ECLI:NL:RBROT:2026:5266

ECLI:NL:RBROT:2026:5266

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer C/10/643313 / FA RK 22-5770
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Voorlopige omgangsregeling tussen juridische (‘mee’)moeder en dochter, die opgroeit in gezin (geboorte)moeder en biologische vader en hun (andere) kinderen, na begeleide omgang in het Omgangshuis?

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/643313 / FA RK 22-5770

Beschikking van 22 januari 2026 over de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van:

[moeder 1] , hierna: [moeder 1],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. J.J.A. Bosch te Rotterdam,

t e g e n

[moeder 2] , hierna: [moeder 2],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. C.C.J.L. Huurman-Ip Vai Ching te Rotterdam.

1. De verdere procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

het proces-verbaal van deze rechtbank van 2 mei 2024;

de tussenbeschikking van deze rechtbank van 23 mei 2024;

het verslag van het Rotterdams Omgangshuis van 30 juli 2025;

het bericht van [moeder 1] van 5 september 2025;

het bericht van [moeder 2] van 7 oktober 2025;

het bericht van de raad van 19 augustus 2025;

het bericht met bijlagen van [moeder 1] van 14 december 2025.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 18 december 2025. Daarbij zijn verschenen:

[moeder 1], bijgestaan door haar advocaat;

[moeder 2], bijgestaan door haar advocaat;

de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam].

De [minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 16 december 2025 een gesprek met de kinderrechter gehad.

2. De beoordeling

Zorgregeling

Bij proces-verbaal van doorverwijzing van 2 mei 2024 zijn partijen met spoed doorverwezen naar het hulpverleningstraject omgangsbegeleiding. Bij tussenbeschikking van deze rechtbank van 23 mei 2024 is de verdere beslissing over de definitieve zorgregeling in afwachting van het verloop van dit hulpverleningstraject aangehouden.

Zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling van 18 december 2025 is de minderjarige nog maar klein die voor haar herinneringen aan [moeder 1] moet putten uit twee (betrekkelijke korte) periodes in haar leven. Tot zij viereneenhalf jaar oud was, waren de moeders nog in staat om de omgang en zorgverdeling samen vorm te geven. Toen was de minderjarige nog zo jong, dat haar herinneringen beperkt zullen zijn. Daarna is het contact gestopt tot de start van het omgangstraject in november 2024, toen de minderjarige zeven jaar was. Dat traject heeft een klein jaar geduurd. Er zijn in totaal negen contactmomenten tussen de minderjarige en [moeder 1] geweest, waarvan zeven afspraken zijn begeleid bij het omgangshuis en twee afspraken onbegeleid in de ballenbak hebben plaatsgevonden. Tijdens het traject zijn er dus weer (nieuwe) herinneringen bij de minderjarige aan [moeder 1] gaan ontstaan. Hoewel het omgangshuis heeft voorgesteld tot aan deze zitting bij de rechtbank de omgang om de maand één uur voort te zetten, waarbij [moeder 2] voorstellen moet doen, zijn er geen verdere afspraken meer gemaakt. [moeder 2] heeft persoonlijke omstandigheden aangevoerd waardoor het op dat moment niet haalbaar zou zijn en zij in overleg met de minderjarige heeft besloten om nog even te wachten. Het laatste contactmoment is in april/mei 2025 geweest.

Tijdens de mondelinge behandeling is ook aan de orde gekomen dat de minderjarige onderdeel uitmaakt van het gezin van [moeder 2], haar biologische vader en hun (andere) kinderen. De minderjarige heeft een speciale positie – niet alleen omdat zij een andere achternaam draagt, maar ook omdat haar ontstaansgeschiedenis anders is dan van de andere kinderen in het gezin met als resultaat dat drie volwassenen veel van haar houden. Van deze drie volwassenen maken twee volwassenen ([moeder 2] en haar biologische vader) dagelijks onderdeel uit van haar leven, en is er één ([moeder 1]) die hunkert naar meer betrokkenheid. [moeder 1] is gaandeweg op de achtergrond terechtgekomen. Zij is voor haar betrokkenheid in en informatie over het leven van de minderjarige afhankelijk geworden van de motivatie en input van [moeder 2]. Omdat de voorgeschiedenis tussen beide moeders belast is en de verhoudingen nog altijd behoorlijk op scherp staan, zijn deze omgang en informatie niet vanzelfsprekend. Dat maakt de positie van [moeder 1] kwetsbaar.

Vooropgesteld moet worden dat [moeder 1] juridisch ouder is van de minderjarige en gezag heeft. De wet en de rechtspraak brengen met zich dat [moeder 1] en de minderjarige daarom recht hebben op omgang met elkaar. Dat recht kan alleen ingeperkt worden als er zulke ernstige problemen aan de hand zijn, dat het niet veilig en verantwoord zou zijn voor de minderjarige om [moeder 1] te (blijven) zien.

In het verslag over de speelafspraken in het omgangshuis en de ballenbak heeft de rechtbank geen signalen teruggelezen- en gezien die maken dat er geen contact kan zijn tussen de minderjarige en [moeder 1]. Op basis van het verslag heeft de rechtbank juist de indruk gekregen dat dit contact spelenderwijs op een ongedwongen, plezierige en warme manier tot stand is gekomen. Zij hebben meerdere activiteiten gedaan; zo hebben zij veel met het poppenhuis en een keer met de Nintendo gespeeld, muziek gemaakt op de gitaar, met auto’s gespeeld, gekleurd, ‘happertjes’ gemaakt, getafelvoetbald en nog veel meer. Hierbij hebben zij gezellig gekletst met elkaar en zijn zij samen opgegaan in een verhaal of fantasie rondom het spel. Ook de herinneringen aan haar kamer en speelgoedknuffels bij [moeder 1] die bovenkwamen toen zij daar samen foto’s van hebben gekeken, vond zij leuk. Er staat in het verslag meermaals beschreven dat zij het fijn hebben gehad met elkaar, dat zij veel plezier hebben gemaakt en veel hebben gelachen met elkaar. Dat zijn allemaal positieve en fijne signalen. Ook heeft [moeder 1] de minderjarige laten merken dat zij van haar houdt met subtiele maar liefdevolle gebaren, zonder bij de minderjarige over haar grenzen te gaan. Omdat de minderjarige heeft laten blijken dat zij nog niet toe was aan een knuffel, hebben zij elkaar steeds begroet en afscheid genomen met een high five. Wat de rechtbank betreft heeft [moeder 1] de minderjarige, zeker gezien de omstandigheden, goed aangevoeld en heeft zij goed aangesloten bij haar belevingswereld. Dat is knap na een periode van ruim twee jaar zonder contact en gezien de summiere informatie die zij over de minderjarige heeft gekregen. Het enige aandachtspunt dat voor de rechtbank uit het verslag naar voren komt, voor zover dat het contact tussen [moeder 1] en de minderjarige betreft, is dat vanuit het omgangshuis wordt benoemd dat er geen diepgang in het contact ontstaat. Dat is evenwel geen reden om geen zorgregeling vast te stellen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een voorlopige zorgregeling vaststellen, waarvan de insteek is dat de minderjarige weer langzaam wordt opgewarmd in het contact met [moeder 1] aan de hand van een maandelijkse traditie, een bijzondere activiteit die zij altijd samen ondernemen zodat de minderjarige zich op een leuke manier speciaal voelt zonder aanwezigheid van [moeder 2] of andere gezinsleden. Tijdens de mondelinge behandeling is gesproken over Monkeytown, omdat [moeder 1] altijd specifiek met de minderjarige naar Monkeytown ging en de minderjarige dit ook heeft benoemd als plek waar zij graag komt. Dit zal elke maand op zaterdag van 13.00 uur tot minstens 15.00 uur plaatsvinden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de dagen zo goed mogelijk rekening gehouden met de zaterdagen die volgens [moeder 2] gezien de weekendplanning van het gezin beschikbaar zijn voor omgang, waarbij er geen extra kinderen in het gezin, zijn én met de schoolvakanties. Mocht de minderjarige een keer een andere activiteit (zoals een kinderfeestje) hebben dat tijdens het omgangsmoment plaatsvindt, dan zal de omgang die keer worden verplaatst naar zondag van 13.00 uur tot 15.00 uur. Mocht de minderjarige op zaterdag én zondag een activiteit hebben (dus twee activiteiten in hetzelfde weekend) dan kiest [moeder 2] daarvan één activiteit en vindt de omgang op de andere dag plaats. Terugkerende hobby’s zoals vechtsport en theater waar de minderjarige binnenkort aan zal meedoen, moeten om de omgang heen worden gepland. Dat betekent dus dat de omgang voorgaat. Verder kunnen de moeders altijd in onderling overleg afwijken van de vastgestelde momenten en tijdstippen, maar alleen als zij het daarover eens zijn. Tot slot zal de zaak nog één keer worden aangehouden om vinger aan de pols te houden en te zien hoe het contact zich ontwikkelt.

Het hiervoor beschreven positieve verloop van het traject en deze beslissing betekenen immers niet dat alles nu koek en ei is. De rechtbank heeft vooral zorgen over het onverminderde wantrouwen en oud zeer tussen beide moeders en de verwijten die zij elkaar (daardoor) maken. Tijdens de evaluatiemomenten bij het omgangshuis werd dit duidelijk toen de spanningen en emoties tussen hen gaandeweg opliepen. Dit kan het voor de minderjarige lastig maken om onbevangen en onbezorgd een band op te bouwen met [moeder 1]. Zij voelt waarschijnlijk best aan dat [moeder 2] nog voorzichtig en terughoudend is. Zoals eerder gezegd komt daar nog bij dat de minderjarige in haar jonge leven niet veel contact heeft gehad met [moeder 1]. Het diepgaandere contact en de onderlinge band moeten nog verder gaan groeien en dat heeft tijd nodig. Dat de minderjarige tijdens het traject nog wat afstand leek te houden tot [moeder 1] (zoals de high five in plaats van een knuffel) en wellicht wat spanningsklachten had rondom de contactmomenten in de ballenbak (pijn in haar buik), is daarom niet gek.

Het is voor de minderjarige het allermeest helpend als beide moeders op een ontspannen manier omgaan met elkaar en/rondom de verdere contactgroei. De rechtbank kan zich toch niet aan de indruk onttrekken dat de moeders meer met elkaar bezig zijn, dan met wat voor de minderjarige fijn is.

Voor [moeder 1] betekent dit dat zij rustig afwacht wat er met de minderjarige gebeurt als zij weer contact hebben. Misschien is de minderjarige op enig moment wel toe aan meer fysieke toenadering of noemt zij haar “moeder”, maar misschien ook niet of duurt dat wat langer. Het is belangrijk dat [moeder 1] zulke kleine dingen niet te veel in de gaten houdt, overdenkt, daar een eigen betekenis aan geeft maar in elk geval niet afdwingt. Het is prima zoals zij bij het omgangshuis met de minderjarige is omgegaan en zo kan zij het contact wat de rechtbank betreft verder voortzetten.

Voor [moeder 2] geldt ook dat het belangrijk is dat zij het verloop van de omgang niet onder een vergrootglas legt of (vanuit haar professie) analyseert. Zo is het in de optiek van de rechtbank een kleine gebeurtenis vanuit een goede intentie dat [moeder 1] via de grijpmachine wat heeft gekocht voor de minderjarige, wat echter door [moeder 2] tijdens het evaluatiemoment negatief is uitgelegd als “lovebombing”/manipulatie. Het is belangrijk dat [moeder 2] meer naar de positieve kanten van de omgang voor de minderjarige kijkt, de omgang prioriteit geeft en nakomt. Het is niet ok dat zij door drukte heeft besloten na het traject geen verdere omgangsafspraken te maken. Dat er daardoor acht maanden geen contact meer is geweest is verwarrend, onduidelijk en niet helpend voor de minderjarige.

De rechtbank hoopt dat beide moeders de ervaringen vanuit het traject positief zullen benutten om de omgang tussen de minderjarige en [moeder 1] constructief te laten uitgroeien tot betekenisvol contact, waarvan zij kunnen en mogen genieten. Het kletspraatje over de kamer en speelgoedknuffels bij [moeder 1], en dat zij beiden bleken te houden van dansen en zingen en lol hadden met bijvoorbeeld het poppenhuis, zijn vroegere en nieuwere herinneringen die een gemeenschappelijke basis vormen om het contact tussen hen verder uit te diepen. De rechtbank hoopt dat op die manier de ontstaansgeschiedenis van de minderjarige, die wordt gekenmerkt door twee moeders die haar komst beiden zo hebben gewenst, niet meer wordt ontkend/uitgegumd door de relatiebreuk maar dat de minderjarige kan genieten en profiteren van alle liefdevolle volwassenen om haar heen.

Informatieregeling

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er tussen beide moeders wederzijdse ergernis is ontstaan over de informatieregeling.

[moeder 1] is teleurgesteld in de summiere informatie en onduidelijke foto’s waarop de minderjarige haar handen voor haar gezicht houdt en zij alleen van de zij- of achterkant is te zien.

[moeder 2] is bezorgd dat de foto’s worden gepost op sociale media.

Beide opmerkingen zijn terecht; [moeder 2] moet duidelijke foto’s en meer informatie sturen naar [moeder 1] en [moeder 1] mag, zolang partijen daar geen afspraak over hebben gemaakt, geen foto’s posten op sociale media. Beide moeders hebben dit toegezegd. De rechtbank zal de informatieregeling op die manier wijzigingen/aanvullen. Tijdens de mondelinge behandeling is, ook door de raad, de suggestie gedaan om ter invulling van de informatieregeling een verhaal gericht aan de minderjarige te schrijven over wat zij allemaal heeft meegemaakt, een verhaal dat leuk is voor de minderjarige om terug te lezen als zij volwassen is (bijvoorbeeld “je hebt op die datum je zwemdiploma gehaald, je hebt dat harstikke goed gedaan, je moest deze opdrachten doen, je had je roze badpak aan en die en die kwamen kijken”) in plaats van (“het gaat goed”).

Proceskosten

Omdat ten aanzien van de zorgregeling nog geen eindbeslissing wordt gegeven, wordt nu ook nog geen beslissing genomen over de proceskosten.

3. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarige in het kader van de voorlopige regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken op de volgende zaterdagen contact zal hebben met [moeder 1] van 13.00 uur tot minstens 15.00 uur bij Monkeytown:

zaterdag 31 januari 2026;

zaterdag 28 februari 2026;

zaterdag 28 maart 2026;

zaterdag 25 april 2026;

zaterdag 23 mei 2026;

zaterdag 20 juni 2026;

zaterdag 18 juli 2026;

zaterdag 12 september 2026;

waarbij [moeder 2] de minderjarige naar Monkeytown brengt en haar daar ook weer ophaalt;

wijzigt de informatieregeling zo, dat [moeder 2] een keer in de twee maanden, ingaande op de datum van deze beschikking, een verslagje van belangrijke, normale en leuke wetenswaardigheden en een recente (pas)foto van dochter Nia, waarop haar gezicht duidelijk zichtbaar en herkenbaar is, aan [moeder 1] doet toekomen;

en voordat verder wordt beslist:

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot een nader te bepalen mondelinge behandeling in de tweede helft van de maand september 2026;

de zaak zal op laatstgenoemde mondelinge behandeling, behoudens onvoorziene omstandigheden, weer worden behandeld door mr. S.L. Raphael, rechter tevens kinderrechter;

verzoekt de advocaten om binnen twee weken na de datum van deze beschikking hun verhinderdata door te geven over de tweede helft van de maand september 2026, waarna zo snel mogelijk de datum voor de mondelinge behandeling zal worden bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.L. Raphael, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. J.C.A. van ‘t Zelfde, griffier, op 22 januari 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.

Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand