ECLI:NL:RBROT:2026:5302

ECLI:NL:RBROT:2026:5302

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 10-061156-21, 10-157117-21, 10-293465-21, 10-341834-21 en (TUL): 10-280662-19
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewezen is dat de verdachte vijf strafbare feiten heeft gepleegd, te weten: openlijke geweldpleging, mishandeling van zijn partner en het haar dwingen om dreigende Whatsapp-berichten te dulden, wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg en het verlaten van de plaats van een ongeval. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 76 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 40 uren. De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-061156-21, 10-157117-21, 10-293465-21, 10-341834-21

Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-280662-19

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R. van den Boogert

Officier van justitie: mr. I. Barendregt

Kern van het vonnis

Bewezen is dat de verdachte vijf strafbare feiten heeft gepleegd, te weten: openlijke geweldpleging, mishandeling van zijn partner en het haar dwingen om dreigende Whatsapp-berichten te dulden, wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg en het verlaten van de plaats van een ongeval. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 76 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf opgelegd van 40 uren. De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf wordt afgewezen.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een ander openlijk geweld heeft gepleegd tegen het slachtoffer [slachtoffer 1] dan wel dat hij haar heeft mishandeld. Verder wordt hij ervan beschuldigd dat hij zijn toenmalige partner [slachtoffer 2] heeft mishandeld en dat hij haar heeft gedwongen om zijn dreigende Whatsapp-berichten te dulden. Daarnaast wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij zich bij een aanhouding met geweld heeft verzet tegen twee politieambtenaren, waarbij letsel bij één van hen is ontstaan, en dat hij een plaats van ongeval heeft verlaten nadat hij als bestuurder van een motorrijtuig schade had veroorzaakt aan drie voertuigen.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

10-061156-21

op of omstreeks 2 maart 2021 te Rotterdam

openlijk, te weten de Koperslagerstraat, in elk geval op of aan de openbare weg

en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door meermalen,

althans eenmaal, tegen het lichaam te duwen en/of aan het lichaam te trekken

en/of op/tegen het gelaat te slaan/stompen en/of op de hand(en) te staan en/of aan

de haren te trekken en/of tegen het been/de benen, althans het lichaam te

schoppen/trappen en/of de keel vast te pakken en/of (vervolgens) de keel dicht te

knijpen;

subsidiair

op of omstreeks 2 maart 2021 te Rotterdam

[slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal, tegen het lichaam te

duwen en/of aan het lichaam te trekken en/of op de hand(en) te staan en /of aan de

haren te trekken en/of tegen het been/de benen, althans het lichaam te

schoppen/trappen en/of de keel vast te pakken en/of (vervolgens) de keel dicht te

knijpen;

10-157117-21

1.

op of omstreeks 7 mei 2021 te Rotterdam

zijn echtgenote, [slachtoffer 2]

heeft mishandeld door haar meermalen, althans éénmaal in het gezicht te slaan

en/of haar keel dicht te knijpen;

2.

in of omstreeks 15 mei 2021 t/m 16 mei 2021 te Rotterdam, [slachtoffer 2] door

geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen

iets te dulden, te weten het aanhoren en of kennis nemen van zijn, verdachtes,

dreigende mededeling(en) en/of (af)dwingende (WhatsApp)berichten, door onder

meer de volgende teksten te zeggen en/of sturen aan die [slachtoffer 2] :

- “ ik ga je schande maken,” en/of

- “ ik wacht er op. Bel mij als je dit huwelijk goed wil afsluiten. Morgen zal dat huis

op jullie instorten. Er wordt daar bloed worden vergoten,” en/of

- “ ik ga je ook laten lijden,” en/of

- “ ik begin met je video’s op expose sites te gooien,” en/of

- “ je oudere broer en iedereen gaat je gekreun en alles horen;”

10-293465-21

op of omstreeks 18 oktober 2021 te Rotterdam, althans in Nederland,

zich met geweld en/ of bedreiging met geweld heeft verzet tegen (een) ambtenaren,

te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (allebei hoofdagent bij politie Eenheid

Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,

te weten ter aanhouding van hem, verdachte, door

- zijn, verdachtes, armen (probeerde) weg te trekken uit de greep van die

ambtenaren,

- om zich heen slaande bewegingen te maken,

- zijn, verdachtes, spieren aan te spannen, en/of

- de deur van het dienstvoertuig in (probeerde) te trappen, althans tegen die deur

aan te schoppen,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig

lichamelijk letsel, te weten krassen op de arm en/of beurse vingers bij die [slachtoffer 3]

ten gevolge heeft gehad;

10-341834-21

als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke

gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk

verkeersongeval had plaatsgevonden in Rotterdam op/aan de Persoonshaven, op of

omstreeks 31 mei 2021,

de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een

ander (te weten [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8]

)

letsel en/of schade was toegebracht.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit onder 10-061156-21, en de feiten onder 10-157117-21, 10-341834-21 en 10-293465-21.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten onder 10-061156-21, 10-157117-21 en 10-341834-21. De verdediging heeft zich wat het feit onder 10-293465-21 betreft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte in vereniging openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . Daarnaast heeft hij zijn toenmalige partner [slachtoffer 2] mishandeld en haar gedwongen om zijn dreigende Whatsapp-berichten te dulden. Verder is bewezen dat hij zich tijdens zijn aanhouding met geweld heeft verzet tegen twee politieambtenaren waarbij letsel bij één van hem is ontstaan en dat hij de plaats van een ongeval heeft verlaten nadat hij als bestuurder van een motorrijtuig schade had veroorzaakt aan drie andere voertuigen.

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.6.

Bewijs feit primair 10-061156-21 (openlijke geweldpleging)

De bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen redengevende inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster

Aangever : [slachtoffer 1]

Pleegdatum : 2 maart 2021

Plaats delict : Koperslagerstraat , Rotterdam

Ik had afgesproken met [medeverdachte] . Toen we aankwamen bij de parkeerplaats zag ik dat [verdachte] daar ook stond.

[medeverdachte] rende achter mij aan en trok hard aan mijn haren. Toen ik opnieuw weg wilde gaan trok [verdachte] aan mijn jas en aan mijn haar. Ik liep opnieuw weg en [verdachte] pakte mij beet. Hij stond achter mij en pakte mij in een wurggreep. Terwijl hij achter mij stond hield hij zijn linkerarm om mijn nek. Ik kreeg het benauwd. Hij duwde door deze greep mijn keel dicht. Ik voelde een erge pijn in mijn keel. [verdachte] duwde mij vervolgens hard naar de grond. Ik moest toen hard hoesten doordat ik last had van mijn keel. Ik voelde hierbij pijn in mijn linkerbeen waar ik bij de val op was terechtgekomen. Ik viel op de grond en begon te huilen. [verdachte] begon mij te schoppen. Hij schopte mij tegen het hoofd. Ik voelde een harde trap op de achterkant van mijn hoofd en de achterkant van mijn nek. Ik voelde dat hij met kracht schopte. Terwijl ik op de grond lag, kwam [medeverdachte] ook naar mij toe. [medeverdachte] trok aan mijn haren. Ik zag dat [medeverdachte] mij hard trapte. Ik zag en voelde dat zowel [verdachte] als [medeverdachte] tegelijkertijd tegen mij aan trapten terwijl ik op de grond lag. Ik voelde over mijn hele lijf pijn. Ik zag en voelde dat ze mij trapten tegen mijn benen, in mijn zij, mijn nek en hoofd. Ik zag dat [voornaam verdachte] op mijn hand ging staan. Ik voelde op dat moment een hevige pijnscheut in mijn hand. Hierdoor is een wond op mijn hand ontstaan. Ik riep naar hem dat hij zijn voet van mijn hand moest halen. Vervolgens trapte hij me hard in mijn linkerzij. Ik voelde vervolgens dat [medeverdachte] hard aan mijn haar trok. Ik lag op dat moment nog steeds op de grond. Ik kon moeilijk opstaan omdat ik erg veel pijn had aan mijn linkerbeen. Ik zag dat [medeverdachte] hard aan mijn haar trok. Ik voelde op dat moment dat [verdachte] mij een schop gaf tegen mijn rechterbeen.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 2 maart kwam ik ter plaatse op het parkeerterrein aan de Koperslagerstraat te Rotterdam. Op het parkeerterrein zag ik vijf vrouwen staan, allen in hevig geëmotioneerde toestand. Ik zag dat één van deze vrouwen, die mij later op gaf te zijn: [slachtoffer 1] , huilend op een paaltje zat. Ik zag dat deze vrouw bloed had in haar nek en een wond op de palm van haar linkerhand. Ik hoorde [slachtoffer 1] naar mij schreeuwen: "Ze hebben me helemaal in elkaar geslagen". Ik zag vervolgens dat [slachtoffer 1] een haarpluk uit haar haren trok. Ik hoorde haar daarna zeggen: "Kijk wat ze hebben gedaan. Ze hebben zo hard aan mijn haren getrokken." Ook hoorde ik [slachtoffer 1] schreeuwen dat ze veel pijn had aan haar been. [slachtoffer 1] verklaarde mij dat ze tegen haar benen was getrapt en dat haar been dik en beurs aanvoelde. Ik hoorde haar mij

verklaren dat zij was mishandeld door twee jongens. Ik zag en hoorde dat ze hevig aan het huilen was terwijl ze mij dit verklaarde. Toen ze opstond zag ik dat ze zeer moeizaam liep en hoorde ik haar zeggen dat ze enorm veel pijn had.

3. Verklaring van de getuige [getuige]

Op 2 maart 2021 omstreeks 21.15 uur zag ik direct dat [slachtoffer 1] belaagd werd door twee jongens. Ik zag dat ze werd geduwd dan wel geslagen. Ik kan de jongens als volgt omschrijven: [medeverdachte] , de ex-vriend van [slachtoffer 1] , en [voornaam verdachte] .

4. Aanvullende verklaring van de getuige [getuige]

Ik zag dat [slachtoffer 1] in elkaar geslagen werd door twee jongens. Ik zag dat [slachtoffer 1] gebogen zat en dat die jongens haar aan het slaan waren. Op het laatste moment lag ze op de grond. Ik zag dat [voornaam verdachte] haar echt aan het wurgen was. Ik zag dat [medeverdachte] haar sloeg met zijn vuisten. Ze werd bij haar keel gepakt.

5. FARR-verklaring

Letselbeschrijving Mevr. [slachtoffer 1] van 12-03-2021

Hals:

1) Aan de rechter voorzijde van de hals is sprake van 2 parallel gelegen verticaal verlopende

scherp begrensde rode lijnvormige oppervlakkige huidbeschadigingen met korstvorming, van 2 tot 3 cm in lengte en +/- 0,2cm in breedte, die zich gedurende het gehele traject continu 0,5cm van elkaar bevinden. In het verloop van beide lijnvormige huidafwijkingen is sprake van een onderbreking, ongeveer op de helft van de lijnen, waar normale huid zonder letsel zichtbaar is gedurende 0,5cm.

2) Aan de rechterzijde van de hals, +/- 0,5cm rechts naast letsel 1), is een horizontaal verlopende matig scherp begrensde rode lijnvormige oppervlakkige huidbeschadiging zichtbaar van +/- 3cm in lengte en +/- 0,5cm in breedte.

3) Vanaf de bovenzijde van letsel 1) is een diagonaal verlopende (van rechtsonder naar linksboven) matig scherp begrensde rode lijnvormige oppervlakkige huidbeschadiging zichtbaar van +/- 1cm in lengte en +/- 0,2cm in breedte.

Armen & handen:

5) Ter plaatse van de linker handpalm net naast de duimmuis is een grillig gevormde min of meer rondvormige scherp begrensde huidverwonding zichtbaar van +/- 2,5cm in doorsnede.

6) Ter plaatse van de linker handpalm net onder de basis van de wijsvinger is een min of meer langgerekte ovaalvormige scherp begrensde huidverwonding zichtbaar van +/- 1cm bij +/- 0,5cm in grootte.

7) De huid van de knokkel aan de basis van de middelvinger van de linker hand is roodgekleurd en gezwollen.

8) Aan de voorzijde van de rechter onderarm, net naast het polsgewricht is een matig scherp

begrensde ovaalvormige bruine huidverkleuring zichtbaar van +/- 2cm bij +/- 1cm in grootte.

9) Ter plaatse van de rugzijde van de middelvinger, ringvinger en pink is sprake van een

oppervlakkige huidbeschadiging van maximaal 0,5cm in doorsnede.

Borstkas:

10) Ter plaatse van de linker bovenzijde van de rechter borst, net naast het borstbeen zijn twee boven elkaar liggende matig scherp begrensde rondvormige gele huidverkleuringen zichtbaar van +/- 1,5cm in doorsnede.

11) Ter plaatse van de voorzijde van de linker borst is een matig scherp begrensde min of meer ovaalvormige blauw-bruine huidverkleuring zichtbaar van +/- 1,5cm bij +/- 1cm in grootte.

12) Direct links naast letsel 11) aan de voorzijde van de linker borst is sprake van een lijnvormige oppervlakkige huidbeschadiging van +/- 0,7cm bij +/- 0,2cm met korstvorming en roodheid rondom.

Benen & voeten:

13) Aan de buitenzijde van het linker bovenbeen is sprake van een matig scherp begrensde min of meer ovaalvormige blauwe huidverkleuring zichtbaar met wolkerig patroon van +/- 7cm bij +/- 5cm in grootte.

14) Aan de buitenzijde van het linker onderbeen +/- 5cm onder het kniegewricht is sprake van een vaag begrensde ovaalvormige geel-blauwe huidverkleuring van +/- 3,5cm bij +/- 2cm in grootte.

15) Aan de voorzijde van het linker onderbeen is sprake van een oppervlakkige huidbeschadiging van +/- 0,5cm in doorsnede.

16) Aan de achterzijde van de linker voet, net onder het enkelgewricht is een ronde oppervlakkige huidbeschadiging met witte schilfering zichtbaar van +/- 0,5cm in doorsnede.

17) Ter plaatse van het linker enkelgewricht en linker voetrug is sprake van 2 matig scherp

begrensde min of meer ovaalvormige paarse huidverkleuringen met tevens ter plaatse een

oppervlakkige huidbeschadiging en witte schilfering van +/- 1cm bij +/- 0,5cm.

18) Aan de buitenzijde van het rechter bovenbeen +/- 7cm boven het kniegewricht is een matig scherp begrensde min of meer ronde blauwe huidverkleuring zichtbaar van +/- 3cm in doorsnede.

19) Aan de voorzijde van het rechter onderbeen is een scherp begrensde ovaalvormige paarse oppervlakkige huidbeschadiging met korstvorming zichtbaar van +/- 1,5cm bij +/- 0,5cm in grootte.

20) Aan de achterzijde van het rechter onderbeen, net boven het enkelgewricht is een scherp

begrensde ovaalvormige paarse huidverkleuring zichtbaar van +/- 1cm bij +/- 0,5cm.

21) Aan de achterzijde van de rechter voet, net onder het enkelgewricht is een ronde oppervlakkige huidbeschadiging met witte schilfering zichtbaar van +/- 0,5cm in doorsnede.

22) Ter plaatse van de rechter voetrug zijn 3 op een lijn liggende puntvormige korsten zichtbaar van +/- 0,1 cm in doorsnede.

Bewijsmotivering

Het slachtoffer is zowel door medeverdachte [medeverdachte] als door de verdachte (onder meer) geslagen, geschopt, bij de keel gegrepen en aan haar haren getrokken. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van het slachtoffer, nu deze gedetailleerd zijn en op essentiële punten steun vinden in de verklaring van getuige [getuige] . Bovendien past haar verklaring bij het opgelopen letsel. De rechtbank betrekt in haar oordeel ook de verklaringen die kort na het incident zijn afgelegd ten overstaan van de politie en de omstandigheid dat het slachtoffer hevig geëmotioneerd werd aangetroffen. Beide verdachten hebben aan de geweldpleging deelgenomen en zodoende daaraan een voldoende significante bijdrage geleverd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich, samen met [medeverdachte] , schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

Bewijs feiten onder 10-157117-21

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotiveringen.

Feit 1 (mishandeling)

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster

Op 7 mei 2021 waren we in de Rosestraat in Rotterdam. Het liep weer helemaal uit de hand. [voornaam verdachte] mishandelde mij heel erg. Ik heb nu pijn aan mijn linkerwang/kaak, mijn hals en mijn hoofdhuid.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster

[voornaam verdachte] sloeg mij met platte handen in mijn gezicht, links en rechts op mijn gezicht. Daarna pakte hij mijn keel vast en kneep mijn keel dicht. Ik kreeg geen lucht.

3. Proces-verbaal van de politie

Op 7 mei 2021 kwamen wij ter plaatse aan de Rosestraat in Rotterdam. De vrouw in de woning, [slachtoffer 2] , verklaarde dat ze was mishandeld door haar partner [verdachte] . Wij zagen dat [slachtoffer 2] striemen in de hals had, alsmede kleine krasvormige verwondingen. Wij zagen dat de linkerkaak/wang van [slachtoffer 2] rood verkleurd was en opgezwollen leek.

Bewijsmotivering

Aangeefster [slachtoffer 2] wordt in de woning van de moeder van verdachte aangetroffen met verwondingen aan haar hals en verkleuringen en zwellingen rond haar kaak. In haar aangifte verklaart zij hierover dat zij mishandeld is door de verdachte. De verdachte ontkent dit en stelt dat aangeefster deze verwondingen al zou hebben gehad toen zij die avond/nacht naar de woning kwam. De rechtbank stelt echter vast dat het door de politie geconstateerde letsel past bij de aangifte. De rechtbank vindt de verklaring van de verdachte onaannemelijk. Op grond hiervan is bewezen dat de verdachte aangeefster heeft mishandeld.

Feit 2 (dwang)

1. Proces-verbaal van de politie

[slachtoffer 2] had Whatsapp-berichten ontvangen in de Turkse taal en naar verbalisant gestuurd. Onderstaande berichten werden vertaald.

15 mei 2021

Ik stuur je zus van je porno film.

Ik ga je te schande maken. iedereen op Telegram gaat jou leren kennen alles.

[naam] HEEFT OOK TELEGRAM [2 lachende smileys] ZAL IK DE EERSTE LINK NAAR HEM STUREN??

JE OUDERE BROER EN IEDEREEN GAAT JE GEKREUN EN ALLES HOREN.

Bel mij, ik wacht er op.

Bel mij als je dit huwelijk goed wil afsluiten.

Morgen zal dat huis op jullie instorten. Er wordt daar bloed worden vergoten!!!

IK BEN KLAAR OM TE STERVENNN

16 mei 2021

Je hebt mij weer voorgelogen/bedrogen!!

Ondanks je toezegging heb je mij niet gebeld.

Ik ga je ook laten lijden.

Ik begin met je video's op expose sites te gooien.

Kech van Schilderswijk Neukt hard en gaat vreemd ...

Weet wel dat je familie voortaan ook geen rustige tijd tegemoet gaat!!

2. Verklaring van de verdachte

Het kan kloppen dat ik die Whatsapp-berichten naar [slachtoffer 2] heb gestuurd.

Bewijsmotivering

Niet ter discussie staat dat de verdachte op 15 en 16 mei 2021 de bovengenoemde Whatsapp-berichten naar [slachtoffer 2] (het slachtoffer) heeft gestuurd. Uit de inhoud van deze berichten blijkt dat de verdachte meermaals heeft gedreigd om seksueel getinte video’s van het slachtoffer openbaar te maken of aan haar familieleden te zenden. Ook heeft hij gedreigd dat er gevolgen zullen zijn als het slachtoffer hem niet zou bellen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het slachtoffer geen aangifte heeft gedaan en dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de emotionele impact van de berichten op het slachtoffer, zodat de verdachte vrijgesproken dient te worden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De verdachte heeft opzettelijk een situatie gecreëerd waarin het slachtoffer, uit een reële vrees voor openbaarmaking van intieme video’s, de berichten niet kon negeren en deze moest dulden. De verdachte was zich ervan bewust dat het slachtoffer bekend was met de mogelijke consequenties van eerwraak, waardoor zij zich in een bijzonder kwetsbare situatie bevond. Het is goed voorstelbaar dat zij hierdoor hevige emoties heeft ondervonden. Dat geldt eveneens voor de dreigende berichten dat zij de verdachte moest bellen. Dat naar de impact geen nader onderzoek is verricht, doet hier niet aan af. De rechtbank is aldus van oordeel dat het ten laste gelegde feit is bewezen.

Bewijs feit onder 10-293465-21 (wederspannigheid)

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen.

1. Proces verbaal-van de politie

Op 18 oktober 2021 waren wij, [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] , beiden hoofdagent van politie-eenheid Rotterdam belast met een noodhulpsurveillance in Rotterdam. Wij deelden [verdachte] mede dat hij was aangehouden dat hij mee moest naar het politiebureau. Wij zagen dat hij geen gehoor gaf en van ons wegliep. Ik, [naam verbalisant 2] , pakte [voornaam verdachte] vast bij zijn rechterbovenarm. Ik voelde dat hij zijn arm voorwaarts weg trok. Ik zei hem dat hij naar ons politievoertuig moest lopen. Ik, [naam verbalisant 1] , zag dat [voornaam verdachte] geen gehoor gaf en zag dat hij bleef staan. Ik zag dat hij met zijn beiden armen om zich heen sloeg. Ik pakte hem vervolgens ook beet bij zijn linkerarm. Wij beiden voelde dat, toen wij naar ons dienstvoertuig liepen, hij zijn spieren aanspande en dat hij zijn beiden armen probeerde los te trekken. Ik voelde dat [voornaam verdachte] in verzet ging en dat hij zich continu met flinke kracht probeerde los te trekken uit onze grip op zijn beiden armen. Ik, [naam verbalisant 2] , voelde dat er tijdens deze worsteling iets langs mijn linkerarm kraste. Wij zagen dat [voornaam verdachte] de schuifdeur van ons dienstvoertuig meerdere malen met grote kracht probeerde in te trappen. Wij hoorden tijdens dit trappen harde dreunen van zijn voet tegen de schuifdeur. Ik, [naam verbalisant 2] , zag dat, toen [voornaam verdachte] in ons dienstvoertuig zat, er op mijn linkerarm twee rode krassen bevonden.

Bewijs feit onder 10-341834-21 (verlaten plaats ongeval)

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 5]

Op 30 mei heb ik mijn auto geparkeerd op de Persoonshaven in Rotterdam. Op 31 mei 2021 zag ik dat een voor bij onbekend persoon tegen mijn auto had aangereden. Ik zag meerdere grote deuken aan de achterkant van mijn auto. Ik zag dat de bumper aan de achterkant ook helemaal ontwricht was. Ik zag dat de rechter achterzijde van mijn auto ook volledig beschadigd was met meerdere deuken, krassen en lakschade. Ik zag dat de linker voorzijde van mijn auto ook ontwricht was.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 9]

Op 31 mei 2021 omstreeks 01:15 uur heb ik mijn auto geparkeerd aan de Persoonshaven in Rotterdam. Omstreeks 03:00 uur zag ik op mijn achterbumper lakschade en meerdere deuken.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer 7]

Op 30 mei 2021 heb ik mijn auto onbeschadigd en in goede orde geparkeerd en achtergelaten in een parkeervak op de Persoonshaven in Rotterdam. De volgende dag zag ik dat de auto half op de stoep stond en de hele linkerzijde in elkaar zat. Zelfs de wielen stonden scheef.

4. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte

Op 31 mei 2021 hoorde ik een verdachte die zich had gemeld naar aanleiding van verlaten plaats ongeval de avond ervoor op de Persoonshaven. Hij identificeerde zich als [verdachte] . Hij verklaarde: “Ik reed gisteren in een auto op de Persoonshaven. Ik reed tegen meerdere auto’s en veroorzaakte een botsing. Ik raakte in paniek, ben weggereden en ben toen naar huis gegaan.”

Bewijsmotivering

Vast staat dat de verdachte op 31 mei 2021, tussen 01:15 uur en 03:00 uur, als bestuurder van een motorrijtuig een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor drie andere voertuigen zijn beschadigd. Vervolgens heeft hij de plaats van het ongeval verlaten zonder zijn identiteit kenbaar te maken.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte rond het middaguur telefonisch contact heeft opgenomen met de politie om te melden dat hij de plaats van ongeval had verlaten en zich wilde melden. Vervolgens heeft de verdachte zich omstreeks 19:00 uur fysiek gemeld bij het politiebureau in Maashaven. De verdachte heeft zich dus binnen 12 uur na het verkeersongeval uit eigen beweging telefonisch gemeld, zodat hij niet strafbaar is.

De rechtbank stelt vast dat niet meer achterhaald kan worden of de verdachte daadwerkelijk telefonisch contact heeft opgenomen met de politie, noch wat de inhoud van een eventueel telefoongesprek is geweest. Bovendien is deze verklaring door de verdachte pas tijdens de terechtzitting naar voren gebracht; tijdens het politieverhoor heeft de verdachte hierover niets verklaard, terwijl hij in dat verhoor wel heeft toegelicht hoe en waarom hij uiteindelijk naar de politie is gegaan. De verdediging heeft verder ook niet aannemelijk gemaakt dat de verdachte daadwerkelijk binnen 12 uur na het ongeval heeft gebeld. De rechtbank houdt het er dus op dat de verdachte zich na het veroorzaken van het verkeersongeval niet tijdig heeft gemeld en daarmee artikel 7 van de Wegenverkeerswet heeft overtreden.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

10-061156-21

hij op 2 maart 2021 te Rotterdam

openlijk, te weten de Koperslagerstraat

in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 1] , door meermalen,

althans eenmaal, tegen het lichaam te duwen en

en tegen het gelaat te slaan en op de hand te staan en aan

de haren te trekken en tegen de benen te

schoppen/trappen en de keel vast te pakken en (vervolgens) de keel dicht te

knijpen.

10-157117-21

1.

hij op 7 mei 2021 te Rotterdam

zijn echtgenote, [slachtoffer 2]

heeft mishandeld door haar in het gezicht te slaan

en/of haar keel dicht te knijpen;

2.

hij op 15 mei 2021 en 16 mei 2021 te Rotterdam, [slachtoffer 2] door bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen

iets te dulden, te weten het kennis nemen van zijn, verdachtes,

dreigende mededelingen en (af)dwingende WhatsAppberichten, door onder

meer de volgende teksten te sturen aan die [slachtoffer 2] :

- “ ik ga je schande maken,” en

- “ ik wacht er op. Bel mij als je dit huwelijk goed wil afsluiten. Morgen zal dat huis

op jullie instorten. Er wordt daar bloed worden vergoten,” en

- “ ik ga je ook laten lijden,” en

- “ ik begin met je video’s op expose sites te gooien,” en

- “ je oudere broer en iedereen gaat je gekreun en alles horen;”

10-293465-21

hij op 18 oktober 2021 te Rotterdam

zich met geweld heeft verzet tegen ambtenaren,

te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (allebei hoofdagent bij politie Eenheid

Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening,

te weten ter aanhouding van hem, verdachte, door

- zijn, verdachtes, armen (probeerde) weg te trekken uit de greep van die

ambtenaren,

- om zich heen slaande bewegingen te maken,

- zijn, verdachtes, spieren aan te spannen, en

- de deur van het dienstvoertuig in probeerde te trappen, althans tegen die deur

aan te schoppen,

terwijl dit misdrijf enig

lichamelijk letsel, te weten krassen op de arm bij die [slachtoffer 3]

ten gevolge heeft gehad;

10-341834-21

hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke

gedraging hij als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk

verkeersongeval had plaatsgevonden in Rotterdam op/aan de Persoonshaven, op 31 mei 2021,

de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten,

terwijl bij dat ongeval, naar hij wist aan een

ander (te weten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] / [slachtoffer 8]

)

schade was toegebracht;

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

10-061156-21:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

10-157117-21

Feit 1: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel;

Feit 2: een ander door bedreiging met een andere feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets de dulden;

10-293465-21:

wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

10-341834-21:

overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde feit onder 10-061156-21 en de feiten onder 10-157117-21, 10-341834-21 en 10-293465-21 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 2 maanden voorwaardelijk, en een proeftijd van 2 jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, gelet op de ernstige overschrijding van de redelijke termijn, verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft vijf strafbare feiten gepleegd. Ten eerste heeft hij, samen met een ander, openlijk geweld gepleegd tegen een vrouw met wie hij vaker afsprak. Op een parkeerplaats hebben de verdachte en de medeverdachte het slachtoffer tegen het hoofd en lichaam geschopt en geslagen, haar aan de haren getrokken en bij de keel gegrepen, waardoor zij meerdere verwondingen heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft de situatie als zeer ingrijpend ervaren. Het gaat hier om een ernstig feit waarbij een onaanvaardbare inbreuk is gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer.

Daarnaast heeft de verdachte zijn toenmalige partner mishandeld in de woning van zijn moeder, terwijl op dat moment ook hun twee jonge kinderen aanwezig waren. Ook heeft hij haar dreigende Whatsapp-berichten gestuurd.

De wijze waarop de verdachte met deze vrouwen is omgegaan, is ontoelaatbaar en getuigt van een totaal gebrek aan respect voor vrouwen. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.

Verder heeft de verdachte als bestuurder van een auto een verkeersongeval veroorzaakt waardoor drie andere voertuigen zijn beschadigd. Vervolgens heeft hij niet zijn verantwoordelijkheid genomen en heeft hij, zonder zijn identiteit kenbaar te maken, zijn auto laten staan en de plaats van ongeval verlaten.

Tot slot heeft de verdachte zich tijdens zijn aanhouding verzet tegen twee politieambtenaren waardoor letsel is veroorzaakt. Verdachte heeft door zo te handelen de verbalisanten gehinderd in de rechtmatige uitoefening van hun werk.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 februari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Reclasseringsrapport

In het reclasseringsrapport van 6 december 2022 staat het volgende. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Wegens ontbrekende diagnostiek ziet de reclassering geen nieuwe mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. Daarnaast zijn er geen recente politiecontacten.

Uit een reclasseringsrapport ‘Recidive tijdens toezicht’ van 24 februari 2025 leidt de rechtbank af dat er nog steeds geen aanknopingspunten zijn om bijzondere voorwaarden op te leggen. In dit rapport staat wel dat er geen signalen meer zijn van problematisch alcoholgebruik.

Oplegging straffen

Bij de ernst van de strafbare feiten past een gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. Bij het bepalen van de strafsoort(en) en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op de ruime overschrijding van de redelijke termijn en de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. Dit voorwaardelijk strafdeel heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank legt een gevangenisstraf voor de duur van 76 dagen op, waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Daarnaast wordt een taakstraf van 40 uur opgelegd.

5. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de vordering - gelet op de verstreken tijd sinds de veroordeling - moet worden afgewezen.

Oordeel van de rechtbank

De bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. De rechtbank overweegt echter dat het niet langer opportuun is om deze gevangenisstraf alsnog ten uitvoer te leggen, nu het gaat om een vonnis uit 2020. De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 141, 181, 284, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit onder 10-061156-21, en de feiten onder 10-157117-21, 10-293465-21, 10-341834-21, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 76 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 60 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 40 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-280662-19)

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in het vonnis van 30 juni 2020 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M. Havik, voorzitter,

en mrs. S. Zuidwijk en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.M. Havik

Griffier

  • mr. D.C. van Beek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand