ECLI:NL:RBROT:2026:5085

ECLI:NL:RBROT:2026:5085

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer 10-303984-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Veroordeling voor medeplegen van diefstal met behulp van een valse sleutel, door een geldbedrag te laten overmaken op de rekening van een ander en te proberen dit geld te pinnen. Vrijspraak van afpersing. Gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. Overwegingen over medeplegen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-303984-25

Datum uitspraak: 15 april 2026

Datum zitting: 1 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam],

gedetineerd in het Detentiecentrum Rotterdam.

Advocaat van de verdachte: mr. J. Gravesteijn

Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Gemachtigde van de benadeelde partij: [naam ]

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal met behulp van een valse sleutel, door een geldbedrag te laten overmaken op de rekening van een ander en te proberen dit geld te pinnen. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van vier maanden.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen een persoon heeft afgeperst en dat hij samen met anderen door middel van een valse sleutel geldbedragen van dezelfde persoon heeft weggenomen.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1

hij op 7 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee en/of een geldbedrag van ongeveer € 150,00 en een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) door

- in de auto van die [slachtoffer] te stappen en

- dreigend tegen die [slachtoffer] te zeggen: “Rijden of ik doe je wat” en “Geef me je portemonnee. Ik wil je geld hebben” en “Geef me je geld of ik doe je wat” en “Ik doe je wat aan als je de juiste codes niet geeft”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en

- met gebalde vuist op het oog, althans in het gezicht, van die [slachtoffer] te stompen en/of slaan;

2

hij in de periode van 7 oktober 2025 tot en met 8 oktober 2025 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer geldbedragen van EUR 900, 900, 700, 2.500, 4.982 en 49,50, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met behulp van de inloggegevens van de internetbankierenomgeving van die [slachtoffer], tot welk gebruik verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd waren, wederrechtelijk in te loggen in de internetbankieromgeving van die [slachtoffer] en vervolgens voornoemde geldbedragen over te boeken naar de rekeningnummers van verdachte en/of zijn mededaders en/of derden.

2. Bewijs (feit 2) / vrijspraak (feit 1)

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 2 en dat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, voor zover dit feit ziet op de diefstal door middel van een valse sleutel van een geldbedrag van € 4.982,-. Voor het overige verzoekt de verdediging de verdachte vrij te spreken.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak (feit 1)

De beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.

Volledige bewezenverklaring (feit 2)

Bewezen is dat:

Feit 2

hij op 8 oktober 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met anderen,

een geldbedrag van EUR 4.982, dat geheel aan [slachtoffer] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met behulp van de inloggegevens van de internetbankierenomgeving van die [slachtoffer], tot welk gebruik verdachte en zijn mededaders niet gerechtigd waren, wederrechtelijk in te loggen in de internetbankieromgeving van die [slachtoffer] en vervolgens voornoemd geldbedrag over te boeken naar het rekeningnummer van zijn mededader.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer]

3. Proces-verbaal van de politie

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]

5. Proces-verbaal van de politie

Bewijsmotivering

Op grond van de bewijsmiddelen is vast te stellen dat de verdachte zelf actief de [medeverdachte 1] heeft benaderd om zijn bankrekening ter beschikking te stellen om daar geld op te storten. Hij is naar [medeverdachte 1] toe gegaan en heeft met hem en andere personen in een auto gezeten. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat er toen werd gebeld naar iemand en dat er vervolgens geld is gestort op zijn rekening. Verdachte en zijn mededaders zijn naar een pinautomaat gereden en hebben daar geprobeerd om het geld op te nemen.

Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, kan niet worden vastgesteld dat de verdachte wist dat zijn mededaders dit geld hadden verkregen door het onbevoegd gebruiken van de inloggegevens en de internetbankieromgeving van de eigenaar van het geld. Wel is de rechtbank van oordeel dat vastgesteld kan worden dat de verdachte in de hiervoor geschetste context wist dat het geld afkomstig was van een misdrijf, zodat in elk geval van voorwaardelijk opzet sprake is geweest. Verdachte heeft een voldoende significante rol in het geheel gehad. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is ook sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de mededaders, zodat medeplegen van diefstal van een bedrag van € 4.982,00 met behulp van een valse sleutel wordt bewezen.

Het dossier biedt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de gekwalificeerde diefstal van de andere tenlastegelegde geldbedragen. Het enkele feit dat de verdachte op enig moment contact heeft gehad met de [medeverdachte 2], tevens zijn vriendin, is daarvoor onvoldoende. De verdachte wordt daarvan dus partieel vrijgesproken.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit 2

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor feit 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Standpunt van de verdediging

Primair zou aan de verdachte een gevangenisstraf moeten worden opgelegd die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Subsidiair verzoekt de verdediging om eventueel aanvullend een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een (voorwaardelijke) taakstraf te overwegen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal met behulp van een valse sleutel. Hij heeft daaraan actief bijgedragen door een persoon te benaderen waaraan een gestolen geldbedrag kon worden overgemaakt en met deze persoon te proberen om dit geldbedrag te pinnen, terwijl hij wist dat dit geldbedrag afkomstig was van een misdrijf. Door zich hieraan schuldig te maken was de verdachte enkel bezig met zijn eigen financiële gewin en heeft hij zich totaal niet bekommerd om de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 17 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 25 maart 2026 staat het volgende. Sinds de veroordeling voor een vermogensfeit in 2021 is de verdachte met zijn begeleiding vanuit Humanitas bezig om stabiliteit te verwerven op zijn leefgebieden. De verdachte heeft een belast verleden en heeft lange periode geen eigen huisvesting gehad. Met behulp van begeleiding heeft betrokkene een woning verkregen, een bewindvoerder en lijkt hij stappen te maken met betrekking tot zijn psychosociaal functioneren. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Het risico op letsel en op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag.

De huidige begeleiding is ingezet vanuit de WMO. Wanneer er reclasseringstoezicht wordt opgelegd, vervalt het WMO-kader en kan de verdachte geen begeleiding meer ontvangen vanuit zijn huidige begeleider. Gezien de vertrouwensband en de reeds gemaakte stappen schat de reclassering in dat een ander kader en dus een andere begeleider een contraproductief effect kunnen hebben voor de algemene stabiliteit en het recidiverisico. Hierdoor adviseert de reclassering een straf zonder voorwaarden bij veroordeling.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van vier maanden opgelegd.

Dat betekent ook dat de voorlopige hechtenis zal worden opgeheven, omdat verdachte deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf al in voorlopige hechtenis heeft uitgezeten.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij voor alle feiten € 4.635,16 als vergoeding voor materiële schade en € 1.200,00 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van

€ 4.349,50, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige kan de vordering worden afgewezen. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.

Standpunt van de verdediging

Voor zover de vordering ziet op vergoeding van het verlies van het contante geld en de mobiele telefoon, en de immateriële schade kan deze niet worden toegewezen. De verdachte was niet bij dit feit (1) betrokken. Met betrekking tot de gestolen bedragen die niet reeds aan de benadeelde partij zijn vergoed, refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1 en het gestolen geldbedrag waarvan de diefstal mede te wijten is aan de verdachte, te weten € 4.982,-, reeds door de bank is vergoed aan de benadeelde partij. Van de diefstal van de overige geldbedragen is de verdachte vrijgesproken.

Immateriële schade

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op het artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;

Vordering benadeelde partij

verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering (feiten 1 en 2);

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N. van Esch, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en H. Wielhouwer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 april 2026.

Mr. H. Wielhouwer is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. van Esch

Griffier

  • mr. E.D. Bijl

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand