het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam, het college
(gemachtigden: [naam gemachtigde 1] en [naam gemachtigde 2] ).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[naam woningbouwvereniging] uit [vestigingsplaats] (vergunninghoudster)
(gemachtigde: [naam gemachtigde 3] ).
Overwegingen
1. Naar aanleiding van een e-mail van de gemachtigde van eisers van 11 maart 2026 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 9 maart 2026 een kennelijke misslag bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Die misslag heeft betrekking op de reiskosten van eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 6] , [eiser 8] , [eiser 10] , [eiser 12] en familie [eiser 14] (twee personen). De rechtbank ziet daarom aanleiding om drie rechtsoverwegingen aan de uitspraak van 9 maart 2026 toe te voegen en de beslissing aan te vullen zoals hieronder wordt aangegeven.
Beslissing
De rechtbank herstelt haar uitspraak van 9 maart 2026 met het zaaknummer ROT 25/4599 als volgt.
Onder het kopje “Conclusie en gevolgen” worden rechtsoverwegingen 27.3., 27.4. en 27.5. toegevoegd:
“27.3. Bij brief van 25 juni 2025 hebben eisers een proceskostenformulier ingediend. Eisers hebben de rechtbank verzocht om hun reiskosten voor deelname aan de zitting te vergoeden à € 10,14 per persoon (retour op basis van tweede klas, openbaar vervoer).
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de reiskosten berekend op basis van openbaar vervoer, laagste klasse. Volgens www.9292.nl is vervoer van de woonadressen van eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 6] , [eiser 8] , [eiser 10] , [eiser 12] en familie [eiser 14] (twee personen) naar Wilhelminaplein 100 te Rotterdam per openbaar vervoer mogelijk en bedragen de kosten voor een enkele reis per openbaar vervoer tweede klasse € 5,26 (indexatie 2026), zodat een bedrag van € 10,52 (retour) per persoon aan reiskosten voor vergoeding in aanmerking komt. In totaal komt een bedrag van € 84,16 aan reiskosten voor vergoeding in aanmerking.
De rechtbank veroordeelt het college in de proceskosten van eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 6] , [eiser 8] , [eiser 10] , [eiser 12] en familie [eiser 14] (twee personen), zijnde de reiskosten die zij hebben gemaakt voor het verschijnen op de zitting van 20 januari 2026, tot een hoogte van € 10,52 per persoon en in totaal € 84,16.”
Onder het kopje “Beslissing” wordt aan het onderdeel “De rechtbank:” de volgende regel toegevoegd: “- veroordeelt het college in de reiskosten van eisers tot een hoogte van € 84,16.”
De voorzieningenrechter laat de uitspraak van 9 maart 2026 voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, voorzitter, en mr. J.J.R. Lautenbach en mr. C.M. van Hoorn, leden, in aanwezigheid van mr. H.M. Hsu, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2026.
De rechter is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: