ECLI:NL:RBROT:2026:4684

ECLI:NL:RBROT:2026:4684

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 10-219784-25 en 10-238364-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte is met een auto ingereden op een politieagent en dit levert volgens de rechtbank een poging tot zware mishandeling op. De verdachte was onder invloed van cocaïne toen hij de auto bestuurde. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verdachte niet de intentie had om tegen de agent aan te rijden. Aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, beide met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-219784-25 en 10-238364-25

Datum uitspraak: 16 januari 2026

Datum zitting: 2 januari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

gedetineerd in [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. H. Raza

Officier van justitie: mr. T.W. van Gessel

Kern van het vonnis

De verdachte is met een auto ingereden op een politieagent en dit levert volgens de rechtbank een poging tot zware mishandeling op. De verdachte was onder invloed van cocaïne toen hij de auto bestuurde. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verdachte niet de intentie had om tegen de agent aan te rijden. Aan de verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, beide met een proeftijd van 2 jaren.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – geprobeerd heeft de aangever te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een auto op hem in te rijden. Daarnaast wordt hij ervan beschuldigd dat hij de auto onder invloed van cocaïne bestuurd heeft.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

10-219784-25

hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Maassluis ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met hoge snelheid met een motorvoertuig op die [slachtoffer] is ingereden, althans in de richting van die [slachtoffer] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

10-238364-25

hij op of omstreeks 23 juli 2025 te Maassluis, althans in Nederland, als bestuurder van de Volkswagen T-Roc voorzien van het kenteken [kentekennummer] , dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten cocaïne,

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan – al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof – de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit met parketnummer 10-219784-25. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door met zijn auto op hem in te rijden, en dat de verdachte die auto bestuurde terwijl hij onder invloed was van verdovende middelen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen.

De verdachte heeft het feit onder parketnummer 10-238364-25 bekend en er is voor dat feit geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

De bewezenverklaring van het feit onder parketnummer 10-219784-25 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [slachtoffer]Ik hoorde dat het motorgeluid van de Volkswagen enorm in kracht toenam en ik zag dat de Volkswagen hard naar achteren reed, een meter of 4 a 5.

Vervolgens zag ik dat de Volkswagen naar voren reed, mijn kant op. Ik hoorde dat het motorgeluid weer in kracht toenam en ik zag dat de Volkswagen met flinke snelheid recht op mij afreed. Ik deed een stap opzij en ik zag dat de man de koers van de Volkswagen wijzigde en weer recht op mij afreed. Hij stuurde dus echt recht op mij in. Ik zag dat de Volkswagen mij zeer dicht genaderd was en geen vaart minderde.

Terwijl ik wegsprong, en dus uitweek, voor het voertuig, werd ik nog geraakt door het voertuig. Nu, een dag na het incident, merk ik dat ik last heb van mijn enkel.

2. Verklaring van de verdachte

Op 23 juli 2025 reed ik als bestuurder in de Volkswagen waar het in deze zaak over gaat.

3. Eigen waarneming van de rechtbank De situatie is opgenomen door een beveiligingscamera van de manege. De rechtbank heeft deze opname nauwkeurig en bij herhaling, op normale snelheid en op onderdelen vertraagd, bekeken. De rechtbank neemt daarop onder andere het volgende waar.

Vanaf 6:13 minuten (17:38:00 op de tijdsaanduiding) is te zien dat de Volkswagen stilstaat en er meerdere agenten om de auto staan. Na 6:14 minuten is te zien dat het voertuig vanuit stilstand eerst achteruitrijdt, even uit beeld verdwijnt en op 6:21 minuten weer in beeld verschijnt. Ook is op dat moment een politieagent, de rechtbank weet: de aangever, te zien. Te zien is dat het voertuig de rijrichting verandert naar links, in de richting van de agent. Na 6:22 minuten is te zien dat de agent opzij moet springen om het voertuig te ontwijken waarbij de linker voorzijde van het voertuig de agent raakt. De afstand van het moment dat het voertuig in beeld komt rijden in de richting van de agent totdat het tot stilstand komt, is zo’n 2 á 3 meter.

4. Eigen waarneming van de rechtbank

De situatie is opgenomen door de bodycam van de aangever. De rechtbank heeft deze opname nauwkeurig en bij herhaling, op normale snelheid en op onderdelen vertraagd, bekeken en beluisterd. De rechtbank neemt daarop onder andere het volgende waar. Vanaf 6:03 minuten (17:38:02 op de tijdsaanduiding) is te zien dat het voertuig naar achteren rijdt. Op 6:08 minuten komt het voertuig tot stilstand en begint vooruit te rijden. De wielen van het voertuig staan dan (voor de bestuurder) iets naar rechts.

De agent (degene met de bodycam, tevens de aangever) staat een aantal meter voor het voertuig. Te horen is dat het voertuig in beweging komt en eerst kortstondig naar rechts gestuurd wordt (links van de agent met bodycam). Het zicht op het voertuig valt dan even weg, omdat de arm van de agent voor de camera zit. Daarna is vanaf 6:10 minuten te zien dat de wielen van het voertuig van rijrichting veranderen, er naar links gestuurd wordt en het voertuig recht op de agent met bodycam afrijdt, aan de piepende banden te horen met een hoge acceleratie. Te horen is dat er daarna twee schoten gelost worden. Te zien is dat het voertuig op 6:13 minuten tot stilstand komt, na het tweede schot.

Bewijsmotivering

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte, als bestuurder van de Volkswagen, op de aangever heeft ingereden. De beelden zijn veelzeggend. De verdachte rijdt achteruit, dan vooruit, eerst kortstondig naar (voor hem) rechts, dan naar links en rijdt met veel acceleratie recht op de aangever af. De wielen van het voertuig zijn ingedraaid in de richting van de aangever en de auto volgt de aangever ook wanneer hij weg probeert te komen. De aangever moest naar achteren lopen en was genoodzaakt opzij te springen om de auto te ontwijken en de auto komt pas daarna -en enkele meters verder- tot stilstand.

De verweren van de raadsman, inhoudende dat de verdachte pas op de aangever instuurde nadat het eerste schot werd gelost, dat de verdachte geen opzet had op het raken van de agent of dat er geen begin van uitvoering was, vinden hun weerlegging in de beschreven camerabeelden.

De volgende vraag is of dit handelen een poging tot doodslag of een poging tot zware mishandeling oplevert. De rechtbank is van oordeel dat er op basis van het dossier onvoldoende informatie beschikbaar om conclusies te trekken over de mate van waarschijnlijkheid dat de aangever had kunnen overlijden. Daarom kan een poging tot doodslag niet bewezen worden. Wel is de rechtbank van oordeel dat de verdachte, door met enige snelheid op de aangever in te rijden en daarbij nog bij te sturen, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. Van een poging tot zware mishandeling is volgens de rechtbank daarom wel sprake.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10-219784-25

hij op 23 juli 2025 te Maassluis ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met snelheid met een motorvoertuig op die [slachtoffer] in is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

10-238364-25

hij op 23 juli 2025 te Maassluis, als bestuurder van de Volkswagen T-Roc voorzien van het kenteken [kentekennummer] , dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten cocaïne, waarvan hij wist dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-219784-25

poging tot zware mishandeling;

10-238364-25

overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straffen

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast moet een ontzegging van de rijbevoegdheid worden opgelegd van 18 maanden.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, met daarnaast een voorwaardelijk deel. De verdachte staat open voor hulp van de reclassering. Verder verzoekt de verdediging de rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte is, onder invloed van cocaïne, ingereden op een politieagent. De agent probeerde (meermaals) contact te maken met de verdachte en sommeerde hem uit de auto te stappen. De verdachte luisterde niet. In plaats daarvan reed hij eerst achteruit en daarna met snelheid in de richting van de agent. De agent moest opzij springen om niet door de auto te worden geraakt. De verdachte heeft met zijn rijgedrag de aangever en zijn collega-politieambtenaren in gevaar gebracht en angst aangejaagd. De verdachte heeft zijn auto als wapen gebruikt waardoor de agent en zijn collega’s vreesden voor hun leven. Het feit dat de agent geen zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, is een omstandigheid die niet aan de verdachte te danken is. De politieagenten waren bovendien bezig met hun werk en het uitoefenen van hun publieke taak. Dit alles valt de verdachte bijzonder kwalijk te nemen.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 december 2025 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar niet onherroepelijk is veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapporten van de deskundige en de reclassering

Uit het rapport van psycholoog [persoon A] van 25 november 2025 blijkt dat er geen diagnose gesteld kon worden wat betreft de psychische gesteldheid van de verdachte. Hoewel de verdachte zich schijnbaar goed inzette voor het onderzoek, was er zeer beperkt zicht op de vermoedde problematiek, omdat hij elke psychische ontregeling en problematiek ontkende en bagatelliseerde. De verdachte stelt slechts kortdurend cocaïne te hebben gebruikt. Wat de verdachte zegt over zijn problematiek komt volgens de psycholoog niet overeen met de beschrijvingen van zijn gedrag zoals waargenomen door getuigen en de aangever en de hierbij vermoedde angstige verwardheid. Uit het onderzoek kan al met al geconcludeerd worden dat er in de levensloop en presentatie van de verdachte aanwijzingen zijn voor psychische problematiek, maar dit kon in het onderzoek niet worden bevestigd.

Er kan daarom ook geen advies worden gegeven over de toerekenbaarheid van de verdachte ten tijde van de feiten.

De reclassering schrijft in het rapport van 19 december 2025 dat het cocaïnegebruik het gedrag van de verdachte in belangrijke mate lijkt te hebben beïnvloed. De aanleiding voor het gebruik lag in gevoelens van eenzaamheid en leegte, mede veroorzaakt door stress rondom de omgang met zijn zoon. De verdachte kan slecht tegen spanning, zodat de kans op problemen toeneemt als er onrust ontstaat over de omgangsregeling. De reclassering ziet daarom meerwaarde in behandeling, gericht op het aanleren van adequate copingvaardigheden in situaties van stress en eenzaamheid. Daarnaast vindt de reclassering het belangrijk middelencontrole te kunnen uitvoeren wanneer er signalen zijn van drugsgebruik. De reclassering adviseert daarom een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en beheersing van het middelengebruik.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het oriëntatiepunt voor een zware mishandeling met gebruik van een wapen, in dit geval de auto, is een gevangenisstraf van 1 jaar. In dit geval is er sprake van een poging, waardoor de straf met een derde wordt verminderd. Strafverzwarend weegt de rechtbank mee dat het feit gepleegd is tegen agent, iemand die in het publieke domein werkt. Daarnaast is er sprake van rijden onder invloed. Met de reclassering is de rechtbank van mening dat er ook een voorwaardelijk deel moet worden opgelegd, zodat daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld kunnen worden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 4 maanden voorwaardelijk opgelegd. De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

Omdat de verdachte onder invloed van cocaïne heeft gereden, legt de rechtbank hem ook een rijontzegging van 12 maanden op. Een gedeelte van de rijontzegging, te weten 6 maanden, wordt voorwaardelijk opgelegd om te voorkomen dat de verdachte nog eens de fout in gaat.

Voor beide voorwaardelijke strafdelen geldt een proeftijd van 2 jaren.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179a van de Wegenverkeerswet.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in paragraaf 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in paragraaf 3.1 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo snel mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;

3. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en/of verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltesten. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs;

bepaalt dat 6 (zes) maanden van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Voorlopige hechtenis

heft op de voorlopige hechtenis op de dag dat de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,

en mrs. I. Tillema en L.N. Foppen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 januari 2026.

Mr. Foppen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.C. Tuinenburg

Griffier

  • mr. S. Hoebe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?