Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/268560-23
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) van:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres van [naam inrichting], gelegen aan de:
[adres], [postcode] [plaatsnaam],
hierna: de inrichting,
raadsman mr. R. Tetteroo, advocaat te Rotterdam.
1. Procesverloop
Op 15 maart 2024 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, mishandeling en poging tot doodslag. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 30 maart 2024.
Op 12 februari 2026 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 29 januari 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 14 oktober 2023 tot 28 november 2025.
Op de zitting van 31 maart 2026 is de vordering in het openbaar behandeld. Gehoord zijn:
- de officier van justitie, mr. C. de Bruijn,
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman,
- de ouders van de veroordeelde,
- de deskundige [naam], als behandelcoördinator/GZ-psycholoog verbonden aan de inrichting.
Tevens waren ter terechtzitting aanwezig twee broers van de veroordeelde en mr. I.K. Oosterveen, raadsvrouw van de [benadeelde partij].
2. Standpunten van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met zestien maanden. Daartoe is aangevoerd dat deze periode nodig is om van begeleid verlof, via onbegeleid verlof en het scholing- en trainingsprogramma, toe te kunnen werken naar een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat hij zich de afgelopen periode goed heeft ingezet en een verlenging van de PIJ-maatregel met dertien of veertien maanden voldoende vindt.
De raadsman van de veroordeelde heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De periode van zestien maanden omvat niet alleen de uitbreiding naar onbegeleid verlof, maar ook het scholing- en trainingsprogramma (STP). Dat geeft de veroordeelde perspectief en vormt een stip aan de horizon. Verlenging van kortere duur wekt mogelijk verkeerde verwachtingen bij de veroordeelde.
3. Adviezen
Advies inrichting
Het advies van 29 januari 2026 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van zwakbegaafdheid, een normoverschrijdende gedragsstoornis, een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken en een stoornis in cannabisgebruik (in remissie in de gereguleerde omgeving van de JJI).
Verloop behandeling
De veroordeelde is op 16 oktober 2023 op de langverblijfafdeling van de inrichting geplaatst, in afwachting van een plaatsing bij de LVB-groep van JJI Lelystad. In plaats daarvan is de veroordeelde in maart 2025 overgeplaatst naar de bijzondere zorggroep binnen de inrichting. De veroordeelde is positief aanwezig en gemotiveerd voor vooruitgang in zijn behandeltraject. Hij is rustig op de groep, houdt zich goed aan regels en afspraken en laat zich aansturen op zijn gedrag. In september 2024 is hij begonnen met `Leren van Delict` en hij heeft fase 1 inmiddels afgerond. Op dit moment volgt de veroordeelde muziektherapie en Agressie Regulatie Therapie (ART). Sinds 30 oktober 2025 is er sprake van een begeleide verlofstatus. De begeleiding van het verlof is inmiddels afgeschaald naar één medewerker en de onbegeleide verlofstatus is aangevraagd.
Gevaar voor herhaling
Er zijn een behoorlijk aantal kritische risicofactoren aan te merken die nog onvoldoende bewerkt zijn, waardoor het recidiverisico bij een directe beëindiging van de PIJ-maatregel op dit moment nog als hoog wordt ingeschat. Daarbij wordt de meeste bescherming nu nog geboden door de externe structuur, begeleiding en holding vanuit de PIJ-maatregel. Wanneer de PIJ-maatregel per direct beëindigd zal worden, valt de huidige structuur weg en zijn er nog geen beschermende/ondersteunende factoren opgebouwd (zoals wonen, werk, inkomen, begeleiding), waardoor het recidiverisico verhoogd is.
Verder behandeltraject en -perspectief
De komende tijd zullen de geïndiceerde therapieën (muziektherapie en ART) worden voortgezet om een gedragsverandering te bestendigen. Bij continuering van de huidige ontwikkeling zal de verdachte eind april 2026 kunnen starten met semi-begeleid verlof. Dat zal worden uitgebouwd naar volledig onbegeleid verlof. Er zullen ook mogelijkheden worden gecreëerd om externe arbeid te verrichten en er zal een aanvraag worden gedaan voor reclasseringsbegeleiding, zodat het uitstroomperspectief gezamenlijk kan worden vormgegeven. Gedacht wordt aan een begeleid-wonen traject. Van belang is om langere tijd te monitoren hoe de veroordeelde omgaat met steeds grotere vrijheden. Het STP zal op zijn vroegst in februari 2026 starten. Dit zal tenminste zes maanden duren.
Het advies luidt de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met zestien maanden.
Ter zitting gegeven advies
[naam], als behandelcoördinator/GZ-psycholoog verbonden aan de inrichting, heeft het verlengingsadvies ter zitting nader toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard dat de veroordeelde baat heeft bij de structuur van de bijzondere zorggroep en dat hij goed in contact is met het behandelteam en de begeleiders. Een PIJ-maatregel verloopt normaal gesproken met vallen en opstaan, maar dat is bij de veroordeelde niet zo. Hij is op de goede weg en als hij zo doorgaat, kan de PIJ-maatregel over zestien maanden voorwaardelijk worden beëindigd. De inschatting is dat er zestien maanden nodig zijn om de vrijheden stapsgewijs te kunnen uitbreiden en het STP te kunnen doorlopen. De ervaring leert dat als de PIJ-maatregel voor kortere duur wordt verlengd, er vaak toch nog een verlenging nodig is voordat de PIJ-maatregel voorwaardelijk kan worden beëindigd. Een extra verlenging kan demotiverend werken en is daarom niet wenselijk. De bedoeling is dat de veroordeelde uiteindelijk in Amsterdam gaat wonen, waar ook twee van zijn broers wonen. Omdat de veroordeelde wil uitstromen naar een andere regio, wordt bij de aanvraag van onbegeleid verlof direct al reclasseringsbegeleiding aangevraagd. De reclassering in Amsterdam zal worden betrokken om gezamenlijk naar een geschikte woonplek te zoeken.
4. Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
Dat aan deze drie voorwaarden is voldaan, blijkt uit het hiervoor besprokene. Dit heeft ter zitting ook niet ter discussie gestaan. Dat verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is, staat dus vast. De vraag is met welke termijn dit moet gebeuren.
Gezien het advies van de inrichting en gehoord wat tijdens de behandeling ter zitting naar voren is gebracht, acht de rechtbank een verlenging van de maatregel met zestien maanden noodzakelijk. De behandeling van de veroordeelde in de inrichting verloopt positief. Hij stelt zich meewerkend op, zet zich in voor de therapieën die hem worden aangeboden en ziet daar ook de meerwaarde van in. Dat de veroordeelde profiteert van de behandeling, blijkt onder andere uit het feit dat er geen woede-uitbarstingen meer hebben plaatsgevonden. Door de positieve ontwikkeling die de veroordeelde doormaakt is hij toe aan de volgende stap. Er is een aanvraag gedaan voor een onbegeleide verlofstatus. De verwachting is dat hier over een maand mee kan worden gestart en dat er vervolgens een periode van negen maanden nodig is totdat de veroordeelde kan starten met het STP. Voor het STP is een periode van zes maanden nodig. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de veroordeelde liever ziet dat de PIJ-maatregel met een kortere periode dan zestien maanden wordt verlengd, zal de rechtbank dit verzoek niet volgen, omdat een periode van zestien maanden nodig is om alle stappen in het resocialisatieproces te kunnen doorlopen. Als de veroordeelde de huidige positieve ontwikkeling weet vast te houden, dan is de verwachting dat de volgende zitting zal gaan over de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, op 30 juli 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 23 juli 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met 16 (zestien) maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. H. Biemond en S.C. Sassen, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)