[verzoekster], uit Rotterdam, verzoekster
(gemachtigde: mr. D.H. van Tongerlo),
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
(gemachtigde: mr. J.C. Avedissian).
Inleiding
1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats. Met het besluit van 4 april 2026 heeft het college deze aanvraag afgewezen, omdat verzoeksters gehandicaptenparkeerkaart binnen een half jaar niet meer geldig is. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het college heeft verzoekster op 10 april 2026 een brief gestuurd, waarin staat dat haar gehandicaptenparkeerkaart verloopt op 8 augustus 2026 en dat zij haar kaart online kan verlengen. Verzoekster heeft gevraagd om verlenging van haar kaart.
3. Verzoekster heeft op 23 april 2026 bericht dat zij een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart heeft ontvangen en zij een aanvraag heeft ingediend voor een gehandicaptenparkeerplaats. Het college heeft deze aanvraag in behandeling genomen. Verzoekster heeft vervolgens het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, met daarbij het verzoek om het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
4. De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat er geen sprake is van tegemoetkomen door het college.
5. De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
7. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Van tegemoetkomen is – kort gezegd - sprake als het bestuursorgaan het gewenste besluit alsnog neemt.
Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?
8. Verzoekster voert aan dat haar aanvraag om een gehandicaptenparkeerplaats is afgewezen omdat haar gehandicaptenparkeerkaart niet lang genoeg geldig was. Volgens verzoekster kon zij haar kaart echter niet eerder verlengen. Verzoekster stelt dat dit volgens het college pas kon een maand voor het verlopen van de geldigheid van de kaart en bij inloggen in ‘mijn loket’ van de gemeente Rotterdam stond de mogelijkheid om de kaart te verlengen niet open. Met de brief van 10 april 2026 heeft het college verzoekster in de gelegenheid gesteld om een verlengingsaanvraag in te dienen en inmiddels heeft verzoekster ook een nieuwe kaart ontvangen. Volgens verzoekster komt het college hiermee tegemoet aan de kern van het door haar gestelde spoedeisend belang.
9. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Verzoekster wilde met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat er voorlopig een gehandicaptenparkeerplaats werd toegekend en geplaatst voor haar woning. Het college heeft verzoekster (nog) geen gehandicaptenparkeerplaats toegekend. Het college heeft verzoeksters aanvraag alleen in behandeling genomen. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het college niet aan het verzoek om een voorlopige voorziening is tegemoetgekomen. Dit is reden om het het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
Geheel ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat verzoekster haar stellingen ten aanzien van het verlengen van haar gehandicaptenparkeerkaart niet heeft onderbouwd. Volgens het college wordt vier maanden voor het verlopen van een gehandicaptenparkeerkaart door het geautomatiseerde systeem Parksaver voor het eerst een herinnering aan de houder gestuurd dat de kaart zal verlopen. In dit geval is dat gebeurd bij brief van 10 april 2026. Verzoekster heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij haar gehandicaptenparkeerkaart niet eerder kon verlengen.
Conclusie en gevolgen
10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: