ECLI:NL:RBROT:2026:5129

ECLI:NL:RBROT:2026:5129

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer NL:TZ:2605093:R-RK – NL:TZ:2605103:R-RK
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Dwangakkoord toegewezen. Nulaanbod. Voorstel is het uiterste waartoe verzoeker in staat moet worden geacht.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Insolventie

Zittingsplaats Rotterdam

Rekestnummer: [nummer]

Vonnis van 16 april 2026

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], [geboorteland],

wonende te [adres ], [postcode] te [plaatsnaam],

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 27 februari 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om vier schuldeisers, te weten:

die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

LAVG heeft voorafgaand aan de zitting op 7 april 2026 namens Esso, NS en Anderzorg een verweerschrift aan de rechtbank toegezonden.

Ter zitting van 8 april 2026 zijn verschenen en gehoord:

De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift zeventien schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser en zestien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 22.440,93 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft op meerdere momenten, te weten op 26 september 2025, 29 oktober 2025 en 20 februari 2026, een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat het aanbod van 20 februari 2026 het definitieve aangeboden akkoord is. Met dit aanbod zijn, behoudens de weigerende schuldeisers, alle schuldeisers akkoord gegaan. De aangeboden schuldregeling houdt in dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en aan de schuldeisers wordt verzocht de betreffende schulden kwijt te schelden.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker heeft psychische belemmeringen waardoor hij niet in staat is om te werken en is daarom door de gemeente Rotterdam ontheven van zijn arbeidsverplichting van 27 mei 2025 tot en met 26 mei 2027. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat zij niet verwacht dat de afloscapaciteit van verzoeker binnen afzienbare tijd zal toenemen.

Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.

Dertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Esso, NS, Anderzorg en PayPal stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van in totaal € 4.060,87 op verzoeker, die 18% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

LAVG heeft namens Esso, NS en Anderzorg een verweerschrift ingediend. Kort samengevat hebben zij zich op het volgende standpunt gesteld. De vordering aan NS is niet te goeder trouw ontstaan. Verzoeker heeft gereisd met de trein zonder in het bezit te zijn van een geldig vervoersbewijs. Ook is de vordering aan Esso niet te goeder trouw ontstaan. Verzoeker heeft getankt zonder te betalen. De weigerende crediteuren vertegenwoordigen samen een percentage van 18% van de totale schuldenlast van verzoeker, dat niet kan worden aangemerkt als een gering percentage. Verzoeker heeft onvoldoende gemotiveerd waarom Esso, NS en Anderzorg niet in redelijkheid hebben kunnen weigeren om in te stemmen. Esso, NS en Anderzorg hebben geen enkel belang bij instemming met het huidige voorstel om direct finale kwijting te verlenen van hun vordering. Dit was anders geweest wanneer het voorstel een doorlooptijd had gehad van achttien maanden. Ook is het voorstel niet het uiterste waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Onvoldoende is gebleken waarom verzoeker niet fulltime zou kunnen werken. De wettelijke schuldsaneringsregeling biedt betere waarborgen voor de schuldeisers dan de aangeboden schuldregeling.

Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Esso, NS en Anderzorg geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.

Paypal heeft niet gereageerd op de brieven van schuldhulpverlening. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft PayPal geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten schriftelijk, dan wel ter zitting toe te lichten.

4. De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Esso, NS, Anderzorg en PayPal bij hun weigering vast.

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Esso, NS, Anderzorg en PayPal in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Esso, NS, Anderzorg en PayPal een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 18%.

Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk dertien van de zeventien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker niet beschikt over betaald werk. Verzoeker heeft psychische gezondheidsklachten en een ontheffing van de gemeente Rotterdam overgelegd, waaruit blijkt dat hij vanaf 27 mei 2025 tot en met 26 mei 2027 is ontheven van zijn arbeidsverplichting. Voorts is ter onderbouwing van het verzoek een vtlb-berekening aangeleverd, waaruit blijkt dat verzoeker onder de huidige omstandigheden geen afloscapaciteit heeft. Voor de rechtbank is op basis van het verzoekschrift, de aanvullende stukken en het verhandelde ter zitting voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker niet binnen afzienbare tijd een afloscapaciteit zal krijgen. De vaste lasten van verzoeker worden door zijn budgetbeheerder voldaan. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.

Uit het bovenstaande vloeit ook voort dat er geen reëel perspectief is op afloscapaciteit binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling, zoals subsidiair verzocht. Dat betekent dat ook in de situatie dat de schuldsaneringsregeling (eventueel met een eerdere ingangsdatum) op verzoeker van toepassing zou zijn, er geen vooruitzicht is op een uitdeling aan de schuldeisers. Dat terwijl toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aanzienlijke kosten met zich brengt, bestaande uit onder meer salaris voor de bewindvoerder en griffierecht. De verwachting is dat een groot deel van de wsnp-gerelateerde kosten ten laste van de Staat zouden moeten komen.

LAVG heeft namens Esso en NS in haar verweerschrift aangevoerd dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de vorderingen. Bij de belangenafweging als bedoeld in artikel 287a lid 5 van de Faillissementswet hoeft de aard van de vordering geen doorslaggevende rol te spelen, maar kan die het belang van die schuldeiser bij diens weigering benadrukken. Ter zitting is de gang van zaken omtrent het ontstaan van de vorderingen van Esso en NS en de verwijtbaarheid aan de orde gekomen. De rechtbank begrijpt dat het bijzonder wrang is voor Esso dat verzoeker heeft getankt zonder daarvoor te betalen en voor NS dat verzoeker met de trein heeft gereisd zonder daarvoor te betalen. Wat dat betreft is het begrijpelijk dat Esso en NS niet willen instemmen met het nulaanbod. Verzoeker en schuldhulpverlening hebben ter zitting uiteengezet dat verzoeker niet meer de beschikking over een auto heeft en dat verzoeker zich inmiddels ook in een andere situatie bevindt dan destijds. Verzoeker heeft hulp gezocht voor zijn problemen en is gemotiveerd die op te lossen. Er is sprake van een wending ten goede, hetgeen bijvoorbeeld ook blijkt uit het feit dat verzoeker inmiddels eigen woonruimte heeft en onder budgetbeheer staat. Gelet op het geringe aandeel (zijnde 1,3%) van de vorderingen van Esso en NS in de totale schuldenlast en het feit dat de wetgever voor ogen heeft gehad dat elke schuldenaar perspectief op een schuldenvrije toekomst moet krijgen, is de rechtbank van oordeel dat de aard van de vorderingen niet van doorslaggevende betekenis is.

Gelet op de hiervoor weergegeven omstandigheden en het belang van verzoeker bij een schuldenvrije toekomst, dient het belang van verzoeker in dit geval naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van Esso, NS, Anderzorg en PayPal.

Het verzoek om Esso, NS, Anderzorg en PayPal te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

Esso, NS, Anderzorg en PayPal zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt Esso, NS, Anderzorg en PayPal om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt Esso, NS, Anderzorg en PayPal in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. van Eeden-van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand