Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige economische kamer strafzaken
Parketnummer: 83.145926.23
Datum uitspraak: 24 maart 2026
Datum zitting: 10 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. C. Lammers.
Officier van justitie: mr. A. Groot.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft samen met anderen chemisch drugsafval gedumpt op de Preludeweg in Alphen aan den Rijn. Niet bewezen is dat de verdachte betrokken was bij het dumpen van drugsafval op twee andere locaties in Alphen aan den Rijn.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met anderen op 14 juni 2023 op drie locaties in Alphen aan den Rijn chemisch drugsafval heeft gedumpt. Dit is ten laste gelegd als opzettelijke milieuverontreiniging. In twee gevallen is dit volgens de officier van justitie ook een overtreding van de Wet milieubeheer.
De volledige tenlastelegging houdt in dat:
1.
hij op of omstreeks 14 juni 2023, te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (meermalen) opzettelijk en wederrechtelijk, een stof op en/of in de bodem en/of in de lucht en/of in het oppervlaktewater heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid te duchten was en/of levensgevaar voor (een) ander(en) te duchten was, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere vaten met chemische (afval)stoffen, in elk geval (restanten van) (afval)stoffen afkomstig van de vervaardiging/bereiding van verdovende middelen (BMK en/of PMK), gestort en/of achtergelaten, op/nabij de Preludeweg en/of het Carmenplein en/of in het water gelegen aan de Heimanswetering grenzend aan het Molenaarspad, terwijl geen maatregelen waren/werden genomen om te voorkomen dat personen in de (directe) omgeving in aanraking kwamen of zouden kunnen komen met die vrijkomende chemische (afval)stoffen;
2.
hij op of omstreeks 14 juni 2023 te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (meermalen) opzettelijk,
zich van afvalstoffen, te weten een of meerdere (IBC-)vaten met gevaarlijke/chemische afvalstoffen, in elk geval afvalstoffen afkomstig van de vervaardiging van verdovende middelen (BMK en/of PMK), heeft ontdaan door deze — al dan niet in verpakking — buiten een inrichting te storten of anderszins op of in de bodem te brengen, op/nabij de Preludeweg en/of het Carmenplein.
2. Vrijspraak feit 1 / bewijs feit 2
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 en dat hij moet worden veroordeeld voor feit 2. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring feit 2 en de bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte samen met anderen een IBC met een chemische en gevaarlijke stof heeft gestort op de Preludeweg in Alphen aan den Rijn.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie
Op 14 juni 2023 omstreeks 03.20 uur troffen wij op de Preludeweg in Alphen aan den Rijn een IBC tank aan. Ik zag dat deze op zijn kant lag en dat er vloeistof uit vloeide.
2. Deskundigenverslag
In relatie tot drugs is BMK een grondstof voor amfetamine en metamfetamine.
3. Proces-verbaal van de politie, de verklaring van de getuige [getuige]
Op 14 juni 2023 omstreeks 03.15 uur zag ik op de parkeerplaats bij de Preludeweg te Alphen aan den Rijn drie jongens bij een bestelbus. Ik zag dat jongen 2 en vermoedelijk jongen 3 de bestelbus in stapten. Er werd veel gas gegeven en de bus schoot een stuk naar voren. Ik zag dat er een groot vat achter uit de bestelbus kwam en dat deze op zijn kant viel. De bus was wit en op de zijkant en bovenin aan de achterkant stond [naam bedrijf] . Jongen 1: dikkig, fors, kort zwart haar, helemaal grijze kleding, het was een trainingspak.
4. Proces-verbaal van de politie
Ik bekeek camerabeelden van de woning [adres] in [woonplaats] . Ik zag op 14 juni 2023 omstreeks 04.59 uur een persoon via de achtertuin de woning betreden. De persoon was een man met donkergekleurde haren en een stevig postuur. Hij droeg een grijze trainingsbroek en een zwart T-shirt. Ik herkende de man als [verdachte] .
5. Proces-verbaal van de politie
Op 14 juni 2023 zagen wij in Alphen aan den Rijn een wit [naam bedrijf] vrachtwagentje met kenteken [kentekennummer] parkeren. De bestuurder bleek te zijn [verdachte] . Hij vertelde dat hij het voertuig had gehuurd. Ik hoorde een medewerker van [naam bedrijf] zeggen dat dit het enige vrachtwagentje met bak was dat de vorige dag en de afgelopen nacht verhuurd was geweest.
Bewijsmotivering/vrijspraak
Op 14 juni 2023 zijn op het Carmenplein, de Preludeweg en in de Heimanswetering in Alphen aan den Rijn vaten en jerrycans met daarin chemische stoffen aangetroffen.
De verdachte was met twee anderen betrokken bij de dumping op de Preludeweg. Het busje dat de verdachte had gehuurd is daar gezien. De verdachte was daar ook. Hij past in het signalement dat de getuige heeft gegeven van jongen 1. Uit camerabeelden bij de woning van de verdachte blijkt dat hij die nacht kleding aan had die overkomt met de kleding die de getuige heeft beschreven. De verdachte heeft door het huren van het busje en zijn aanwezigheid ter plekke een wezenlijke bijdrage geleverd aan het achterlaten van het IBC zodat sprake is van medeplegen. Feit 2 wordt daarom, ten aanzien van de Preludeweg, bewezen verklaard.
Dat de verdachte betrokken was bij het dumpen van afval op het Carmenplein en in de Heimanswetering, is niet bewezen. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld wanneer de vaten op deze locaties zijn gedumpt. Uit het dossier kan worden afgeleid dat iemand anders dan de verdachte het busje ’s nachts heeft bestuurd. De getuige op de Preludeweg heeft gezien dat de verdachte niet in het busje meereed. Dat de telefoon van de verdachte op een aantal momenten aanstraalt in de omgeving van de twee dumplocaties en dat een auto die lijkt op de auto van de verdachte achter het busje is aangereden is onvoldoende om betrokkenheid van de verdachte bij de dumpingen op deze locaties vast te stellen.
Vrijspraak feit 1
In het IBC dat op de Preludeweg is gedumpt, zat een zurige waterige vloeistof met pH-waarde 3 met BMK. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat de aard en de samenstelling van de aangetroffen vloeistof zodanig was dat deze een gevaar vormde voor de openbare gezondheid of dat levensgevaar voor personen te duchten was. Van feit 1 wordt de verdachte daarom vrijgesproken.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
2.
hij op 14 juni 2023 te Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, zich van afvalstoffen, te weten een IBC met afvalstoffen afkomstig van de vervaardiging van verdovende middelen (BMK), heeft ontdaan door deze buiten een inrichting te storten op de Preludeweg.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 2
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
Strafbaarheid van het feit
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie en standpunt verdediging
De verdachte moet voor feit 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 182 dagen. De verdediging is het daarmee eens als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft samen met anderen een IBC met een zure waterige vloeistof met daarin BMK op straat achtergelaten. BMK is een stof die wordt gebruikt bij de productie van onder andere amfetamine. Het vat lag op zijn kant waardoor vloeistof vanuit het vat de straat op lekte. Door het niet op reguliere wijze afvoeren van afvalstoffen, ontstaat een grote kans op milieuschade zoals grondwaterverontreiniging. Het opruimen van illegaal gedumpt afval brengt voorts aanzienlijke kosten met zich die uiteindelijk ten laste komen van de maatschappij. Daarom is dit een groot maatschappelijk probleem. De verdachte heeft daaraan bijgedragen. Hij heeft ook bijgedragen aan de illegale productie van verdovende middelen door te helpen met het lozen van afval dat daarbij is ontstaan.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij de bepaling van de duur ervan heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van de verdachte (uittreksel justitiële documentatie) van 3 maart 2026 waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank heeft daarnaast rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De verdachte is in verzekering gesteld op 21 juni 2023. Vanaf dat moment is de redelijke termijn van twee jaren gaan lopen. De redelijke termijn is daarom met zes maanden overschreden. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken en de overschrijding is niet aan de verdachte te wijten.
De rechtbank zal alles overziend conform de vordering van de officier van justitie een gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis en dat het bevel voorlopige hechtenis dat eerder is geschorst, wordt opgeheven.
5. In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen geldbedrag van € 3.200,- wordt teruggegeven aan de verdachte. De overige in beslag genomen voorwerpen zijn reeds aan de verdachte teruggegeven.
Standpunt van de verdediging
De verdediging stelt zich op het standpunt dat de onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte. De voorwerpen dienen aan de verdachte te worden teruggegeven.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist tot de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen:
blauwe slippers met witte strepen (1 paar),
drie poststukken met de naam van de verdachte,
een roze doosje met daarin een bruin doosje van een computermuis met daarin een computermuis en een geldbedrag van € 3.200,
twee mobiele telefoons iPhone 8 & iPhone 13,
recorder voor camerabeelden van voor en achter woning,
grijs Nike trainingspak,
verhuurcontract,
voor zover die nog niet zijn teruggegeven.
6. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen:
7. Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit onder 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 182 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen:
voor zover die niet reeds terug zijn gegeven;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
8. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en L.F.M. Venderbos, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 maart 2026.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.