twee jaar, omdat de bijzondere voorwaarde ‘toeleiden naar een beschermde woonvorm’ nog niet is gerealiseerd. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. De veroordeelde heeft zich gedurende zijn langdurige klinische opname goed aan de voorwaarden gehouden. Het is van groot belang dat de veroordeelde op een goede vervolgplek terechtkomt met de juiste structuur en begeleiding. Daarnaast dient hij abstinent te blijven van middelen en zijn medicatie trouw in te nemen. De veroordeelde is niet in staat om volledig zelfstandig te wonen. Het wegvallen van kaders zal tot instabiliteit leiden met verhoogd risico op delictgedrag. De reclassering verwacht nog twee jaar nodig te hebben om het toezicht op een juiste manier af te kunnen ronden en de veroordeelde te begeleiden naar een passende beschermde woonvorm.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2026. De officier van justitie mr. R.P.L. van Loon, de veroordeelde en zijn raadsman mr. P.J. Zandt zijn gehoord. Voorts is als deskundige gehoord mevrouw [persoon A] , reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot verlenging van de proeftijd met 730 dagen en heeft daarbij het advies van de reclassering in aanmerking genomen.

Subsidiair heeft de officier van justitie gerekwireerd tot verlenging van de proeftijd met één jaar.

De raadsman heeft primair verzocht de vordering tot verlenging van de proeftijd af te wijzen, omdat de noodzaak tot verlenging ontbreekt en deze verlenging disproportioneel is. Subsidiair verzoekt de raadsman de proeftijd te verlengen met één jaar. De veroordeelde ziet een verlenging niet zitten omdat hij aan de voorwaarden heeft meegewerkt en hij het zat is in de kliniek te moeten zijn. Hij wil een eigen woonruimte met begeleiding op afstand. Hij wil het resterende strafdeel gaan uitzitten om van alles af te zijn.

De deskundige heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat er sinds september 2024 is gezocht naar een passende beschermde woonvorm. Na herhaaldelijke afwijzingen is de veroordeelde op 9 juli 2025 teruggeplaatst naar de AFZ (Afdeling Forensische Zorg) in Poortugaal om hem te laten wennen aan een lager beveiligingsniveau. Recent is de veroordeelde ook afgewezen bij beschermde woonvorm Anton Constandse in Den Haag. Inmiddels staat er een intakegesprek gepland op 30 maart 2026 bij Antes Rotterdam aan de Dordtsestraatweg. Indien de veroordeelde wordt geaccepteerd, bedraagt de wachttijd voor daadwerkelijke plaatsing minimaal zes maanden tot één jaar.

2. Beoordeling

De rechtbank is – mede gelet op het advies van de reclassering – van oordeel dat het noodzakelijk en proportioneel is om de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen. De veroordeelde heeft de klinische opname goed doorlopen. Ondanks inspanningen van de reclassering is de bijzondere voorwaarde ‘toeleiden naar een beschermde woonvorm’ nog niet gerealiseerd. Uit het advies van de reclassering en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de veroordeelde nog niet in staat is om (volledig) zelfstandig te wonen. Dit zou gepaard gaan met een substantieel risico op verval in middelengebruik en daardoor delictgedrag. Het is onzeker of de veroordeelde als hij op zichzelf is aangewezen zijn medicatie zal blijven innemen. Als hij dit niet goed doet, kan dit leiden tot psychotische ontregeling. Het risico daarop is ook aanwezig omdat de veroordeelde op de zitting heeft gezegd dat hij drugs wil blijven gebruiken. De rechtbank acht het dan ook van groot belang dat de veroordeelde op een goede vervolgplek terechtkomt met de juiste structuur en begeleiding voordat hij zelfstandig gaat wonen, zodat het recidiverisico verder kan worden beperkt.

Gelet op het voorgaande en het feit dat er binnenkort een intakegesprek bij Antes Rotterdam zal gaan plaatsvinden, zal de rechtbank de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling verlengen met één jaar. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat binnen een jaar een beschermde woonvorm voor de veroordeelde kan worden gevonden.

3. Beslissing

De rechtbank:

wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met één jaar.

Deze beslissing is genomen door:

mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en J.A. Terstegge, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.C.J. Peeck

Griffier

  • mr. K. Dere

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?