ECLI:NL:RBROT:2026:4426

ECLI:NL:RBROT:2026:4426

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 10/179672-25; 10/219380-25; 10/331925-25 en 10/136270-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor twee diefstallen en één poging diefstal met braak en krijgt daarvoor een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van 2 jaar opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10/179672-25; 10/219380-25; 10/331925-25 (gevoegd ter terechtzitting)

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10/136270-23

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] [plaatsnaam],

Advocaat van de verdachte: mr. L. Tricoli

Officier van justitie: mr. P.L. van Montfoort

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor twee diefstallen en één poging diefstal met braak en krijgt daarvoor een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van 2 jaar opgelegd.

1. Tenlastelegging

De verdachte wordt verdacht van drie strafbare feiten. De volledige omschrijving is opgenomen in bijlage I. De tenlastelegging is neergelegd in drie dagvaardingen, met ieder een eigen parketnummer. Voor de leesbaarheid van dit vonnis heeft de rechtbank de verschillende feiten voorzien van een doorlopende nummering op de wijze zoals hieronder vermeld:

- feit 1: diefstal bij de Jumbo op 11 juni 2025 (10/179672-25);

- feit 2: primair poging diefstal van een bestelbus of enig goed door braak op 18 juli 2025

(10/219380-25);

- feit 3: diefstal bij de PLUS op 5 december 2025 (10/331925-25);

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 3 en het onder 2 primair tenlastegelegde feit. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder feit 2 primair tenlastegelegde feit en zich ten aanzien van de feiten 1 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Feiten 1 en 3

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1 en 3 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden ten aanzien van deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd, maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 1]

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 2]

Feit 2 primair

De bewezenverklaring van het onder feit 2 primair tenlastegelegde is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 3]

Op vrijdag 18 juli 2025 te Rotterdam kwam ik aan bij mijn voertuig omdat ik op de hoogte werd gesteld dat er een persoon met een schroevendraaier aan het slot van mijn voertuig heeft gerommeld dan wel geprobeerd had deze open te maken. Ik kwam aan bij mijn voertuig en ik probeerde met de sleutel van mijn voertuig het slot dan wel deur open te maken en ik zag dat het slot niet meer openging door de schade die aangebracht was aan het slot.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam 4]

Ik zag op 18 juli 2025 te Rotterdam dat een voor mij onbekende man bij een blauwe bestelbus stond. Ik zag dat de onbekende man met een schroevendraaier zat in het slot van de achterdeur van de blauwe bestelbus. Ik zag dat de onbekende man mij zag en toen stopte met het porren van de schroevendraaier in het slot van de bus. Ik liep nog een stukje door en toen zag ik dat de man aan de linkerzijde van de bus naar binnen keek. Ik verloor de man niet uit het zicht en zag dat hij op een gegeven moment door de politie staande werd gehouden.

6. Proces-verbaal van politie

Op vrijdag 18 juli 2025 belde de melder dat hij zag dat in Rotterdam een persoon een witte bus probeerde open te maken met een schroevendraaier. Wij hielden de man staande. Tijdens de fouillering trof ik een schroevendraaier aan in de rechterbroekzak aan de voorzijde van de broek van de verdachte. De verdachte bleek te zijn: [verdachte].

Bewijsmotivering

Op grond van de aangifte en de getuigenverklaring stelt de rechtbank vast dat de verdachte in de nachtelijke uren met een schroevendraaier in het slot van de bestelbus van een ander zat te porren en dat hij daarmee stopte toen hij werd gezien. Deze gedragingen zijn te kwalificeren als een begin van uitvoering van een diefstal van spullen uit die bestelbus, nu de gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van dat misdrijf. De rechtbank vindt de poging tot diefstal met braak daarom bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1:

hij op 11 juni 2025 te Rotterdam meerdere levensmiddelen, die geheel aan Jumbo (vestiging [adres 2]), toebehoorden heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Feit 2 primair:

hij op 18 juli 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om enig goed, dat geheel of ten dele aan [naam 3], toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat weg te nemen goed onder zijn bereik te brengen door middel van braak, heeft geprobeerd om (met een schroevendraaier) het slot te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3:

hij op 5 december 2025 te Rotterdam, levensmiddelen, die geheel aan de PLUS, gevestigd op [adres 3], toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: diefstal;

Feit 2: poging diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 3: diefstal.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor alle feiten worden veroordeeld tot een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar.

Standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman verzocht de vordering tot oplegging van de ISD-maatregel af te wijzen. Als de rechtbank toch tot oplegging van de ISD-maatregel komt, heeft de raadsman de rechtbank verzocht de maatregel voorwaardelijk op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan twee diefstallen en een poging daartoe. Dit zijn ergerlijke feiten die overlast en schade veroorzaken bij de gedupeerden.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van verslavingsreclassering Fivoor van 12 december 2025 staat het volgende. Volgens de reclassering is sprake van excessief alcoholgebruik en softdrugsgebruik. De verdachte beschikt niet over stabiele huisvesting en verblijft wisselend bij vrienden. Hij staat niet open voor vormen van begeleid wonen en heeft al jaren geen structurele dagbesteding meer gehad. Hij ontvangt een uitkering en er is sprake van schulden. Daarnaast is er mogelijk sprake van psychosociale problemen en een negatief sociaal netwerk. De verdachte staat bovendien al jarenlang onder toezicht van de reclassering. Ondanks diverse interventies en intensieve begeleiding is geen sprake van duurzame gedragsverandering en blijft de verdachte recidiveren.

De reclassering adviseert daarom om bij een veroordeling een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Gezien de hoog ingeschatte risico’s acht de reclassering het niet verantwoord om opnieuw in te zetten op voorwaardelijke interventies. Eerdere kansen binnen een minder ingrijpend kader zijn onvoldoende benut en hebben niet geleid tot vermindering van recidive.

Oplegging ISD-maatregel

De rechtbank sluit aan bij het advies van de reclassering en is van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren moet worden opgelegd. De door de verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is in de afgelopen vijf jaren minstens driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen en de onderhavige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging hiervan. Gezien de problematiek van de verdachte en het feit dat eerdere behandeling en begeleiding onvoldoende hebben geholpen om recidive te voorkomen, moet er ernstig rekening mee gehouden worden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De veiligheid van goederen eist daarom het opleggen van de ISD-maatregel. Een reëel alternatief daarvoor is niet gebleken.

De duur van de voorlopige hechtenis wordt niet in mindering gebracht zodat maximaal uitvoering kan worden gegeven aan de doelen van de ISD-maatregel.

5. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank sluit aan bij het standpunt van de officier van justitie dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen omdat een ISD-maatregel wordt opgelegd.

Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze maatregel is gebaseerd op de artikelen 38m, 38n, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, onder 2 primair en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Maatregelen

ISD-maatregel

beveelt dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaar;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10/136270-23)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van rechtbank Rotterdam op 20 juni 2024 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. de Lange, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en L.B. Esser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

Bijlage 1 – volledige tenlasteleggingen

10/179672-25

Feit 1

hij op of omstreeks 11 juni 2025 te Rotterdam een of meerdere levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Jumbo (vestiging [adres 2]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

10/219380-25

Feit 2

hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een bestelbus (Fiat Ducato met kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 3], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, heeft geprobeerd om (met een schroevendraaier) het slot te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk het slot (van een bestelbus van het merk Fiat, met kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 3], toebehoorde heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

10/331925-25

Feit 3

hij op of omstreeks 5 december 2025 te Rotterdam, levensmiddelen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de PLUS, gevestigd op [adres 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?