ECLI:NL:RBROT:2026:5109

ECLI:NL:RBROT:2026:5109

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 10.220188.25 en 10.219008-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Jeugd MK. Vrijspraak van het medeplegen van een diefstal van diesel en veroordeling voor het medeplegen van een diefstal met geweld in vereniging en heling. Oplegging van een combinatie van jeugddetentie en een taakstraf bestaande uit een werkstraf. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10.220188.25 en 10.219008-25 (gevoegd op zitting)

Datum uitspraak: 1 mei 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1] [postcode] [plaatsnaam],

raadsman mr. R. Delgado, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 17 april 2026.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is – samengevat – het volgende ten laste gelegd:

feit 1: primair, medeplegen van diefstal met geweld in vereniging, subsidiair medeplichtig aan diefstal met geweld in vereniging

feit 2: heling

feit 3: diefstal in vereniging

Feit 1 en 2 zijn ten laste gelegd onder parketnummer 10/220188-25. Feit 3 is apart ten laste gelegd onder parketnummer 10/219008-25. In dit vonnis is dit feit doorgenummerd als feit 3. De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

4. Waardering van het bewijs

Feit 1

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 1 (diefstal met geweld). Volgens de verdediging was er geen sprake van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. De straatroof is in verschillende fases verlopen, waar enige tijd tussen is verstreken. De verdachte was afwezig bij de bedreigende situatie in de snackbar en wist niets van het plan om een telefoon te stelen; dit hoorde hij pas achteraf. De verdachte sloot zich pas kort voor het moment van de diefstal weer aan bij de groep en keek van een afstand toe. Ook medeplichtigheid kan niet worden bewezen, omdat de verdachte niet opzettelijk behulpzaam is geweest bij de diefstal en geen middelen heeft verschaft om deze mogelijk te maken.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en), gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict. Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen die zijn uitgewerkt in bijlage II, overweegt de rechtbank over de betrokkenheid van de verdachte bij dit feit het volgende.

Vaststaat dat op 27 juli 2025 een telefoon (iPhone 12 Pro) is gestolen van de [aangever]. Uit zijn verklaring blijkt dat een groep jongens hem op een dreigende manier heeft benaderd en dat ze hem iets dat op een vuurwapen leek hebben laten zien, hem hebben geduwd en geslagen, en meerdere keren in zijn broekzakken hebben gegraaid om zijn telefoon te pakken. De telefoon is weggenomen door een van de medeverdachten en is later aangetroffen bij de verdachte. De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met een of meer medeverdachten bij het uitvoeren van deze straatroof.

Bij die beoordeling is van belang dat de straatroof zich in verschillende fases heeft voltrokken. De eerste fase speelt zich af bij [naam snackbar]. [aangever] en [getuige] staan samen in de snackbar als zij worden aangesproken door een groep jongens. Op foto’s in het dossier is te zien dat deze groep jongens in ieder geval bestaat uit de verdachte en drie medeverdachten. In de snackbar vindt een gesprek plaats, waarna [aangever] en [getuige] door de verdachte en de medeverdachten mee naar buiten worden genomen. Buiten volgt een gesprek, waarbij [aangever] door enkele medeverdachten tegen een muur wordt geduwd en er in zijn zakken wordt gevoeld. De verdachte lijkt hierbij niet actief betrokken te zijn. Op dat moment wordt er nog niets gestolen.

[aangever] verklaart dat hem vervolgens is verteld om weer naar binnen te gaan. In de snackbar laat een van de medeverdachten hem een voorwerp in een tas zien dat lijkt op een vuurwapen, waarna wordt gedreigd om hem iets aan te doen als hij niet mee naar buiten gaat. De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte op dat moment in de snackbar aanwezig is geweest. Volgens zijn eigen verklaring was hij hier niet bij en is hij kort ervoor weggegaan om een schooltas op te halen. Ook uit de verklaringen van [aangever] en [getuige] volgt niet dat de verdachte bij dit moment in de snackbar aanwezig is. Bovendien vindt de verklaring van de verdachte steun in de camerabeelden. Als zij de snackbar voor de tweede maal verlaten lopen [aangever], [getuige] en drie medeverdachten aan de achterzijde langs een parkeerplaats; de verdachte loopt hier niet bij.

Volgens zijn verklaring komt de verdachte weer terug op het moment dat [aangever], [getuige] en enkele medeverdachten in een steeg in de buurt van de Linde staan. [aangever] verklaart dat hij op dit moment door de jongens wordt geduwd en geslagen. Hij voelt meerdere klappen op zijn hoofd en tegen andere delen van het lichaam. [aangever] verklaart dat de verdachte hem hard op zijn kaak slaat en dat de medeverdachten ondertussen proberen om zijn telefoon af te pakken. Nadat zijn telefoon is gestolen, rennen alle jongens weg, zo verklaart [aangever].

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de steeg slechts op enige afstand stond toe te kijken. Uit zijn verklaring bij de politie maakt de rechtbank echter op dat hij weldegelijk actief betrokken was bij de door [aangever] beschreven gebeurtenissen. De verdachte heeft over dat moment bij de politie verklaard: “Toen ging ik terug. Ze waren toen verplaatst achter [naam snackbar]. Daarna hadden ze weer ruzie gekregen, ik weet niet wat de reden daarvan is. Ik was met 3 matties van mij, dit zijn dezelfde jongens van eerder. [aangever] was met 1 mattie. We waren aan het praten en dit ging heel de tijd heen en weer.” De verdachte was, zo blijkt hieruit, zelf onderdeel van het gesprek, wat past bij de verklaring van [aangever]. De rechtbank acht de verklaring van [aangever] betrouwbaar, ook omdat deze wordt ondersteund door andere bevindingen bij het onderzoek. [aangever] zegt bij de politie dat de persoon die hem heeft geslagen dezelfde persoon is die [getuige] eerder een trap heeft gegeven. Op foto’s in het dossier is te zien dat de verdachte [getuige] voor de snackbar een trap heeft gegeven.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan diefstal door de [aangever] met geweld van zijn telefoon te beroven. Ten aanzien van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking overweegt de rechtbank dat de verdachte onderdeel was van de groep die de telefoon met geweld heeft weggenomen, dat hij [aangever] in de steeg heeft geslagen en bovendien degene was die de gestolen telefoon uiteindelijk in zijn bezit had. De bijdrage van de verdachte aan de beroving is hiermee van zodanig gewicht dat sprake is van medeplegen. Het tenlastegelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.

Nu uit het dossier niet volgt dat de verdachte eerder ook aanwezig was bij het tonen van het (nep-)vuurwapen in de snackbar of hiervan wetenschap had, spreekt de rechtbank hem partieel vrij van dit deel van de tenlastelegging.

Feit 2

De verdachte heeft feit 2 (heling) bekend. Gelet daarop en de overige bewijsmiddelen opgenomen in bijlage III komt de rechtbank tot een bewezenverklaring.

Feit 3

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 3 wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte en de medeverdachten kwamen samen aan en gingen ook samen weer weg bij het benzinestation, zonder te betalen voor de afgenomen diesel. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ook zelf probeerde te tanken. Dat dit niet lukte is alleen te wijten aan het feit dat de pomp waar de verdachte stond was afgesloten en de pomp van de medeverdachten niet. De officier van justitie acht het niet aannemelijk dat de verdachte voor de diesel wilde betalen.

Beoordeling

De rechtbank is, conform het standpunt van de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte een bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van diesel. Op basis van het dossier kan de rechtbank alleen vaststellen dat de verdachte hierbij aanwezig was. Op camerabeelden is te zien dat de verdachte met de medeverdachten aan komt lopen bij het benzinestation. De twee medeverdachten lopen samen naar pomp 1, waar zij diesel in twee flessen vullen, terwijl de verdachte naar pomp 2 loopt en daar vergeefs probeert een lege fles te vullen. De medeverdachten lopen op enig moment weer weg, terwijl de verdachte nog enige tijd blijft proberen om de fles te vullen; als dit niet lukt loopt ook hij daarna weg. Op basis van de aangifte en de camerabeelden concludeert de rechtbank dat de verdachte zelf geen diesel of andere vloeistoffen heeft weggenomen. Ook heeft hij de medeverdachten niet geholpen bij het wegnemen van diesel. Nu het dossier verder geen aanwijzingen bevat dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal of betrokken is geweest bij een hier vooraf toe beraamd gezamenlijk plan, zal de verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De verdachte heeft de feiten 1 en 2 op die wijze begaan dat:

1

hij op of omstreeks 27 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon (iPhone 12 Pro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] tegen een muur aan te duwen en/of te omsingelen, en/of

- met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die [slachtoffer 1], en/of

- aan die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen in

een tas, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Niet stoer doen, anders blaas ik een kogel door je kop. Als je nu niet mee naar buiten gaat, sla ik je tanden eruit.", en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het hoofd en/of in het gezicht en/of tegen de kaak en/of

tegen het lichaam te slaan, en/of

- ( opnieuw) met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die

[slachtoffer 1] en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of

- die [slachtoffer 2] te slaan en/of in de maag/buikstreek te trappen;

2

hij in de periode van 27 juli 2025 tot en met 30 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, althans in Nederland

een telefoon, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft

overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Feit 2

opzetheling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan een straatroof. Hij heeft het slachtoffer samen met een groep medeverdachten op gewelddadige wijze beroofd van zijn telefoon. Het slachtoffer is daarbij tegen een muur geduwd en meermaals geslagen tegen het lichaam en het gezicht. De verdachte heeft het slachtoffer hierbij op zijn kaak geslagen. Door zijn handelen heeft de verdachte de integriteit van het slachtoffer aangetast en zowel lichamelijke als emotionele schade toegebracht. Het slachtoffer heeft tijdens en na het incident veel stress en angst ervaren en was lange tijd bang om naar buiten te gaan, zo blijkt uit zijn slachtofferverklaring. Bovendien maken strafbare feiten zoals deze een grote inbreuk op het gevoel van veiligheid op straat.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

Uit de justitiële documentatie volgt dat de verdachte op 14 oktober 2025 is veroordeeld voor twee zedendelicten.

Rapportages

De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 7 april 2026. De Raad schrijft dat er op basis van het onderzoek zowel beschermende als risicofactoren in het leven van de verdachte zijn, die de kans op herhaling van strafbaar gedrag beïnvloeden. Risicofactoren worden met name gezien binnen de domeinen vrijetijdsbesteding, relaties, agressie, vaardigheden en houding. Hoewel de verdachte een gestructureerde vrijetijdsbesteding heeft (een bijbaan en sport) bestaan er zorgen over de invulling van zijn vrije tijd en daarmee over de kans op herhaling. Omdat er bij de verdenking medeverdachten betrokken waren, bestaan er tevens zorgen over de relaties van de verdachte. De Raad vraagt zich af in hoeverre het de verdachte zelfstandig lukt om afstand te houden van antisociale jongeren. Uit gesprekken met de verdachte, zijn moeder en informanten komt naar voren dat hij impulsief kan zijn. Hoewel het al veel beter gaat, denkt hij niet altijd goed na voordat hij iets doet en maakt hij niet altijd de beste keuzes. De Raad maakt zich daarom zorgen over zijn vaardigheden en daarmee over de kans op herhaling.

Wat betreft het strafadvies merkt de Raad op dat de afgelopen periode een positieve

verandering gezien is bij de verdachte en dat hij kleine stappen vooruit maakt. Het reeds ingezette hulpverleningstraject wordt dan ook als een meerwaarde gezien. Herhaling en

sturing blijven echter nog wel noodzakelijk. Indien de verdachte schuldig wordt bevonden adviseert de Raad, gezien de aard en de ernst van de verdenkingen, een onvoorwaardelijke jeugddetentie, gelijk aan de duur van het voorarrest. De Raad vindt het niet in zijn belang dat de verdachte teruggaat in jeugddetentie. Hij heeft in voorarrest gezeten en hierdoor de consequenties ervaren van het delictgedrag. Daarbij is van belang dat het begeleidingstraject dat hij nu doorloopt niet stagneert. Een onvoorwaardelijke werkstraf wordt passend geacht omdat antisociaal gedrag niet wordt geaccepteerd in de maatschappij. Hierbij is een aandachtspunt dat de verdachte niet overvraagd wordt.

Ter zitting heeft [naam], werkzaam bij de Jeugdbescherming West (JB West) naar voren gebracht dat de verdachte het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis goed doet. Hij heeft een bijbaan en doet het goed op school; het verzuim is een stuk minder dan voorheen. Zijn impulsiviteit blijft een aandachtspunt, waar mogelijk individuele behandeling bij kan helpen. Het is van belang dat de verdachte onder begeleiding blijft, maar dat is met de bijzondere voorwaarden opgelegd bij vonnis van 14 oktober 2025 inmiddels gewaarborgd. JB West kan zich vinden in het advies van de Raad.

Artikel 63 Sr

De rechtbank overweegt dat artikel 63 Sr van toepassing is. Dit houdt in dat de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening moet houden met de straf die is opgelegd bij vonnis van 14 oktober 2025 (parketnummer 10-342423-23), nu de feiten 1 en 2 zijn gepleegd voor die datum. In het vonnis van 14 oktober 2025 heeft de rechtbank aan de verdachte opgelegd een werkstraf van 80 uur en een jeugddetentie van 100 dagen, waarvan 53 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

zich gedurende een door de jeugdreclassering Jeugdbescherming West te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan begeleiding van een jongerencoach;

gedurende de proeftijd zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan:

gedurende de proeftijd overeenkomstig het rooster naar school zal gaan en zich zal houden aan de daar geldende afspraken.

Als bijzondere voorwaarde is ook een contactverbod met de slachtoffers in de betreffende zaak opgenomen.

Hoewel bij vonnis van 14 oktober 2025 een jeugddetentie en werkstraf zijn opgelegd, verwacht de rechtbank dat deze straf hoger was uitgevallen als de rechtbank destijds ook had beslist over de beide feiten in de huidige zaak. Het gaat in onderhavig vonnis om andere strafbare feiten dan bij de eerdere veroordeling. Met name feit 1 in de huidige zaak is een ernstig strafbaar feit. Om die reden ziet de rechtbank aanleiding om, rekening houdend met de eerdere veroordeling, ook in de huidige zaak een straf op te leggen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en op de eerdere veroordeling uit oktober 2025. De rechtbank legt een jeugddetentie op van 30 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De duur van het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is daarmee gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een terugkeer naar de jeugdgevangenis is op dit moment niet in het belang van de ontwikkeling van de verdachte en daarmee ook niet in dat van de samenleving. Aan het voorwaardelijk deel van de jeugddetentie verbindt de rechtbank als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het [slachtoffer 1]. De rechtbank legt geen aanvullende bijzondere voorwaarden op tot verdere behandeling of begeleiding van de verdachte, nu die voorwaarden reeds zijn opgelegd in het vonnis van 14 oktober 2025.

Naast een jeugddetentie legt de rechtbank de verdachte een werkstraf op van 40 uur, bij niet-voltooiing te vervangen door 20 dagen jeugddetentie. De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht een hogere werkstraf niet passend in het licht van de eerder opgelegde straf. Met onderhavig vonnis en het vonnis van 14 oktober 2025 wordt aan de verdachte, naast een deels voorwaardelijke jeugddetentie, een werkstraf van in totaal 120 uur opgelegd.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij], ter zake van feiten 1 en 2. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 382,62 aan materiële schade en een bedrag van € 4.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering voldoende is onderbouwd en verzoekt om de vordering toe te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging verzoekt om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu zij vrijspraak bepleit van feit 1. Voor zover de rechtbank de vordering (deels) toewijsbaar acht, stelt de verdediging dat niet is onderbouwd dat de telefoon is beschadigd als gevolg van de diefstal. Het betreft een oude telefoon uit 2021, waarvan het niet onaannemelijk is dat die al beschadigd was. De verdediging verzoekt de rechtbank daarom de vordering voor wat betreft de reparatiekosten af te wijzen. Voorts blijkt niet uit het dossier dat er samen met de telefoon ook nog € 50,- is gestolen, zodat ook dit deel van de vordering moet worden afgewezen. Voor wat betreft de overige posten refereert de verdediging aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

Materiële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten ook rechtstreeks materiële schade is toegebracht.

De verdediging heeft gesteld dat de telefoon mogelijk al beschadigd was voor de diefstal. De rechtbank ziet hiervoor geen aanwijzingen. Het ligt bovendien op de weg van de verdachte om dit verweer handen en voeten te geven. Er is geen begin van aannemelijkheid dat de telefoon al beschadigd was. Daarmee is deze schadepost onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank acht de reparatiekosten en het overige deel van het gevorderde bedrag aan materiële schade – behalve de hierna besproken € 50,- – rechtstreekse schade als het gevolg van de bewezenverklaarde feiten en voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst dit deel van de vordering toe.

In het verzoek tot vergoeding van materiële schade is een bedrag van € 50,- opgenomen onder de post ‘geld’, dat zich in de hoes van de telefoon zou hebben bevonden. Uit de aangifte of overige verklaringen in het dossier blijkt niet dat benadeelde partij tevens is bestolen van € 50,-. De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd en verklaart de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Immateriële schade

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten ook rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De benadeelde is door een groep jongens geslagen en geschopt en heeft daardoor veel pijn gehad. Ook is zijn telefoon door hen gestolen. Uit de vordering volgt dat hij nog een tijd last heeft gehad van de pijn, sinds het incident angstig is, niet meer alleen naar school durft te fietsen en slecht slaapt. Bij de benadeelde partij is dus sprake van zowel lichamelijk letsel als (ook zonder vastgesteld geestelijk letsel) van een andere aantasting in de persoon in de zin van artikel 6:106 sub b BW. Hij heeft daardoor recht op schadevergoeding.

Bij de begroting van de schade zoekt de rechtbank aansluiting bij de Rotterdamse Schaal. Een straatroof met meerdere daders valt onder de categorie 19.1 (b), waarvoor een maximumbedrag van € 3.000 is opgenomen. Nu het gaat om een straatroof met meerdere daders en geweld, maar de verdachte wordt vrijgesproken van het dreigen met een vuurwapen, ziet de rechtbank reden om het schadebedrag te matigen en een bedrag van € 2.000,- toe te wijzen. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 27 juli 2025.

Nu de vordering van de benadeelde partij (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.332,62, vermeerderd met wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 3 heeft begaan, en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en 2, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 30 (dertig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 14 (veertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2]

;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde:

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 2.332,62 (zegge: tweeduizenddriehonderdtweeëndertig euro en tweeënzestig cent), bestaande uit € 332,62 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de [benadeelde partij] te betalen € 2.332,62 (hoofdsom, zegge: tweeduizenddriehonderdtweeëndertig euro en tweeënzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 jul 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. N. Doorduijn en S. Putting, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Zaanen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2026.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1

hij op of omstreeks 27 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon (iPhone 12 Pro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] tegen een muur aan te duwen en/of te omsingelen, en/of

- met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die [slachtoffer 1], en/of

- aan die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen in een tas, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Niet stoer doen, anders blaas ik een kogel door je kop. Als je nu niet mee naar buiten gaat, sla ik je tanden eruit.", en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het hoofd en/of in het gezicht en/of tegen de kaak en/of tegen het lichaam te slaan, en/of

- ( opnieuw) met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die [slachtoffer 1] en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of

- die [slachtoffer 2] te slaan en/of in de maag/buikstreek te trappen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

N.E.E. Sanchez Tello en/of I.J. Louisa en/of E. Günes en/of meerdere onbekend gebleven

personen op of omstreeks 27 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een telefoon (iPhone 12 Pro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [slachtoffer 1] tegen een muur aan te duwen en/of te omsingelen, en/of

- met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die [slachtoffer 1], en/of

- aan die [slachtoffer 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen in een tas, en/of

- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen "Niet stoer doen, anders blaas ik een kogel door je kop. Als je nu niet mee naar buiten gaat, sla ik je tanden eruit.", en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen tegen het hoofd en/of in het gezicht en/of tegen de kaak en/of

tegen het lichaam te slaan, en/of

- ( opnieuw) met hun, verdachtes en/of zijn mededaders, handen in de zakken te gaan van die

[slachtoffer 1] en/of de telefoon van die [slachtoffer 1] te pakken, en/of

- die [slachtoffer 2] te slaan en/of in de maag/buikstreek te trappen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door - voor een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te zorgen, en/of

- dit voorwerp in een tasje over te dragen aan een van zijn mededaders;

2

hij in de periode van 27 juli 2025 tot en met 30 juli 2025 te Krimpen aan den IJssel, althans in Nederland

een telefoon, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft

overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3

hij op 16 november 2024 te Krimpen aan den IJssel,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

Dieselbrandstof (ter waarde van 5,52 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Shell, gevestigd aan de [adres 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand