ECLI:NL:RBROT:2026:4802

ECLI:NL:RBROT:2026:4802

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 10-337507-25 en 96-033153-24 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor een inbraak, samen met anderen gepleegd, waarbij 156 zakken hennep zijn weggenomen. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het samen met anderen vervoeren en aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep van meer dan 30 gram. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden. De vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-337507-25

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 96-033153-24

Datum uitspraak: 2 april 2026

Datum zitting: 19 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. L.C. Siebrand

Officier van justitie: mr. H.H. Balk

Benadeelde partij: [benadeelde]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor een inbraak, samen met anderen gepleegd, waarbij 156 zakken hennep zijn weggenomen. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het samen met anderen vervoeren en aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep van meer dan 30 gram. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van bijzondere voorwaarden. De vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wordt toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met anderen heeft ingebroken en daarbij 156 zakken hennep heeft gestolen en dat hij samen met anderen 156 kilogram hennep heeft vervoerd, althans aanwezig heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op of omstreeks 9 december 2025 te Zuidland, gemeente Nissewaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 156 zakken hennep, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2

hij op of omstreeks 9 december 2025 te Zuidland, gemeente Nissewaard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 156 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 2 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met anderen heeft ingebroken en daarbij 156 zakken hennep heeft weggenomen en dat hij samen met anderen een hoeveelheid hennep heeft vervoerd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [getuige] , namens [benadeelde]

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van politie

6. Proces-verbaal van de politie

7. Proces-verbaal van de politie

De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Ik ben aangesproken om een klusje te doen en daar goederen weg te halen. Het zou in een garagebox of loods zijn. De dozen die binnen stonden hebben we weggenomen. Eenmaal binnen lag er een witte zak en daarop lagen ook pakketten en die heb ik ook meegenomen. Ik zou hier € 2.500 voor krijgen.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 9 december 2025 te Zuidland zag ik dat er een witte bestelauto in mijn richting reed. Ik zag dat er drie mannen voorin het voertuig zaten. Ik zag dat de witte bestelauto stopte en dat beide deuren open gingen. Ik zag dat de drie mannen die in de witte bestelauto zaten, uitstapte en wegrenden. Ik zag dat de man stopte en op zijn knieën ging zitten. De verdachte bleek te zijn genaamd: [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1992, in [geboorteplaats] .

Ik, verbalisant [naam verbalisant] , zag dat de witte bestelauto een Ford Transit was met het kenteken: [kentekennummer] . Ik opende de zijdeur van de Ford Transit. Ik zag dat de laadruimte vol lag met zwarte gesealde pakketten en meerdere kartonnen dozen. Ik zag dat de gesealde pakketten op een hoop lagen. Ik zag dat er op een aantal zwarte pakketten BR stond. Ik nam het voertuig met de inhoud in beslag ter waarheidsvinding. Ik, verbalisant [naam verbalisant] , opende één zwarte sealbag door deze open te snijden. Ik zag dat er groene henneptoppen in zaten. Ik rook een sterke penetrante lucht en ik herkende de lucht ambtshalve als zijnde hennep.

3. Proces-verbaal van de politie

Wij zagen de persoon op de grond in het weiland liggen. De verdachte bleek te zijn: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1989.

4. Proces-verbaal van de politie

Door mij verbalisant werden deze honderdzesenvijftig (156) zakken hennep geteld en het bruto gewicht gewogen. Ik zag dat het bruto gewicht inclusief de verpakking in totaal 176.52 kilo bedroeg.Door mij werden tien willekeurige zakken geopend. Dit waren twee witte/doorzichtige zakken en acht zwarte zakken. Ik zag en rook dat in al deze zakken hennep aanwezig was. Ik zag dat de hennep in de zwarte zakken in een vacuümverpakte zwart sealbag zat. Ik zag dat elke vacuümverpakte sealbag weer afzonderlijk ingepakt was in drie andere zwarte sealbags. Ik woog van de tien opengemaakte zakken het gezamenlijk netto gewicht van de inhoud. Ik zag dat het gezamenlijk netto gewicht van de inhoud van deze zakken in totaal 10 kilogram bedroeg.

5. Proces-verbaal van de politie

Tijdens de weging werd de inhoud van 10 zakken gewogen. Het nettogewicht van deze 10 zakken betreft 10 kilo aan hennep. Dit komt neer op 1 kilo hennep per pakket.

Het is dus aannemelijk dat de inhoud van de 156 pakketten een totaal netto gewicht hebben van ongeveer 156 kilo.

Bewijsmotivering

Door de verdediging is bepleit dat het vervoeren van hennep niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu er geen opzet was – ook niet in voorwaardelijke zin – op het vervoeren van hennep. Aangevoerd is dat de opzet van de verdachte wel gericht was op het meenemen van de spullen maar niet op het meenemen van hennep. Er is geen bewijs voor de wetenschap bij de verdachte dat zij zich bezighielden met het wegnemen en vervoeren van hennep, aldus de verdediging.

De rechtbank stelt het volgende op basis van het dossier vast. Op 9 december 2025 hebben drie personen, waaronder de verdachte, ingebroken in een loods in Zuidland. Er zijn daarbij dozen weggenomen uit de loods en in de bestelauto geplaatst. De drie personen zijn vervolgens in de bestelauto gestapt en weggereden, waarna zij een stopteken van de politie hebben gekregen. In de bestelauto zijn de dozen aangetroffen met daarin in totaal 156 zakken met hennep. De verdachte heeft verklaard niet te hebben geweten wat zich in de dozen bevond. Hij zou de opdracht hebben gekregen dozen uit de loods weg te nemen en hij zou voor dat klusje € 2.500 krijgen.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het vervoeren en aanwezig hebben van hennep – aanwezig is als de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden.

Met het (in opdracht) inbreken in een loods en het daarbij wegnemen van dozen, zonder na te vragen en/of te controleren wat de inhoud van die dozen was, heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat in die dozen illegale goederen zaten. Gelet op de hoogte van de geldelijke vergoeding en de inhoud van de opdracht moet de verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust zijn geweest van de aanwezigheid van hennep, of in ieder geval illegale goederen, in die dozen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte het voorwaardelijk opzet heeft gehad op het vervoeren en aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep. Met het wegnemen en het in de bestelauto plaatsen van de dozen en het vervolgens wegrijden met de dozen heeft de verdachte ook de beschikkingsmacht gehad over de hennep.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen een hoeveelheid hennep heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad.

De politie heeft 156 zakken aangetroffen in de bestelauto, waarvan de inhoud van 10 zakken werd gewogen. Het nettogewicht van deze 10 zakken betreft 10 kilo aan hennep. Omdat de politie niet elke zak afzonderlijk heeft onderzocht, gefotografeerd en/of gewogen, kan niet worden bewezen dat de zakken die in de bestelbus zijn aangetroffen, de in de beschuldiging genoemde hoeveelheid van 156 kilogram bevatten. De rechtbank acht op basis van het aantal zakken dat in de bus is aangetroffen en het onderzoek aan een deel van de zakken wel bewezen dat de verdachten een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep hebben vervoerd.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij op 9 december 2025 te Zuidland, gemeente Nissewaard tezamen en in vereniging met anderen, 156 zakken hennep, aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

2

hij op 9 december 2025 te Zuidland, gemeente Nissewaard tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd en aanwezig heeft gehad, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

de meerdaadse samenloop van:

feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

en

feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, in combinatie een voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden zoals in het reclasseringsrapport vermeld. Door de verdediging wordt aangevoerd dat de kinderen van de verdachte het moeilijk hebben met de detentie van de verdachte. Daarnaast wijst de verdediging op het advies van de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een inbraak samen met anderen. De verdachten zijn naar de loods gegaan en hebben daar met een breekijzer de deur opengemaakt. Inbraken leiden tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft zich hiervan geen enkele rekenschap gegeven en was enkel uit op zijn eigen financiële gewin.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het samen met anderen vervoeren en aanwezig hebben van hennep. Bij de inbraak hebben de verdachten 156 zakken hennep weggenomen. Dit is een grote hoeveelheid softdrugs en vertegenwoordigt ook een substantiële waarde. De financiële belangen bij – en de handel in – dergelijke hoeveelheden softdrugs zijn bovendien zo groot, dat ter bescherming daarvan geweld en het plegen van andere strafbare feiten veelal niet wordt geschuwd. Dit alles heeft negatieve maatschappelijke gevolgen en daar moet krachtig tegen opgetreden worden.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar wel eerder onherroepelijk is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 17 maart 2026 staat het volgende.

Uit het onderzoek van de reclassering komen de leefgebieden dagbesteding, financiën (laag inkomen), sociaal netwerk, denken, gedrag en houding als delictgerelateerd naar voren. Daarnaast vormt mogelijk het middelengebruik ook een probleem. De verdachte is al een lange tijd werkloos en het lukt hem niet zelfstandig om een vaste legale baan te vinden. De verdachte en zijn partner, waarmee hij drie jonge kinderen heeft, leven van een gezinsuitkering. De verdachte trekt op met mensen die een negatieve invloed op hem hebben, lijkt makkelijk beïnvloedbaar en het lukt hem niet om zich van zijn verkeerde contacten te distantiëren. De indruk is dat dit bijdraagt aan het in stand houden van het delictgedrag. De reclassering vindt het zorgelijk dat de verdachte ondanks zijn eerdere veroordelingen, nog steeds verkeerde keuzes blijft maken en risico’s durft te nemen. De reclassering acht reclasseringstoezicht nodig, zodat praktische problemen aangepakt kunnen worden en de verdachte kan deelnemen aan behandeling die gericht is op het vergroten van zijn cognitieve vaardigheden en weerbaarheid. Daarnaast vindt de reclassering het van belang dat aandacht wordt besteed aan het middelengebruik. De reclassering vindt het positief dat de verdachte erkent dat hij hulp nodig heeft en openstaat voor de begeleidingsmogelijkheden van de reclassering. Daarnaast geeft hij aan niet meer in aanraking te willen komen met justitie, omdat hij een goede vader voor zijn kinderen wil zijn. Verder is het positief dat de partner een goede steunbron voor hem is en dat hij een hechte band heeft met zijn familie. De reclassering adviseert bij een (deels) voorwaardelijke straf de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, een contactverbod met de medeverdachten, beheersing van het middelengebruik en andere voorwaarden het gedrag betreffende (inspanningsverplichting om dagbesteding en inkomen te verkrijgen).

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte woont met zijn partner en zijn drie kinderen. Hij heeft een zoon en twee dochters. Hij is al enige tijd werkloos en heeft moeite om werk te vinden. Hij heeft een bijstandsuitkering. Voordat hij in detentie kwam, blowde hij.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarbij is rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het reclasseringsrapport en het strafblad van de verdachte. Alles afwegend wordt een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 3 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, beheersing van het middelengebruik en andere voorwaarden het gedrag betreffende (inspanningsverplichting om dagbesteding en inkomen te verkrijgen). De geadviseerde contactverbod met de medeverdachten wordt niet opgelegd, nu de rechtbank daartoe geen noodzaak ziet.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 maand, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen. De voorwaardelijke straf zag op

een Wegenverkeerswetfeit, waardoor het niet opportuun is om de voorwaardelijke straf in deze zaak ten uitvoer te leggen.

Oordeel van de rechtbank

De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 3 (drie) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- de verdachte heeft de inspanningsverplichting om een dagbesteding te vinden;

- de verdachte heeft de inspanningsverplichting om inkomen te verkrijgen;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de genoemde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 96-033153-24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, zoals opgelegd in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2024.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Bouter, voorzitter,

en mrs. A.M. van der Leeden en E. Kranendonk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 april 2026.

Mr. E. Kranendonk en mr. E.F. Meekhof zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Bouter

Griffier

  • mr. E.F. Meekhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?