ECLI:NL:RBROT:2026:4495

ECLI:NL:RBROT:2026:4495

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 17-04-2026
Zaaknummer 10-254632-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Verdachte heeft eenmaal met mes in rug slachtoffer gestoken. Vrijspraak van poging tot doodslag, zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. Mishandeling is niet expliciet tenlastegelegd. Toch bewezen. Wordt ingelezen als impliciet tenlastegelegd in zware mishandeling. De tenlastelegging wordt verder zo uitgelegd dat de officier van justitie de bedoeling heeft gehad de mishandeling aan de verdachte ten laste te leggen als -zoals het geval is- niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van poging tot doodslag, zware mishandeling of poging tot zware mishandeling. De verdachte krijgt een gevangenisstraf van 191 dagen. Tevens wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel met een contact- en locatieverbod opgelegd. De vordering van de benadeelde partij worden deels toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-254632-25

Datum uitspraak: 7 april 2026

Datum zitting: 24 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1969 op [geboorteland],

ingeschreven op het adres: [adres], [postcode] [plaatsnaam],

gedetineerd in [detentieadres].

Advocaat van de verdachte: mr. G. Özveren

Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. Z. Badrane namens mr. L.A.R. Newoor

Kern van het vonnis

Veroordeling voor mishandeling door éénmaal met een mes in de rug van het slachtoffer te steken. Vrijspraak voor poging tot doodslag, zware mishandeling en poging tot zware mishandeling. De verdachte krijgt een gevangenisstraf van 191 dagen. Tevens wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel met een contact- en locatieverbod opgelegd. De vordering van de benadeelde partij worden deels toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij – samengevat – [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) met een mes in zijn rug heeft gestoken en zo heeft geprobeerd hem van het leven te beroven of (zwaar) lichamelijk letsel toe te brengen dan wel dat heeft geprobeerd.

De volledige tenlastelegging (hierna: beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

primair

op 28 september 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer], van het leven te beroven,

- eenmaal met een mes in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft

gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

op 28 september 2025 te Rotterdam, aan een ander, te weten [slachtoffer], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel (een snee van enkele centimeters groot in de rug) heeft toegebracht, door

- eenmaal met een mes in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te steken;

meer subsidiair

op 28 september 2025 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, eenmaal met een mes in de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer] heeft

gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat wordt bewezen verklaard dat de verdachte het primaire feit heeft begaan. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primaire en subsidiaire feit. De verdediging heeft zich ten aanzien van het meer subsidiaire feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Relevante feiten

Op de in de beschuldiging genoemde datum en plaats heeft de verdachte het slachtoffer met een mes met een lemmet van ongeveer dertien centimeter in de rug gestoken, in de nabijheid van zijn schouderbladen. Het letsel dat het slachtoffer daardoor heeft opgelopen bestond uit een wond op de rug van ongeveer drie centimeter die met twee hechtingen is gehecht. De geschatte genezingsduur was twee weken. Het slachtoffer is daarvoor, na het verwijderen van de hechtingen, niet verder behandeld. Het slachtoffer droeg een sweater en een T-shirt toen hij werd gestoken. Het mes heeft die kledingstukken geperforeerd. Het steken vond plaats toen de verdachte wegliep. De verdachte liep achter hem aan en stak. De verdachte stak het slachtoffer omdat zij boos op hem was.

Vrijspraak poging doodslag en poging zware mishandeling

De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van vol opzet en subsidiair van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. Het handelen van de verdachte is volgens de officier van justitie naar de uiterlijke verschijningsvorm en aard zozeer gericht geweest op de dood van het slachtoffer, dat het niet anders kan dan dat de verdachte vol opzet heeft gehad op het doden van het slachtoffer. In ieder geval kan, gelet op die uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van de verdachte, het niet anders dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer, wat een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid was, bewust heeft aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte heeft gehandeld met vol opzet om het slachtoffer van het leven te beroven. Dit standpunt van de officier van justitie wordt verworpen. Het handelen van de verdachte en de gevolgen daarvan zijn onvoldoende om dit vol opzet vast te stellen. Evenmin kan worden bewezen dat de verdachte vol opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar letsel aan het slachtoffer.

De rechtbank is voorts van oordeel dat ook niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet om het slachtoffer te doden of zwaar letsel toe te brengen. Niet kan worden vastgesteld dat door het éénmalig in de rug steken, op de wijze zoals de verdachte dat heeft gedaan, de aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer als gevolg daarvan zou overlijden dan wel zwaar letsel zou oplopen. Daarbij is meegewogen dat het gaat om één steekbeweging, dat het lemmet van het mes betrekkelijk klein was, dat niet bekend is met welke kracht is gestoken, dat het letsel van het slachtoffer vrij beperkt was, dat de diepte van de wond niet bekend is, dat in ieder geval geen essentiële bloedvaten of organen zijn geraakt althans dat niet kan worden vastgesteld dat met zodanige kracht is gestoken dat wel vitale organen etc. geraakt hadden kunnen worden. De verdachte heeft verklaard dat zij “zachtjes” heeft gestoken en het slachtoffer heeft verklaard dat hij door de messteek niet naar voren werd geduwd.

De verdachte wordt daarom vrijgesproken van de primair en meer subsidiair tenlastegelegde poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling.

Vrijspraak zware mishandeling

Het letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen is naar het oordeel van de rechtbank geen zwaar lichamelijk letsel.

De verdachte zal daarom ook van de subsidiair tenlastegelegde zware mishandeling worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring impliciet ten laste gelegde mishandeling en bewijsmiddelen

De rechtbank is van oordeel dat wel kan worden bewezen dat de verdachte door het steken van het slachtoffer met een mes in zijn rug hem opzettelijk letsel heeft toegebracht.

Deze impliciet in het subsidiair tenlastegelegde mishandeling zal daarom bewezen worden verklaard.

Hierbij wordt de tenlastelegging als geheel aldus uitgelegd dat de officier van justitie de bedoeling heeft gehad dit feit aan de verdachte ten laste te leggen als -zoals het geval is- niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van poging tot doodslag, zware mishandeling of poging tot zware mishandeling.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat de verdachte:

subsidiair

op 28 september 2025 te Rotterdam, aan een ander, te weten [slachtoffer], opzettelijk lichamelijk letsel (een snee van enkele centimeters groot in de rug) heeft toegebracht, door eenmaal met een mes in de rug van die [slachtoffer] te steken.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen

1. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat ik op 28 september 2025 in Rotterdam [slachtoffer] in zijn rug heb gestoken met een mes. Ik weet dat hij daardoor gewond is geraakt. Ik was boos op hem.

2. DeskundigenverslagMedische informatie betreffende: [slachtoffer]

Informatie ontvangen op 28 september 2025.

Bevindingen: Op de rug is een wond van ca. drie cm.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair

mishandeling.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf en maatregel

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de poging doodslag worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest. Hierbij moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Daarnaast dient aan de verdachte een artikel 38v-maatregel met een contact- en locatieverbod te worden opgelegd voor de duur van vijf jaren.

Standpunt van de verdediging

Bij een bewezenverklaring wordt verzocht een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die is doorgebracht in voorarrest. Tegen oplegging van een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden bestaat geen bezwaar. De verdachte staat echter niet open voor de voorwaarde met betrekking tot begeleid wonen, omdat zij een eigen woning heeft. Ook wordt verzocht het gebied van het locatieverbod te beperken.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig feit. Ze heeft een goede bekende onverhoeds in zijn rug gestoken. Doordat de verdachte achter het slachtoffer aanliep, heeft hij zich niet kunnen verdedigen en heeft hij letsel opgelopen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van deskundige

In het rapport van psycholoog [naam 1] van 5 maart 2026 staat het volgende. Er kunnen bij de verdachte geen definitieve stoornissen worden vastgesteld, maar er wordt wel ondersteunend bewijs gevonden voor de reeds vastgestelde stoornissen bij de verdachte, te weten schizofrenie en stoornissen in het gebruik van alcohol, cocaïne en opioïde. Ook is er mogelijk sprake geweest van een stoornis in het gebruik van cannabis en van beperkingen in de intellectuele vaardigheden. Er zijn voldoende aanwijzingen om vast te stellen dat er ten tijde van het ten laste gelegde sprake is geweest van psychotische kwetsbaarheid. Duidelijk is dat er bij haar sprake is geweest van een toenemende druk. Het is dan ook denkbaar dat de verdachte door haar verslaving en psychotische kwetsbaarheid beperkt is geweest in haar keuzemogelijkheden ten tijde van het ten laste gelegde.

Op basis van het rapport van psycholoog [naam 1], de overige stukken in het dossier en hetgeen de rechtbank op de zitting heeft waargenomen, stelt zij vast dat bij de verdachte een psychische stoornis bestond en dat deze het gedrag van de verdachte tijdens het begaan van het strafbare feit enigszins heeft beïnvloed. Het feit worden daarom in licht verminderde mate aan de verdachte toegerekend.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Stichting Verslavingsreclassering GGZ van 17 maart 2026 staat het volgende. Middelengebruik, de relatie met het slachtoffer en het psychosociaal functioneren hebben een direct delictgerelateerd verband. De verdachte werd voorafgaand aan het delict al begeleid door Antes. De familie van de verdachte kan gezien worden als beschermende factor, omdat haar zonen haar steunen. Ook kan de houding van de verdachte gezien worden als een beschermende factor. Ze is gemotiveerd tot behandeling, heeft positieve levensdoelen, is medicatiegetrouw en stelt zich positief op ten opzichte van autoriteiten. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Het advies is een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: meewerken aan meldplicht, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling, begeleid wonen, verbod op gebruik van verdovende middelen en alcohol, houden aan contact- en locatieverbod en inspannen voor dagbesteding.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij bij Antes een begeleider en behandelaar heeft en dat zij na haar detentie graag met hen verder aan de slag wil gaan. Ze wil clean blijven en voelt zich momenteel door haar medicatie goed. Na detentie kan zij weer terug naar de woning waar ze samen met haar zoon woont. Ze wil geen contact meer met het slachtoffer. Ze hebben wel samen een hond en ze hoopt dat ze deze nog eens kan zien.

Oplegging straf en maatregel

Straf

Bij de ernst van het strafbare feit past een gevangenisstraf. De verdachte heeft vandaag, d.w.z. op de dag van de uitspraak, al 191 dagen in voorarrest doorgebracht. De rechtbank vindt dat de verdachte daarmee voldoende is gestraft. Er zal dus een gevangenisstraf van 191 dagen worden opgelegd met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte vandaag op vrije voeten komt, in ieder geval voor deze zaak niet langer in detentie hoeft te blijven.

Hoewel de rechtbank het belang ziet van oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, bestaat er, gelet op de aard van het strafbare feit en de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, geen ruimte meer om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen. Hierdoor kunnen ook geen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. De verdachte heeft op de zitting te kennen gegeven dat ze de begeleiding door Antes weer wil oppakken. De rechtbank gaat er van uit dat de verdachte uit zichzelf contact zal opnemen met Antes.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)

Om de maatschappij te beveiligen en om strafbare feiten te voorkomen, wordt aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren. Deze maatregel houdt in:

een gebiedsverbod voor de wijk Kleinpolder in Rotterdam;

een contactverbod met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1970.

Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast van twee weken, met een totale duur van maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op. Hoewel de maatregel de verdachte mogelijk beperkt in het contact met haar hond wordt deze maatregel nodig geacht.

De maatregel zal dadelijk uitvoerbaar worden verklaard, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zich belastend zal gedragen ten aanzien van [slachtoffer]. Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij een bedrag van € 628,- als vergoeding voor materiële schade gevorderd en een bedrag van € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade, beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van in totaal

€ 5.628,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij kan slechts gedeeltelijk worden toegewezen. Het deel van de vordering dat ziet op de daggeldvergoeding voor verblijf in het ziekenhuis moet worden afgewezen en het deel van de vordering dat ziet op de vergoeding voor kleding moet worden gematigd. Ook de immateriële schade moet worden gematigd.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vastgesteld wordt dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit.

De verdediging heeft de vordering ten aanzien van het eigen risico van € 385,- niet betwist. Dit deel van de gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de daggeldvergoeding voor verblijf in het ziekenhuis is, tegenover de betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd. Niet kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij de dag waarvoor de vergoeding wordt gevorderd in het ziekenhuis opgenomen is geweest. Uit het dossier volgt dat de wond van de benadeelde partij in het ziekenhuis is gehecht en dat hij daarna meteen mocht vertrekken. Uit niets blijkt dat hij ook in het ziekenhuis is opgenomen en daarvoor kosten heeft gemaakt. Toewijzing van een vergoeding voor het verblijf in het ziekenhuis is daarom niet aan de orde. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen.

Het deel van de vordering dat ziet op de beschadigde kleding en schoenen is deels door de verdediging betwist. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voldoende vaststaat dat het T-shirt en de trui van de verdachte beschadigd zijn geraakt door de messteek. De kosten die hiervoor zijn gevorderd, totaal belopende een bedrag van € 55,-, zullen dan ook worden toegewezen. Dat de jas, broek en schoenen van de verdachte beschadigd zijn geraakt is, tegenover de betwisting door de verdachte, echter onvoldoende onderbouwd. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte op het moment van steken zijn jas droeg of dat bloed op de broek en schoenen terecht is gekomen. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.

Dit betekent dat de verdachte een bedrag van in totaal € 440,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en ernst van het letsel. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 28 september 2025.

De verdachte wordt veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (voor een deel ) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 174,- aan salaris voor de advocaat.

Om de inningsmogelijkheden voor de benadeelde partij te vergemakkelijken wordt voor het totaal van de toe te wijzen schadebedragen de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal negen dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38w en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primaire feit (poging tot doodslag) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart niet bewezen dat de verdachte het subsidiaire feit (zware mishandeling) heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het impliciet subsidiaire feit (mishandeling) , zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van honderdeenennegentig (191) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)

legt de verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van twee (2) jaar, inhoudende dat de verdachte:

1. zich niet bevindt in de wijk Kleinpolder in Rotterdam, gedurende twee jaar na de datum van dit vonnis;

2. op geen enkele wijze direct of indirect contact zoekt, heeft en/of onderhoudt met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1970), gedurende twee jaar na de datum van dit vonnis;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van twee weken, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte aan de [benadeelde partij] te betalen een bedrag van

€ 940,-, bestaande uit € 440,- als vergoeding van materiële schade en € 500,- als vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 28 september 2025 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering tot vergoeding van immateriële schade; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af het overige deel van de vordering tot vergoeding van materiële schade;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 174,- aan salaris voor de advicaat en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat

€ 940,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal negen (9) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. J.C. Tijink en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 7 april 2026.

Mrs. J.C. Tijink, N.R. Rietveld en I. Bezemer zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.K. Asscheman-Versluis

Griffier

  • mr. I. Bezemer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?