ECLI:NL:RBROT:2026:4634

ECLI:NL:RBROT:2026:4634

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer ROT 25/8285
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Pw. Mondelinge uitspraak. Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de eerste maand huur. Op het moment van de aanvraag waren er geen daadwerkelijke kosten meer, omdat er al in de kosten was voorzien.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

17 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Kafa),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. D.J.J. Straver).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de eerste maand huur.

Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 20 juni 2025 (het primaire besluit) afgewezen. Met een besluit van 11 september 2025 (het betreden besluit) op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 april 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben de rechtbank bericht niet te zullen verschijnen.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het college terecht de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand voor de eerste maand huur heeft afgewezen. Dit doet zij aan de hand van de beroepsgronden.

Naar het oordeel van de rechtbank is de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de eerste maand huur terecht afgewezen, omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 35, eerste lid, van de Pw. In dat artikel is bepaald dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zich moeten voordoen. Eiser heeft de eerste huurnota betaald op 22 april 2025 om 15:33 uur. Op 22 april 2025 om 19.40 uur heeft eiser per e-mail een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de eerste huurnota ingediend. Op het moment van de aanvraag waren er geen daadwerkelijke kosten meer, omdat er al in de kosten was voorzien. De beroepsgrond slaagt niet. Gelet hierop hoeft het betoog van eiser dat sprake is van bijzondere omstandigheden geen bespreking meer.

Het betoog van eiser dat het college geen rekening houdt met een feitelijke situatie van dwang, slaagt niet. Anders dan eiser meent, is er volgens de rechtbank voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel geen ruimte, gezien het verplichtende karakter van artikel 35, eerste lid, van de Pw. Overigens heeft eiser ook niet aannemelijk gemaakt dat hij niet voorafgaand aan de betaling van de eerste huur een aanvraag om bijzondere bijstand in kon dienen. Daarnaast had eiser, gezien de uitspraak van deze rechtbank van 11 september 2025 in een eerdere vergelijkbare procedure van eiser kunnen weten wat de voorwaarden voor toekenning van bijzondere bijstand zijn.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel of het motiveringsbeginsel.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Er bestaat geen aanleiding tot een vergoeding van de proceskosten van eiser. Ook krijgt hij zijn griffierecht niet terug.

4. Door de rechtbank is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026 door mr. C.A. Hage, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand