ECLI:NL:RBROT:2026:4405

ECLI:NL:RBROT:2026:4405

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer ROT 24/5525
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), brede ondersteuning. Beroep gegrond. Het college kon een vergoeding weigeren voor reeds aangeschafte materiële voorzieningen waarvoor geen factuur is overgelegd. Niet onredelijk dat het college 140 procent van de Nibud-norm hanteert. Het college mocht de aanvraag voor isolatie van een slaapkamermuur niet afwijzen en diende passende ondersteuning te bieden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/5525

(gemachtigde: mr. N. Idrissi),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente], het college

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

1. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat niet onredelijk is dat het college 140 procent van de Nibud-norm hanteert bij het toekennen van een vergoeding voor materiële voorzieningen. Ook kon het college een vergoeding weigeren voor reeds aangeschafte materiële voorzieningen waarvoor geen factuur is overgelegd. Het college heeft de aanvraag van eiseres voor brede ondersteuning bij het isoleren van een muur echter niet kunnen afwijzen, althans het college dient hier passende ondersteuning te bieden. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met de besluiten van 23 mei 2023, 31 mei 2023 en 22 juni 2023 heeft het college de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning op grond van de Wht gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen.

Met de besluiten van 3 september 2023 heeft het college de besluiten van 23 mei 2023 en 31 mei 2023 herzien.

Met het besluit van 23 april 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het besluit van 22 juni 2023 herroepen en alsnog brede ondersteuning toegekend voor deze kosten ter hoogte van € 3.662,10. Het bezwaar van eiseres tegen de besluiten van 31 mei 2023 en 3 september is ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 13 januari 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft twee kinderen en is door de Dienst Toeslagen aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft zich op 28 januari 2021 aangemeld voor brede ondersteuning door het college.

In het kader van de brede ondersteuning is door het college aan eiseres een vergoeding toegekend voor de kosten van een wasmachine, kleding voor de kinderen, een verbouwing van de zolder, verfartikelen, betalingsachterstanden van de zorgverzekering en huur voor de woning, tandartskosten, dieetvoeding, een bed, een kledingkast inclusief montage, het volgen van een HBO studie en het aanschaffen van een laptop, voor een totaalbedrag van € 52.537,51. In het kader van de bezwaren van eiseres tegen de hierboven in 2. en 2.1. genoemde besluiten heeft het college alsnog een vergoeding toegekend voor de aanleg van een laminaatvloer en voor de kosten van het schuren en verven van de trap. Het college heeft geen vergoeding toegekend voor de kosten van isolatie van een muur tussen de slaapkamer van eiseres en die van haar zoon.

Met het bestreden besluit heeft het college het verzoek om een vergoeding voor een koelkast, gasfornuis, bankstel, telefoon, televisie, twee fietsen en een bed met matras alsnog toegekend. Het college kent daarbij een vergoeding toe op basis van 140 procent van de bedragen in de Nibud Prijzengids 2023-2024 voor een bedrag van € 3.662,10.

Wettelijk kader

4. Ingevolge artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wht kan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht. Brede ondersteuning van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag is onderdeel van de hersteloperatie toeslagen. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start na de problemen die zijn ervaren door de toeslagenproblematiek.

Op grond van het vierde lid verleent het college de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met een persoon die in aanmerking komt voor brede ondersteuning. Indien de hulpvraag een of meer materiële voorzieningen betreft, worden die voorzieningen uitsluitend toegekend indien die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start in het kader van herstel.

De rechtbank stelt vast dat het college bij het toekennen van brede ondersteuning beoordelings- en beleidsruimte toekomt. Dat heeft tot gevolg dat de rechtbank zal beoordelen of zij de redenering van het college, zoals die volgt uit het bestreden besluit en de toelichting op de zitting, over de afwijzing van de door eiseres gevraagde voorziening kan volgen.

Ter zitting is komen vast te staan dat tussen partijen nog in geschil is: de hoogte van de toegekende vergoeding voor het bankstel, de telefoon en de televisie; de afwijzing van de vergoeding voor een televisiemeubel, een laptop en een wasmachine; en de afwijzing van de vergoeding van de kosten van isolatie van de tussenmuur.

Hoogte van de vergoeding voor materiële voorzieningen (bankstel, telefoon en televisie)

5. Eiseres voert aan dat er een te laag bedrag is toegekend voor het bankstel, de telefoon en de televisie. Het college heeft niet de daadwerkelijk gemaakte kosten vergoed maar heeft aansluiting gezocht bij de Nibud-norm. Eiseres heeft de inboedel aangeschaft in 2021. Destijds had het college nog geen beleid over de invulling van de brede ondersteuning. Het beleid waarin is aangesloten bij de Nibud Prijzengids is vervolgens met terugwerkende kracht geïmplementeerd en dat is volgens eiseres in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

Het college stelt zich op het standpunt dat overeenkomstig het Beleid voor hulpteam toeslagenaffaire in het kader van de uitvoering van de Wet hersteloperatie toeslagen en de Nadere beleidsregels voor de uitvoering van de Wet hersteloperatie toeslagen [naam gemeente] 2023 een vergoeding is toegekend van 140 procent van de Nibud-normen. De wetgever heeft voor ogen gehad dat de brede ondersteuning ruimhartig dient te zijn. Daaraan is met dit beleid invulling gegeven. Op de zitting heeft het college aangegeven dat het beleid weliswaar op 18 april 2023 is vastgesteld, maar dat vanaf het moment dat het college brede ondersteuning is gaan bieden, al werd aangesloten bij de Nibud-normen. Het college heeft aansluiting gezocht bij de Nibud-normen om ongelijke behandeling bij de toekenning van materiële voorzieningen te voorkomen.

De rechtbank stelt vast dat eiseres facturen heeft overgelegd voor het bankstel, de telefoon en de televisie. Voor het bankstel heeft eiseres een factuur overgelegd voor een bedrag van € 1.324,- en heeft het college € 910,- toegekend. Voor de telefoon heeft eiseres een factuur overgelegd voor een bedrag van € 945,79 en heeft het college € 330,- toegekend. Voor de televisie heeft eiseres een factuur overgelegd voor een bedrag van € 782,90 en heeft het college € 348,60 toegekend.

Het komt de rechtbank niet onredelijk voor dat het college in dit geval aansluiting heeft gezocht bij een algemene norm als de Nibud Prijzengids. De stelling van eiseres dat het college ten tijde van de aanschaf van het bankstel, de telefoon en de televisie hogere bedragen vergoedde en nog niet aansloot bij de Nibud-norm is door het college betwist. Eiseres heeft deze stelling vervolgens niet gemotiveerd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat het college de hoogte van de bedragen onredelijk heeft vastgesteld.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Afwijzing van de vergoeding voor materiële voorzieningen (televisiemeubel, laptop en wasmachine)

6. Eiseres voert aan dat het college ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de aanschaf van een laptop voor haar zoon, een televisiemeubel en een wasmachine. Eiseres heeft de laptop en het televisiemeubel zelf moeten aanschaffen omdat de brede ondersteuning door het college pas laat op gang is gekomen. Voor de laptop kan zij geen factuur aanleveren omdat haar account bij bol.com is geblokkeerd. De factuur van het televisiemeubel is eiseres kwijt geraakt. Wel heeft zij bankafschriften overgelegd waaruit volgt dat zij een betaling aan bol.com en aan Jysk heeft gedaan voor de bedragen waarvan zij vergoeding vraagt. Het is onredelijk om het ontbreken van facturen voor rekening van eiseres te laten komen omdat het college heeft nagelaten om de juiste ondersteuning te bieden. Ook kan het college op basis van de bedragen uit de Nibud Prijzengids een vergoeding toekennen.

Het college stelt zich op het standpunt dat zij op basis van de bankafschriften niet kan verifiëren of de laptop en het televisiemeubel daadwerkelijk zijn aangeschaft, wanneer dit is geweest en voor welk bedrag.

De rechtbank kan de redenering van het college volgen dat het college bij het vergoeden van al aangeschafte materiële voorzieningen wil kunnen vaststellen of de aankoop is gedaan, wanneer dat is geweest en voor welk bedrag. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat zij de laptop en het televisiemeubel daadwerkelijk heeft aangeschaft. Dit had zij kunnen doen door destijds een schermafbeelding van de website van de verkopers te maken met daarop het artikel en de prijs, een foto te maken van het artikel in de winkel of een foto te maken van een folder waarin het artikel is opgenomen.

Voor wat betreft de wasmachine heeft eiseres in haar beroepschrift aangevoerd dat hiervoor een te lage vergoeding is toegekend op basis van 140 procent van de Nibud-norm. Op de zitting heeft eiseres aangevoerd dat de wasmachine helemaal niet is vergoed. Met het besluit van 22 juni 2023 is het verzoek om vergoeding van een wasmachine toegekend voor een bedrag van € 500,-. Uit het advies en het verslag van de hoorzitting van de Commissie bezwaarschriften maakt de rechtbank op dat het gaat om een nieuwe wasmachine nadat de eerder vergoede wasmachine stuk is gegaan. Een nieuwe wasmachine heeft het college niet vergoed omdat met het vergoeden van de wasmachine met het besluit van 22 juni 2023 voldoende ondersteuning is geboden ten behoeve van het maken van een nieuwe start. Eiseres heeft in beroep niet onderbouwd waarom het college op dit punt onvoldoende ondersteuning heeft geboden voor het maken van een nieuwe start. De rechtbank heeft verder ook geen aanknopingspunten gevonden op basis waarvan geoordeeld kan worden dat het bestreden besluit op dit onderdeel onjuist is.

Deze beroepsgrond slaagt niet.

Afwijzing van de vergoeding voor het isoleren van een tussenmuur

7. Tot slot voert eiseres aan dat het college ten onrechte geen vergoeding heeft toegekend voor de isolatie van een tussenmuur. Ten gevolge van een verbouwing van de huurwoning door een vorige bewoner ontbreekt er een echte muur tussen twee slaapkamers. De voorgaande huurder heeft ter reparatie een gipswand tussen de kamers geplaatst, maar deze is onvoldoende geïsoleerd, waardoor eiseres in haar slaapkamer niet tot rust kan komen als haar zoon in de andere slaapkamer wil spelen. Gezien haar mentale klachten en problemen met slapen heeft zij juist een rustige ruimte nodig om zich te kunnen terugtrekken. Het leefgebied wonen is gericht op het realiseren van een veilige, passende en betaalbare plek om te wonen. Een passende plek brengt mee dat alle gezinsleden een eigen plek moeten hebben in de woning.

Het college stelt zich op het standpunt dat geluidsisolatie niet noodzakelijk wordt geacht voor de bewoonbaarheid van een woning en dat het gaat om een privaatrechtelijk geschil tussen de verhuurder en eiseres. Omdat het om een huurwoning gaat, moet de verhuurder zorgdragen voor isolatie van de muur. Het college heeft ondersteuning geboden door met de verhuurder in contact te treden, maar dat heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. In de Regeling van de Minister van Financiën van 26 oktober 2023 is opgenomen dat het leefgebied wonen is gericht op het realiseren van een veilige en betaalbare plek om te wonen, een passende woning. Onder ‘passend’ verstaat het college dat de woning toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking of over genoeg kamers beschikt voor de grootte van het huishouden. In het geval van eiseres is de woning veilig, betaalbaar en passend, zodat geen brede ondersteuning geboden hoeft te worden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college onvoldoende zorgvuldig en uitvoerig onderzoek verricht naar de relevante feiten en omstandigheden. Uit het ondersteuningsplan volgt dat eiseres op 19 april 2023 heeft verzocht om isolatie van de muur en dat het college aanvankelijk ten onrechte in de veronderstelling was dat het hierbij ging om een muur op de gerenoveerde zolder. Met het besluit van 31 mei 2023 is het verzoek afgewezen omdat er geen sprake is van een noodzaak en omdat het college niet verwacht dat het isoleren van de muur de gehorigheid oplost. Nergens blijkt uit dat dit daadwerkelijk is onderzocht. In de bezwaarprocedure is naar voren gekomen dat het ging om een tussenwand tussen twee slaapkamers. Het college heeft contact met de verhuurder gezocht, hetgeen niet tot het gewenste resultaat heeft geleid omdat de verhuurder weigerde de tussenmuur te isoleren. Het college is vervolgens gestopt met het bieden van ondersteuning bij het contact met de verhuurder, zonder dat er een oplossing was gevonden. Het college heeft noch financiële noch technische of bouwkundige bezwaren geuit tegen het isoleren van de muur. Het argument dat met isolatie van de wand de algehele gehorigheid in de woning niet is opgelost, doet geen recht aan de stelling van eiseres, dat het haar specifiek om de tussenwand tussen de twee slaapkamers gaat. Eiseres heeft duidelijk gemaakt waarom isolatie van de muur voor haar van groot belang is. Voor eiseres weegt het zwaar dat zij een rustige plek heeft waar zij zich terug kan trekken. Gezien wat eiseres in het verleden heeft meegemaakt, acht de rechtbank dat begrijpelijk. Een geïsoleerde tussenwand kan bijdragen aan emotioneel herstel van eiseres en de kinderen. Eiseres heeft op de zitting verklaard dat zij een aannemer bereid heeft gevonden de muur voor € 1.100,- te isoleren in plaats van voor het eerder begrote bedrag van € 1.500,-. Van de zijde van het college zijn geen concrete belangen genoemd die zich verzetten tegen het bieden van ondersteuning in de vorm van een financiële vergoeding voor het isoleren, dan wel het bieden van (juridische) bijstand bij het in beweging krijgen van de verhuurder. Het college had het belang van eiseres dan ook dermate zwaarwegend moeten achten dat zij in aanmerking komt voor ondersteuning om in ieder geval tot een passende oplossing te komen.

Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank bepaalt dat het college passende ondersteuning biedt bij het isoleren van de muur. Dit kan betekenen dat het college de verhuurder beweegt de door eiseres gemaakte kosten te vergoeden of dat het college de gemaakte kosten van € 1.100,- vergoedt.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 van de Awb. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover daarbij is beslist dat aan eiseres geen ondersteuning wordt geboden voor het isoleren van de muur. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Dit omdat het aan het college is om te bepalen hoe zij invulling geeft aan de ondersteuning.

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor zes weken.

9. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200,-.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 23 april 2024 voor zover daarin is beslist dat aan eiseres geen brede ondersteuning wordt geboden voor het isoleren van de muur;

- herroept het besluit van 31 mei 2023 voor zover daarin is beslist dat aan eiseres geen brede ondersteuning wordt geboden voor het isoleren van de muur;

- bepaalt dat het college binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het besluit;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;

- veroordeelt het college tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Joosse, griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.J. van Spengen

Griffier

  • mr. N. Joosse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?