ECLI:NL:RBROT:2026:4654

ECLI:NL:RBROT:2026:4654

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 03-02-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer C/10/710850 / JE RK 25-2460
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/710850 / JE RK 25-2460

Datum uitspraak: 3 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. S. Perhad, kantoorhoudende te Arnhem,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. R.H.P. Feiner, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[grootvader (vz)] en [grootmoeder (vz)],

hierna te noemen: de grootouders van vaderszijde (vz).

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 23 december 2025, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 21 januari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 22 januari 2026.

Op 3 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;

de grootouders vz.

De kinderrechter heeft ter zitting bijzondere toegang verleend aan een broer en schoonzus.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft bij de grootouders vz.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 december 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 2 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders vz, verlengd tot 15 februari 2026. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

3. Het (aangehouden) verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 15 februari 2026 is al beslist. Er resteert nu een beslissing over de periode tot 2 juli 2026.

De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De GI verwijst hierbij naar de briefrapportage. Het NFI-onderzoek is afgerond en daaruit komt naar voren dat er bij [naam] sprake is van toegebracht letsel en de dood van [naam] geen natuurlijke dood is. Het is belangrijk om te kijken wat er volgt uit de strafrechtelijke onderzoek. Het is positief dat het NIKA-traject gestart is bij de moeder en dat er ook individuele behandeling is gestart.

4. De standpunten

Door en namens de moeder wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. Uit de briefrapportage blijkt dat er weinig ontwikkelingen zijn geweest de afgelopen periode. Deze ontwikkelingen zijn er echter wel. De moeder heeft zelfstandig alle nodige hulp opgezocht en is met de hulp aan de slag gegaan. Het is lastig en pijnlijk voor de moeder om te lezen dat er geen inhoudelijke informatie is over de voortgang van de hulpverlening van de moeder en dat de zorgen nog onverminderd aanwezig zijn. De moeder doet er alles aan om een stabiele moeder te kunnen zijn en om [voornaam minderjarige] naar huis te laten komen.

Door en namens de vader wordt ter zitting het volgende naar voren gebracht. De ouders hebben nog geen inzicht gehad in het NFI-rapport. Momenteel wordt er gewacht op een eventuele vervolgingsbeslissing door de officier van justitie. Nog steeds blijft de vraag wanneer [voornaam minderjarige] weer naar huis kan. De vader vindt het prima dat het NIKA-traject is gestart bij de moeder, maar is van mening dat er ook bij hem hulpverlening moet worden ingezet. De vader staat open voor begeleiding en behandeling. De hulpverlening richting de vader zou parallel aan het NIKA-traject moeten kunnen lopen. Het is belangrijk dat er gewerkt wordt aan een terugkeer van [voornaam minderjarige] bij de moeder én bij de vader. De vader begrijpt ook dat dat tijd kost, maar wil vooral niet afwachten met de inzet van hulp. Daarnaast geeft de vader aan dat er familie betrokken is die kunnen ondersteunen. De contacten tussen [voornaam minderjarige] en de ouders is goed, maar de vader wil vaker ongedwongen contact, dit zou ook voor [voornaam minderjarige] prettig zijn.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De aanleiding voor de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] was het overlijden van haar broertje in samenhang met de ouders die als verdachte zijn aangemerkt in het daarop volgende strafrechtelijk onderzoek. Dit raakt de veiligheid van [voornaam minderjarige] in de thuissituatie. Het strafrechtelijk onderzoek is nog niet afgerond en het wachten is op een eventuele vervolgingsbeslissing door de officier van justitie.

Daarnaast is bij de ouders sprake van persoonlijke problematiek. Het is positief dat inmiddels het NIKA-traject is gestart en dat de ouders open staan voor hulpverlening. Ook is het belangrijk dat er duidelijkheid komt over de relatiestatus van de ouders. Ter zitting is gebleken dat de ouders inmiddels relatietherapie volgen. Kortom, er zijn een aantal positieve ontwikkelingen, maar die zijn nog pril. Alles afwegend kan naar het oordeel van de kinderrechter op dit moment niet worden gezegd dat voor [voornaam minderjarige] sprake is van een stabiele en veilige thuissituatie.

Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor een kortere duur dan is verzocht, te weten tot 18 maart 2026. Hierdoor kan er zicht komen op de voortgang van de hulpverlening en kan er meer duidelijk zijn over de strafrechtelijke procedure. In het licht van de dan bestaande situatie kan bezien worden wat in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is.

De GI wordt verzocht om de kinderrechter (met afschrift daarvan aan de moeder, mr. Pershad, de vader en mr. Feiner) uiterlijk één week voorafgaand aan de hierna te noemen zittingsdatum te rapporteren over de huidige stand van zaken en daarbij aan te geven of het overige deel van de verzoeken al dan niet worden gehandhaafd.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de grootouders vz, tot 18 maart 2026;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder, mr. Pershad, de vader en mr. Feiner op te verschijnen tijdens mondelinge behandeling van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, in het gerechtsgebouw aan Steegoversloot 36 te Dordrecht, op 17 maart 2026 te 14:45 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. C.N. Melkert, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van GI, de moeder, mr. Pershad, de vader en mr. Feiner;

vraagt de griffier de grootouders vz op te roepen als informant;

verzoekt de GI de kinderrechter uiterlijk één week voor 17 maart 2026 de verzochte rapportage onder 5.4. te doen toekomen.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Henschen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand