Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 71-352269-25
Datum uitspraak: 2 april 2026
Datum zitting: 19 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] [postcode] , [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. L.E. Toet
Officier van justitie: mr. T.J. Kodrzycki
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie en een geluiddemper. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van vijf maanden, met aftrek van het voorarrest. De in beslag genomen mobiele telefoon van de verdachte wordt verbeurd verklaard.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met een ander een vuurwapen met bijbehorende munitie en een geluiddemper voorhanden heeft.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie en/of munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 Categorie II en/ of III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 6,35 Browning, voorhanden heeft gehad;
2
hij in of omstreeks de periode van 9 juli 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom en/of Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.
2. Geldigheid van de dagvaarding
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat de dagvaarding voor wat betreft de munitie nietig moet worden verklaard, omdat onvoldoende duidelijk is waartegen de verdachte zich moet verweren.
Oordeel van de rechtbank
Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat voor een andere, duidelijkere manier van ten laste leggen gekozen had kunnen worden. Dat betekent echter niet dat deze wijze van ten laste leggen in strijd is met de in artikel 261 Sv gestelde eisen, te weten opgave van het feit waar de verdachte van wordt verdacht en de tijd en plaats van het strafbare feit. In combinatie met het dossier moet het voor de verdachte voldoende duidelijk zijn geweest waarvan hij wordt verdacht en waartegen hij zich moet verweren. Dat blijkt overigens eveneens uit de omstandigheid dat er ook inhoudelijk verweer met betrekking tot dat feit is gevoerd.
De dagvaarding is geldig.
3. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit voor alle feiten, subsidiair vrijspraak bepleit ten aanzien van de munitie en meer subsidiair verzocht een kortere pleegperiode aan te houden. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een geluiddemper. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politieIn de woning van [medeverdachte] , aan de [adres 2] te Bergen op Zoom, zag ik in de slaapkamer een kledingkast met daarop geplaatst een witte mand met groene opdruk. In deze mand zag ik een zwart, op een handvuurwapen gelijkend voorwerp, een zwarte patroonhouder met patronen en een zwart op een geluiddemper lijkend buisvormig voorwerp, liggen. Vervolgens heb ik, verbalisant het op een vuurwapen gelijkend voorwerp, de patroonhouder en de geluidsdemper in beslag genomen (IBN [beslagnummer 1] ).
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte]
Ik maak gebruik van een iPhone 15. [verdachte] kwam met het verzoek om het wapen bij mij te laten. Ik heb gezegd dat het goed was. Hij heeft het bij mij achtergelaten. Hij weet ook waar het ligt. Het vuurwapen is in een mand op de kast in mijn slaapkamer. Daar heb ik hem in gedaan. Op het vuurwapen zit een demper. Die zit in de mand. Het is een zwart wapen. Het is een magazijn waar vier kogels in zitten. Het wapen is uit elkaar. Het is een handvuurwapen. De intentie was dat ik erbij zou zijn toen [verdachte] het vuurwapen van de persoon had gekocht. Ik had een bruine zak van de [naam 1] . Ik zeg: ik ga weg. Hij zei: nee joh wacht nog even. Ik wilde weglopen met de zak. Toen pakte hij de zak en zei: geef aan mij. Die persoon heeft toen dat wapen in die zak gedaan en [verdachte] heeft het wapen in die zak toen meegenomen. Toen hij bij mij thuis was heeft hij het vuurwapen in die mand gedaan. [verdachte] gaf mij het vuurwapen en ik hield het in mijn hand. En toen heb ik hem samen met [verdachte] in de mand gedaan.
3. Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte]
De twee chatgesprekken van 8 juli 2025, die staan aangeduid als geheime chat, zijn chatgesprekken met [verdachte] op Telegram. Op mijn telefoon is een fragment te zien waarop wordt geschoten met een vuurwapen in een bosrijk gebied. Dat is het vuurwapen dat bij mij thuis gevonden is. Hier werd hij getest. De persoon die te zien is op de fragmenten is de verkoper van het wapen dat ik thuis had liggen.
4. Proces-verbaal van de politie
Omschrijving wapen met geluiddemper
Goednummer: [goednummer 1]
Categorie omschrijving: Wapens/munitie/springstof
Object: Vuurwapen (Pistool)
Merk/model: Blow/Mini 9 (met geluiddemper)
Spoor identificatienr.: AATC3371NL
Kaliber: 7,65mm br.
Bijzonderheden: IBN- nr.: [beslagnummer 1]
Bijzonderheden: Vuurwapen met geluiddemper
Bijzonderheden: patroonmagazijn geladen met munitie
Bij mijn onderzoek zag ik dat het bijbehorend patroonmagazijn aanwezig was.
Tijdens het forensisch sporenonderzoek aan dit pistool bleek dat het patroonmagazijn gevuld was met 4 kogelpatronen.
Dit pistool is geschikt gemaakt om projectiel en door een loop af te schieten en de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Tijdens het afvuren van proefschoten functioneerde het wapen naar behoren. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° gelet op artikel 2 , lid 1, categorie III , onder 1° van de Wet wapens en munitie.
Omschrijving geluiddemper
Bij het voornoemd pistool werd tevens een metalen voorwerp aangetroffen, zwart van kleur. Ik zag dat dit voorwerp aan één zijde een inwendige schroefdraad had. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit voorwerp geschikt is om op het voornoemd pistool: BLOW, Mini-9 [SIN AATC3371NL] geplaatst te worden.
Dit voorwerp is een geluiddemper voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder f van de Regeling wapens en munitie. Derhalve is deze geluiddemper een aangewezen (ongewenst) voorwerp in de zin van artikel 2, lid 1, Categorie I onder 3e van de Wet wapens en munitie.
Omschrijving munitie uit patroonmagazijn
Goednummer: [goednummer 2]
Categorie omschrijving: Wapens/munitie/springstof
Object: Munitie (Kogelpatroon)
Aantal/eenheid: 4 stuks
Merk/type: Sellier & Bellot/Kogelpatroon
Spoor identificatienr.: AATC3415NL
Kaliber: 7,65mm br.
Bijzonderheden: Uit magazijn pistool blow [SIN AATC3371NL]
Deze kogelpatronen is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de WWM.
Deze kogelpatronen zijn geschikt om te worden verschoten met het voornoemd vuurwapen, BLOW Mini 9 [SIN AATC3371NL].
5. Proces-verbaal van de politie
Ik hoorde een politieambtenaar van arrestantenzorg zeggen dat de iPhone 15 tijdens de
insluitingsfouillering van [medeverdachte] was aangetroffen. Hierop toonde de politieambtenaar mij de fouilleringzak van [medeverdachte] . Ik, verbalisant, zag inderdaad dat de iPhone 15 in de fouilleringszak zat. Hierop heb ik, verbalisant, uit de fouilleringszak de iPhone 15 met goedcode [goednummer 3] inbeslaggenomen ter waarheidsvinding.
6. Proces-verbaal van de politie
Ik, verbalisant, deed een handmatige quickscan onderzoek naar Telegram op de iPhone 15. Ik zag dat er op deze gegevensdrager een Telegram Account ingelogd stond met de volgende gegevens:
Gebruikersnaam: [gebruikersnaam 2]
Telefoonnummer: [gsm-nummer 1]
Gebruikersnaam: [gebruikersnaam 1]
Ik, verbalisant, zag tijdens een quickscan in een naamloze ‘Secret Chat’.
Chat 1
Ik, verbalisant, verbaliseer een deel van dit gesprek op 8 juli 2025 beginnend om 22:28 uur. Ik zag een chat waarin vermoedelijk het aanschaffen van een vuurwapen besproken werd. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat de lading van de plug nu belangrijker is (mij is ambtshalve bekend dat de 'plug' in straattaal iemand is die dingen kan regelen of dingen verkoopt). Ik zag dat NN schreef dat de spinners zijn geland, 800 per stuk. Mij is ambtshalve bekend dat een 'spinner' in de UK-Drill muziekscene een Spinner verwijst naar een wapen, waarbij het woord verwijst naar het 'spinnen' van de trommel van een revolver. Ik zag dat [medeverdachte] schreef 'spinners doorboord', wat kan verwijzen naar een doorboord pistool, mij ambtshalve bekend als een omgebouwd alarmpistool.
Verder las ik dat [medeverdachte] schreef 'Pap staat klaar', wat mij ambtshalve bekend vermoedelijk gaat over dat het geld klaarligt.
Ik zag dat [medeverdachte] vroeg hoe vaak het pistool gebruikt kan worden. Ik zag dat het
verder in het gesprek ging over de eerlijkheid van de plug en de prijs. Ik zag dat [medeverdachte] zei dat de plug hun goed behandeld heeft, en dat hij hem meer geld gunt.
Ik zag dat [medeverdachte] zei dat NN moest vragen of er een 'supressor'/demper op kan, en of er 20 extra pitten (mij ambtshalve bekend als straattaal voor patronen) kunnen komen en hoeveel die extra kosten. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat hij 'daar' morgen kan zijn, en dat het afhankelijk is van de prijs. En dat hij sowieso twee pitten wil testen. Ik zag dat NN schreef dat je meestal het aantal pitten krijgt wat er in kan. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat NN moest vragen naar extra hoeveel dat kost. Ik las dat [medeverdachte] verder vroeg naar de lading en vermoedelijk beschikbaarheid. Ik zag dat NN vroeg waar [medeverdachte] (vermoedelijk de pitten) wil testen. Ik zag dat NN schreef dat hij (vermoedelijk) de pitten wil testen op ' [naam 2] '. Ik zag dat NN reageerde op de vraag over de lading beantwoordde met dat het alleen deze lading betreft, van 7.65. Ik zag dat [medeverdachte] vroeg of hij al gereageerd heeft op de tijd (van vermoedelijk de afspraak) morgen 7 uur. Ik zag dat NN schreef 'niet heet worden', waarop [medeverdachte] schreef dat hij deze kans niet wil missen. Ik zag dat NN schreef dat hij morgen met ze wil afspreken bij flat in bos. Ik zag dat NN schreef dat als hij hem heeft gezien dat hij gaat bewegen naar Alkmaar. Ik zag dat [medeverdachte] vroeg of ze pap (vermoedelijk geld) meenemen of dat te riskant is. Ik las dat ze verder een afspraak over de tijd maken.
Chat 2
Ik, verbalisant, zag in een 'secret chat' genaamd ' [chatnaam] ' een gesprek gestart op 21 december 2021 op 17:07. Ik zag dat ' [chatnaam] ' vroeg wanneer ze gaan testen. Ik zag dat [medeverdachte] schreef dat het om 00:00 op de 31e gaat gebeuren.
7. Proces-verbaal van de politie
In de forensische kopie van de iPhone 15 met beslagnummer [goednummer 3] , zag ik een video. Ik zag en hoorde in deze video, een persoon in een bosachtige omgeving, gekleed in een lichtkleurige broek, zwarte schoenen en een zwarte doorgestikte jas. Deze persoon heeft in de rechterhand een zwart op een handvuurwapen gelijkend voorwerp, met een metaalkleurige uiteinde van de loop. De persoon gebruikt vervolgens de linkerhand om de slede van het mogelijke vuurwapen naar achteren te brengen en lost vervolgens drie schoten kort achter elkaar.
Bestandsnaam: [naam bestand 1]
Datum aanmaken: 8-12-2025 21:38:08 (UTC+0)
Opmerking verbalisant: tijdens de huiszoeking op dinsdag 30-12-2025 bij de verdachte [medeverdachte] is een zwartkleurig handvuurwapen in beslag genomen ( [beslagnummer 1] ), dat net zoals het handvuurwapen in deze video een metaalkleurige monding van de loop heeft.
8. Proces-verbaal van de politie
Ik concludeerde dat de tegencontacten geverbaliseerd in proces-verbaal [nummer proces-verbaal 1] gebruik maakten van de Telegram IDs [ID-naam 1] (chat 1) en [ID-naam 2] (chat 2).
9. Proces-verbaal van de politie
Ik, verbalisant, vorderde van Telegram-ID [ID-naam 1] en [ID-naam 2] de gebruikersgegevens zoals bedoeld in artikel 126na van het Wetboek van Strafvordering.
De gebruikersgegevens werden door Telegram verstrekt.
Hieruit bleek dat:
Telegram-ID [ID-naam 1] gebruikmaakt van het telefoonnummer [gsm-nummer 2] en IPadres [IP-nummer 1] ;
Telegram-ID [ID-naam 2] gebruikmaakt van het telefoonnummer [gsm-nummer 3] en IP-adres [IP-nummer 2] .
Het telefoonnummer [gsm-nummer 2] betreft het telefoonnummer in gebruik bij de verdachte [verdachte] .
10. Proces-verbaal van de politie
Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 1] te Hoogerheide op 29 december 2025 werd het volgende in beslag genomen:
[serienummer] : iPhone SE
11. Proces-verbaal van de politie
Quickscan [naam 3] .
Chat 1
Ik zag dat de gebruiker van de telefoon vanaf Telegram account [ID-naam 2] een chatconversatie had met een gebruiker met user [ID-naam 3] en gebruikersnaam
[gebruikersnaam 2] . Ik zag dat in een deel van de chat gevoerd op 21 december 2025 het gesprek ging over wanneer ze iets gaan testen. Ik zag dat werd afgesproken op 31 december om 00:00 uur.
Vervolgens zag ik dat er op 29 december een soortgelijk gesprek plaatsvond. De gebruiker van de telefoon vraagt wanneer ze gaan schoonmaken. Daarop volgt een spraakbericht. De transcriptie van dit bericht is als volgt: "Nee, nee, nee dezelfde dag gewoon, beste. Dus wanneer ehh de dag aanbreekt, kom een uurtje voor dat het ehh die tijd is zeg maar, dat we het gaan doen, gewoon langs, oké? Dan gaan we het fixen."
12. Proces-verbaal van de politie
Uitlezen forensische kopie iPhone [serienummer] .
Ik, verbalisant, zag in de forensische kopie van de iPhone SE de volgende informatie over het toestel: [code] .
In de forensische kopie van de iPhone SE met beslagnummer [beslagnummer 2] , heb ik verbalisant, user account aangetroffen:
Telegram, username/user ID: [username] / [ID-naam 2] .
In de forensische kopie van de iPhone SE met beslagnummer [beslagnummer 2] , heb ik verbalisant, een video bestand aangetroffen.
Pistool afvuren
Ik verbalisant, zag en hoorde in deze video een persoon in een bosachtige omgeving, gekleed in een lichtkleurige broek, zwarte schoenen en een zwarte doorgestikte jas. Deze persoon heeft in de rechterhand een zwart op een handvuurwapen gelijkend voorwerp, met een metaalkleurige uiteinde van de loop. De persoon gebruikt vervolgens de linkerhand om de slede van het mogelijke vuurwapen naar achteren te brengen en lost vervolgens drie schoten kort achter elkaar.
Bestandsnaam: [naam bestand 2]
Datum aanmaken: 9-12-2025 14:28:59 UTC+1
Bewijsmotivering
De verdediging heeft bepleit dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de beschikking had over het wapen, de munitie en de geluiddemper, dan wel macht hierover heeft kunnen uitoefenen. Daarbij is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de afspraak om deze voorwerpen aan te schaffen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat niet kan worden vastgesteld dat het wapen dat is aangetroffen op dat moment is aangeschaft. De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] is volgens de verdediging onvoldoende betrouwbaar.
De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende.
Op 30 december 2025 wordt in de woning van de medeverdachte [medeverdachte] een vuurwapen met bijbehorende munitie en een geluiddemper aangetroffen. Hij heeft verklaard dat hij deze goederen samen met de verdachte heeft gekocht en heeft opgeborgen. Op de telefoon van de verdachte en op de telefoon van de medeverdachte wordt daarnaast hetzelfde filmpje aangetroffen, waarop te zien is dat een persoon met een vuurwapen schoten lost. De medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat het vuurwapen dat op dit filmpje te zien is hetzelfde vuurwapen is dat is aangetroffen in zijn woning en dat de verkoper van het wapen de persoon is die op het filmpje te zien is. Deze verklaring is voldoende betrouwbaar, nu deze wordt ondersteund door de bewijsmiddelen in het dossier.
Voor een veroordeling van het – als medepleger – voorhanden hebben van een wapen en munitie is vereist dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met de medeverdachte en dat deze samenwerking was gericht op het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Vereist is dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust is geweest van de aanwezigheid van dat vuurwapen en de munitie. Daarnaast is voor een bewezenverklaring vereist dat de verdachte tezamen met de medeverdachte feitelijke macht over het vuurwapen en de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijker-wijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden.
De verdachte is zich bewust geweest van de aanwezigheid van het vuurwapen, de munitie en de geluiddemper. Hij en de medeverdachte hebben deze gezamenlijk aangeschaft en opgeborgen in de woning van de medeverdachte. Hij heeft daarnaast over het vuurwapen kunnen beschikken en daarover feitelijke macht kunnen uitoefenen. De rechtbank kent daarbij gewicht toe aan de gezamenlijkheid van het optreden van de verdachten. Deze heeft bestaan uit de eerdere chatgesprekken tussen de verdachten over de aanschaf van het wapen, de munitie en de geluiddemper, uit de wijze van ophalen en opbergen van deze goederen en uit de wijze waarop plannen werden gemaakt voor het schoonmaken en testen van het wapen. Dit alles deden zij gezamenlijk en in samenspraak.
De rechtbank oordeelt dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte samen met een ander een vuurwapen, munitie en een geluiddemper voorhanden heeft gehad.
Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het wapen pas na 8 december 2025 is aangeschaft, nu het filmpje van de verkoper met het vuurwapen op 8 december 2025 op de telefoon van de medeverdachte en op 9 december 2025 op de telefoon van de verdachte is komen te staan. De precieze aanschafdatum is niet vast te stellen, maar omdat de medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij het vuurwapen van het filmpje hebben gekocht zal dit in ieder geval ná 8 december 2025 zijn geweest. De pleegperiode zal daarom worden ingekort.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
hij in de periode van 9 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom, tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III van de Wet Wapens en Munitie en munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen voorhanden heeft gehad;
Feit 2
hij in de periode van 9 december 2025 tot en met 29 december 2025 te Bergen op Zoom tezamen en in vereniging met een ander, een wapen, als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 3° van de Wet wapens en munitie, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
Feit 2
medeplegen van handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 201 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Daarnaast moet de verdachte worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om een straf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De verdediging verzoekt rekening te houden met het schone strafblad van de verdachte, de LOVS-oriëntatiepunten en de beperkte rol die de verdachte heeft gehad. Daarnaast wijst de verdediging op het reclasseringsadvies en de daarin geadviseerde bijzondere voorwaarden. De verdachte is bereid om aan de voorwaarden mee te werken, althans voor zover het reclasseringstoezicht betreft. Voor eventuele theologische begeleiding bestaat geen aanleiding.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het samen met een ander voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie en een geluiddemper. Hij heeft deze samen met de medeverdachte aangeschaft en opgeborgen in de woning van de medeverdachte. Dit is een ernstig feit. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt regelmatig tot het gebruik van die vuurwapens en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt daarnaast ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 17 maart 2026 staat het volgende.
Er zijn signalen die erop kunnen wijzen dat er bij de verdachte sprake is van een voedingsbodem voor radicalisering. Hij classificeert zichzelf namelijk als salafist. Ook hanteert hij een extremistische toepassing van takfir gebaseerd op de bronnen. De reclassering kan geen uitspraken doen over in hoeverre er een verband is tussen zijn religieuze opvattingen en de beschuldiging. De verdachte heeft verder geen concrete hulpvragen en geeft aan niet te zullen meewerken aan voorwaarden zoals een theologisch traject als dit inhoud dat hij over zijn geloofsbeleving en de aantijgingen moet spreken. De reclassering ziet daarom obstakels ten aanzien van de uitvoerbaarheid. Desondanks ziet zij een noodzaak om bij een bewezenverklaring de reclasseringsbemoeienis voort te zetten, om zo te proberen meer zicht te krijgen op de leefomstandigheden en opvattingen. De reclassering adviseert om bij een bewezenverklaring als bijzondere voorwaarden op te leggen een meldplicht bij de reclassering en een contactverbod met de medeverdachte. Bij de meldplicht is opgenomen dat, indien uit de gesprekken blijkt dat de reclassering theologische begeleiding noodzakelijk acht om recidive te voorkomen, de verdachte daaraan dient mee te werken.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte woont bij zijn ouders heeft een MBO-opleiding niveau 2 afgerond en is werkzoekende.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte het feit samen met een ander heeft begaan, dat zij een concreet plan hadden het vuurwapen te testen en dat de verdachte en de medeverdachte naast het vuurwapen, munitie en een geluiddemper voorhanden hadden. Gelet op dit alles wordt een gevangenisstraf van 5 maanden opgelegd.
De rechtbank zal geen voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden opleggen. Het reclasseringsadvies is opgemaakt door het team Terrorisme, Extremisme en Radicalisering en bestaat onder meer uit een ideologisch onderzoek. Het vermoeden van het aanhangen van het jihadistisch gedachtegoed van de terroristische organisatie Islamitische Staat komt echter in de onderhavige strafzaak niet terug in de beschuldiging. De rechtbank acht het dan ook niet opportuun om in een strafrechtelijk kader een langdurige intensieve begeleiding op te leggen die losstaat van wat bewezen wordt geacht.
6. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon, wordt verbeurd verklaard.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om teruggave van de telefoon, gelet op de bepleite vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
Als bijkomende straf voor de feiten wordt de in beslag genomen mobiele telefoon, van het merk iPhone SE ( [beslagnummer 2] ) verbeurd verklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. De mobiele telefoon is ook vatbaar voor verbeurdverklaring.
De strafbare feiten zijn met behulp van de mobiele telefoon gepleegd en de mobiele telefoon behoort aan de verdachte toe.
7. Voorlopige hechtenis
Het gerechtshof heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 6 februari 2026 onder bijzondere voorwaarden geschorst zonder verdere aanduiding of beperking. De rechtbank ziet geen aanleiding hierin verandering te brengen. De schorsing van de voorlopige hechtenis loopt dus (onder dezelfde voorwaarden) door.
8. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9. Beslissingen
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de dagvaarding geldig;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voor de feiten 1 en 2 de mobiele telefoon, van het merk iPhone SE (omschrijving: [beslagnummer 2] );
10. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. I. Bouter, voorzitter,
en mrs. F.P.J. Schoonen en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.F. Meekhof, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 2 april 2026.
Mr. J. Langeveld en mr. E.F. Meekhof zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.