ECLI:NL:RBROT:2026:4791

ECLI:NL:RBROT:2026:4791

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer C/10/655492 / FA RK 23-2482
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Rechtbank zal vaderschap vaststellen, omdat er voldoende aanwijzingen zijn dat de man de vader is en hij heeft geweigerd aan een DNA-onderzoek mee te werken. De man zal, vanwege herhaaldelijke en grove schending van de waarheidsplicht, veroordeeld worden in de werkelijke kosten van het afstammingsgeding. Formele ouderschapsbeslissing aangehouden, net als het alimentatieverzoek, zodat er uiteindelijk maar één appeltermijn zal gaan lopen. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2023:13111 en ECLI:NL:RBROT:2025:15773

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/655492 / FA RK 23-2482

Beschikking van 27 maart 2026 over vaststelling ouderschap en de onderhoudsbijdrage

in de zaak van:

[naam vrouw] , hierna: de vrouw,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. M.F.A. van Pelt te Rotterdam.

e n

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015, hierna: de minderjarige,

wonende te [woonplaats 1] ,

vertegenwoordigd door mr. H.C.A. van Asperen, advocaat te Rotterdam,

in de hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige,

hierna: de bijzondere curator.

In deze zaak is belanghebbende:

[naam man] , hierna: de man,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. C.J.H.E. Jeurissen te Breda.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

de beschikking van deze rechtbank van 7 januari 2025 (hierna: de tussenbeschikking) en de daarin opgenomen stukken;

het bericht met bijlagen van de vrouw van 26 augustus 2025;

het bericht met bijlagen van de man van 1 september 2025;

het bericht met bijlagen van de vrouw van 17 september 2025;

het verslag van bevindingen tevens verzoekschrift van de bijzondere curator van 2 oktober 2025;

het bericht met bijlage van de vrouw van 9 februari 2026;

het bericht met bijlage van de man van 10 februari 2026;

het bericht met bijlagen van de man van 11 februari 2026.

De voortgezette mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij zijn verschenen:

de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

de man, bijgestaan door zijn advocaat;

de bijzondere curator;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 1] .

De advocaat van de vrouw heeft pleitaantekeningen overgelegd tijdens de mondelinge behandeling.

2. De nadere vaststaande feiten

Tot het zaakdossier behoort een groot aantal WhatsApp-berichten die betrekking hebben, althans waarvan wordt gesteld dat die betrekking hebben, op chatgesprekken tussen de man en de vrouw. Deze omvatten onder meer de volgende fragmenten, die de rechtbank citeert inclusief alle daarin voorkomende spel- en stelfouten. [naam 2] is de voornaam van de vrouw. [naam 3] is een verkorting van de voornaam van de man en, naar ook zijn eigen verklaring op de mondelinge behandeling, een bijnaam van de man.

Uit productie 2 bij bericht van de man van 2 december 2024:

4/3/21 13:57 - [naam 3] : I appreciate that you continue to threaten me and keep blackmailing me to get my money and thus continue living in that rich neighborhood where you live.

4/3/21 14:01 - [naam 2] : You know that’s not thrue! It’s for [minderjarige] ! It’s your responsibility to help him too!! He already miss a father!! The only thing you give him is a little support! And you want to take that too?! Your son does not live a rich life! In the opposite!!!! We need this support for Valentijn as we agreed!

Dit fragment wordt hierna ook aangeduid als fragment A.

Uit productie 1 bij bericht van de man van 2 december 2024:

27/5/18 19:49 - [naam 2] : That’s is easy for you to say! You did this!

27/5/18 19:50 - [naam 3] : The problem is you

27/5/18 19:50 - [naam 2] : Me?! Serious?!

27/5/18 19:50 - [naam 3] : You are lazy for looking for a father

27/5/18 19:50 - [naam 2] : Let’s talk and ask what other people think how is the problem!!!!!

27/5/18 19:50 - [naam 2] : Me or YOU!!

27/5/18 19:51 - [naam 2] : I will not stop ...accept that too!

27/5/18 19:52 - [naam 2] : I know what to do for the future!

27/5/18 19:54 - [naam 3] : I dont mind I will never change NEVER

27/5/18 19:54 - [naam 2] : You can never change that you are not the father! NEVER!!

Dit fragment wordt hierna ook aangeduid als fragment B.

Uit de bijlage bij het bij F9-formulier van 9 februari 2026 ingediende stuk:

[28-08-2014 09:04:24] [naam 2] : All ok?

[28-08-2014 09:10:13] [naam 2] : Can you send me a message when you are in the train?

[28-08-2014 09:50:52] [naam 3] : Goodmorning! will arrive at 13.30!

[28-08-2014 09:51:48] [naam 2] : Why that late?

[28-08-2014 09:52:43] [naam 2] : Cause then i am thinking to go first to the beach…

[28-08-2014 09:56:11] [naam 2] : Maybe we can meet there?

[28-08-2014 09:59:50] [naam 3] : Ok

[28-08-2014 10:00:53] [naam 2] : Or do you have a other idea?

[28-08-2014 10:04:36] [naam 3] : I am not going to go to the beach, I dont have clothes but you wait me and we go for lunch!

[28-08-2014 10:05:31] [naam 2] : Do dont need clothes for the beach (emoji)..otherwise i will wait for you here..

[28-08-2014 10:06:17] [naam 2] : You

[28-08-2014 10:11:55] [naam 3] : Please go to the beach! Is your last day!

[28-08-2014 10:13:13] [naam 3] : You cant go in holland

[28-08-2014 10:13:44] [naam 2] : No but i can tuesday in panama (emoji)..ok

[28-08-2014 10:16:39] [naam 2] : What time goes your train?

[28-08-2014 10:17:19] [naam 3] : 11.40

[28-08-2014 10:33:15] [naam 2] : And were is your hotel near the beach?

[28-08-2014 10:42:10] [naam 3] : No, is not Near

[28-08-2014 11:08:13] [naam 2] : I will relax now a bit cause yesterday it was late…then i will pack my suitcase and when you arrive i will take a taxi to your hotel that is a good idea?

[28-08-2014 11:32:14] [naam 3] : Good idea! You can take a good shower!

[28-08-2014 11:32:27] [naam 2] : (emoji)

[28-08-2014 11:33:08] [naam 2] : Tel me when you arrive and send me the adres please…

[28-08-2014 11:36:06] [naam 3] : Ok

[28-08-2014 11:44:51] [naam 2] : Oh and tell me when you are in the train..(emoji)

[28-08-2014 11:47:12] [naam 3] : I am in the train!

[28-08-2014 11:48:06] [naam 3] : The name adress of the hotel is, [naam hotel] , plaza del ayuntamiento 4.

[28-08-2014 11:49:12] [naam 2] : Ok… send me the message when i can take the taxi..

[28-08-2014 11:49:43] [naam 3] : Ok

[28-08-2014 11:49:51] [naam 3] : It is in the city center!

[28-08-2014 11:50:22] [naam 2] : Maybe not so far from me..

[28-08-2014 11:50:45] [naam 3] : Not so far

[28-08-2014 13:51:01] [naam 3] : I am at the hotel room 507

[28-08-2014 13:51:21] [naam 2] : I will check out…

[28-08-2014 13:59:56] [naam 3] : Let me know when you arrive I have to look for you!

[28-08-2014 14:00:22] [naam 2] : I orderd a taxi…look for me?

[28-08-2014 14:00:46] [naam 3] : You need the card for the elevator!

[28-08-2014 14:00:59] [naam 3] : And I think you dont have one!!!

[28-08-2014 14:01:10] [naam 2] : No i dont (emoji)

[28-08-2014 14:01:32] [naam 2] : Ok i will send you message when I am at reception… ok?

[28-08-2014 14:02:00] [naam 3] : Ok

[28-08-2014 14:24:23] [naam 3] : Are you hungry?

[28-08-2014 14:24:51] [naam 2] : Not so much (emoji)

[28-08-2014 14:25:23] [naam 3] : I am!

[28-08-2014 14:25:33] [naam 2] : We go! 5 min

[28-08-2014 14:26:16] [naam 3] : And I want give your friends the pleasure of talk about me!

[28-08-2014 14:26:36] [naam 3] : We are gong to eat rice (emoji)

[28-08-2014 14:31:41] [naam 2] : I am here

[28-08-2014 14:32:04] [naam 3] : Ok

[29-08-2014 07:35:49] [naam 3] : I talk with the recepcion of the hotel and I say the woman of my life is still sleeping in the room, please do not disturb her!

[29-08-2014 08:05:21] [naam 2] : (emoji)… i just arrive at the airport...I was lucky the taxi driver gave me his breakfast and water (emoji)…I was so thirsty. [naam 3] ..thank you for yesterday!! I felt really happy (emoji).

[29-08-2014 09:17:28] [naam 2] : Ps….I loved the sex!!!!!!! (emoji)

[29-08-2014 09:47:39] [naam 3] : I love all of you!

[29-08-2014 21:05:41] [naam 3] : How is my sweet angel? Are you tired? Me a lot but so happy to feel you again!

[29-08-2014 21:05:50] [naam 3] : I need you a lot!

Dit fragment wordt hierna ook aangeduid als fragment C.

De berichten van fragment C zijn ook opgenomen in de vorm van WhatsApp-screenshots in productie 15 bij bericht van de vrouw van 26 augustus 2025. Op een enkele plek is een bericht niet geheel leesbaar, doordat er vermeldingen van de app over een stukje bericht heen zijn geplaatst. Wat wel te lezen valt, komt geheel overeen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar telefoon getoond en WhatsApp geopend. De rechtbank en partijen hebben kunnen constateren dat alle bovenstaande fragmenten deel uitmaken van één (heel lange) WhatsApp-conversatie tussen steeds dezelfde twee accounts.

Als productie 13 heeft de man een document ingebracht, dat luidt als volgt::

“SWORN STATEMENT

I, [naam 4] , holder of nacional ID [nummer] , residing at

Gallegos St. N°7-5°B of Valladolid, hereby declare under oath that:

On 28th and 29th of August of the year 2014, I was present at the city of Tudela de

Duero, Valladolid with [naam man] , due to for work reasons involving

the start-up of a waste treatment plant with working hours starting in the morning at 8

a.m. until 2 p.m. and in the afternoon from 5 p.m. until 8 p.m.

I affirm that this information is true and accurate, and I assume full legal responsability

[for the] veracity of the facts stated herein, in accordance with applicable laws[,] I

understand that any false statement may result in administrative or criminal penalties.

This sworn statement is issued at the request of [naam man] for the

Rotterdam district Court in the city of Valladolid(Spain) on the day 29 of august, 2025

[vakje 1][vakje 2]

Signature

[naam 4]

Id. [nummer] ”

(Vet en onderstreping in origineel.)

Op de plek van vakje 1 is de tekst “ [naam 4] - [nummer] ” opgenomen en op de plek van vakje 2 staat in kleinere letters “Firmado digitalmente por [naam 4] - [nummer] Fecha: 2025.08.29 11:43:36 +02'00'”. Op de achtergrond van deze twee vakjes is een logo te zien dat de rechtbank herkent als een logo dat door Adobe Acrobat wordt gebruikt; een soort rode gelijkzijdige driehoek, ietwat geroteerd, met lussen aan de punten.

3. De verdere beoordeling

Tijdens de mondelinge behandeling op 10 december 2024 heeft de toenmalige bijzondere curator, [naam 6] , het verzoek van de vrouw tot de vaststelling van het ouderschap van de man van haar overgenomen indien zou komen vast te staan dat hij de biologische vader is van de minderjarige.

Bij tussenbeschikking heeft de rechtbank een DNA-onderzoek gelast, ter beantwoording van de vraag of de man de biologische vader van de minderjarige kan zijn en met welke mate van waarschijnlijkheid. De zaak is daarbij aangehouden ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van het ouderschap en de kinderbijdrage.

In die beschikking is [naam 6] vervangen door [naam 7] .

De rechtbank verwijst naar wat verder is opgenomen in de tussenbeschikking.

Vaststelling ouderschap

De man heeft geweigerd mee te werken aan het DNA-onderzoek. Hij heeft desgevraagd verklaard dat de vrouw in zijn optiek niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de biologische vader is en dat zijn weigering een principiële keuze is.

De bijzondere curator onderstreept dat de minderjarige er groot belang bij heeft te weten van wie hij afstamt en zij betreurt het dan ook zeer dat de man hem die kennis onthoudt door zijn medewerking aan het DNA-onderzoek niet te verlenen. Die weigering van de man, kan volgens de bijzondere curator, niet anders worden uitgelegd dan een erkenning en bevestiging van zijn verwekkerschap.

De bijzondere curator neemt dan ook het verzoek van de vrouw om het ouderschap van de man vast te stellen namens de minderjarige over.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Een kind heeft recht om te weten van wie het afstamt. Wanneer de moeder en de vermeende vader daarover twisten, is het voor het kind dan ook van het grootste belang dat daarover zekerheid komt. Daarom is een DNA-onderzoek een goed middel: dat kan het vaderschap met zekerheid uitsluiten, of het met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vaststellen. Met de bijzondere curator en de raad, betreurt de rechtbank het dan ook dat de man niet heeft meegewerkt aan het DNA-onderzoek. Het DNA-onderzoek was een uitgelezen mogelijkheid voor hem om zijn eigen standpunt, dat hij niet de verwekker van de minderjarige is, te bewijzen. Het zou dus een ideale methode zijn geweest om deze procedure tot een einde te laten komen op de manier zoals hij die zich kennelijk wenst. Toch heeft hij die mogelijkheid niet aangegrepen. Dit, terwijl de man in rechtsoverweging 3.4.18 van de tussenbeschikking nog is uitgelegd dat de rechtbank zijn vaderschap kan vaststellen als hij niet meewerkt met het DNA-onderzoek. De man was dus gewaarschuwd.

Voor die tegenstelling, tussen enerzijds de overtuiging niet de verwekker te zijn, maar anderzijds weigeren mee te werken aan een onderzoek die dat kan bewijzen, heeft de man geen bevredigende verklaring gegeven. De man vindt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de biologische vader van de minderjarige zou kunnen zijn, maar die mening is al door de rechtbank terzijde geschoven. Er is immers in de tussenbeschikking uitgebreid gemotiveerd dat de man de verwekker zou kunnen zijn van de minderjarige.

Gelet op de nadere stellingen en door de man ingebrachte stukken, is de man kennelijk van mening dat de rechtbank van dat eerdere oordeel moet terug zou komen. Dat zal de rechtbank echter niet doen. De lat daarvoor ligt erg hoog en wordt bij langen na niet gehaald.

Met betrekking tot fragment C van de WhatsApp-conversatie oordeelt de rechtbank het volgende.

3.3.7.1. De eerste vraag die moet worden beantwoord, is wie de personen zijn die de berichten hebben geschreven die onder de accountnamen “ [naam 2] ” en “ [naam 3] ” zijn weergegeven. Daarop is naar het oordeel van de rechtbank maar één antwoord mogelijk: dat zijn de vrouw en de man. De vrouw stelt immers onbetwist dat zij de gebruiker is die de berichten onder de accountnaam “ [naam 2] ” heeft verzonden. De man stelt, eveneens onbetwist, dat hij degene is die “ [naam 3] ” is in fragmenten A en B. De man heeft bovendien op zitting erkend dat hij de gebruiker is geweest van het telefoonnummer dat volgens de telefoon van de vrouw bij “ [naam 3] ” hoort en dat hij zijn telefoon niet uitleende.

3.3.7.2. De fragmenten A, B en C maken alle drie deel uit van één lange conversatie tussen twee gebruikers. Daaruit volgt dat de personen van fragment C dezelfde zijn als de personen van de fragmenten A en B. Dat zijn dus de man en de vrouw.

3.3.7.3. Deze conclusie wordt niet anders door het rapport dat de man heeft ingebracht. Daarin wordt – heel kort samengevat – geconcludeerd dat de authenticiteit van de WhatsApp-conversaties in het dossier niet kan worden vastgesteld aan de hand van alleen de papieren afdruk daarvan. Die conclusie is op zich juist, maar daar had de rechtbank geen rapport voor nodig. Immers, iedereen kan zich achter een toetsenbord zetten en vervolgens een fantasieconversatie uittypen. Maar: met partijen heeft de rechtbank op de mondelinge behandeling de conversatie zelf kunnen zien op de telefoon van de vrouw. Zij heeft dus kunnen waarnemen dat er geen sprake is van een fantasieconversatie, maar van daadwerkelijke berichtenuitwisseling.

3.3.7.4. De tweede vraag is waar de conversatie van fragment C over gaat. Ook daarover is geen twijfel mogelijk: de man en de vrouw ontmoeten elkaar bij of in [naam hotel] en hebben seks met elkaar. Daarover schrijven ze elkaar en de rechtbank heeft geen enkele aanwijzing dat ze daar aan het fantaseren zijn. Daarom gaat zij ervan uit dat het zo gegaan is als het er staat en ziet de rechtbank dit als een bevestiging van de verklaring van de vrouw.

Naast deze WhatsApp-conversatie, waaruit de rechtbank dus concludeert dat partijen seks hebben gehad, zijn er andere omstandigheden.

3.3.8.1. Ten eerste zijn er de omstandigheden die de rechtbank eerder al noemde in rechtsoverwegingen 3.4.13 tot en met 3.4.15 en waarvoor de man toen, en intussen, geen redelijke verklaring heeft gegeven. Voor zover de rechtbank moet begrijpen dat de vrouw de man heeft gechanteerd, is dat geen redelijke verklaring. Immers, waarom zou de man zich laten chanteren om iets dat hij niet heeft gedaan? Iets dat met een DNA-test nog wel te bewijzen is ook.

3.3.8.2. Ten slotte is er de verklaring van de man op de mondelinge behandeling, dat hij – als de rechtbank het ouderschap vaststelt – deze beslissing zal accepteren. Dit is een onvoorstelbare verklaring voor iemand die bij hoog en bij laag volhoudt dat hij niet de verwekker is.

Samengevat: de rechtbank concludeert dat de man en de vrouw seks hebben gehad rond het moment van verwekking van de minderjarige en dat er ook verder aanwijzingen zijn dat de man de verwekker is van de minderjarige. De man heeft geweigerd mee te werken aan een DNA-onderzoek en de rechtbank mag daaraan de gevolgtrekking verbinden die zij geraden acht. Dit alles samengenomen leidt ertoe dat de rechtbank zal vaststellen dat de man de vader is van de minderjarige.

Dit alles wordt niet anders door het document dat in rechtsoverweging 2.2 is weergegeven. Uit dat document zou kunnen volgen dat in elk geval de ontmoeting tussen de man en de vrouw niet in de middag heeft kunnen plaatsvinden. Dat is overigens ook het enige dat eruit af te leiden zou zijn; het vormt geen enkele verklaring voor het einde van fragment C, waarin expliciet over seks wordt gesproken.

3.3.10.1. Hoewel de rechtbank ook kopieën heeft ontvangen van een bijpassend identiteitsbewijs en uittreksel uit het Spaanse bevolkingsregister, kan de authenticiteit van het document, ironisch genoeg, niet worden vastgesteld. Immers: ook dit is niet meer dan een afdruk van een tekst. Die tekst kan door iedereen zijn geschreven en de weergave van een elektronische handtekening verandert daar niets aan. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat er methoden bestaan om pdf-documenten elektronisch te ondertekenen; op de weergave komt dan een afbeelding die vergelijkbaar is met de afbeelding in het document. Maar: om vervolgens authenticiteit en integriteit te kunnen vaststellen, is op zijn minst het elektronische brondocument nodig en dat heeft de man niet ingebracht. Alleen dan kan worden nagegaan welke ondertekeningssleutels zijn gebruikt en kunnen stappen worden ondernomen om na te gaan bij wie die in gebruik zijn (geweest).

3.3.10.2. Minstens zo belangrijk: zowel de tekst als de vorm zelf roepen vragen op. Welke eed zou zijn afgelegd, in wiens handen en op basis van welke rechtsgrond? Welke vragen zijn gesteld aan degene op wiens naam de verklaring staat? Wie heeft de tekst van de verklaring opgesteld? Hoe zeker is degene die heeft verklaard? Op basis waarvan is die zekerheid er dan; het betreft immers herinneringen van 11 jaar vóór die verklaring? Een deel van deze vragen is overigens al voorafgaand aan de laatste mondelinge behandeling opgeworpen door de vrouw, maar daarop is geen reactie gekomen van de zijde van de man.

3.3.10.3. Kortom, de rechtbank blijft haar oordeel zoals opgenomen in rechtsoverweging 3.3.9.

Omdat, zoals uit de overwegingen hierna volgt, nog geen eindbeslissing zal worden gegeven ten aanzien van de onderhoudsbijdrage, zal de vaststelling van het ouderschap ook nog niet als eindbeslissing in de onderhavige beschikking worden gegeven. Op deze manier wordt voorkomen dat er verschillende appeltermijnen gaan lopen. Uitstel van de formele beslissing schaadt de belangen van minderjarige niet, omdat gerechtelijke vaststelling terugwerkt tot de geboorte (artikel 1:207, vijfde lid, BW). Het debat op dit punt wordt nu echter wel gesloten.

Onderhoudsbijdrage

Uit het oordeel van de rechtbank dat de man de verwekker is van de minderjarige volgt op grond van artikel 1:394 BW dat de man onderhoudsplichtig is jegens hem, omdat de minderjarige nu geen juridische vader heeft.

Er ligt voor een verzoek van de vrouw om met ingang van 7 mei 2015 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige vast te stellen van € 714,- per maand.

De man voert verweer tegen het verzoek.

De rechtbank acht zich op basis van de thans tot het dossier bevindende stukken onvoldoende ingelicht om het verzoek te beoordelen en daarop te beslissen. Het verzoek is ook nog niet inhoudelijk mondeling behandeld. De rechtbank zal daarom de behandeling van de zaak pro forma aanhouden met verzoek aan de advocaten om de rechtbank en wederpartij binnen de hierna genoemde termijnen als volgt te informeren:

de advocaat van de vrouw wordt verzocht binnen vier weken na de datum van deze beschikking te berichten of de vrouw zich beroept op een door partijen gemaakte afspraak of dat zij zich baseert op de wettelijke maatstaven. In het laatste geval dient zij deze nader te stellen en te onderbouwen met onderliggende stukken;

de advocaat van de man wordt verzocht binnen vier weken na het ontvangen van bovenstaand bericht van de vrouw een schriftelijke reactie hierop te geven, zo nodig met onderliggende stukken. Daarbij geldt dat van elk Spaanstalig stuk dat in het kader van de onderhoudsplicht reeds in het geding is, of nog zal worden, gebracht een Nederlandse vertaling moet worden overgelegd.

Er zal daarop volgend in beginsel een voortzetting van de mondelinge behandeling worden bepaald.

Proceskosten

Bij eindbeschikking zal de rechtbank beslissen over de proceskosten. Met het oog op die beslissing oordeelt de rechtbank nu al het volgende.

Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, aldus artikel 21 Rv.

In de tussenbeschikking heeft de rechtbank al aandacht geschonken aan het feit dat man een citaat van de vrouw, uit de conversatie zoals die is weergegeven in rechtsoverweging 2.1.1, volledig uit zijn context heeft gehaald. Wat de man presenteert als erkenning van de vrouw dat hij niet de vader is, is in feite een woedende uitlating van de vrouw, dat de man het vertikt zijn rol als vader op te pakken. De achterliggende gedachte is, zo blijkt uit de rest van de conversatie, overduidelijk dat de vrouw er wel degelijk van overtuigd is dat de man de vader van de minderjarige is. De rechtbank is van oordeel dat door deze wijze van citeren artikel 21 Rv is geschonden. Immers, de juiste betekenis van de uitspraak van de vrouw blijkt zonder meer uit de context, die de man ook bekend was, en het kan niet anders zijn dan dat die bewust is verdraaid.

Hier is het echter niet bij gebleven. De man heeft na de tussenbeschikking geprobeerd de rechtbank zand in de ogen te strooien over de authenticiteit van WhatsApp-berichten. Daar is hij heel actief in geweest: hij heeft bewerkte screenshots ingediend waaruit zou moeten volgen dat het heel makkelijk is om bewijs te fabriceren en hij heeft een dik rapport ingebracht dat de rechtbank zou hebben moeten doen twijfelen aan de print-outs van de WhatsApp-conversatie tussen partijen. Tegen de achtergrond van het feit dat man wist dat de stukken van de vrouw klopten – hij nam immers zelf deel aan die WhatsApp-conversatie –, kan de rechtbank niet anders oordelen dan dat ook dit een schending van artikel 21 Rv is en wel een grove.

Dan is er nog het document dat in rechtsoverweging 2.2 is weergegeven. De inhoud van dit document is in strijd met de waarheid. Immers, de ontmoeting van de man en de vrouw vond plaats in de middag in een hotel in Valencia, terwijl volgens het document de man toen in Valladolid zou zijn geweest. Die plaatsen liggen in orde van grootte van 550 km van elkaar, gemeten over de weg. Het lijdt geen twijfel dat dit document op initiatief van de man is opgesteld. Of de man dit zelf heeft gedaan of dat een ander dat heeft gedaan kan in het midden blijven, want de man weet van de onjuistheid ervan en heeft het toch ingebracht ter ondersteuning van zijn leugenachtige verklaring dat hij niet in Valencia was. Ook dit is een schending van artikel 21 Rv en ook een grove.

De heeft man zelfs op de mondelinge behandeling nog de rechtbank voorgelogen. De rechtbank heeft gecontroleerd welk nummer werd gebruikt door de gebruiker die “ [naam 3] ” werd genoemd en geconstateerd dat dit +34 660 48 28 29 was. Daarop heeft de rechtbank aan de man gevraagd of dit zijn nummer is. “Nee” was het antwoord. Op zijn slechtst was dat een leugen of op zijn best in elk geval niet de gehele waarheid. Immers, toen de rechtbank vroeg of hij dat nummer wel in gebruik had gehad, erkende de man dat. Zijn verklaring dat dit was “tot circa 2014-2015” is echter in tegenspraak met zijn eigen stelling dat hij [naam 3] is in de fragmenten A en B. Deze fragmenten dateren van jaren later, wat maakt dat geen sprake kan zijn van een vergissing of onnauwkeurige herinnering. Hier loog de man. Ook dit is een schending van artikel 21 Rv.

De consequente verklaring van de man, dat hij niet de verwekker is van de minderjarige en dit ook niet kan zijn, is eveneens een leugen en een grove schending van de artikel 21 Rv.

De waarheidsplicht van artikel 21 Rv is een van de fundamenten van het burgerlijk procesrecht en aan schending daarvan tilt de rechtbank dan ook zwaar, zeker als de schendingen zo grof, zo bewust en zo herhaald zijn als in deze zaak. Hieraan verbindt de rechtbank niet alleen het gevolg dat de man zal worden veroordeeld in de proceskosten van de vrouw, wat uitzonderlijk is in familiezaken, maar ook dat deze proceskostenveroordeling zal zijn gebaseerd op de werkelijk door de vrouw gemaakte kosten in plaats van het liquidatietarief. Dat laatste is nog uitzonderlijker, maar wordt gerechtvaardigd door het handelen van de man.

Hoewel het ouderschap zal worden vastgesteld op het verzoek dat de bijzondere curator namens de minderjarige heeft gedaan en niet op het verzoek van de vrouw, is er toch aanleiding om de man in haar kosten te veroordelen. De grond voor de onderhoudsbijdrage die zij verzoekt is immers gelegen in het juridisch, en daarop vooruitlopend: biologisch, ouderschap van de man. Daarmee heeft de schending van de waarheidsplicht dus niet alleen gevolgen in het geding tussen de minderjarige en de man, maar óók in het geding tussen de vrouw en de man. Zij is bovendien – logischerwijs – degene die de meeste tijd en moeite heeft gestoken in het vergaren van bewijsmiddelen en zij is ten slotte als belanghebbende ook partij in het geding tussen de minderjarige en de man.

De rechtbank verzoekt de vrouw bij het bericht dat de rechtbank van haar verwacht (rechtsoverweging 3.4.3, eerste streepje) een opgave te doen van gemaakte kosten tot aan deze uitspraak, onderbouwd met onderliggende stukken als urenstaten en facturen. De man kan daar dan op reageren in het bericht dat hij in reactie mag verzenden (rechtsoverweging 3.4.3, tweede streepje).

De kosten die na de beschikking van heden worden gemaakt zullen, zoals de zaken er nu voorstaan, in beginsel worden gecompenseerd. Na deze beschikking is de zaak op de keper beschouwd een alimentatiezaak zoals vele andere en als daarin (verder) wordt geprocedeerd zoals in de gemiddelde zaak, is er geen reden om de daarmee gemoeide kosten in een proceskostenveroordeling te betrekken. Deze plegen immers in het algemeen te worden gecompenseerd tussen partijen.

4. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 juni 2026 PRO FORMA, met verzoek aan de advocaten van partijen om de rechtbank te informeren zoals weergegeven onder rechtsoverwegingen 3.4.3 en 3.5.10;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. drs. J. van den Bos, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M. Ligthart, griffier, op 27 maart 2026.

Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, staat tegen deze beschikking hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Ligthart

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?