ECLI:NL:RBROT:2026:4804

ECLI:NL:RBROT:2026:4804

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 10-219426-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Dordrecht

Samenvatting

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling van een politieagent en voor wederspannigheid. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 5 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en met bijzondere voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-219426-24

Datum uitspraak: 2 april 2026

Datum zitting: 19 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1973 in [geboorteplaats]

verblijvend op het adres [verblijfadres] , [postcode] [verblijfplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R.C. Fransen

Officier van justitie: mr. H.H. Balk

Benadeelde partij: [benadeelde]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling van een politieagent en voor wederspannigheid. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 5 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en met bijzondere voorwaarden. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij geprobeerd heeft zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan een politieagent door zijn keel dicht te knijpen en dat hij zich heeft verzet bij zijn aanhouding.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1. primair

hij op of omstreeks 31 januari 2024 te Ridderkerk, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet toen en daar de keel van die [slachtoffer] door middel van het aanleggen van een nekklem heeft dichtgeknepen en gedurende enige tijd dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 31 januari 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, een ambtenaar, [slachtoffer] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening, heeft mishandeld door een nekklem bij die [slachtoffer] aan te leggen en (daardoor) de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en enige tijd dichtgeknepen te houden;

2

hij op of omstreeks 31 januari 2024 te Ridderkerk, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer] , brigadier bij de Landelijke Eenheid, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte door:

- de handboeien uit de handen van die [slachtoffer] te slaan;

- het (telkens) met kracht uit de greep van die [slachtoffer] los te rukken;

- met gebalde vuist voor die [slachtoffer] te gaan staan en te zeggen "ik ga je voor je bek slaan";

- een nekklem bij die [slachtoffer] aan te leggen en (daardoor) de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en enige tijd dichtgeknepen te houden.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor feit 1 primair en feit 2.

Conclusie van de verdediging 22

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1 primair en subsidiair en voor feit 2. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een politieagent en aan wederspannigheid. De volledige bewezen-verklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten 1 primair en 2 is gebaseerd op de opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de aangever [slachtoffer]

Ik ben tijdens uitvoering van mijn werkzaamheden als politieambtenaar en herkenbaar als zodanig door de verdachte mishandeld en hij heeft mij getracht te verwurgen.

2. Proces-verbaal van de politieOp 31 januari 2024 was ik gekleed in mijn politievliegeruniform. Mijn uniform ziet er niet uit als het dagelijkse uniform dat de collega’s op straat dragen, echter op mijn uniform is duidelijk te zien dat ik van de politie ben. Ik droeg tevens mijn koppel met hieraan mijn geweldmiddelen.

Ik reed achter een voertuig en wilde de identiteit van de bestuurder vaststellen en waarschuwen voor zijn weggedrag. In de gemeente Ridderkerk zag ik dat hij ineens vol in de rem ging waardoor ik met mijn voertuig op een meter of vier achter hem tot stilstand kwam. Ik zag dat beide portieren van het voertuig open gingen en dat de bestuurder en de passagier uit de auto kwamen. Ik stapte ook uit mijn auto en maakte mij direct kenbaar als politie ambtenaar. Ik riep hard: "politie, staan blijven". Ik zag dat zij hier niet aan voldeden. Ik deelde nogmaals mede dat ik van de politie was en dat ik de bestuurder zijn identiteitsbewijs wilde inzien. Ik zag dat de passagier steeds dichter tegen mij aan ging staan en ik voelde dat hij fysiek werd. Ik voelde dat hij mij met zijn handen meerdere malen mij tegenhield en duwde. Ik hoorde hem in woorden van gelijke strekking tegen mij zeggen: "jij gaat niets doen." Ik riep direct naar hem dat hij was aangehouden. Ik hoorde dat hij tegen mij riep: "jij gaat helemaal niemand aanhouden". Ik hoorde dat hij dit meerdere malen tegen mij herhaalde in woorden van gelijke strekking. Ik pakte mijn handboeien en zei tegen de hem: "je bent aangehouden en anders ga ik mijn boeien gebruiken." Ik heb de verdachte meerdere keren gewaarschuwd, dat als hij niet mee zou werken ik geweld zou gebruiken tegen hem. Ik pakte hem beet bij de kleding aan de arm/schouder teneinde hem aan te houden en hem bij mij te houden. Ik voelde dat hij mijn handboeien uit mijn hand sloeg. Ik zag dat deze voor mij op de grond vielen. Ik zag dat de verdachte wegliep in de richting van de rotonde. Ik riep naar hem: "je bent aangehouden, staan blijven." Ik pakte de verdachte beet bij zijn kleding met als doel hem te doen stoppen. Ik voelde dat de verdachte zich met kracht uit mijn greep los rukte. Ik hoorde dat hij gilde: "pak mij niet vast, raak mij niet aan". Ik heb de verdachte meerdere keren beetgepakte en hem telkens medegedeeld dat hij aangehouden was en dat hij moest meewerken. Ik voelde dat de verdachte zich telkens met veel kracht lostrok. Ik heb vervolgens wederom de verdachte te voet ingehaald en hem opnieuw vastgepakt en medegedeeld dat hij was aangehouden. Ik zag en hoorde dat de man zeer agressief werd en een dreigende houding aannam. Ik zag dat hij met gebalde vuist voor mij ging staan en ik hoorde dat de verdachte zei: "ik ga je voor je bek slaan" of woorden van gelijke strekking. Ik voelde dat de verdachte mij beetpakte bij mijn kraag. Ik voelde dat de verdachte mij met kracht wegtrok alle kanten op waar ik niet heen wilde. Ik voelde mij genoodzaakt mijn wapenstok te trekken en de verdachte hiermee een slag op de arm te geven. Ik zag dat ik hem raakte echter ik bemerkte dat de verdachte hierdoor nog meer in het verzet ging. Ik voelde dat de verdachte mij beetpakte bij de bovenkleding en mij met kracht voorover trok waardoor ik met mijn hoofd in de holte van de elleboog van verdachte kwam. Ik voelde dat de verdachte mij met behulp van zijn arm begon te verwurgen. Ik voelde dat de verdachte dit met veel kracht deed. Ik hoorde dat de bestuurder tegen de verdachte riep: "laat hem los, laat hem los." Ik voelde dat de verdachte dit niet deed. Ik voelde dat hij alleen maar meer kracht zette en mij verwurgde. Ik voelde dat ik moeite kreeg met adem halen. Ik voelde dat ik mijn bewustzijn begon te verliezen. Ik voelde en hoorde tevens mijn strottenhoofd en mijn kaak kraken. Mijn strottenhoofd deed pijn. Ik heb toen duidelijk gemaakt dat ik geen lucht meer kreeg en dat de verdachte mij echt los moest laten. Ik zei met veel moeite tegen de verdachte dat hij mij los moest laten, omdat ik geen lucht meer kreeg. Ik voelde dat de verdachte dit niet deed en nog harder begon te wurgen. Ik heb mijn dienstwapen getrokken en een waarschuwingsschot in de lucht gegeven. Ik voelde dat de verdachte nog harder wurgde en mij nog steeds aan het verwurgen was. Ik heb vervolgens mijn dienstwapen hard in zijn onderbuik gedrukt, en heb met veel moeite duidelijk proberen te maken dat ik zou schieten. Ik heb met veel moeite tegen de verdachte gezegd dat ik zou schieten. Ik voelde dat de verdachte zijn verwurgen beëindigde en mij los liet. Ik kreeg weer lucht en moest bijkomen van de verwurging.

Eenmaal op het politiebureau begon ik pijn aan mijn linkerkant van mijn kaak, strottenhoofd, linker bovenlip en mijn rechterhand te voelen.

3. Proces-verbaal van de politieOp 31 januari 2024 zagen wij, verbalisanten, op de Populierenlaan in Ridderkerk twee personen verwikkeld in duw- en trekwerk. Wij zagen en hoorden dat de collega van de luchtvaart redelijk in paniek was en moeite had met ademhalen. Hij vertelde ons zojuist gewurgd te zijn door de verdachte.

De verdachte bleek te zijn genaamd: [achternaam verdachte] , [voornaam verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1973.

Ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , werd aangeroepen door een manspersoon, die aangaf te hebben gezien wat er was gebeurd. Deze man gaf mij op te zijn genaamd: [achternaam getuige] , [voornaam getuige] , geboren op [geboortedatum 2] 1999. Hij verklaarde het volgende:

"Zojuist hoorde ik geschreeuw op straat en liep ik naar het raam om naar buiten te kijken. Ik zag twee mannen met elkaar in gevecht waarbij de ene man in de rode trui, de andere man in het donker gekleed, in een soort wurgklem hield. Ik zag dat de man in het donker gekleed, een pistool pakte en één keer in de lucht schoot. Niet lang daarna liet de man met de rode trui de wurgklem los en liep weg. De man in het donker gekleed liep er achteraan.”

4. Proces-verbaal van de politie

Ik, verbalisant [naam verbalisant 2] , bekeek de beelden. Ik zag op de beelden een weg die ik herken als de Populierenlaan in Ridderkerk. Ik zag dat de verdachte met zijn arm de aangever vasthield om zijn nek. Ik zag dat aangever vervolgens met zijn rechterhand richting zijn heup bewoog. Ik zag dat hij vervolgens zijn rechterarm omhoog stak. Ik zag in zijn rechterhand een zwart voorwerp. Ik hoorde vervolgens een knal en zag een rookwolkje boven de rechterhand van aangever. Ik zag dat verdachte en aangever langzaam ronddraaien waardoor het voorwerp in de hand van aangever herkenbaar werd als een vuurwapen. Ik zag dat verdachte de aangever nog steeds vasthield en ik zag dat aangever zijn vuurwapen nog steeds omhoog richtte. Ik zag dat de aangever vervolgens het vuurwapen tegen de middel van verdachte plaatste. Ik zag dat verdachte de aangever vervolgens losliet.

5. Schriftelijk stuk, FARR medische informatie

Objectieve bevindingen:

1: Aan de rechterzijde van de hals net onder de rechter kaakhoek is een matig scherp begrensde rood-blauwe huidverkleuring aanwezig van +/- 7 cm bij 3 cm.

2: Aan de voorzijde van de nek, net boven het strottenhoofd, is een scherp begrensde lijnvormige rode huidbeschadiging aanwezig van +/- 1,5 cm.

Bijkomende gegevens:

1: Letsel is geduid als bloeduitstorting.

2: Letsel is geduid als krasverwonding.

Geschatte genezingsduur: bij een ongecompliceerd beloop is de geschatte genezingsduur 1-2 weken.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte de aangever bij zijn keel in een nekklem heeft gehouden. De aangifte wordt niet ondersteund door foto’s en het geconstateerde letsel past volgens de verdediging meer bij de verklaring van de verdachte dat hij de aangever om zijn hoofd heeft vastgehouden dan bij de verklaring van de aangever. Er zijn volgens de verdediging geen objectieve gegevens waaruit een aanmerkelijke kans op zwaar letsel kan worden afgeleid.

De rechtbank overweegt het volgende. Voor een poging tot zware mishandeling is vereist dat de verdachte opzet had om de aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen en dat dit opzet zich heeft geopenbaard in een begin van uitvoering van een handeling, waarmee, indien voltooid, zwaar lichamelijk letsel zou zijn toegebracht. Voornoemd opzet kan ook in de vorm van voorwaardelijk opzet aanwezig zijn geweest.

De aangever heeft – in het door hem opgemaakte proces-verbaal – verklaard dat de verdachte zijn keel heeft dichtgeknepen en dicht heeft gehouden. Naast dat de aangever dit proces-verbaal op ambtseed heeft opgemaakt, wordt zijn verklaring ook ondersteund door de FARR-verklaring waarin het letsel aan de hals wordt omschreven en door het proces-verbaal opgemaakt door de verbalisanten [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 3] die de aangever buiten adem en in paniek ter plaatse aantreffen. De aangever vertelt hen dan dat hij verwurgd is door de verdachte. Ook het proces-verbaal van het uitkijken van de beelden ondersteunt de verklaring van de aangever.

Het dichtknijpen van de keel is naar algemene ervaringsregels zozeer gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel – als gevolg van snel intredend zuurstofgebrek in de hersenen met ernstige lichamelijke gevolgen – dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte met zijn handelen in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en dat feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat niet buiten redelijke twijfel kan worden bewezen dat de aangever in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening was.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de aangever zich kenbaar heeft gemaakt als politieagent, dat hij een uniform droeg, dat hij een koppel droeg met handboeien en een vuurwapen en dat hij meermalen aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat hij was aangehouden. Dit maakt dat het voor de verdachte duidelijk was, of duidelijk had moeten zijn, dat hij werd aangehouden door een verbalisant. Daarmee

handelde de aangever in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Feit 2 is daarmee ook wettig en overtuigend bewezen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1 primair

hij op 31 januari 2024 te Ridderkerk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet toen en daar de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en gedurende enige tijd dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

hij op 31 januari 2024 te Ridderkerk zich met geweld en bedreiging met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer] , brigadier bij de Landelijke Eenheid, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van de verdachte door:

- de handboeien uit de handen van die [slachtoffer] te slaan;

- het telkens met kracht uit de greep van die [slachtoffer] los te rukken;

- met gebalde vuist voor die [slachtoffer] te gaan staan en te zeggen "ik ga je voor je bek slaan";

- de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en enige tijd dichtgeknepen te houden.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

Feit 2

wederspannigheid.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1 primair en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de verdachte bij een bewezenverklaring geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die langer is dan de duur van het voorarrest. De verdediging verzoekt verder rekening te houden met het advies van de reclassering en de overschrijding van de redelijke termijn.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een politieambtenaar. Hij heeft de keel van het slachtoffer dichtgeknepen en dichtgeknepen gehouden, waardoor het slachtoffer moeite had met ademen. Het slachtoffer heeft als gevolg daarvan letsel opgelopen aan zijn kaak en strottenhoofd. Daarnaast heeft de verdachte zich verzet bij zijn aanhouding. Dit zijn ernstige feiten. De verdachte heeft met zijn handelen op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Met zijn handelen heeft hij bovendien het respect en het gezag voor van een ambtenaar die een publieke taak verricht, ondermijnd. Politieagenten moeten ongehinderd en zonder gevaar voor eigen leven hun werk kunnen doen. Het handelen van de verdachte draagt ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Dit alles heeft namelijk plaatsgevonden op een openbare weg, waardoor er meerdere omstanders getuige van zijn geweest.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte in de afgelopen vijf jaren niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 25 juli 2026 staat het volgende.

De reclassering ziet risico’s voor recidive op het gebied van psychosociaal functioneren. De verdachte ervaart algemene agressiviteit en depressiviteit, wat mogelijk delictpleging als gevolg kan hebben. Hij is daarnaast gediagnosticeerd met het posttraumatisch stressstoornis (PTSS) en ADHD. Uit informatie van de Waag blijkt dat het van belang is dat de verdachte adequate manieren leert om met de emoties van agressiviteit en depressiviteit om te gaan. Daarnaast moet hij leren om aan de bel te trekken bij hulpverlenende instanties, indien nodig. Een behandeltraject is daarom geïndiceerd, zodat hij deze vaardigheden opnieuw aangeleerd krijgt. Daarnaast kan tijdens een reclasseringstoezicht aandacht besteed worden aan huisvesting en financiën. De verdachte heeft geen eigen woonadres – hij overnacht bij een vriend – en hij heeft schulden waarvan het onduidelijk is of hij deze aan het afbetalen is.

De reclassering ziet enkele risico’s in de relatie met zijn zoon, omdat zij vaker samen politie- en justitiecontact hebben gehad, zoals ook in onderhavige zaak het geval is. Er is verder onvoldoende informatie over het sociaal netwerk van de verdachte om hier een adequate risico-inschatting van te maken.

Bij een veroordeling adviseert de reclassering een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling. De reclassering adviseert geen gevangenisstraf op te leggen, omdat de verdachte een eigen onderneming heeft.

Redelijke termijn

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschonden. De verdachte is op 31 januari 2024 in verzekering gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van 2 jaar en 2 maanden verstreken.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met deze schending van artikel 6 EVRM.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin rekening mee dat het feit begaan is tegen een politieagent.

In strafverminderende zin houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eigen onderneming, en de omstandigheden van het geval, waaronder de rol van de aangever. Daarom wordt een gevangenisstraf van 5 maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 2 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde]

heeft als benadeelde partij voor de feiten € 1.500,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, gelet op de vrijspraak. Voor feit 2 geldt dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, nu immateriële schade voor dit feit niet kan volgen door de aard en ernst van de normschending. Daarnaast is er geen verklaring van een psycholoog of psychiater overgelegd waardoor de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De aard en ernst van de normschending brengen mee dat aangenomen kan worden dat de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. De benadeelde partij geeft in zijn schriftelijke toelichting bij de vordering aan last te hebben van herbelevingen en nachtmerries. Dat de benadeelde partij als gevolg van dit feit enige psychische schade heeft ondervonden acht de rechtbank aannemelijk. Dat er geen verklaring van een psycholoog of psychiater is overgelegd doet daar niets aan af.

Die schade wordt naar billijkheid vastgesteld op € 750,00. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 750,00 als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 31 januari 2024.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 7 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63, 180, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 2 (twee) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de benadeelde partij [benadeelde] (feit 1 primair en feit 2), te betalen een bedrag van € 750,00, als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 31 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor de feiten 1 primair en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] aan de staat € 750,00 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 31 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 7 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Bouter, voorzitter,

en mrs. A.M. van der Leeden en E. Kranendonk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 april 2026.

Mr. E. Kranendonk en mr. E.F. Meekhof zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I. Bouter

Griffier

  • mr. E.F. Meekhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?