RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12135972 VZ VERZ 26-938
datum uitspraak: 1 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
Kuwait Petroleum (Nederland) B.V.,
(statutaire) vestigingsplaats: ‘s-Gravenhage,
verzoekster,
gemachtigde: mr. A. van den Heuvel,
tegen
Rivium Exploitatiemaatschappij Rivex B.V.
(statutaire) vestigingsplaats: Vlaardingen,
verweerster,
gemachtigde: mr. D. van den Berg.
De partijen worden hierna ‘Kuwait’ en ‘Rivium’ genoemd.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift van Kuwait (ontvangen op 11 maart 2026), met bijlagen;
het verweerschrift van Rivium.
2. De beoordeling
Over het verzoek van Kuwait
Rivium huurt sinds 1994 van Kuwait een (290-)bedrijfsruimte in Capelle aan den IJssel. Deze bedrijfsruimte zal verder “het gehuurde” worden genoemd. Kuwait verzoekt in deze procedure kort gezegd aan de kantonrechter om een deskundige te benoemen om de huurprijs van het gehuurde nader vast te stellen. Kuwait verwijst bij dit verzoek naar twee artikelen uit de wet. Rivium is het niet eens met het verzoek.
Het oordeel van de kantonrechter
Het verzoek van Kuwait kan niet worden toegewezen. Volgens de wet is het namelijk niet een deskundige die de huurprijs van het gehuurde nader vaststelt, maar de kantonrechter. Zoals Rivium ook heeft betoogd, kan het verzoek van Kuwait dus niet volgens de wet.
Daarbij kan het verzoek ook niet worden toegewezen, als het verzoek van Kuwait zo moet worden gelezen, dat zij vraagt om een deskundige te benoemen om een deskundig huurprijsadvies te geven, zoals dat wel is bedoeld in de wet. Een vereiste om zo’n verzoek te kunnen toewijzen, is dat partijen zelf geen overeenstemming hebben bereikt over de benoeming van een deskundige. Er is in deze zaak onvoldoende komen vast te staan dat hier sprake van is. Rivium voert daarbij aan dat partijen nog helemaal geen overleg hebben gevoerd over het benoemen van een deskundige. Aangezien Rivium in haar verweerschrift aangeeft geen bezwaar te hebben tegen de deskundige die Kuwait voorstelt, geeft de kantonrechter aan partijen mee hier samen over in gesprek te gaan.
Kuwait moet de proceskosten betalen
Omdat Kuwait ongelijk krijgt, komen de proceskosten voor haar rekening. De kantonrechter begroot de kosten die Kuwait aan Rivium moet betalen op € 144,- aan salaris voor de gemachtigde voor het verweerschrift en € 72,- aan nakosten. Dat is in totaal € 216,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
Deze beschikking wordt voor het deel van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de proceskostenveroordeling in deze beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3. De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek van Kuwait af;
veroordeelt Kuwait in de proceskosten, die aan de kant van Rivium worden begroot op € 216,-;
verklaart de proceskostenveroordeling in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en op 1 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
67051