ECLI:NL:RBROT:2026:4692

ECLI:NL:RBROT:2026:4692

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 09-04-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer NL:TZ:2607207:R-RK en NL:TZ:2607208:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Moratoriumverzoek toegewezen. Voldoende aannemelijk dat de lopende huurtermijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoekster is zich bewust van tijdige betalingen van de huurpenningen. Budgetbeheer en het schuldhulpverleningstraject zullen worden opgestart.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw: toewijzing

toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk

Rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]

Uitspraak van 9 april 2026

In de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [adres] ,

[postcode] [woonplaats] ,

verzoekster.

1. De procedure

Verzoekster heeft op 20 maart 2026, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.

In het vonnis van deze rechtbank van 20 maart 2026 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 1 april 2026.

Ter zitting van 1 april 2026 zijn verschenen en gehoord:

Mevrouw [persoon B] , werkzaam bij SWG Advocaten, heeft namens [verweerster] . (hierna: verweerster) voorafgaand aan de zitting op 31 maart 2026 aan de rechtbank een verweerschrift toegezonden. Mevrouw [persoon B] voornoemd heeft meegedeeld dat verweerster wegens verhindering niet ter zitting zal verschijnen.

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op vandaag.

2. Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 februari 2026 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.

Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij ernstige depressieve klachten heeft gehad, waardoor zij verkeerde keuzes heeft gemaakt. Zij heeft kosten moeten maken voor haar echtscheidingsprocedure en leningen afgelost die zij had bij familieleden in Marokko. Verzoekster heeft inkomsten uit een PW-uitkering en ontvangt daarnaast maandelijks een bedrag van € 436,-- aan huurtoeslag. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen van € 1.057,38 te voldoen. Het klopt dat zij voor het laatst een betaling heeft gedaan in juli 2025. Ter zitting heeft verzoekster toegezegd de huur over april 2026 direct te voldoen. Schuldhulpverlening heeft op 2 april 2026 een betaalbewijs toegezonden waaruit blijkt dat de huur over april 2026 op 2 april 2026 is voldaan. Verzoekster is zich er van bewust dat zij voor tijdige betaling van de huurpenningen dient zorg te dragen. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat budgetbeheer wordt opgestart en het minnelijk traject zal worden aangevangen.

3. Het verweer

Verzoekster blijft al sinds december 2023 in gebreke met tijdige betaling van de huurpenningen. Getroffen betalingsregelingen zijn stelselmatig niet nagekomen. De laatste huurbetaling dateert van juli 2025. De huurachterstand bedraagt inmiddels ruim € 17.000,-- en loopt steeds verder op. Bovendien is verzoekster al tweemaal gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening en zij is al tweemaal bij de gemeente aangemeld. Verzoekster laat de zaken echter op zijn beloop. Verweerster stelt zich op het standpunt dat, nu er sinds juli 2025 geen enkel bedrag aan huur meer is voldaan, er geen wettelijke grondslag bestaat om het verzoek toe te wijzen.

4. De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 februari 2026 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 19 februari 2026 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 30 maart 2026 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.

Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.

Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.

Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 10 februari 2026 ten uitvoer kan leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoekster heeft inkomsten uit een PW-uitkering en toeslagen. Deze inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen. Verzoekster heeft op 2 april 2026, weliswaar te laat, de huur over maand april 2026 voldaan. Verzoekster is zich bewust dat zij voor tijdige betaling van de lopende huurtermijnen dient zorg te dragen. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat op korte termijn budgetbeheer zal worden opgestart, waardoor tijdige betaling van de lopende huurtermijnen is gewaarborgd. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat het schuldhulpverleningstraject ook op korte termijn wordt opgestart. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekster zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.

De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.

Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- schort de tenuitvoerlegging op van het op 10 februari 2026 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekster gelegen aan [adres] te [woonplaats] , voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes«zes» maanden vanaf

20 maart 2026;

- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;

- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom, rechter, en in aanwezigheid van

C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.A. Vroom

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?