ECLI:NL:RBROT:2026:4915

ECLI:NL:RBROT:2026:4915

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 28-04-2026
Zaaknummer 10/047786-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor een winkeloverval, waarbij sprake is geweest van bedreiging met geweld tegen personen door het tonen van een (nep)wapen, gepleegd door twee of meer verenigde personen. Het beroep op psychische overmacht wordt verworpen. De rechtbank legt op een deels voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan 105 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstaf van 60 uren op. Deels hoofdelijk toegewezen vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/047786-25

Datum uitspraak: 14 april 2026

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [postcode] [plaatsnaam],

raadsvrouw mr. S. Boersma, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 31 maart 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. K. Broere, heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onderdelen van de tenlastelegging die betrekking hebben op het vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp en de geuite bedreiging ‘handen omhoog’. Uit het dossier blijkt niet van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op de gewapende bedreiging. De verdachte was er niet van op de hoogte dat de medeverdachte een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp had meegenomen naar de telefoonwinkel, waardoor (voorwaardelijk) opzet op het bedreigen met dit wapen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen

Beoordeling en conclusie

Uit het dossier en de verklaring van de verdachte ter zitting leidt de rechtbank af dat de verdachte wist dat hij, samen met een ander, een overval op een telefoonwinkel moest plegen. Kenmerkend voor een overval is dat er geweld wordt gebruikt, of wordt gedreigd met het gebruik van geweld, om iets te kunnen stelen. Dat is in dit geval ook gebeurd.

Voorafgaand aan de overval is er door de opdrachtgever een taakverdeling gemaakt. De taak van de verdachte was het, met een hamer, kapotslaan van vitrines en het wegnemen van telefoons uit die vitrines, terwijl de medeverdachte de medewerkers van de telefoonwinkel onder schot moest houden met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De verdachte en de medeverdachte hebben de overval ook op die manier uitgevoerd.

Daaruit volgt dat de verdachte nauw en bewust met de medeverdachte heeft samengewerkt en dat zijn opzet gericht was op het medeplegen van een overval. Ook als de verdachte, zoals hij zegt, niet wist dat de medeverdachte een (nep)wapen had gekregen waarmee hij moest dreigen, kan hij voor de bedreiging met dat (nep)wapen verantwoordelijk worden gehouden. Dit maakt namelijk deel uit van de overval die de verdachte mede heeft gepleegd. Wie welke handeling heeft verricht, en of een mededader daar weet van heeft, maakt niet uit. Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

mobiele telefoons (Iphones), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan “Hotphones", in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of en gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of te richten op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]

- de woorden toe te voegen: "Handen omhoog", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- met een hamer met kracht vitrines kapot te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Standpunt verdediging

Door de verdediging is een beroep gedaan op psychische overmacht. Er was sprake van een van buiten komende drang, waaraan de verdachte door zijn jonge leeftijd en psychische kwetsbaarheid geen weerstand kon bieden.

Beoordeling

Voor een geslaagd beroep op de schulduitsluitingsgrond psychische overmacht is vereist dat het handelen van de verdachte het gevolg is geweest van een zodanig van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat er sprake was van een zodanige drang. Nergens blijkt uit dat de verdachte onder druk is gezet tot het uitvoeren van de winkeloverval. Ook biedt het dossier geen aanknopingspunten voor de veronderstelling dat de verdachte niets anders kon en hoefde te doen dan deel te nemen aan de winkeloverval.

De stelling dat sprake is van psychische overmacht, mist daardoor feitelijke grondslag. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft op zeventienjarige leeftijd, samen met een ander, op klaarlichte dag een telefoonwinkel overvallen. De winkelmedewerkers zijn tijdens de overval door de medeverdachte bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, terwijl de verdachte met een hamer de vitrines kapotsloeg en meerdere telefoons wegnam.

De verdachte heeft geen enkel respect gehad voor andermans bezittingen. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijzonder dreigende situatie gecreëerd en een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van slachtoffers. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lange tijd nadelige psychische gevolgen hiervan kunnen ondervinden. Uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding van een van de winkelmedewerkers blijkt ook dat deze nog steeds angsten ervaart en dat zijn werkplezier hem ontnomen is. Daarnaast dragen dit soort feiten bij aan gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft dit met zijn handelen veroorzaakt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna de Raad) schrijft in zijn rapport over de verdachte van 19 maart 2026 dat de verdachte kwetsbaar is en moeite heeft om weerstand te bieden tegen leeftijdsgenoten met antisociaal gedrag. Daarnaast heeft de verdachte geen sociale binding om uit de problemen te blijven en verloopt zijn schoolgang moeizaam. Dit alles vergroot de kans op herhaling. Om de kans op herhaling te verkleinen is het belangrijk dat de verdachte zijn weerbaarheid en zijn sociale vaardigheden vergroot, zodat hij in staat is om problemen op adequate wijze op te lossen. Het is daarom nodig dat de hulpverlening langer bij de verdachte betrokken blijft.

De Raad adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zijn medewerking blijft verlenen aan de behandeling vanuit Boba en dat hij zich inzet voor het vinden van zinvolle vrijetijdsbesteding. Daarnaast is het advies om aan de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen.

JBRR schrijft in haar rapport over de verdachte van 19 maart 2026 dat het erop lijkt dat de verdachte onvoldoende weerbaar is en is meegetrokken door jongeren met slechte bedoelingen. De verdachte lijkt beïnvloedbaar en beschikt over onvoldoende oplossingsvaardigheden om daar mee om te gaan. De begeleiding van de verdachte is erop gericht om de kans op herhaling te verlagen door hem te leren op juiste wijze om te gaan met conflicten en zijn impulsieve gedrag.

JBRR adviseert om aan de verdachte een onvoorwaardelijke straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en om een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen. Met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zijn medewerking verleent aan het toezicht en de begeleiding door de jeugdreclassering, zal meewerken aan de behandeling en coaching van Boba en zich inzet voor het vinden en behouden van passende dagbesteding.

Op de zitting heeft de deskundige [naam], werkzaam als jeugdreclasseringsmedewerker bij JBRR, het advies van JBRR toegelicht. Zij heeft verklaard dat de verdachte afspraken nakomt. De schoolgang van de verdachte is wel een punt van aandacht, daar heeft kort geleden voor de derde keer een agressie-incident plaatsgevonden. Het is daarom van belang dat de verdachte agressie-regulatietraining bij de Waag gaat volgen. Dat is waardevoller dan het uitvoeren van een werkstraf. Om die reden wijzigt de jeugdreclasseerder het advies. Geadviseerd wordt om agressie-regulatie behandeling aan de bijzondere voorwaarden toe te voegen. Oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf wordt niet langer geadviseerd.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur hiervan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Hoewel de ernst van het feit een hogere straf rechtvaardigt, volstaat de rechtbank voor wat betreft het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie met 15 dagen, gelijk aan de duur van het voorarrest. De rechtbank weegt hierbij mee dat de voorlopige hechtenis van de verdachte al een lange tijd (meer dan een jaar) geleden is geschorst en dat de verdachte zich redelijk goed aan de schorsingsvoorwaarden houdt. Daarnaast ziet de rechtbank zorgen in de ontwikkeling van de verdachte. Om de kans op herhaling te verkleinen is het noodzakelijk om de verdachte begeleiding en behandeling te bieden. Gelet daarop, en op de adviezen van de Raad en JBRR om bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijk strafdeel te verbinden, zal de rechtbank de rest van de op te leggen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, waarvan 105 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. Vanwege de ernst van het feit legt de rechtbank, anders dan de jeugdreclasseringsmedewerker ter zitting heeft geadviseerd, ook een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, aan de verdachte op van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij], ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 15.000,- aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd en toewijsbaar is, maar tot een lager bedrag. De officier van justitie heeft verzocht om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren of de vordering af te wijzen, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De aard en de ernst van het feit (een gewapende winkeloverval) brengen mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat aantasting in de persoon aannemelijk is (als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek). Een nadere onderbouwing is dus niet nodig. Dit geeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Die schadevergoeding zal worden vastgesteld op € 1.500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen.

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Hoofdelijkheid

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de [benadeelde partij] betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

Wettelijke rente

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 13 februari 2025.

Proceskosten

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde [benadeelde partij] een schadevergoeding betalen van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 105 (honderdvijf) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zal meewerken aan behandeling door De Waag of een soortgelijke instelling;

- zich zal inspannen voor het verkrijgen en behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of stage en/of werk;

- zich zal inspannen voor het verkrijgen en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;

Van rechtswege zijn de volgende voorwaarden verbonden aan de hierboven genoemde

bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als

bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 1.500,- (zegge: duizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij] te betalen € 1.500,- (hoofdsom, zegge: duizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Biemond, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. L. Feraaune en S.C. Sassen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 13 februari 2025 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

mobiele telefoons (Iphones), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Hotphones", in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of te richten op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3]

- de woorden toe te voegen: "Handen omhoog", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- met een hamer met kracht vitrines kapot te slaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?