ECLI:NL:RBROT:2026:5169

ECLI:NL:RBROT:2026:5169

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer ROT 25/4144
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Wht, uitspraak mondeling, beroep ongegrond, brede ondersteuning gedeeltelijk afgewezen.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

24 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht, het college

(gemachtigde: mr. J.V. Dieckmann).

Inleiding

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Met het besluit van

26 november 2024 (het primaire besluit I) heeft het college een bedrag van € 4.289,28 aan brede ondersteuning aan eiseres toegekend.

Met het besluit van 3 december 2024 (het primaire besluit II) heeft het college geoordeeld dat het verzoek van eiseres tot het betalen van de schutting, bestrating- en beplanting van de tuin wordt afgewezen.

Met het besluit van 8 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard voor zover dat ziet op de hoogte van de toekenning van de brede ondersteuning. De hoogte van de brede ondersteuning is daarbij gewijzigd naar een bedrag van € 4.545,10. Voor het overige zijn de primaire besluiten in stand gelaten.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op

24 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of het college de aanvraag van eiseres om brede ondersteuning gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. In het midden gelaten of de beleidsbepaling over de tuin onverbindend zou zijn, heeft het college kunnen oordelen dat de verbouwing van de tuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Met het plan van aanpak van 5 november 2024 heeft het college voldoende onderbouwd waarom de verbouwing van de tuin niet noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Daarnaast is er een parkje in de buurt van de woning van eiseres en is op de door het college overgelegde satellietfoto’s vanaf 2024 – in het geding gebracht als reactie op de door eiseres te laat ingediende foto – te zien dat de tuin tijdens het bestreden besluit nog in voldoende staat was. De stellingen over een loszittende tegel en onveiligheid voor kinderen, en de ongedateerde foto die eiseres minder dan tien dagen voor de zitting in het geding heeft gebracht, zijn onvoldoende om dat te weerleggen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026 door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.J. Klomp

Griffier

  • mr. L.A. van der Velden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand