Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/057596-25
Datum uitspraak: 1 mei 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [plaatsnaam] ,
raadsman mr. G.A.J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 17 april 2026.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. K. Broere, heeft gevorderd:
4. Waardering van het bewijs
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
1
hij
op 22 februari 2025
te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
mobiele telefoons (Iphones), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[naam winkel] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op en schreeuwend de winkel binnen te lopen en hierbij de woorden toe te voegen: "Geef mij de telefoons", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en
- meermalen met kracht met een hamer tegen een vitrineruit te slaan, waardoor de vitrinedeur openging;
2
hij
op 22 februari 2025
te Barendrecht,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie IV onder 7° van de wet Wapens en munitie, te weten een machete, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5. Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Feit 2: handelen in strijd met artikel 26, vijfde lid, van de Wet wapens en munitie
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
7. Motivering straf
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een telefoonwinkel in Barendrecht. De verdachte is samen met een mededader, terwijl zij allebei een bivakmuts droegen, de winkel binnengegaan. Zij hebben vervolgens de medewerkers onder bedreiging van een op een vuurwapen lijkend voorwerp proberen te dwingen om telefoons aan hen te geven. Toen daar geen gehoor aan werd gegeven, hebben de verdachte en zijn mededader met een hamer de vitrine kapotgeslagen, waarna zij meerdere telefoons in een tas hebben gedaan. Hierop zijn ze de winkel uitgerend. De verdachte en zijn mededader werden tijdens hun vlucht tegengehouden door omstanders, waarna zij zijn aangehouden door de politie. De verdachte bleek bij zijn aanhouding een machete bij zich te hebben. Dergelijke feiten kunnen, los van de materiële schade, bij slachtoffers ernstig psychisch letsel veroorzaken. Uit het verzoek tot schadevergoeding dat is ingediend door een medewerker van de winkel blijkt dat het incident een grote impact op haar heeft gehad. Voor die gevolgen is de verdachte, samen met zijn mededader, verantwoordelijk. De verdachte heeft deze gevolgen kennelijk op de koop toegenomen en heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin. Meer algemeen, en zeker wanneer daarbij wapens in het spel zijn, veroorzaken dit soort feiten sterke gevoelens van onrust binnen de maatschappij.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
23 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Rapportage
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 april 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte is een kwetsbare jongen die snel beïnvloedbaar is en moeite heeft om probleemsituaties te herkennen en de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Hij heeft spijt van wat hij heeft gedaan. Er zijn zorgen over dat de verdachte met antisociale jongeren omgaat. De verdachte volgt een BBL-opleiding, werkt daarnaast en heeft een positieve en gestructureerde invulling van zijn vrije tijd. Uit het onderzoek komt het algemeen recidive- risico uit op midden en het totaal dynamisch risicoprofiel komt uit op laag. Er worden beschermende factoren, maar ook risicofactoren gezien. Om de kans op herhaling te verkleinen, is het van belang dat de verdachte hulpverlening krijgt waarbij zijn vaardigheidstekorten versterkt kunnen worden en hij daardoor leert om weerstand te bieden tegen antisociale jongeren, inzicht krijgt in oorzaak en gevolg, en nadenkt voordat hij iets doet om betere keuzes te kunnen maken. De Raad adviseert om bij een veroordeling aan de verdachte de leerstraf So-Cool Regulier op te leggen. Met deze leerstraf kan de verdachte leren om op zijn eigen grenzen te letten, minder beïnvloedbaar te zijn en probleemsituaties te herkennen. Daarnaast acht de Raad een voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur passend en acht zij jeugdreclasseringstoezicht noodzakelijk om te blijven kijken hoe het met de verdachte gaat ten aanzien van relaties, school, werk en de hulpverlening.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank volgt de eis van de officier van justitie en legt een jeugddetentie op van 120 dagen, waarvan 117 dagen voorwaardelijk. De duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is daarmee gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is op dit moment niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Aan het voorwaardelijke deel van de jeugddetentie verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad. De rechtbank acht deze voorwaarden noodzakelijk om de verdachte te begeleiden en het risico op recidive te beperken.
Gelet op het gemak waarmee de verdachte zich heeft laten overhalen om de strafbare feiten te plegen, legt de rechtbank in aanvulling op de jeugddetentie een taakstraf op, bestaande uit de leerstraf So-Cool Regulier. De verdachte kan hiermee leren om weerstand te bieden aan anderen indien dit nodig is en om betere keuzes te maken.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.438,- aan materiële schade en een bedrag van € 3.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering tot schadevergoeding op dezelfde wijze af te doen als in de zaak van de mededader. Dat betekent dat zij het materiële deel van de vordering toewijsbaar acht tot een bedrag van € 53,- en dat de immateriële schade dient te worden gematigd tot een bedrag van € 1.500,-. De vordering dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht het gevorderde bedrag aan immateriële schade te matigen. Ten aanzien van de materiële schadevergoeding is verzocht om de benadeelde partij ten aanzien van de gederfde inkomsten en medische kosten niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd.
Beoordeling
Materiële schade
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank acht het deel van de gevorderde materiële schadevergoeding dat ziet op de gemaakte reiskosten van € 53,- voldoende onderbouwd. Dit deel van de vordering zal worden toegewezen.
Het deel van de gevorderde materiële schadevergoeding dat ziet op de medische kosten van de psycholoog en het verlies van inkomen is onvoldoende onderbouwd. Nader onderzoek daarnaar levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit ook rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Uit de vordering volgt dat de benadeelde partij kampt met ernstige psychische problemen. Op basis van de hierbij overgelegde stukken is sprake van een aantasting in de persoon (artikel 6:106 sub b BW). De gestelde schade is genoegzaam onderbouwd en zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.500.-. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, en de bedragen die rechters in vergelijkbare gevallen eerder hebben toegewezen, mede aan de hand van de Rotterdamse Schaal. De gevorderde immateriële schadevergoeding zal tot voornoemd bedrag worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de gevorderde immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met anderen heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 22 februari 2025.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die hierbij door de benadeelde partij zijn gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.553,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 54 van de Wet wapens en munitie.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
11. Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 120 (honderdtwintig dagen);
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 117 (honderdzeventien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit de leerstraf So-Cool (regulier) voor de duur van 40 (veertig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 1.553,- (zegge: duizendvijfhonderdendrieënvijftig euro), bestaande uit € 53,- aan materiële schade en
€ 1.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
22 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij] te betalen € 1.553,- (hoofdsom, zegge: duizendvijfhonderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
22 februari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Jordaan en S. Putting, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
1
hij
op 22 februari 2025
te Barendrecht
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
mobiele telefoons (Iphones), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[naam winkel], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- met bivakmutsen op en schreeuwend de winkel binnen te lopen en hierbij de woorden toe te voegen: "Geef mij de telefoons", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en
- meermalen met kracht met een hamer tegen een vitrineruit te slaan, waardoor de vitrinedeur openging;
2
hij
op 22 februari 2025
te Barendrecht,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie IV onder 7° van de wet Wapens en munitie, te weten een machete, voorhanden heeft gehad.