RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
Rekestnummer: [nummer]
afwijzen gedwongen schuldregeling
Vonnis van 9 april 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
Verzoeker.
1. De procedure
Verzoeker heeft op 20 februari 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Student Housing heeft voorafgaand aan de zitting op 26 maart 2026 een brief aan de rechtbank gezonden met een specificatie van de vordering.
De gemachtigde van Hogeschool Rotterdam heeft voorafgaande aan de zitting, bij brief van 23 maart 2026, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling. Het verzoek ten aanzien van Hogeschool Rotterdam wordt derhalve als ingetrokken beschouwd.
Ter zitting van 1 april 2026 zijn verschenen en gehoord:
Schuldhulpverlening heeft op 30 maart 2026 aanvullende stukken toegezonden.
Pathé is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift zesentwintig schuldeisers, waarvan twee preferente schuldeisers met dertien vorderingen en vierentwintig concurrente schuldeisers met vierentwintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 106.534,92 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 30 oktober 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 20,94% aan de preferente schuldeisers en 10,47% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt parttime en heeft een arbeidscontract voor (on)bepaalde tijd. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij een contract heeft voor 30 uur per week, maar met zijn werkgever heeft afgesproken dat hij sinds vorig jaar 24 uur per week werkt omdat zijn werk veel stress oplevert en hij het gevoel had dat hij een burn-out kreeg. Met betrekking tot de vordering van Student Housing heeft verzoeker verklaard dat hij twee weken geleden heeft begrepen dat hij het verkeerde bedrag aan huur voldoet. Daarnaast ontvangt hij ook rekeningen van Student Housing van
€ 1.500,-- die hij niet kan plaatsen. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat, mocht de huurachterstand zijn opgelopen, hier buiten het traject om een oplossing voor gezocht zal worden. Daarnaast heeft schuldhulpverlening verklaard dat er geen bedragen zijn gereserveerd ten behoeve van de schuldeisers omdat er sprake is van beslag. Een eventueel tekort in de afdrachten wordt tijdens het minnelijke traject ingelopen.
De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Vierentwintig schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Pathé en Student Housing stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van€ 100,--, respectievelijk
€ 5.091,45 op verzoeker.
3. Het verweer
Verweer Student Housing
Student Housing stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Verzoeker betaalt al jarenlang het verkeerde huurbedrag, terwijl hij herhaaldelijk is gewezen op de juiste huur. De huurachterstand is hierdoor verder opgelopen. Daarnaast heeft verweerster het gevoel dat zij niet alle informatie van schuldhulpverlening heeft ontvangen. In de aanbodbrief is uitdrukkelijk vermeld dat verzoeker fulltime werkt. Ter zitting wordt echter meegedeeld dat verzoeker maar 24 uur werkt. Student Housing heeft geen enkel vertrouwen in het schuldhulpverleningstraject.
Verweer Pathé
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Pathé geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.
4. De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Pathé en Student Housing bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Pathé en Student Housing in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Pathé een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 0,1%. Student Housing vorm een aandeel in de totale schuldenlast van 4,8%.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet kan worden vastgesteld dat het aanbod goed en controleerbaar is gedocumenteerd. In de aanbodbrief is uitdrukkelijk vermeld dat verzoeker fulltime werkt. Uit de loonstroken en hetgeen ter zitting is verklaard, blijkt dat verzoeker een contract heeft voor 30 uur per week, maar op dit moment in samenspraak met zijn leidinggevende 24 uur per week werkt. De rechtbank stelt vast dat de schuldeisers niet juist zijn geïnformeerd.
Verder is gebleken dat er weliswaar sprake was van beslag, maar dat verzoeker daarnaast ook nog maandelijks een bedrag had kunnen reserveren voor de schuldeisers, te weten een bedrag van circa € 900,--. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat er geen bedragen zijn gereserveerd, maar dat de achterstand in de afdracht zal worden ingelopen. De rechtbank kan bij toewijzing van het dwangakkoord op geen enkele wijze controleren dat het tekort in de afdrachten ook daadwerkelijk wordt aangezuiverd. Het bedrag dat tot aan het moment van de zitting had moeten worden gereserveerd voor de schuldeisers, moet ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. Bij een prognoseakkoord kan het percentage dat uitgekeerd wordt aan de schuldeisers weliswaar fluctueren door gewijzigde omstandigheden, maar dit is niet bedoeld en geeft ook geen ruimte om een tekortkoming in de aflossingen te corrigeren.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit de loonstroken blijkt dat verzoeker een contract heeft voor 30 uur per week. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij thans 24 uur werkzaam is in verband met psychische klachten. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is onvoldoende duidelijk geworden dat verzoeker niet in staat is om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoeker heeft geen medische stukken overgelegd, waaruit blijkt dat hij arbeidsongeschikt is. De rechtbank kan dus ook niet zonder meer vaststellen dat de huidige gestelde afloscapaciteit van verzoeker blijvend is.
In de aanbiedingsbrief van 30 oktober 2025 is weliswaar vermeld dat het voorstel een prognose is en dat afhankelijk van de reserveringsmogelijkheden van verzoeker het uiteindelijke resultaat hoger of lager kan uitvallen, maar de rechtbank is van oordeel dat de schuldeisers er geen rekening mee hoeven te houden dat het uiteindelijke resultaat lager wordt doordat verzoeker niet fulltime heeft gewerkt of zich maximaal heeft ingespannen om tot een fulltime dienstbetrekking te komen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Pathé en Student Housing als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Pathé en Student Housing te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5. De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom rechter, en in aanwezigheid van
C. van der Velde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.