Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-284966-25
Datum uitspraak: 15 april 2026
Datum zitting: 1 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode 1] te [plaatsnaam],
feitelijk verblijvende op het adres [adres 2], [postcode 2] te [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. J. Gravesteijn
Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Gemachtigde van de benadeelde partij: [naam 1]
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een afpersing en diefstal met behulp van een valse sleutel. Hierbij zijn de verdachte en haar medeverdachten geraffineerd te werk gegaan door onder meer doelbewust hun slachtoffer te kiezen, vertrouwen op te bouwen en af te spreken met het slachtoffer, om vervolgens zijn telefoon en inloggegevens te stelen en meer dan € 10.000,- van zijn bankrekening te halen. De rechtbank verwerpt het door de verdachte aangedragen alternatieve scenario en legt een gevangenisstraf op voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij – samengevat – samen met anderen een persoon heeft afgeperst en dat zij samen met anderen door middel van een valse sleutel geldbedragen van diezelfde persoon heeft weggenomen.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
zij op 7 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of een geldbedrag van ongeveer € 150,00 en een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) door
- in de auto van die [slachtoffer] te stappen en
- dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen: “Rijden of ik doe je wat” en “Geef me je portemonnee. Ik wil je geld hebben” en “Geef me je geld of ik doe je wat” en “Ik doe je wat aan als je de juiste codes niet geeft”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en
- met gebalde vuist op het oog, althans in het gezicht, van die [slachtoffer] te stompen en/of slaan;
2
zij in de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer geldbedragen van EUR 900, 900, 700, 2.500, 4.982 en 49,50, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met behulp van de inloggegevens van de internetbankierenomgeving van die [slachtoffer], tot welk gebruik verdachte en haar mededaders niet gerechtigd waren, wederrechtelijk in te loggen in de internetbankieromgeving van die [slachtoffer] en vervolgens voornoemde geldbedragen over te boeken naar de rekeningnummers van verdachte en/of haar mededaders en/of derden.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1 en 2. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan afpersing in vereniging en diefstal in vereniging met behulp van een valse sleutel. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Ik heb mijn Revolut bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] zelf geopend.
Ik woonde bij [medeverdachte] op de [adres 2]. De inbeslaggenomen iPhone 13 is van mij.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [benadeelde partij]
Op 7 oktober 2025 omstreeks 20:00 uur had ik afgesproken met een vrouw genaamd [naam 2]. Ik ontmoette begin oktober [naam 2] via een chatsite en we hebben meerdere dagen gechat. [naam 2] gaf mij haar telefoonnummer ([telefoonnummer 1]) en wij vervolgden ons gesprek op WhatsApp. Wij maakten een afspraak om elkaar in het echt te zien. Dit was op de bovengenoemde datum en tijdstip op de Van Aerssenlaan te Rotterdam.
Ik parkeerde mijn auto en stapte uit de auto. Ik had een bericht van [naam 2] gelezen dat zij een roze jas aan zou hebben. Ik zag een vrouw in een roze jas in mijn richting lopen. [naam 2] stapte samen met mij in de auto. [naam 2] zat op de bijrijdersstoel en ik zat achter het stuur. Ik hoorde [naam 2] zeggen: “Ik laat iets vallen”. Ik zag dat [naam 2] naar beneden boog alsof ze iets zocht en zag [naam 2] de auto weer uitstappen. Op datzelfde moment stapten twee mannen in de auto. [naam 2] stapte weer in op de passagiersstoel achter de bijrijdersstoel.
Ik hoorde man 1 zeggen: “Ga maar rijden” met een luide stem. Ik hoorde man 1 zeggen: “Rijden of ik doe je wat”. Ik hoorde man 1 zeggen: “Geef me je portemonnee. Ik wil je geld hebben”. Ik wilde mijn portemonnee niet afgeven. Ik hoorde man 1 zeggen: “Geef me je geld of ik doe je wat”. Uit angst heb ik mijn portemonnee gegeven. Ik zag dat man 1 € 150,- uit mijn portemonnee pakte. Ik hoorde man 1 zeggen: “En nu gaan we verder. Geef mij je pasjes”. Ik hoorde man 1 zeggen: “Geef mij je telefoon maar”. Ik gaf mijn telefoon aan man 1. Op mijn telefoon zat geen inlogcode. Ik zag dat man 1 in mijn telefoon keek. Ik hoorde man l zeggen: “U hebt een ING en ABN AMRO app. Ik wil je codes”. Ik gaf een valse code van de ING app. Ik zag dat man l de valse code invoerde. Ik zag dat man 1 geen toegang kreeg. Ik hoorde dat man 1 zeggen: “Dit is niet de goede code”. Ik voelde een stomp bij mijn rechteroog. Ik voelde pijn. Ik weet niet meer met welke vuist man 1 mij heeft geslagen. Ik hoorde man 1 schelden en dreigen dat hij mij wat aan zou doen als ik de juiste code niet zou geven. Ik voelde mij nog steeds angstig en ik heb de juiste code aan man 1 gegeven. Ik gebruik dezelfde code voor zowel de ING app als de ABN AMRO app. Ik zag dat man 1 iets op de telefoon doen. Ik hoorde man 1 tegen man 2 iets zeggen over Tikkies. Ik zag [naam 2], man 1 en man 2 uit de auto komen en wegrennen.
De volgende ochtend heb ik de ING-bank gebeld. Op dat moment kon de medewerker van de ING-bank mij vertellen dat er nog geen geld was afgeschreven. Mijn pas is geblokkeerd. Ik heb daarna de ABN AMRO bank gebeld. De medewerker van de ABN AMRO vertelde mij dat er naar diverse rekeningen geld is doorgesluisd. Dit ging om een bedrag in totaal 10.000 euro. De ABN AMRO heeft mijn bankpas geblokkeerd.
Ik voelde dat ik een zwelling had bij mijn oog.
Opmerking verbalisant: Ik zie dat de huid bij het rechteroog van de aangever nog een gele kleur heeft dat lijkt op het gevolg van een blauw oog.
3. Proces-verbaal van de politie
De bankrekening [rekeningnummer 2] bleek volgens het verwijzingsportaal op naam te staan van [naam 3] en [benadeelde partij].
Op 7 oktober 2025 vonden er vijf transacties plaats. De eerste twee transacties bestonden uit opwaarderingen vanaf de spaarrekening van [benadeelde partij], ter hoogte van 2500,- euro (om 20:36:48 uur) en 2850,- euro (om 20:40:47 uur).
Vervolgens vonden er drie afschrijvingen plaats, te weten tweemaal een afschrijving ter hoogte van 900,- euro en eenmaal een afschrijving ter hoogte van 700,- euro.
Datum
Tijd
Af
Bij
Omschrijving
Tegenrekening
07-10-2025
20:41:14
900
Naam: [verdachte] via Tikkie
Omschrijving: [nummer 1] Terug betaling [rekeningnummer 1]
[rekeningnummer 3]
07-10-2025
20:43:04
900
Naam: [verdachte] via Tikkie
Omschrijving: [nummer 2] Terug betaling [rekeningnummer 1]
[rekeningnummer 3]
07-10-2025
21:20:33
700
Naam: [verdachte] via Tikkie
Omschrijving: [nummer 3] Terugbetaling [rekeningnummer 4]
[rekeningnummer 3]
Opvallend is dat alle drie de afschrijvingen zijn gedaan via een Tikkie-account dat gekoppeld stond aan de naam [verdachte]. Het geld werd naar twee verschillende rekeningnummers overgemaakt: [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 4].
Op 20 en 21 oktober 2025 werden de bankrekeningnummers [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 4] via het verwijzingsportaal bevraagd. Beiden betaalrekeningen bleken op de naam te staan van [verdachte], geboren [geboortedatum]-2002. Aan het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] was als adres gekoppeld de [adres 2].
Op 8 oktober 2025 vond er een afschrijving plaats ter hoogte van 2.500,- euro vanaf de lopende rekening van [benadeelde partij] naar ‘[naam 4]’ gekoppeld aan het bankrekeningnummer [rekeningnummer 1].
Datum
Tijd
Af
Bij
Omschrijving
Tegenrekening
08-10-2025
00:16:46
2.500
Naam: [naam 4]
[rekeningnummer 1]
Eerder kon worden vastgesteld dat het rekeningnummer: [rekeningnummer 1] op de naam bleek te staan van [verdachte], geboren 20 september 2002 en zonder vaste woon- of verblijfplaats.
4. Proces-verbaal van de politie
Uit de analyse van de ING-rekening met nummer [rekeningnummer 4] van de [verdachte] blijkt dat er op 7 oktober 2025 om 21:21 uur werd 700,- euro werd bijgeschreven vanaf de rekening van [benadeelde partij] door middel van een Tikkie.
5. Proces-verbaal van de politie
Ik, verbalisant, deed onderzoek naar de Revolut rekening ([rekeningnummer 1]) van [verdachte], geboren op [geboortedatum]-2002. De bankrekening is op 7 april 2025 geopend en hieraan stond het telefoonnummer [telefoonnummer 2] gekoppeld.
Op 29 september 2025 werd vanaf de Revolut rekening een bedrag van € 29,95 overgeschreven aan VijftigPlusDating.
Op 7 oktober 2025 werd er geld gestort op de Revolut rekening van [verdachte]. Dit betrof tweemaal 900,- euro doormiddel van een Tikkie, en eenmaal 2.500,- vanaf de rekening van [benadeelde partij] ([rekeningnummer 2]). Na de opwaarderingen hebben er op 7 en 8 oktober 2025 elf pogingen plaatsgevonden om geld te pinnen. Hiervan zijn er vier succesvol afgerond. Er is in totaal 2.590,- euro opgenomen bij een Geldmaat gelegen aan de [adres 3].
6. Proces-verbaal van de politie
Vanuit de aangeleverde gegevens van VijftigPlusDating/Epic internet B.V. bleken de volgende accountgegevens van het account dat was gekoppeld aan de Revolut bankrekening van de [verdachte].
Nickname: [naam 5]
Naam betaalgegevens: [verdachte]
Aangemaakt: 28 september 2025, 15:55 uur
Er bleek via twee IP-adressen te zijn ingelogd bij VijftigPlusDating. Een van de IP-adressen betrof [IP-adres], welke volgens het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) is gekoppeld aan [naam 6], wonend op de [adres 2], 3061 EE te Rotterdam. Er werd op 28 september 2025 om 15:55 uur, 17:35 uur, 17:37 uur en 17:40 uur, en op 29 september 2025 om 02:05 uur en 02:09 uur vanaf de [adres 2] te Rotterdam ingelogd op het account van VijftigPlusDating.
7. Proces-verbaal van de politie
Uit het historisch overzicht van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] van de [verdachte] bleek dat er op 7 oktober 2025 tussen 21:19 en 21:36 uur vier sms-berichten zijn gestuurd naar het telefoonnummer van [slachtoffer] ([telefoonnummer 3]).
Bij raadpleging van het historisch overzicht van het bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoonnummer [telefoonnummer 2] bleek dat dit nummer op 7 oktober 2025 om 20.33 uur aanstraalde op de zendmast op de [adres 4]. De Van Aerssenlaan valt binnen het bereik van de zendmast op de [adres 4].
8. Proces-verbaal van de politie
Er werd onderzoek gedaan naar de inbeslaggenomen iPhone 13 met goednummer 7072290. Hieruit bleek dat zowel [medeverdachte] als [verdachte] hoogstwaarschijnlijk de gebruikers waren van de telefoon. Dit bleek uit de foto's waarop ik de twee verdachten herkende (o.a. selfies), documenten met hierop de identificerende gegevens van de verdachten en accounts gekoppeld aan e-mailaccounts. Daarnaast bleek dat de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en +[telefoonnummer 1] gebruikt zijn in de inbeslaggenomen telefoon.
Bewijsmotivering
Vaststaande feiten en omstandigheden
Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 28 september 2025 heeft de verdachte een account aangemaakt op VijftigPlusDating. Zij heeft hieraan haar Revolut bankrekening gekoppeld en een dag later wordt er geld afgeschreven door dit bedrijf. Op 28 en 29 september 2025 werd er in totaal zes keer ingelogd op het account VijftigPlusDating vanaf het IP-adres van de [adres 2]. Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat ze daar woont.
[benadeelde partij] (hierna: aangever) verklaart dat hij chatgesprekken heeft gevoerd met [naam 2] via een chatsite. Zij hebben het contact voortgezet op WhatsApp via het telefoonnummer +[telefoonnummer 1]. Uit het dossier blijkt dat dit telefoonnummer in gebruik is geweest op de inbeslaggenomen iPhone 13. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat de inbeslaggenomen iPhone 13 van haar is.
Op 7 oktober 2025 om 20:00 uur heeft aangever met [naam 2] afgesproken, die een roze jas zou dragen. Een mevrouw met een roze jas (hierna: [naam 2]) stapt in bij aangever. Vervolgens stapt [naam 2] uit, waarna er twee mannen instappen en [naam 2] opnieuw instapt. De man die voorin zit bedreigt aangever met geweld, dwingt hem te gaan rijden, pakt de mobiele telefoon en € 150,- aan contant geld van aangever af, dwingt hem de codes te geven van de bankapplicaties en stompt aangever. Daarna wordt door de mannen gesproken over Tikkies. [naam 2] en de twee mannen rennen weg, met de telefoon en het contante geld. Door de verbalisant wordt bij de aangifte letsel gezien rondom het oog van aangever.
Op 7 en 8 oktober 2025 wordt in totaal een geldbedrag van € 10.031,50 afgeschreven van de bankrekening van aangever. Dit betreft onder meer drie geldbedragen die worden overgeschreven naar de Revolut bankrekening van de verdachte, te weten tweemaal € 900,- via een Tikkie en eenmaal € 2.500,- via een bankoverschrijving. Daarnaast wordt middels een Tikkie een geldbedrag overschreven naar de ING-rekening van de verdachte, te weten € 700,-. Op 7 en 8 oktober 2025 vonden er elf pogingen plaats om geld te pinnen vanaf de Revolut rekening, waarvan er vier succesvol zijn afgerond en er in totaal € 2.590,- is opgenomen.
De Revolut bankrekening is door de verdachte geopend op 7 april 2025, waaraan het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is gekoppeld. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij deze rekening zelf heeft geopend. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] is ook in gebruik geweest in de inbeslaggenomen iPhone 13 van de verdachte. Op 7 oktober 2025 straalde dit telefoonnummer om 20:33 uur een zendmast aan in de omgeving van de locatie waar [naam 2] en het slachtoffer hadden afgesproken. Daarnaast zijn met dit telefoonnummer op diezelfde datum tussen 21:19 en 21:36 uur vier sms-berichten verzonden aan het slachtoffer.
Alternatief scenario
Ter zitting heeft de verdachte het volgende alternatief scenario aangedragen. De verdachte stelt dat zij € 1.500,- had geleend van een persoon, waarvan zij de naam niet wil noemen. Zij kon dit bedrag niet terugbetalen. Deze persoon kwam op 28 september 2025 rond 15:00 à 16:00 uur langs op de [adres 2]. Deze persoon zei dat de verdachte haar telefoon en bankpas, beide inclusief codes, als borg aan hem moest afgeven. De verdachte zou deze spullen terugkrijgen als zij haar schuld had voldaan. Terwijl hij daar was heeft hij even iets op haar telefoon gedaan. Diezelfde nacht is deze persoon weer langsgekomen en heeft toen bij haar in huis iets op haar laptop gedaan. Op 6 of 7 oktober 2025 is de verdachte benaderd door deze persoon met de mededeling dat zijn vader € 2.500,- zou overmaken op de rekening van de verdachte, omdat deze persoon zelf geen bankrekening had. De verdachte is daarmee akkoord gegaan. Op 10 of 11 oktober 2025 heeft de verdachte haar spullen teruggekregen, waarna ze een nieuwe pas en code heeft aangevraagd.
In het licht van de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering acht de rechtbank het alternatieve scenario van de verdachte ongeloofwaardig en niet aannemelijk.
De verdachte heeft deze verklaring pas ter zitting afgelegd, en dus na het moment waarop het gehele dossier is verstrekt en alle bevindingen, waaronder specifieke data en tijdstippen, bij haar bekend waren.
Telkens wanneer de verdachte ter zitting werd geconfronteerd met onderdelen van het dossier, besloot zij haar verklaring aan te vullen, terwijl zij eerder desgevraagd elke keer aangaf dat zij alles had verklaard en dat er verder niets was gebeurd of gezegd. Zo heeft verdachte, pas nadat zij werd geconfronteerd met de bevindingen daaromtrent, verklaard dat de persoon die bij haar kwam ook even iets op haar telefoon heeft gedaan. En pas nadat zij vervolgens werd geconfronteerd met de gegevens omtrent het IP-adres, verklaart zij dat diezelfde persoon in de nacht nog een keer is teruggekomen en toen ook op haar laptop heeft gezeten.
Ook komt haar verklaring ter zitting niet overeen met de verklaringen die de verdachte eerder bij de politie en in de raadkamer gevangenhouding heeft afgelegd. Bij de politie verklaarde zij aanvankelijk dat haar telefoon op 29 september 2025 was gestolen was, terwijl zij in de raadkamer verklaarde dat zij deze op 29 september 2025 was verloren en dat zij daar aangifte van had gedaan. Van een dergelijke aangifte is op geen enkele wijze gebleken. De datum van 28 september 2025 wordt door haar op geen enkel moment genoemd. Ter zitting heeft de verdachte niet alleen haar verklaring aangepast, maar ook de datum waarop het allemaal zou zijn gebeurd.
Ten slotte overweegt de rechtbank dat het dossier ook geen solide en objectieve aanknopingspunten biedt, waarin bevestiging kan worden gevonden voor het door de verdachte geschetste scenario.
Uit het dossier is gebleken dat aangever begin oktober 2025 contact heeft gehad met [naam 2] via het telefoonnummer +[telefoonnummer 1] en dat via dat telefoonnummer ook de afspraak is gemaakt voor de ontmoeting op 7 oktober. Tegelijkertijd zijn er op 7 oktober 2025 vier sms-berichten verzonden aan aangever via het telefoonnummer [telefoonnummer 2], wat tevens het telefoonnummer is dat is gekoppeld aan de Revolut bankrekening van de verdachte. Beide telefoonnummers zijn in gebruik geweest op de iPhone 13 van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat deze objectieve gegevens niet passen bij het door de verdachte geschetste alternatieve scenario, nu dit zou betekenen dat de onbekend gebleven persoon die contact heeft gelegd met aangever de beschikking zou moeten hebben gehad over beide simkaarten van de verdachte en deze zou moeten hebben gewisseld in haar telefoon.
Tezamen en in vereniging
De rechtbank kan op grond van het dossier niet vaststellen dat de verdachte de vrouwelijke persoon in de auto van aangever is geweest. Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt echter wel dat de verdachte een account heeft aangemaakt bij VijftigPlusDating en hierop meermaals heeft ingelogd. De verdachte heeft contact gezocht en onderhouden met aangever en heeft de afspraak voor de ontmoeting tot stand gebracht. Daarnaast heeft de verdachte op de dag van de afpersing berichten verstuurd aan aangever. Ook zijn direct na de afpersing meerdere geldbedragen vanaf de bankrekening van aangever overgemaakt op de bankrekeningen van de verdachte, welke bedragen ook daadwerkelijk door haar zijn ontvangen, zo blijkt uit de bankgegevens. Daarbij is van belang dat een aantal bedragen is overgemaakt via Tikkies. Daarvoor is aan actieve handeling vereist van de persoon op wiens rekening de bedragen worden overgemaakt, in dit geval de verdachte. Dus ook bij het overmaken van de bedragen heeft de verdachte een actieve rol gehad en derhalve een wezenlijke en significante bijdrage.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering van de daadwerkelijke afpersing van aangever in de auto, is de bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht en voldoende significant dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde tezamen en in vereniging plegen bewezen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1
zij op 7 oktober 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met anderen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en een geldbedrag van € 150,00 en een telefoon, die geheel aan die [slachtoffer] toebehoorden door
- in de auto van die [slachtoffer] te stappen en
- dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen: “Rijden of ik doe je wat” en “Geef me je portemonnee. Ik wil je geld hebben” en “Geef me je geld of ik doe je wat” en “Ik doe je wat aan als je de juiste codes niet geeft”, en
- met gebalde vuist op het oog van die [slachtoffer] te stompen;
Feit 2
zij in de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 oktober 2025 in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
geldbedragen van EUR 900, 900, 700 en 2.500, die geheel aan [slachtoffer] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededaders die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met behulp van de inloggegevens van de internetbankierenomgeving van die [slachtoffer], tot welk gebruik verdachte en haar mededaders niet gerechtigd waren, wederrechtelijk in te loggen in de internetbankieromgeving van die [slachtoffer] en vervolgens voornoemde geldbedragen over te boeken naar de rekeningnummers van verdachte en/of haar mededaders en/of derden.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Feit 2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten 1 en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij dient als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering te worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt verzoekt de verdediging geen gevangenisstraf op te leggen langer dan de voorlopige hechtenis. Indien dan een strafdeel resteert verzoekt de verdediging dit voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarde zoals door de reclassering geadviseerd.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft met anderen op sluwe wijze een 70-jarig slachtoffer afgeperst en bestolen. De verdachte zocht via een chatsite genaamd VijftigPlusDating contact met het slachtoffer. Zij deed zich voor als ‘[naam 2]’ en bouwde een vertrouwensband op met het slachtoffer door via WhatsApp contact te onderhouden. Vervolgens sprak zij met het slachtoffer af.
Op het moment dat het slachtoffer zich in de auto bevond met de persoon waarmee hij dacht te hebben afgesproken, stapten plotseling twee mannen in de auto. Zij bedreigden hem met geweld en dwongen hem zijn mobiele telefoon en een geldbedrag af te geven, zijn codes van zijn bankapplicaties af te geven en stompten hem in zijn gezicht. Vervolgens namen zij zijn telefoon en contant geld mee. Die avond en de volgende dag werd in totaal meer dan
€ 10.000,- van de bankrekening van het slachtoffer afgeschreven, waarvan ongeveer de helft is overgemaakt aan de verdachte.
Het slachtoffer heeft dit handelen van de verdachte en haar medeverdachte als zeer bedreigend en angstig ervaren. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daarvan nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dat het slachtoffer nog lange tijd last heeft gehad van slaapproblemen, angstgevoelens op straat en gevoelens van schuld en schaamte, blijkt ook uit zijn toelichting bij de vordering benadeelde partij. De verdachte en haar medeverdachten hebben zich hiervan geen enkele rekenschap gegeven en hebben slechts hun eigen financieel gewin voor ogen gehad. De rechtbank vindt de wijze waarop de verdachte en haar medeverdachten de strafbare feiten hebben gepleegd, zoals hiervoor omschreven, zeer ernstig. Tot op heden blijft de verdachte ontkennen dat zij met de strafbare feiten te maken heeft gehad en neemt zij in die zin geen enkele verantwoordelijkheid voor wat zij heeft aangericht.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 26 maart 2026 staat het volgende.
De verdachte kende een roerige kindertijd waarbij ze op jonge leeftijd uit huis werd geplaatst, deels opgroeide bij een pleegmoeder en vanaf haar 14e levensjaar verbleef in diverse jeugdinstellingen. Sinds ze volwassen is, heeft ze geprobeerd op eigen benen te staan en een eigen leven op te bouwen. Dit ging met vallen en opstaan waarbij ze op diverse plekken heeft gewoond. De verdachte kent problemen op verschillende leefgebieden. Ze heeft geen opleiding afgerond, heeft behoorlijke schulden en kampt met verschillende psychische problemen waaronder depressie, ADHD/ADD en een hechtingsstoornis. In algemene zin kunnen deze problemen als risicoverhogend worden gezien ten aanzien van de kans op delictgedrag. De houding van de verdachte lijkt een beschermende factor. Ze streeft positieve, sociaal geaccepteerde doelen na. Ook heeft ze enkele goede vriendinnen die haar steunen en helpen. Vanwege de ontkennende houding van de verdachte is het voor de reclassering momenteel niet mogelijk om het recidiverisico in te schatten en gerichte interventies te adviseren. Mocht het in onderhavige zaak komen tot een bewezenverklaring dan adviseert de reclassering om de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met enkel een meldplicht. Tijdens deze periode van toezicht kan dan nader onderzoek gedaan worden naar specifieke risicofactoren.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. De rechtbank weegt strafverhogend mee dat de verdachte het strafbare feit bewust heeft gepland, hierbij opzettelijk een slachtoffer op leeftijd heeft gekozen en dat er grote geldbedragen zijn overgeschreven. De verdachte is samen met haar mededaders dermate geraffineerd te werk gegaan dat enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Daarom wordt een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden drie maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarde is noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarde betreft een meldplicht bij de reclassering. Tijdens het reclasseringstoezicht kan nader onderzoek worden gedaan naar specifieke risicofactoren en kan verdachte worden geholpen met het vinden van de juiste hulp en begeleiding.
5. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [benadeelde partij]
heeft als benadeelde partij voor alle feiten € 4.635,16 als vergoeding voor materiële schade en € 1.200,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan integraal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade ten aanzien van de overgeschreven geldbedragen, te weten ter hoogte van € 4.349,50.
Standpunt van de verdediging
Gelet op de bepleite vrijspraak, kan niet worden gekomen tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De gevorderde schadevergoeding komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, met uitzondering van het geldbedrag van € 49,50 dat aan een derde is overgemaakt. De vordering wordt daarom grotendeels toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 4.585,66 (€ 4.300,00 + € 150,00 + € 135,66) als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit onder 1 rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen en is op andere wijze in zijn persoon aangetast.
Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.200,00. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de leeftijd van de benadeelde partij. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 7 oktober 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 53 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
7. Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 3 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarde dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland, locatie Rotterdam op het adres Marconistraat 2, 3029 AK te Rotterdam, tel.nr. 088-8041302.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde genoemd onder 1 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met haar mededaders, aan de [benadeelde partij]
(feiten 1 en 2), te betalen een bedrag van € 5.785,66, bestaande uit
€ 4.585,66 als vergoeding van materiële schade en € 1.200,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering (feit 1 en 2); bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij]
aan de staat € 5.785,66 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 53 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of haar mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. van Esch, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en H. Wielhouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 april 2026.
Mr. H. Wielhouwer is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.