RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11494794 CV EXPL 25-1007
datum uitspraak: 6 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Havensteder,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. K.A.M. Jaspers,
tegen
[gedaagde] , die handelt onder de naam [gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. T. Rhijnsburger.
De partijen worden hierna ‘Havensteder’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 januari 2025, met productie 1 t/m 20;
het antwoord, met productie 1 t/m 8;
de aktes van Havensteder, met aanvullende producties 21 t/m 23;
de akte van [gedaagde] , met aanvullende producties 9 t/m 15;
de akte van [gedaagde] , met grootboekmutaties;
de akte uitlaten over inbreng grootboekmutaties van Havensteder;
de rolbeslissing van 31 oktober 2025;
de akte van [gedaagde] , met jaarrekeningen en aangiftes inkomstenbelasting.
Op 18 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: mevrouw [naam 1] (manager [afdeling] bij Havensteder) en de gemachtigde van Havensteder. [gedaagde] was aanwezig met haar gemachtigde, de heer [naam 2] (vriend) en de heer [naam 3] (kennis).
2. De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
[gedaagde] huurt een woning en naastgelegen bedrijfspand van Havensteder. In de bedrijfsruimte exploiteert [gedaagde] een kapperszaak. Volgens Havensteder is de kapsalon te weinig geopend en schiet [gedaagde] daarom tekort in de nakoming van haar verplichtingen.
[gedaagde] is het er niet mee eens. Zij betwijfelt of Havensteder belang heeft bij haar vordering. Volgens haar is de zaak voldoende open om te kunnen spreken van de overeengekomen bedrijfsvoering. Bovendien, als er al sprake zou zijn van een tekortkoming, dan zou dat volgens [gedaagde] nog niet betekenen dat ze ook de woning zou moeten ontruimen.
Naar aanleiding van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft [gedaagde] gegevens overgelegd die ertoe dienen dat de kantonrechter kan beoordelen of en in hoeverre sprake is van bedrijfsactiviteit. In dit tussenvonnis wordt dat beoordeeld.
Bedrijfsvoering
De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een niet-verwaarloosbare mate van bedrijfsvoering door [gedaagde] . Dit wordt hierna toegelicht.
De verstrekte financiële gegevens
Zoals ter zitting is afgesproken heeft alleen de kantonrechter kennis genomen van de in het geding gebrachte financiële informatie. Gelet op het verzoek van [gedaagde] om deze informatie niet te delen met Havensteder, worden in dit tussenvonnis geen financiële details besproken, maar alleen de grote lijnen. [gedaagde] heeft in eerste instantie grootboekmutaties verstrekt. In tweede instantie heeft zij ook jaarrekeningen en belastingaangiftes van de onderneming over de jaren 2022 t/m 2024 overgelegd. Daarbij acht de kantonrechter van belang op te merken dat de jaarrekeningen zijn samengesteld door een onafhankelijke accountant.
Beoordeling van de financiële situatie
De kantonrechter heeft de financiële gegevens beoordeeld, in het bijzonder de omzet en continuïteit van de kapsalon. Uit deze gegevens blijkt dat [gedaagde] gedurende de looptijd van de huurovereenkomst structureel omzet heeft gegenereerd. De gerealiseerde omzet maakt, in samenhang bezien met de door [gedaagde] toegelichte omstandigheden (zoals de tijd die zij besteedt aan administratie en inkoop), dat er naar het oordeel van de kantonrechter sprake is van actieve bedrijfsvoering, zij het dat de gegenereerde omzet beduidend minder lijkt te zijn dan die van een kapsalon die drie dagen per week vol in bedrijf is. Daarbij dient echter bedacht te worden dat [gedaagde] onweersproken heeft gesteld dat haar gezondheidsklachten invloed hebben op het aantal uren dat zij per week kan knippen.
Vervolg van de zaak 2.7. Havensteder zal, zoals ter zitting is besproken, nu eerst in de gelegenheid gesteld worden zich uit te laten over de vraag of zij de procedure wil voortzetten.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 26 februari 2026 om 11.30 uur zodat Havensteder zich schriftelijk kan uitlaten als onder 2.7 bedoeld;
bepaalt dat de door Havensteder (in tweevoud) in te dienen reactie uiterlijk de dag voor de rolzitting moet zijn ontvangen op de rechtbank;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
62574