Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker],[postadres],
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,wonende te [adres]
hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 9 maart 2026,
- de nadere informatie, ontvangen op 9 april 2026,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.
Beoordeling
Verzoeker vraagt om de jaarbeloning met ingang van 1 oktober 2025 vast te stellen conform artikel 2 lid 3 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:“Bij het verzoekschrift was niet bekend wat de samenstelling van het vermogen van betrokkene(n) was .Bij inventarisatie blijkt, dat het vermogen bij aanvang bewind een waarde heeft van € 1.271.986,75.
Mijn verzoek heeft betrekking op het toekennen door de kantonrechter van het forfaitaire tarief zoals is opgenomen in artikel 3 lid 3 van de regeling ' Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, geldend vanaf 1 januari 2026, en zoals gepubliceerd in de Staatscourant, in welke bepaling letterlijk staat opgenomen:
3 Indien het onder bewind staande vermogen meer bedraagt dan € 1.000.000, stelt de kantonrechter de jaarbeloning vast op 0,75% van dat vermogen.
Ik verzoek u beleefd mij toe te staan voor de werkzaamheden het bewindvoeringstarief toe te kennen voor vermogens boven het € 1.000.000,-”
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bewindvoerder vraagt om aanpassing van de beloning naar het tarief van artikel 2 lid 3 van de Regeling Beloning (0,75% van het vermogen). Hij stelt dat het vermogen dat onder bewind staat meer dan 1 miljoen euro bedraagt.
De bewindvoerder is gevraagd om te onderbouwen welke (extra) werkzaamheden hij moet verrichten in verband met de omvang van het vermogen. De bewindvoerder heeft in reactie op dit verzoek volstaan met opnieuw een beroep op artikel 2 lid 3 van de Regeling Beloning.
De bewindvoerder miskent met zijn reactie dat uit de Toelichting op de Regeling Beloning blijkt dat de kantonrechter de hogere beloning alleen toepast als de bewindvoerder zelf de extra werkzaamheden verricht, die samenhangen met de omvang van het vermogen (Staatscourant 2014, 32149).
Aangezien de bewindvoerder niet heeft onderbouwd welke extra werkzaamheden hij in verband met de omvang van het vermogen (gaat) verricht(en), wordt het verzoek afgewezen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.