ECLI:NL:RBROT:2026:5251

ECLI:NL:RBROT:2026:5251

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer ROT 25/2036
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Graag met de volgende inhoudsindicatie: Verhuiskostenvergoeding op grond van de Wmo 2015. Eiseres is niet verhuisd naar een voor haar passende woning. Het is te verwachten dat eiseres op termijn een gelijkvloerse en rolstoeltoegankelijke woning nodig zal hebben. Met het toekennen van een voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding biedt het college voldoende compensatie zodra eiseres verhuist naar een voor haar geschikte woning.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit Rotterdam, eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/2036

(gemachtigde: mr. J. Oversluizen),

en

(gemachtigde: mr. T. Baltus).

Deze uitspraak gaat over de toekenning van een voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke opvang 2015 (Wmo 2015). Eiseres is het niet eens met de voorwaardelijke toekenning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de voorwaardelijke toekenning van de verhuiskostenvergoeding.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht een voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een verhuiskostenvergoeding. Met het primaire besluit van 2 oktober 2024 heeft het college deze verhuiskostenvergoeding voorwaardelijk toegekend. Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 heeft het college het primaire besluit gehandhaafd.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, telefonisch bijgestaan door haar gemachtigde, en de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. W. Breure.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft een progressieve neurologische aandoening. Omdat zij beperkingen ondervond in haar woning is op 4 februari 2026 aan eiseres een urgentieverklaring op medische gronden verstrekt om te kunnen verhuizen naar een voor haar passende woning.

4. Eiseres heeft zich op 17 juni 2024 bij het college gemeld voor hulpmiddelen en woonvoorzieningen, omdat zij met behulp van de urgentieverklaring zou verhuizen naar een andere woning. Eiseres heeft hierbij aangegeven dat ze een verhuiskostenvergoeding wil aanvragen. Met het primaire besluit heeft het college deze vergoeding voorwaardelijk toegekend. Volgens het college is uit onderzoek gebleken dat de nieuwe woning van eiseres nog steeds geen geschikte woning is. Als eiseres binnen twee jaar een volledig geschikte woning heeft gevonden, kent het college de verhuiskostenvergoeding van € 2.274,00 definitief toe. In het besluit heeft het college toegelicht aan welke voorwaarden die geschikte woning moet voldoen.

5. Met het bestreden besluit heeft het college het primaire besluit gehandhaafd. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat eiseres niet is verhuisd naar een voor haar geschikte woning. Om de woning binnen te komen moet namelijk een trap van vijf treden op worden gegaan. Daarnaast is de woning niet rolstoeltoegankelijk. Gelet op de aandoening van eiseres is het te verwachten dat zij (op termijn) een rolstoeltoegankelijke en rolstoeldoorgankelijke (gelijkvloerse) woning nodig zal hebben, aldus het college. Volgens het college heeft eiseres de urgentieverklaring niet mogen opvatten als een schriftelijke toestemming om te mogen verhuizen naar de woning. Eiseres had voorafgaand aan de verhuizing met het college moeten bespreken of de woning voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor een verhuiskostenvergoeding. Het college is van mening dat eiseres door middel van de voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding in voldoende mate wordt gecompenseerd zodra zij verhuist naar een geschikte woning die voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Beoordeling door de rechtbank

6. De toepasselijke wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat het college een oordeel geeft over haar medische situatie zonder dat het college hiervoor over de benodigde expertise beschikt. Daarbij merkt eiseres op dat niemand weet hoe haar ziekte zich in de toekomst gaat ontwikkelen. Het college heeft volgens eiseres onzorgvuldig gehandeld door hier geen medisch advies over in te winnen.

Het bestreden besluit is gebaseerd op het onderzoek dat de Wmo-adviseur heeft verricht naar de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte van eiseres. Op 20 september 2024 heeft een telefonisch gesprek tussen de Wmo-adviseur en eiseres plaatsgevonden. Het is niet in geschil dat eiseres een progressieve neurologische aandoening heeft. Uit het ondersteuningsverslag blijkt dat eiseres heeft aangegeven dat er geen curatieve behandeling is voor haar aandoening en dat de aandoening zich hoofdzakelijk uit in de aansturing van spieren en verlies van spierkracht. De rechtbank is met het college van oordeel dat de Wmo-adviseur als bewegingstechnoloog over voldoende expertise beschikt om te beoordelen wat iemand nodig heeft op basis van zijn medische problematiek en lichamelijke beperkingen. Gelet op de progressieve neurologische aandoening van eiseres is het te verwachten dat zij (op termijn) een gelijkvloerse en rolstoeldoorgankelijke woning nodig zal hebben. Dit wordt niet anders omdat eiseres stelt dat de aandoening in haar geval niet progressief zou zijn omdat haar medische situatie al langere tijd stabiel is. De rechtbank acht daarbij van belang dat uit de Adviesbrief Huisvestingsurgentie van de arts van het GGZ van 1 februari 2016 blijkt dat eiseres heeft aangegeven dat het traplopen bij haar vorige woning een toenemend probleem was. Om die reden werd een huisvestingsurgentie afgegeven voor een gelijkvloerse woning. Gelet op het voorgaande was het college niet gehouden om medisch advies in te winnen.

8. Het standpunt van eiseres dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest omdat dit telefonisch heeft plaatsgevonden, wordt niet gevolgd. Zoals het college terecht stelt, schrijft de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2018 niet voor dat een keukentafelgesprek in de woning van de belanghebbende plaats moet vinden. Daarnaast heeft eiseres niet duidelijk gemaakt welke informatie dan ontbreekt in het ondersteuningsverslag. Anders dan zij stelt is daarin namelijk wel aandacht besteed aan haar thuissituatie.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat het voor haar niet duidelijk was dat haar huidige woning niet geschikt was voor haar, omdat een medewerker Urgentie heeft verklaard dat de woning werd aangeboden omdat het een passende woning was.

Het staat vast dat eiseres haar huidige woning via Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) aangeboden heeft gekregen. Uit de e-mails van de medewerker Urgentie blijkt dat de aangeboden woning passend was, in die zin dat de woning paste in het door SUWR vastgestelde zoekprofiel van een gelijkvloerse benedenwoning. De omstandigheid dat SUWR een woning als passend aanmerkt, wil echter nog niet zeggen dat die woning ook in de zin van de Wmo 2015 als passend moet worden aangemerkt. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat daarvoor andere criteria gelden, het gaat om twee verschillende beoordelingskaders. De rechtbank acht het zeer voorstelbaar hoe eiseres de urgentieverklaring heeft opgevat en hoe zij daaropvolgend heeft gehandeld, toch gaat het hier om een aanvraag op grond van de Wmo 2015 waarvoor andere eisen worden gesteld. Het had op de weg van eiseres gelegen om voorafgaand aan de verhuizing contact op te nemen met het college om na te gaan of de door SUWR aangeboden woning voldoet aan de voorwaarden voor een verhuiskostenvergoeding op grond van de Wmo 2015.

De huidige woning van eiseres heeft vijf traptreden naar de voordeur en via de achtertuin vijf traptreden naar de achterdeur. De Wmo 2015 biedt ruimte om van burgers te eisen dat zij bij het doen van een aanschaf of bij een verhuizing rekening houden met de al aanwezige beperkingen en de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling hiervan. Het college kan een voorziening weigeren als de burger hier geen rekening mee houdt. Zoals onder 7.2. is overwogen is het te verwachten dat eiseres op termijn een gelijkvloerse en rolstoeltoegankelijke woning nodig zal hebben, ook al is haar medische situatie op dit moment al langere tijd stabiel. Als gevolg van de aanwezige trappen is de huidige woning van eiseres niet aan te merken als gelijkvloers en rolstoeltoegankelijk. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het college eiseres met het toekennen van een voorwaardelijke verhuiskostenvergoeding voldoende compensatie biedt zodra zij verhuist naar een voor haar geschikte woning. Het college verwijst daarbij wel wat te gemakkelijk naar het verkrijgen van een nieuwe urgentieverklaring voor het vinden van een geschikte woning, toch kan de rechtbank de voorwaarde voor het vinden van een geschikte woning binnen twee jaar wel volgen. Het staat eiseres vrij om een nieuwe aanvraag in te dienen als ze pas na die twee jaar een geschikte woning zou vinden.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Zoethout, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Op grond van artikel 1.2.1, aanhef en onder a, komt een ingezetene van Nederland overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie.

Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.

Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Rotterdam 2018

Op grond van artikel 3.2.15, tweede lid en onder a, kan het college een financiële maatwerkvoorziening verstrekken voor de kosten van een verhuizing, voor zover de te verlaten woning in Rotterdam staat voor zover de verhuizing het gevolg is van belemmeringen in het normale gebruik van de woning en een verhuizing de meest adequate oplossing is voor cliënt.

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam 2024

Op grond van artikel 4.1.1.1 wordt onder normaal gebruik van de woning het volgende verstaan:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand