Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-010287-22
Datum uitspraak: 12 maart 2026
Datum zitting: 2 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. H.L. Heemskerk
Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met anderen handelen in cocaïne en heroïne, het samen met anderen verrichten van voorbereidingshandelingen voor de handel in verdovende middelen en het samen met anderen aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne en heroïne. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten voor de duur van 65 dagen met aftrek. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met anderen heeft gehandeld in verdovende middelen (feit 1), samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor de handel in verdovende middelen (feit 2) en samen met anderen een hoeveelheid cocaïne en heroïne aanwezig heeft gehad (feit 3).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij, in of omstreeks de periode van 5 november 2021 tot en met 12 januari 2022 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij, op of omstreeks 12 en/of 13 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/ of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/ of vervoeren, en/ of
- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne en/ of heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en /of zijn mededader(s), wist (en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft hij en/of zijn mededader(s)
- een woning gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam gehuurd en/of ter beschikking gesteld en/ of
- ( een) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad waaronder: één of meerdere weegschalen en/of kom(men) en/of strijkzak(ken) en/of (zip-lock) zakje(s) en/of ponypack(s) en/of een pers en /of een sealapparaat en/of
- ( een) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën /grondstoffen/versnijdingsmiddelen voorhanden gehad waaronder: 6,8 gram fenacetine en /of 361,8 gram paracetamol;
3
hij, op of omstreeks 12 en/of 13 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 30,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en /of ongeveer 355,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/ of heroïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 2 en 3. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de handel in cocaïne en heroïne, het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet en medeplegen van het aanwezig hebben van 30,6 gram cocaïne en 355,7 gram heroïne. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie
4. Proces-verbaal van de politie
5. Proces-verbaal van de politie
6. Proces-verbaal van de politie
7. Proces-verbaal van de politie
8. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 1]
9. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2]
10. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
11. Proces-verbaal van de politie
12. Proces-verbaal van de politie
13. Deskundigenverslag
14. Deskundigenverslag
15. Deskundigenverslag
De bewezenverklaring van de feiten 2 en 3 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb in de periode van 5 november 2021 tot en met 12 januari 2022 in Rotterdam gedeald via de telefoon. Ik noemde mijzelf [valse naam verdachte] . Ik moest de telefoon opnemen en iemand aansturen en ik kreeg daarvoor per week geld. Ik wist dat het om drugs ging. Het kan zijn voorgekomen dat ik erbij was als de drugs naar de klant werd gebracht. Ik heb er wel eens naast gezeten in de auto. Ik ben in de woning aan de [adres 2] te Rotterdam aangehouden. Ik was regelmatig in de woning.
2. Proces-verbaal van de politieVanuit de taplijn is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer [gsm-nummer 1] zichzelf [valse naam verdachte] noemt.
12-01-2022, 20:21 uur, [gsm-nummer 2] belt uit naar [valse naam verdachte] . De klant zegt dat hij in
Crooswijk is, bij de 'Mocromoskee'. [valse naam verdachte] zegt dat hij zijn adres moet sturen, hij werkt met adres.
12-01-2022, 20:23 uur, [gsm-nummer 2] stuurt een bericht naar [valse naam verdachte] , inhoud: Pootstraat
12-01-2022, 21:00 uur, [gsm-nummer 2] belt uit naar [valse naam verdachte] . [valse naam verdachte] zegt dat 'hij' er over 2 minuten is. [valse naam verdachte] wil een huisnummer weten. De klant weet het niet, maar zal naar de boksschool lopen.
12-01-2022, 21:03 uur, [gsm-nummer 2] belt uit naar [valse naam verdachte] . De klant zegt dat hij er staat. [valse naam verdachte] wil het huisnummer weten. Nummer [nummer X] zegt de klant.
12-01-2022, 21:07 uur, [valse naam verdachte] belt uit naar [gsm-nummer 2] . [valse naam verdachte] zegt dat 'hij' op het pleintje is. De klant zegt dat hij ook op het pleintje is. [valse naam verdachte] zegt dat 'hij' met een kleine grijze auto is. De klant zegt dat hij de auto ziet.
Omstreeks 21:14 uur werd de bestuurder van een grijze Nissan, met kenteken [kentekennummer] , aangehouden. De verdachte bleek te zijn genaamd: [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 2] 1999 te Marokko, GBA-adres [adres 3] te Rotterdam.
Het telefoonnummer [gsm-nummer 1] maakte 12 januari 2022 vanaf omstreeks 19:51 uur gebruik van de zendmast aan de Beverwaardseweg in Rotterdam en bleef deze zendmast gebruiken. De zo exact mogelijke locatie van de telefoon werd vastgesteld. Dit betrof het [adres 2] te Rotterdam. Vanaf omstreeks 22:35 uur werd de woning en de nabije omgeving door het observatieteam onder observatie genomen. Door het Team Parate Eenheid Rotterdam werd op 13 januari 2022, omstreeks 00:40 uur, ter aanhouding en daarop aansluitend een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning. In de woning waren vijf mannen aanwezig, waaronder [verdachte] .
3. Proces-verbaal van de politie
Tijdens het binnentreden in de woning gelegen aan het [adres 2] te Rotterdam op 13 januari 2022 werd ook aangemerkt als verdachte van het overtreden van de Opiumwet en aangehouden:
[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1996, aangehouden in de slaapkamer op de eerste verdieping.
Op 13 januari 2022 werd tijdens de doorzoeking in de woning gelegen aan het [adres 2] te Rotterdam het volgende in beslag genomen:
Ruimte C (gang), in meterkast:
Negen kartonnen doosjes met inhoud van 2000 zip-loek bags ( [goednummer 1] )
Negen gripzakjes, per gripzak de inhoud van 100 pony pak papiertjes ( [goednummer 2] )
Halve verpakking bruine stof, vermoedelijk heroïne ( [goednummer 3] )
Boterhamzak goed gevuld met vermoedelijk heroïne, bruin ( [goednummer 4] )
Doos met circa 1000 gripzakjes ( [nummer] )
Ruimte D (hok):
Twee weegschalen ( [goednummer 5] )
Zilverkleurige pers (stempel) van circa 15x30 cm ( [goednummer 6] )
Vijf boterhamzakjes met verschillende kleuren poeder ( [goednummer 7] )
Ruimte E (chill), 1e verdieping:
Twee weegschalen ( [goednummer 8] )
Meerdere papiertjes met opdruk: pony-pak ( [goednummer 9] )
Plastic zakje met papiertje en wit poeder ( [goednummer 10] )
Plastic zakje met wit poeder/brokken ( [goednummer 11] )
Twee plastic zakjes met bruin poeder ( [goednummer 12] )
Pan met daarin wit poeder en witte brokken ( [goednummer 13] )
4. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Beslagene: [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1994
Goednummer: [nummer proces-verbaal 1]
Object: Keukenartikel (Weegschaal)
Aantal/eenheid: 2 stuks
Goednummer: [nummer proces-verbaal 2]
Inhoud/specificatie: meerdere papiertjes met de opdruk pony-pak
Goednummer: [nummer proces-verbaal 3]
Object: verdovende middelen
Inhoud/specificatie: plastic zakje met papiertje en wit poeder
Goednummer: [nummer proces-verbaal 4]
Object: verdovende middelen
Inhoud/specificatie: plastic zakje met wit poeder/brokken
Goednummer: [nummer proces-verbaal 5]
Object: verdovende middelen
Inhoud/specificatie: twee plastic zakjes met bruin poeder
Goednummer: [nummer proces-verbaal 6]
Object: kookapparatuur (Pan)
Inhoud/specificatie: pan met daarin wit poeder en witte brokken
5. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Beslagene: [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1994
Goednummer: [nummer proces-verbaal 7]
Object: Keukenartikel (Weegschaal)
Aantal/eenheid: 2 stuks
6. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Goednummer: [nummer proces-verbaal 8]
Object: Drukpers
7. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Beslagene: [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1994
Goednummer: [nummer proces-verbaal 9]
Object: sealbag
Inhoud/specificatie: 9 kartonnen doosjes met de inhoud 2000 zip lock bag
Goednummer: [nummer proces-verbaal 10]
Object: sealbag
Inhoud/specificatie: 9 gripzakjes, per gripzak de inhoud van 100 pony pak papiertjes
8. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Goednummer: [nummer proces-verbaal 11]
Object: verdovende middelen (heroïne)
Inhoud/specificatie: 1 halve verpakking vermoedelijk heroïne, bruine stof
Goednummer: [nummer proces-verbaal 12]
Object: verdovende middelen (heroïne)
Inhoud/specificatie: 1 boterhamzak goed gevuld met vermoedelijk heroïne, bruin
Goednummer: [nummer proces-verbaal 13]
Object: zak plastic
Inhoud/specificatie: 1 doos met circa 1000 gripzakjes
9. Schriftelijk stuk, kennisgeving van inbeslagneming
Beslagene: [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1994
Goednummer: [nummer proces-verbaal 14]
Object: poeders
Aantal/eenheid: 5 stuks
Bijzonderheden: 5 boterhamzakjes met verschillende kleuren poeder
10. Proces-verbaal van de politie
Goednummer: [nummer proces-verbaal 3]
SIN van goed: AAPN1246NL
Gewicht netto: 6,8 gram
Indicatieve test van sporendrager:
TruNarc: positief voor fenacetine
Fenacetine kan gebruikt worden als versnijdingsmiddel.
Goednummer: [nummer proces-verbaal 4]
SIN van goed: AAPN1247NL
SIN van monster: AAPN1238NL
Gewicht netto: 3,3 gram
Indicatieve test van sporendrager:
[naam 1] : positief voor cocaïne
Goednummer: [nummer proces-verbaal 5]
SIN van goed: AAPN1245NL
SIN van monster: AAPN1236NL
Gewicht netto: 21,1 gram
Indicatieve test van sporendrager:
[naam 2] : positief voor heroïne
Goednummer: [nummer proces-verbaal 6]
SIN van goed: AAPN1241NL
SIN van monster: AAPN1239NL
Gewicht netto: 27,3 gram
Indicatieve test van sporendrager:
[naam 1] : positief voor cocaïne
Goednummer: [nummer proces-verbaal 11]
SIN van goed: AAPN1250NL
SIN van monster: AAPN1240NL
Gewicht netto: 193,9 gram
Indicatieve test van sporendrager:
[naam 2] : positief voor heroïne
Goednummer: [nummer proces-verbaal 12]
SIN van goed: AAPN1249NL
SIN van monster: AAPN1237NL
Gewicht netto: 140,7 gram
Indicatieve test van sporendrager:
[naam 2] : positief voor heroïne
Goednummer: [nummer proces-verbaal 14]
SIN van goed: AAPN1248NL
Gewicht netto: 361,8 gram
Indicatieve test van sporendrager:
Trunarc: positief voor paracetamol
Paracetamol is een werkzame stof van een geneesmiddel die tevens gebruikt kan worden als versnijdingsmiddel.
11. Deskundigenverslag
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAPN1240NL
poeder en brokjes, bruin, uit 193,9 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een
bevat heroïne
Heroïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
12. Deskundigenverslag
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAPN1236NL
poeder en brokjes, bruin, uit 21,1 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: twee
bevat heroïne
Heroïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
13. Deskundigenverslag
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAPN1237NL
poeder en brokjes, bruin, uit 140,7 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een
bevat heroïne
Heroïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
14. Deskundigenverslag
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAPN1239NL
poeder en brokjes, wit, uit 27,3 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een
bevat cocaïne
Cocaïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
15. Deskundigenverslag
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAPN1238NL
poeder en brokjes, wit, uit 3,3 gram; aantal
bemonsteringen in onderzoek: een
bevat cocaïne
Cocaïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.
16. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [getuige 3]
Ik sta ingeschreven op het [adres 2] in Rotterdam. In totaal zit ik al vier maanden in een kliniek. In november 2021 werd ik opgenomen en momenteel verblijf ik daar zeven dagen per week. Alleen de vriend van mijn ex heeft toegang tot de woning. De vriend van mijn ex is [voornaam verdachte] . Alleen [voornaam verdachte] heeft een huissleutel van de woning. Ik heb de sleutel van de woning zelf aan [voornaam verdachte] gegeven. Ik bood hem aan dat hij als hij dat wilde gebruik van mijn woning kon maken.
17. Proces-verbaal van de politie, verklaring van [getuige 1]
Als hij via die nummers (de rechtbank begrijpt: [gsm-nummer 1] en [gsm-nummer 3]) verdovende middelen bestelt, komen ze de verdovende middelen bij hem thuis brengen.
Hij kocht al best lang bij die personen en meestal een paar keer in de week. Hierna lieten wij aan [getuige 1] drie foto´s zien. Op de foto´s staan afgebeeld op foto 1 [verdachte] , op foto 3 staat afgebeeld [verdachte] met baard. [getuige 1] vertelde dat hij van deze personen verdovende middelen had gekocht. Hij vertelde dat de man op foto 1 en 3 dezelfde persoon is.
18. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2]
Wij verbalisanten lieten aan [getuige 2] 3 foto´s zien. Op de getoonde foto´s staat afgebeeld op foto 1 [verdachte] , op foto 3 staat afgebeeld [verdachte] met baard. [getuige 2] vertelde dat hij van deze personen verdovende middelen had gekocht. Hij vertelde dat de man op foto1 en 3 dezelfde persoon is. Hij vertelde dat hij voor ongeveer 25 euro aan verdovende middelen kocht als hij moet ontluchten en dat hij dit regelmatig deed. Hij wist niet meer hoelang hij al bij de personen kocht. Hij belde deze mannen op één van de nummer [gsm-nummer 1] of [gsm-nummer 3] . Hij vertelde dat de verdovende middelen bij hem thuis werden bezorgd.
Bewijsmotivering
Door de verdediging is bepleit dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de spullen in de woning. Enig objectief bewijsmiddel daaromtrent ontbreekt, aldus de verdediging. De verdachte geeft aan niet de beschikking over een sleutel van de woning te hebben gehad en dat niet kan worden uitgesloten dat er meerdere personen een sleutel van de woning hadden. Er is geen sleutel bij hem aangetroffen en ook zijn geen dactysporen of DNA van de verdachte op de spullen in de woning aangetroffen. Verder heeft de verdachte verklaard dat hij enkel de dealtelefoon opnam en de drugs niet bij de klanten heeft gebracht.
De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende. De verdachte heeft bekend te hebben gedeald in harddrugs. Hij heeft daartoe een dealtelefoon beheerd en andere personen aangestuurd. Aan de telefoon gebruikte hij de naam [valse naam verdachte] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op 13 januari 2022 is aangehouden in de woning aan het [adres 2] te Rotterdam. Hij heeft erkend daar vaker te zijn geweest. De verdachte gebruikte de dealtelefoon ook vanuit die woning. De verdachte stuurde de medeverdachte [medeverdachte 1] naar de klanten toe. Dat deed hij in ieder geval sinds 5 november 2021. Die dag stuurde hij via zijn Snapchataccount ‘ [accountnaam] ’ het telefoonnummer [gsm-nummer 3] naar medeverdachte [medeverdachte 1] . Gebleken is dat hij via dit telefoonnummer ook drugs verhandelde. In de woning zijn – in verschillende ruimtes – verdovende middelen en stoffen en voorwerpen die verband houden met de handel in verdovende middelen aangetroffen. De verdachte heeft als enige de sleutel van de woning gekregen van de eigenaresse van de woning, die tijdelijk ergens anders verbleef. De verdachte mocht van haar gebruik maken van haar woning. Verder identificeren twee harddrugsgebruikers de verdachte als de persoon van wie ze verdovende middelen hebben gekocht en zijn hun telefoonnummers ook opgeslagen als contact in de telefoon(s) van de verdachte. Getuige [getuige 1] heeft verklaard al best lang een paar keer in de week bij verdachte verdovende middelen te kopen. Getuige [getuige 2] verklaart regelmatig bij de verdachte verdovende middelen te kopen en dat deze bij hem thuis werden gebracht.
Gelet op bovenstaande acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij enkel de dealtelefoon beheerde en niks afwist van de verdovende middelen, stoffen en goederen in de woning, onaannemelijk. De verdachte was in het bezit van de sleutel van de woning en heeft de woning ter beschikking gesteld. Daarbij acht de rechtbank het onaannemelijk dat een willekeurige derde in een woning waarin een forse hoeveelheid verdovende middelen liggen – met een behoorlijke waarde – wordt toegelaten. De rechtbank stelt op basis van de gedragingen van de verdachte en de overige bewijsmiddelen vast dat de verdachte, samen met anderen, voorbereidingshandelingen voor de handel in verdovende middelen heeft verricht en een hoeveelheid cocaïne en heroïne aanwezig heeft gehad. Dat maakt dat naast feit 1, ook de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen zijn.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
feit 1
hij, in de periode van 5 november 2021 tot en met 12 januari 2022 te Rotterdam, meermalen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2
hij, op 12 en 13 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
- het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
- voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft hij en/of zijn mededaders
- een woning gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam ter beschikking gesteld en
- hoeveelheden (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad waaronder: meerdere weegschalen en zip-lock zakjes en ponypacks en een pers en
- hoeveelheden versnijdingsmiddelen voorhanden gehad waaronder: 6,8 gram fenacetine en 361,8 gram paracetamol;
feit 3
hij, op 12 en 13 januari 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad 30,6 gram cocaïne en 355,7 gram heroïne.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1, 2 en 3 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 65 dagen, met aftrek van het voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het handelen in harddrugs, daarop gerichte strafbare voorbereidingshandelingen en het aanwezig hebben van harddrugs. Hij heeft zich bezig gehouden met het dealen in harddrugs, waarbij hij onder meer een dealtelefoon beheerde, andere personen aanstuurde en harddrugs afleverde bij gebruikers. In de verdachte waarvan hij gebruik mocht heeft hij verschillende benodigdheden en versnijdingsmiddelen voorhanden gehad en in totaal 30,6 gram cocaïne en 355,7 gram heroïne aanwezig gehad.
Het is algemeen bekend dat de handel in harddrugs gepaard gaat met vele andere vormen van (zware) criminaliteit, waaronder geweld en ondermijning. Daarnaast zijn drugs slecht voor de volksgezondheid en is de productie en verwerking daarvan slecht voor het milieu. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van die negatieve effecten.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 21 januari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Het strafblad van de verdachte leidt niet tot een hogere straf, omdat deze veroordeling is gelegen na de pleegperiode van de feiten 1, 2 en 3. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing, hetgeen de rechtbank op strafverminderende wijze meeweegt. Verder is de verdachte sinds de opheffing van zijn voorlopige hechtenis op 18 maart 2022 niet met politie of justitie in aanraking geweest.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte werkt als zzp’er in de zorg, heeft onderdak en een relatie.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 13 januari 2022, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van vier jaren en twee maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarmee zal rekening worden gehouden in de keuze van strafmodaliteit. In plaats van een langdurige gevangenisstraf zal een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, in combinatie met een taakstraf worden opgelegd.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is in beginsel voor deze feiten niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.
Er wordt een gevangenisstraf van 65 dagen opgelegd. De gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis.
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is daarnaast een forse taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 240 uur opgelegd.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen van de beslaglijst van 21 januari 2026 worden verbeurd verklaard, met uitzondering van de sjaal en de computer van het merk Asus. De officier van justitie heeft gevorderd dat deze in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende worden teruggegeven.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het standpunt van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 3 worden de in beslag genomen voorwerpen van de beslaglijst van 21 januari 2026, met uitzondering van de sjaal (nummer 17) en de computer van het merk Asus (nummer 5), verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. De voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. De strafbare feiten zijn met behulp van de voorwerpen gepleegd. Degene aan wie deze voorwerpen toebehoren was bekend met het gebruik in verband met de strafbare feiten, of had dat gebruik redelijkerwijs kunnen vermoeden.
Teruggave
De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen sjaal en computer van het merk Asus aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 65 (vijfenzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1, 2 en 3 de voorwerpen met nummer 1 t/m 4 van de beslaglijst, de voorwerpen met nummer 6 t/m 16 van de beslaglijst en de voorwerpen met nummer 18 t/m 24 van de beslaglijst;
- beveelt de teruggave van de sjaal (nummer 17 van de beslaglijst) en computer van het merk Asus (nummer 5 van de beslaglijst) aan de rechthebbende.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.C. Oord, voorzitter,
en mrs. M.J.M. van Beckhoven en G.C. Bos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 12 maart 2026.
Mr. G.C. Bos is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.