ECLI:NL:RBROT:2026:5105

ECLI:NL:RBROT:2026:5105

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 10/249783-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugd MK. De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan afpersing in vereniging en het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 75 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 26 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/249783-25

Datum uitspraak: 17 april 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1], [postcode] te [plaatsnaam],

raadsvrouw mr. S. Aarts, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 17 april 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is – samengevat – ten laste gelegd:

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. E.M. ter Braak, heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 1. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte niet aan de afpersing heeft meegedaan. De verdachte had geen wetenschap van wat zich heeft afgespeeld in de toiletruimte en stond slechts bij het toilet. Zijn enkele aanwezigheid is onvoldoende om te kunnen spreken van medeplegen, nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging eveneens vrijspraak bepleit, omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte het wapen voorhanden heeft gehad.

Beoordeling

Op basis van de bewijsmiddelen genoemd in bijlage II komt de rechtbank tot de volgende beoordeling.

Op 15 september 2025 is de aangever gedwongen tot afgifte van verschillende goederen in de toiletruimte van KFC aan de [adres 2]. De aangever heeft verklaard dat hij door twee jongens is meegenomen naar de toiletruimte, waar één van hen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en hem dreigend heeft toegesproken met de woorden: “Het is niet wat je dacht broertje, alles uittrekken” en “niet naar jouw telefoon grijpen anders ga ik schieten”. De aangever is vervolgens gedwongen om zijn telefoon te resetten en zijn vest en jas uit te doen. In de jas van de aangever zat een pinpas. De jongens hebben daarna de toiletruimte verlaten met de spullen van de aangever.

De aangever heeft verklaard dat de afpersing is gepleegd door twee personen: een jongen die hij kent als ‘[naam 1]’ en een jongen die hij kent als ‘[naam 2]’ (de naam van de verdachte). De verdachte ontkent niet dat hij in de toiletruimte was, maar zegt niet betrokken te zijn bij de afpersing en hier ook niets van te hebben gemerkt. Hij zegt dat hij in de toiletruimte een jas heeft gekregen die hij heeft meegenomen. Hij ontkent dat hij in het toilethokje was waar de afpersing plaatsvond.

De rechtbank gaat aan de lezing van de verdachte voorbij. De verklaring van de aangever vindt steun in de verklaring van de medeverdachte, [medeverdachte], in combinatie met de camerabeelden. De verklaring van de medeverdachte komt erop neer dat hij met een vriend naar KFC is gegaan en daar in een toilethokje samen een jongen hebben beroofd van zijn telefoon, waarbij een vuurwapen is getoond. Het idee om hem te beroven bestond volgens de medeverdachte al voordat ze bij KFC waren. Uit de camerabeelden blijkt dat aangever de toiletruimte ingegaan is en dat de verdachte en zijn medeverdachte achter hem aanliepen. Dat maakt dat de rechtbank vaststelt dat de verdachte degene moet zijn geweest die de medeverdachte bedoelt als de vriend met wie hij een jongen heeft beroofd. De lezing van de verdachte dat hij naast het toilethokje stond en dat hij niets meekreeg van de afpersing, acht de rechtbank daarom niet geloofwaardig.

De verklaring van de aangever vindt ook steun in de verklaring van een getuige die tijdens het voorval in KFC aanwezig was. De getuige heeft waargenomen dat twee jongens uit het toilet liepen, waarbij de beschrijving van de getuige overeenkomt met het signalement van de verdachte. De getuige heeft vervolgens waargenomen dat de aangever uit het toilet van KFC liep en riep dat hij zojuist door twee jongens was bestolen.

Ten aanzien van de bedreiging met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp overweegt de rechtbank nog dat dit niet alleen volgt uit de verklaring van de aangever, maar ook uit de verklaring van de medeverdachte. Hij heeft immers verklaard dat ze bij KFC waren omdat de aangever een wapen van hem wilde kopen en dat hij het wapen getoond heeft bij de toiletten. Het wapen is bij de medeverdachte aangetroffen en bleek een alarmpistool te zijn dat sprekend lijkt op een echt vuurwapen. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat bij de afpersing gebruik is gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.

Of de verdachte zelf degene is geweest die het alarmpistool aan de aangever heeft getoond, is bij de beoordeling van het tenlastegelegde niet van belang. Gelet op de gezamenlijke uitvoering en omdat de verdachte wist dat er een wapen zou zijn (het ging volgens de medeverdachte immers om de verkoop daarvan), is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet had op het gebruik van het alarmpistool bij de beroving. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met de medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan afpersing en dat hij samen met de medeverdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte en zijn medeverdachte het alarmpistool op de aangever hebben gericht en tegen diens hoofd hebben geduwd. Deze specifieke gedragingen vinden uitsluitend steun in de verklaring van de aangever en worden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Nu dergelijk steunbewijs ontbreekt en de rechtbank dit deel van de verklaring van aangever ook niet zonder meer overtuigend vindt, zal de rechtbank de verdachte in zoverre partieel vrijspreken.

Conclusie

Het pleidooi tot vrijspraak wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Op grond van het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft begaan op die wijze dat:

1

hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of een jas en/of een vest en/of een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)

door

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: “Het is niet wat je dacht broertje, alles uittrekken” en/of “niet naar jouw telefoon grijpen anders ga ik schieten”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] te tonen en/of door te laden en/of op die [slachtoffer] te richten en/of de loop van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] te duwen;

2

hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een (hand)vuurwapen van het type Beretta M92 voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De destijds vijftienjarige verdachte heeft zich samen met een medeverdachte schuldig gemaakt aan een afpersing en het voorhanden hebben van een alarmpistool. Op 15 september 2025 zijn de verdachte en zijn medeverdachte samen met het slachtoffer naar een toiletruimte van een KFC gegaan. Daar is het slachtoffer door bedreiging met geweld door middel van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp gedwongen spullen af te staan. Met zijn handelen heeft de verdachte het slachtoffer angst aangejaagd en heeft hij geen respect getoond voor andermans eigendommen. Dergelijk intimiderend en gewelddadig gedrag versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

Uit de justitiële documentatie blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Rapportage

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 maart 2026. De Raad schrijft het volgende:

De Raad schat de kans op recidive verhoogd in. De verdachte gaat om met leeftijdsgenoten die antisociale invloeden hebben en hij lijkt onvoldoende weerstand te kunnen bieden tegen invloeden van buitenaf. Er zijn ook beschermende factoren aanwezig. Thuis gaat het goed met de verdachte; hij loopt momenteel stage en werkt vijf tot zeven dagen per week. De verdachte is gemotiveerd en wil graag iets van zijn toekomst maken. Hij heeft zich samen met zijn jongerencoach ingeschreven voor een MBO1 opleiding, die binnenkort zal starten. De Raad adviseert om de jeugdreclasseringsmaatregel voorlopig voort te zetten, zodat de jeugdreclassering kan toezien op zijn huidige dagbesteding en de jeugdreclasseerder de verdachte kan blijven ondersteunen en begeleiden op de domeinen relaties, geestelijke gezondheid, houding en vaardigheden. Ook kan zo worden gekeken wat eventueel aan aanvullende hulp nodig is, zodat de kans op recidive wordt verkleind.

De Raad adviseert om bij een veroordeling aan de verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, en om daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen. Het voorwaardelijk deel borgt ook de jeugdreclasseringsmaatregel en dient als ‘stok achter de deur’ om de verdachte te blijven motiveren en te stimuleren om in de toekomst de juiste keuzes te blijven maken.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken eerder zijn opgelegd. De rechtbank volgt de eis van de officier van justitie en legt een jeugddetentie op van 75 dagen, waarvan 26 dagen voorwaardelijk. De duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is daarmee gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is op dit moment niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte en daarmee ook niet in dat van de samenleving. Aan het voorwaardelijk deel van de jeugddetentie verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de Raad. De rechtbank acht deze voorwaarden noodzakelijk om de verdachte te begeleiden en het risico op recidive te beperken.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 26 (zesentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. N. Doorduijn en S. Putting, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon en/of een jas en/of een vest en/of een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n)

door

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: “Het is niet wat je dacht broertje, alles uittrekken” en/of “niet naar jouw telefoon grijpen anders ga ik schieten”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] te tonen en/of door te laden en/of op die [slachtoffer] te richten en/of de loop van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] te duwen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon en/of een jas en/of een vest en/of een pinpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: “Het is niet wat je dacht broertje, alles uittrekken” en/of “niet naar jouw telefoon grijpen anders ga ik schieten”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer] te tonen en/of door te laden en/of op die [slachtoffer] te richten en/of de loop van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer] te duwen;

2

hij op of omstreeks 15 september 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een (hand)vuurwapen van het type Beretta M92 voorhanden heeft gehad.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand