ECLI:NL:RBROT:2026:5273

ECLI:NL:RBROT:2026:5273

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer ROT 24/6202
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Op de zaak betrekking hebbende stukken. Hoogte compensatie Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

Dienst Toeslagen

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/6202

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

1. Eiseres is gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Eiseres heeft compensatie gekregen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de vaststelling van de compensatie en voert een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de vaststelling van de compensatie. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk.

Procesverloop

2. Met het besluit van 1 juni 2022 met kenmerk [kenmerknummer] heeft de Dienst Toeslagen een compensatiebedrag aan eiseres toegekend. Met het bestreden besluit van 24 mei 2024 op het bezwaar van eiseres heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar gegrond verklaard en het compensatiebedrag op een hoger bedrag vastgesteld.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere reacties ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft op 3 juli 2020 een verzoek gedaan tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Met het besluit van 1 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen voor de toeslagjaren 2009, 2011, 2012 en 2013 een compensatiebedrag aan eiseres toegekend van € 101.087,-. Met het bestreden besluit heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar gegrond verklaard en het uiteindelijke compensatiebedrag over genoemde jaren vastgesteld op € 103.129,-. Aan het bestreden besluit ligt een advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) ten grondslag.

Ontbrekende stukken

4. Eiseres voert aan dat de Dienst Toeslagen niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank heeft toegezonden. De Dienst Toeslagen had het ouderdossier, het persoonlijk dossier en het SAS-rapport in geding moeten brengen. Ook had de Dienst Toeslagen alle stukken die ten grondslag liggen aan het onderzoek naar opzet/grove schuld (O/GS) en het onderzoek naar de plaatsing op een FSV-lijst (Fraude Signalering Voorziening) in geding moeten brengen.

Deze beroepsgrond slaagt niet. Op grond van artikel 8:42, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht moet de Dienst Toeslagen de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toesturen. Voor zover het ouderdossier naar de mening van eiseres op de zaak betrekking hebbende stukken bevat, had het op haar weg gelegen om dat concreet te motiveren. Daartoe was zij ook in staat. Eiseres beschikt namelijk sinds eind 2025 over het ouderdossier. Zij had haar standpunt dat het ouderdossier op de zaak betrekking hebben stukken bevat dus kunnen onderbouwen door die stukken in het geding te brengen. Dat geldt ook voor het SAS-rapport, nu dat rapport onderdeel uitmaakt van het ouderdossier en eiseres dus ook daarover beschikt. De stukken die ten grondslag liggen aan het O/GS-onderzoek en het FSV-onderzoek zijn geen op de zaak betrekking hebbende stukken. Voor de beoordeling of eiseres recht heeft op een tegemoetkoming wegens een onterechte O/GS-kwalificatie, zijn de stukken namelijk niet relevant. Eiseres heeft die tegemoetkoming immers al verkregen over de jaren 2011 tot en met 2013. Tot een verhoging van het compensatiebedrag kunnen de onderliggende stukken niet leiden, aangezien het compensatiebedrag forfaitair wordt vastgesteld. Verder vormt artikel 8:42 van de Awb geen grondslag voor het overleggen van het persoonlijk dossier.

Hoogte van de compensatie

5. Eiseres voert aan dat de Dienst Toeslagen het compensatiebedrag te laag heeft vastgesteld. Volgens eiseres heeft de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag verkeerd berekend waardoor de kinderopvangtoeslag van eiseres over de jaren 2009, 2011, 2012 en 2013 onjuist is vastgesteld. Daarnaast heeft de Dienst Toeslagen in 2012 en 2013 een deel van de kinderopvangtoeslag betaald aan de deurwaarder. De Dienst Toeslagen heeft niet toegelicht op grond van welke bevoegdheid betalingen aan een deurwaarder zijn gedaan. Verder heeft de Dienst Toeslagen bij de berekening van het compensatiebedrag ten onrechte geen rekening gehouden met verrekeningen die hebben plaatsgevonden. Tot slot voert eiseres aan dat de Dienst Toeslagen haar ten onrechte niet heeft gecompenseerd voor de omstandigheid dat zij gediscrimineerd is en destijds geregistreerd stond op de FSV-lijst.

Deze beroepsgrond slaagt niet. De BAC heeft terecht overwogen dat de Wht geen herziening beoogt van onherroepelijke vaststellingsbeschikkingen van de kinderopvangtoeslag. De vraag of de hoogte van de toegekende kinderopvangtoeslag van eiseres over de jaren 2009, 2011, 2012 en 2013 destijds juist is vastgesteld ligt in deze procedure daarom niet voor. Dat betalingen zijn gedaan aan de deurwaarder, verrekeningen hebben plaatsgevonden, eiseres is gediscrimineerd en eiseres was opgenomen op een FSV-lijst, zijn – voor zover die omstandigheden zich al hebben voorgedaan – geen omstandigheden die kunnen leiden tot een wijziging van het compensatiebedrag. De wijze waarop de forfaitaire compensatie moet worden berekend is dwingendrechtelijk voorgeschreven in de Wht. Hierin is geen aparte component voor deze omstandigheden opgenomen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B. Plomp, rechter, in aanwezigheid van mr.J.J. van Giezen-Groenewoud, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.B. Plomp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand