ECLI:NL:RBROT:2026:5282

ECLI:NL:RBROT:2026:5282

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 10-04-2026
Datum publicatie 07-05-2026
Zaaknummer ROT 24/4716 (einduitspraak)
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak, WIA, beroep gegrond, Post-Covid, urenbeperking dient te worden aangepast. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:15778 (tussenuitspraak)

Uitspraak

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S. Foullani),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ).

Inleiding

1. Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van

4 april 2025 verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld een gebrek in het besluit op bezwaar van 28 maart 2024 (het bestreden besluit) te herstellen.

Het UWV heeft in reactie op de tussenuitspraak een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 12 mei 2025 toegestuurd en het bestreden besluit aanvullend gemotiveerd.

Eiseres heeft op 9 juni 2025 een schriftelijke zienswijze gegeven en twee aanvullende medische stukken ingebracht.

Het UWV heeft hier op 23 juli 2025 op gereageerd met een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 juli 2025.

Eiseres heeft daar op 25 augustus 2025 een nadere reactie op gegeven.

Het UWV heeft hier op 29 september 2025 op gereageerd met een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 24 september 2025.

Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om ter nadere zitting te worden gehoord. Met toepassing van artikel 8:57, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een onderzoek op een nadere zitting achterwege gebleven en heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De voorgeschiedenis in deze zaak, de inhoud van het primaire besluit en het besluit op bezwaar, het wettelijk kader en het beoordelingskader, de gronden van beroep en het verweer zijn weergegeven in de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van

24 augustus 2011 (ECLI:NL:RVS:2011:BR5704) en 15 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX4694).

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, geoordeeld dat de vastgestelde urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week onvoldoende is gemotiveerd. Naar oordeel van de rechtbank is door het UWV onvoldoende gemotiveerd waarom de (aan Post-Covid gerelateerde) vermoeidheids- en energetische klachten van eiseres geen aanleiding kunnen geven voor een (verdergaande) urenbeperking. De rechtbank heeft het UWV daarom opgedragen om een nadere motivering te geven ten aanzien van de vastgestelde urenbeperking.

Herstelpoging

3. Om het geconstateerde gebrek te herstellen heeft het UWV een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overgelegd. In de rapportage van 29 april 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat er geen aanleiding is om een verdergaande beperking in de duurbelastbaarheid aan te geven.

In de zienswijze van 9 juni 2025 heeft eiseres betoogd dat, anders dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt, wel sprake is van een gecompliceerde Covid-infectie. Daarnaast ziet het genoemde herstel slechts op de hartslag van eiseres. Volgens eiseres is er voor haar klachten een duidelijk diagnose en is er geen sprake van een aspecifiek klachtenbeeld. Het UWV heeft niet voldoende rekening gehouden met de PEM-klachten en haar zeer lage activiteitenniveau van minder dan 4 uur per dag. Het dagverhaal van eiseres en het verloop van het re-integratietraject vormt een consistent en medisch objectiveerbaar geheel.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 22 juli 2025 geconcludeerd dat de zienswijze en de medische stukken geen aanleiding geven om het standpunt te wijzigen.

In de reactie van 25 augustus 2025 heeft eiseres bepleit dat er een reden is om aan te nemen dat de mate van de ervaren postinfectieuze klachten direct gerelateerd is aan de ernst van het beloop van de acute infectieziekte.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van

24 september 2025 geconcludeerd dat de ingebrachte grond van eiseres wederom geen aanleiding geven om het standpunt te wijzigen.

Beoordeling van de rechtbank

4. Met de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep gegeven reactie op de tussenuitspraak, is de bij de rechtbank bestaande twijfel over de juistheid van de urenbeperking niet weggenomen.

5. In de rapportage van 29 april 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten aanzien van de urenbeperking overwogen dat er tijdens de bezwaar- en beroepsfase geen concrete feiten of omstandigheden naar voren zijn genomen die aanleiding geven om in het geval van eiseres de stap te maken naar een urenbeperking ongeveer 4 uur per dag en 20 uur per week. Uit de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (waaronder ook die van 22 juli 2025 en 24 september 2025) volgt vooral dat de situatie van eiseres moet worden onderscheiden van een compliceerde Covid-infecte en er een aspecifiek klachtenbeeld bestaat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht de motivering van de bedrijfsarts niet voldoende om eiseres slechts 3 maal 3 uur per week belastbaar te achten.

6. De rechtbank kan echter uit de rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet afleiden waarom volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep op de datum in geding, 1 december 2022, de urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week passend is bij de klachten en beperkingen van eiseres zoals die onder meer uit het dagverhaal van eiseres en de rapportage van de bedrijfsarts van 20 september 2022 en overige stukken blijken. Ook uit de aanvullende motiveringen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep valt dat onvoldoende op te maken. Dat het dagverhaal alleen onvoldoende leidend is voor aanname van beperkingen (al dan niet in uren) in arbeid, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep vermeld, omdat de beperkingen ook moeten volgen uit objectiveerbare medische gegevens, brengt daarin geen verandering. De noodzaak tot recuperatie als symptoom van Post-Covid wordt door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet weersproken. Dat eiseres belastbaar wordt geacht voor 6 uur per dag en 30 uur per week, is naar het oordeel van de rechtbank daarmee niet verenigbaar. Dat de situatie van eiseres volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep onderscheiden moet worden van een gecompliceerde Covid-infectie (waarbij er geobjectiveerde afwijkingen zijn van bijvoorbeeld hart of longen) en er sprake is van een aspecifiek klachtenbeeld, is onvoldoende om de vastgestelde belastbaarheid te rechtvaardigen. Het gemaakte onderscheid tussen een wel en niet gecompliceerde Covid-infectie acht de rechtbank onvoldoende redengevend, nog daargelaten dat een postcovid-syndroom zonder objectiveerbare afwijkingen aan hart of longen misschien wel met meer recht gecompliceerd kan worden genoemd. Dat bij 6 uur per dag en 30 uur per week wordt gewaakt voor overbelasting en wordt voorzien in een aanvullende recuperatiebehoefte, omdat zowel door de aanpassing van de zwaarte van het werk als de lichte urenbeperking in voldoende mate rekening wordt gehouden met de vermoeidheidsklachten van eiseres, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd. Niet valt in te zien, dat met de lichte urenbeperking van een belastbaarheid van 6 uur per dag en 30 uur per week, de belastbaarheid niet wordt overschreden en voldoende wordt voorzien in een aanvullende recuperatiebehoefte.

7. Naar oordeel van de rechtbank heeft eiseres haar klachten en beperkingen uitvoerig en consistent toegelicht. Gelet op het dagverhaal van eiseres, alle ondergane behandelingen en re-integratiepogingen onder begeleiding van de bedrijfsarts en de rapportage van de bedrijfsarts, zoals beschreven in de tussenuitspraak, is de rechtbank dan ook van oordeel dat het UWV de belastbaarheid van eiseres per datum in geding onjuist heeft vastgesteld. Om tot een doelmatige beslechting van het geschil te komen neemt de rechtbank als uitgangspunt dat per de datum in geding een urenbeperking moet worden aangenomen voor maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week. Gelet hierop berust het bestreden besluit op een onjuiste medische grondslag.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden beluit. Het UWV zal een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen waarin wordt vastgesteld dat per datum in geding een urenbeperking moet worden aangenomen voor maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week.

9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

10. Tevens veroordeelt de rechtbank het UWV in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op

€ 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een tussenuitspraak en met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het UWV aan eiseres het betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt;

- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

Op grond van artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

Op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet WIA wordt onder de genoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand