ECLI:NL:RBROT:2026:4645

ECLI:NL:RBROT:2026:4645

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer C/10/714802 / KG ZA 26-146
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Kort geding. Ingetrokken vorderingen met betrekking tot verblijfsadres en meenemen telefoons en horloges met betrekking tot zorgregeling. Vordering tot wijziging zorgregeling wordt afgewezen in verband met ontbreken spoedeisend belang. Volgt proceskostenveroordeling voor nodeloos procederen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Familierecht

Zaaknummer: C/10/714802 / KG ZA 26-146

Vonnis in kort geding van 9 april 2026

in de zaak van

[eiseres] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij,

advocaat: mr. W.J.J. Trooster,

tegen

[gedaagde] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

advocaat: mr. H.J. Ruysendaal.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van de vrouw van 2 maart 2026;

- de conclusie van antwoord van de man van 25 maart 2026.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam].

2. De feiten

Partijen zijn de ouders van de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats];

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [geboorteplaats].

Het ouderlijk gezag over de minderjarigen wordt door de ouders gezamenlijk uitgeoefend.

Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld, dat zij op 3 oktober 2023 hebben ondertekend. In het ouderschapsplan, dat samen met het convenant deel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank Overijssel van 23 oktober 2023, is – voor zover hier van belang – een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) opgenomen inhoudende dat de minderjarigen in de even weken van woensdag 16:30 uur tot zondag 16:30 uur bij de man verblijven en in de oneven weken van woensdag 16:30 uur tot vrijdag 16:30 uur bij de man verblijven.

3. Het geschil

De vrouw vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad de man te veroordelen:

tot het bekend maken aan de vrouw van het adres waar hij tijdelijk met de minderjarigen verblijft en het adres van de plek waar hij naartoe gaat verhuizen, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat de man daar niet aan voldoet;

tot het gedogen van de telefoons en horloges die de minderjarigen bij zich hebben als zij bij de man verblijven, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere keer dag de man daar niet aan voldoet;

voorts vordert de vrouw, naar de voorzieningenrechter begrijpt, wijziging van de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan, in die zin dat de minderjarigen op de zondag dat de vrouw werkt – na wijziging tijdens de mondelinge behandeling – om 16:30 uur bij oma moederszijde worden teruggebracht in plaats van bij de vrouw;

verder vordert de vrouw de man te veroordelen in de proceskosten.

De man voert verweer en bepleit de vrouw in haar vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel de vorderingen af te wijzen met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ingetrokken vorderingen

De vrouw heeft haar vorderingen onder 1., 2. en 4. ingetrokken tijdens de mondelinge behandeling. Het adres van de man is inmiddels bekend geworden doordat de dagvaarding op zijn woonadres is betekend. Daarnaast heeft de man zijn telefoonnummer aan de vrouw verstrekt, met de toezegging dat zijn telefoonnummer uitsluitend in noodgevallen zal worden gebruikt. Verder heeft de man tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de minderjarigen hun telefoons en horloges mogen meenemen wanneer zij bij hem verblijven. Daarbij is besproken dat het aan de man is om de schermtijd van de minderjarigen te reguleren als zij bij hem verblijven.

Spoedeisend belang

In geschil is de vordering van de vrouw tot wijziging van de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan, in die zin dat de minderjarigen op de zondag dat de vrouw werkt om 16:30 uur bij oma moederszijde worden teruggebracht in plaats van bij de vrouw.

De voorzieningenrechter overweegt dat voor toewijzing van een vordering in kort geding vereist is dat sprake is van een spoedeisend belang. Hoewel de voorzieningenrechter geen reden ziet waarom de man de voorgestelde wijziging niet zou kunnen uitvoeren – ook omdat die feitelijk eerder is uitgevoerd –, is van een dergelijk spoedeisend belang niet gebleken. De zorgregeling wordt immers gewoon uitgevoerd, waarbij de moeder van de vrouw de minderjarigen nu bij de huis van de vrouw ophaalt. Overigens leent de vordering zich ook niet voor behandeling in kort geding, gelet op het declaratoire karakter van het gevorderde.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de vordering van de vrouw afwijzen. De bestaande zorgregeling blijft dus van kracht, zodat de minderjarigen eenmaal per veertien dagen op zondag om 16:30 uur bij de vrouw worden teruggebracht.

Proceskosten

De man vordert de vrouw te veroordelen in de proceskosten. Als uitgangspunt geldt dat in familiezaken de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De vrouw heeft de kosten voor de man nodeloos veroorzaakt. De vrouw heeft een groot deel van haar vorderingen tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken, terwijl niet is gebleken dat deze niet in een eerder stadium hadden kunnen worden ingetrokken. Zo was de vrouw al bekend met het adres van de man ten tijde van de betekening van de dagvaarding. Verder is de resterende vordering afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang, terwijl het gevorderde zich ook niet leende voor een behandeling in kort geding. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter een veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

De kosten van de procedure aan de zijde van de man zijn begroot op:

griffierecht € 341,-

salaris advocaat volgens het liquidatietarief € 760,- +

Totaal € 1.101,-

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt de vrouw tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van de man begroot op € 1.101,-;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Moerman en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?