ECLI:NL:RBROT:2026:5303

ECLI:NL:RBROT:2026:5303

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 10-339874-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewezen is dat de verdachte professioneel vuurwerk in de woning van zijn moeder heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad. Verder heeft hij hoeveelheden MDMA en cocaïne voorhanden gehad en voorbereidingshandelingen verricht om harddrugs aan anderen te verstrekken. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk. Hierbij wordt een proeftijd van 2 jaar opgelegd met daarbij de voorwaarden zoals grotendeels geadviseerd door de reclassering.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-339874-25

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats, gedetineerd in [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. G.W. Wurpel

Officier van justitie: mr. I. Barendregt

Kern van het vonnis

Bewezen is dat de verdachte professioneel vuurwerk in de woning van zijn moeder heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad. Verder heeft hij hoeveelheden MDMA en cocaïne voorhanden gehad en voorbereidingshandelingen verricht om harddrugs aan anderen te verstrekken. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk. Hierbij wordt een proeftijd van 2 jaar opgelegd met daarbij de voorwaarden zoals grotendeels geadviseerd door de reclassering.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 12 december 2025 te Ouddorp professioneel vuurwerk heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad, dat hij voorbereidingshandelingen met betrekking tot de handel in harddrugs heeft verricht en dat hij diverse hoeveelheden MDMA en cocaïne voorhanden heeft gehad. Bovendien zou de verdachte zich schuldig hebben gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

1.

op of omstreeks 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakke,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 140 shell mortieren

- 50 cobra-6

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter

beschikking heeft gesteld;

2.

op of omstreeks 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee

opzettelijk meermalen, althans eenmaal (telkens)

om (een) feit(en),

bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten

het meermalen, althans eenmaal, (telkens) verkopen, afleveren, verstrekken,

vervoeren en/of vervaardigen van

een of meer hoeveelheden MDMA en/of cocaïne in elk geval (telkens) (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of

zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

voorwerpen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad,

te weten

- een of meer hoeveelheden MDMA en/of cocaïne en/of

- een of meer gripzakjes en /of

- een hoeveelheid betaalverzoeken en/of

- een grote hoeveelhe(i)d(en) (contant) geld

waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

3.

op of omstreeks 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee

opzettelijk

heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 92,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA en/of 14,5 gram cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

op of omstreeks 12 december 2025, te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee

(van) een geldbedrag, althans een of meer voorwerpen

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, wist dat dat /die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2. Bewijs / Vrijspraak

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de vier tenlastegelegde feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 4. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte 140 Shell mortieren en 50 Cobra’s 6 heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad (feit 1) en dat hij circa 92,1 gram MDMA en 14,5 gram cocaïne voorhanden heeft gehad (feit 3). Daarnaast heeft hij voorbereidingshandelingen met betrekking tot harddrugs verricht (feit 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

Bewijs feit 3 (voorhanden hebben verdovende middelen)

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring verdachte

2. Kennisgevingen van inbeslagneming

2. Proces-verbaal van de politie

3. Proces-verbaal van de politie

4. Deskundigenverslag

Bewijs feit 1 (voorhanden hebben professioneel vuurwerk)

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster

Plaats delict: [adres delict 1] te Ouddorp

Pleegdatum: 12 december 2025

Ik doe aangifte tegen mijn zoon, [verdachte] . Toen hij bij mij thuis was, hoorde ik hem zeggen: “Er ligt zoveel vuurwerk hier binnen, als jij de politie gaat bellen, dan kom ik hierheen om jouw bankpas mee te nemen en het hele bedrag van het vuurwerk van jouw bankrekening te halen.”

2. Proces-verbaal van de politie, aanvullend verhoor aangeefster

Mijn zoon [verdachte] heeft een sleutel van de woning.

3. Proces-verbaal van de politie

Ik, verbalisant [naam verbalisant] , vroeg [slachtoffer] hoe vaak haar zoon [verdachte] deafgelopen twee weken in haar woning is geweest. Ik hoorde haar zeggen dat hij deafgelopen twee weken iedere dag wel bij haar is geweest.

4. Proces-verbaal van de politie

Op 12 december 2025 waren wij ter plaatse aan de [adres delict 1] te Ouddorp. Ik zag dat naast de slaapkamer van [verdachte] een deur geopend was. Ik zag in de kamer naast de kast vuurwerk staan. Wij hoorden dat [slachtoffer] opnieuw zei dat haar zoon haar dood zou maken dat ze dit had laten zien. Ik zag dat het minimaal ging om ongeveer 140 Shells en ongeveer 50 Cobra’s 6.

5. Proces-verbaal van de politie Het inbeslaggenomen vuurwerk is door het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV) onderzocht.

Resultaten:

Naam

Shell

Producent/importeur

Propuro

Artikelnmr

Diameter in inch

3

NEM-etiket in gr.

142 (per stuk)

CE markering

Ja

Aantal stuks

141

CE reg.nr.

0163-F4-1958

Dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk (artikel 1.1.1 van het

Vuurwerkbesluit).

Naam

Super Cobra 6

Producent/importeur

Steyfire

Artikelnmr

Lengte in mm.

132

NEM-etiket in gr.

48 (per stuk)

CE markering

Ja

Aantal stuks

50

CE reg.nr.

0163-F4-1018

Dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk (artikel 1.1.1 van het

Vuurwerkbesluit).

Bewijsmotivering

Op 12 december 2025 wordt, naar aanleiding van de aangifte van de moeder van de verdachte, de woning aan de [adres delict 1] te Ouddorp doorzocht. In de kamer naast de slaapkamer van de verdachte wordt een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk aangetroffen, waaronder 140 Shell mortieren en 50 Cobra’s 6. De moeder van de verdachte verklaart dat het vuurwerk van de verdachte is. De verdachte kwam ook met regelmaat in de woning en had een sleutel van de woning.

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting ontkend dat het vuurwerk van hem is. Verder heeft hij verklaard dat het vuurwerk vermoedelijk van zijn neefjes is. De rechtbank acht deze verklaring van de verdachte niet aannemelijk, nu daarvoor geen concrete aanwijzingen zijn geleverd en er niets is gebleken dat deze stelling ondersteunt. De rechtbank acht aldus bewezen dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van het vuurwerk en dat hij hierover tevens feitelijke beschikkingsmacht heeft gehad.

Bewijs feit 2 (voorbereidingshandelingen Opiumwet)

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

U houdt mij voor dat er onder meer hoeveelheden cocaïne, MDMA en vele gripzakjes in mijn woning zijn aangetroffen. Dat is voor eigen gebruik tijdens het festivalseizoen. Ik neem de drugs ook mee voor mijn vrienden. Ik heb de gripzakjes een tijd geleden ingekocht en deze gebruik ik ter dosering van de drugs.

2. Proces-verbaal van de politie

Op 12 december 2025 betraden wij de woning van [verdachte] aan de [adres delict 2] te Ouddorp. Hier troffen wij een ton aan met daarin verschillende soorten drugs:

kristalachtig blok roze van kleur,

meerdere gripzakjes met daarin een witte stof,

boterhamzakje met daarin een witte stof.

Ook troffen wij in de woning een hoeveelheid van mogelijk vele honderden lege gripzakjes.

3. Kennisgeving van inbeslagname

Goednummer : [goednummer 1]

Beslagene : [verdachte]

Object : Verdovende middelen

Aantal : 1 stuks

Bijzonderheden : 1 blok en 1 zakje met poeder 92,1 gram bruto gewicht

Plaats : Aangetroffen in de woning van de verdachte aan de [adres delict 2] in

Ouddorp

4. Kennisgeving van inbeslagname

Goednummer : [goednummer 2]

Beslagene : [verdachte]

Object : Verdovende middelen

Aantal : 1 stuks

Bijzonderheden : Bruto gewicht 4,9 gram, verdeeld over 3 kleine gripzakjes

Plaats: : Aangetroffen in de woning van de verdachte aan de [adres delict 2] in

Ouddorp

5. Kennisgeving van inbeslagname

Goednummer : [goednummer 3]

Beslagene : [verdachte]

Object : Verdovende middelen (cocaïne crack)

Aantal : 1 stuks

Hoeveelheid : 9,5 gram

Bijzonderheden : wit poeder in boterhamzakje, 9,5 gram bruto

Plaats : Aangetroffen in de woning van de verdachte aan de [adres delict 2] in

Ouddorp

6. Proces-verbaal van de politie

De volgende onderzoeksitems zijn aangeboden voor onderzoek:

SIN/UVN : AASl2695NL

BVH Goednummer : [goednummer 4]

Object omschrijving : Twee gripzakjes met daarin beige kristallijn poeder en brokken

Resultaat : Positief voor MDMA

SIN/UVN : AASl2699NL

BVH Goednummer : [goednummer 5]

Object omschrijving : Een plastic zakje met daarin wit poeder

Resultaat : Positief voor cocaïne

SIN/UVN : AASl2698NL

BVH Goednummer : [goednummer 6]

Object omschrijving : Drie gripzakjes met daarin wit poeder en brokjes

Resultaat : Positief voor cocaïne

7. Deskundigenverslag

Kenmerk

Omschrijving FO

Conclusie

AASI2695NL

kristalachtig poeder en brokvormig, beige, uit 88,7 gram;

bevat MDMA

Kenmerk

Omschrijving FO

Conclusie

AASI2699NL

poeder, wit, uit 8,5 gram;

bevat cocaïne

Kenmerk

Omschrijving FO

Conclusie

AASI2698NL

poeder en brokvormig, wit, uit 2,6 gram

bevat cocaïne

Bewijsmotivering

In de woning van de verdachte aan de [adres delict 2] te Ouddorp zijn meerdere goederen aangetroffen die aanleiding geven tot het vermoeden dat de verdachte zich bezighoudt met de handel van verdovende middelen of voorbereidingshandelingen daartoe. Dit vermoeden wordt versterkt door de goederen die in de slaapkamer in de woning van zijn moeder zijn aangetroffen: ponypacks, een weegschaal en gripzakjes.

De rechtbank oordeelt dat deze goederen afzonderlijk en in onderlinge samenhang bezien te denken geven, maar toch geen voldoende concrete en specifieke aanwijzingen vormen voor handel in verdovende middelen. De verdachte heeft ten aanzien van de contante geldbedragen een met stukken onderbouwde verklaring gegeven over de herkomst hiervan, zodat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat deze uit illegale bron afkomstig is. Daarnaast roepen de aangetroffen betaalverzoeken op de telefoon van de verdachte weliswaar vragen op, maar bij gebrek aan nader onderzoek kunnen deze niet dienen tot concreet bewijs. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of dit betaalverzoeken aan de verdachte zijn of van de verdachte aan anderen. Evenmin biedt het dossier andere aanwijzingen die wijzen op de daadwerkelijke handel, zoals communicatie waaruit de verkoop blijkt of observaties van drugsoverdrachten.

Wel acht de rechtbank, mede op basis van de eigen verklaring van de verdachte ter zitting, bewezen dat hij cocaïne en MDMA aan anderen verstrekt in die zin, dat hij de drugs naar evenementen meeneemt voor vrienden. Dit brengt met zich mee dat dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a Opiumwet, voor zover dit ziet op het verstrekken van verdovende middelen.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1.

hij op 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakke,

opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 140 shell mortieren

- 50 cobra-6

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee

opzettelijk meermalen, althans eenmaal (telkens)

om een feit,

bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten

het meermalen, althans eenmaal, , verstrekken,

van

hoeveelheden MDMA en cocaïne

zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad,

te weten

- hoeveelheden MDMA en cocaïne en

- gripzakjes

waarvan verdachte wist dat die

bestemd waren tot het plegen van dat feit;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2025 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee

opzettelijk

aanwezig heeft gehad,

ongeveer 92,1 gram van een materiaal

bevattende MDMA en 14,5 gram cocaïne, zijnde een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

Vrijspraak witwassen

In de woning van de verdachte en in de woning en schuur van zijn moeder zijn grote contante geldbedragen aangetroffen. Om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen is vereist dat vast komt te staan dat de betreffende geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf.

De rechtbank stelt vast dat er een vermoeden van witwassen is. Het voorhanden hebben van grote contante geldbedragen in een woning is ongebruikelijk. In de woning op het adres [adres delict 1] werden de geldbedragen bovendien verspreid en in verschillende coupures aangetroffen, onder meer in enveloppen in een kluis in de schuur en in een roestvrijstalen box en een kluis in de meterkast van de woning zelf. Ook op het adres [adres delict 2] werden de geldbedragen verspreid in verschillende enveloppen gevonden. Verder werden in beide woningen diverse verdovende middelen en goederen aangetroffen die – hoewel dat in deze zaak niet bewezen is – kunnen duiden op drugshandel. Ook werden in de schuur bij de woning van zijn moeder 100 sloffen sigaretten met een Engels opschrift gevonden.

Gelet op deze omstandigheden mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de geldbedragen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard – en met stukken onderbouwd – dat hij in de afgelopen vier jaar een legaal inkomen had en dat hij veelvuldig contante geldopnames bij geldmaten heeft verricht om te kunnen sparen. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring niet op voorhand als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om buiten gerede twijfel vast te kunnen stellen dat de geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van witwassen.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit gegeven verbod;

Feit 2:

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor

te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

Feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarbij moeten de voorwaarden worden opgelegd die zijn geadviseerd door de reclassering, met dien verstande dat het locatieverbod niet enkel moet gelden voor het adres van de moeder van de verdachte, maar voor de hele straat [straatnaam] . Tevens wordt gevorderd dat deze voorwaarden onmiddellijk uitvoerbaar worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de straf gelijk te stellen aan de duur van het voorarrest. Subsidiair is verzocht om een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijk deel en bijzondere voorwaarden, met uitzondering van de maatschappelijk opvang. Volgens de verdediging is een proeftijd van 3 jaar niet passend, zodat verzocht wordt te volstaan met een proeftijd van 2 jaar.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in de woning van zijn moeder 140 Shell-mortieren en 50 Cobra’s 6 bewaard. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij grote risico’s heeft genomen door zo’n hoeveelheid explosief materiaal in een woonomgeving te bewaren, zonder enige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op brand- en ontploffingsgevaar. Hiermee heeft hij niet alleen zichzelf, maar ook zijn moeder en omwonenden in gevaar gebracht.

Daarnaast heeft de verdachte circa 90 gram MDMA en 14 gram cocaïne voorhanden gehad. Ook heeft hij deze verdovende middelen in bezit gehad om aan anderen te verstrekken en hij heeft zich aldus schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen met betrekking tot de Opiumwet. Harddrugs vormen, mede vanwege de verslavende werking, een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, hetgeen de verdachte ook zelf heeft ondervonden. Met zijn handelen heeft de verdachte bovendien bijgedragen aan de instandhouding van een keten van criminele activiteiten.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport reclassering

De reclassering heeft twee rapporten over de verdachte opgesteld, gedateerd 21 januari 2026 en 16 maart 2026.

In het rapport van de reclassering van 21 januari 2026 staat het volgende. Gelet op de ontkennende proceshouding van de verdachte kunnen er geen criminogene factoren vastgesteld worden. De risico’s kunnen evenmin worden ingeschat. Bij een veroordeling worden als voor de hand liggende factoren beschouwd: het middelengebruik, psychosociaal functioneren, financiën en de relatie met zijn moeder. Hoewel de verdachte eerder in aanraking kwam met justitie, kan er niet gesproken worden van een delictpatroon, nu dit al langere tijd geleden is. Verder lijkt er instabiliteit te zijn op meerdere leefgebieden, waardoor de reclassering aanknopingspunten ziet voor ingrijpen.

In het reclasseringsrapport van 16 maart 2026 worden dezelfde delictgerelateerde factoren vastgesteld. Daarnaast is er middelengebruik; de verdachte is verslaafd geraakt aan cocaïne. Ook heeft hij geen vaste huisvesting, dagbesteding of financiën. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering ziet risico’s op herhaald (delict)gedrag indien de verdachte geen stabiliteit heeft of geen behandeling krijgt inzake zijn psychosociaal functioneren. Om die reden wordt toezicht met de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, locatieverbod met betrekking tot het woonadres van zijn moeder en beheersing van het middelengebruik.

Oplegging straf

Bij de ernst van de strafbare feiten past een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank legt een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen op, waarvan 90 dagen voorwaardelijk.

Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van het verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, locatieverbod en beheersing van het middelengebruik. Anders dan door de reclassering is geadviseerd, geldt het locatieverbod niet enkel voor het adres van de moeder van de verdachte, maar voor de hele straat [straatnaam] . De rechtbank bepaalt de proeftijd op 2 jaar.

De officier van justitie heeft verzocht de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Naar het oordeel van de rechtbank is echter niet voldaan aan het criterium dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De bijzondere voorwaarden worden daarom niet dadelijk uitvoerbaar verklaard.

5. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen geldbedragen verbeurd worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Gelet op de vrijspraak van feit 4 worden de geldbedragen aan verdachte teruggegeven.

6. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op:

- de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet;

- artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer;

- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- artikel 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit.

7. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 4 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2 en 3 zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 200 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 90 dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich zal melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering (reclassering Fivoor Rotterdam) zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak.

2. de verdachte zich laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek en/of andere problematiek. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisis- behandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

3. de verdachte zich niet bevindt in de straat [straatnaam] , [postcode] in Ouddorp.

4. de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag;

In beslag genomen voorwerpen

beveelt de teruggave van de geldbedragen [voorwerpnummers [goednummer 7] , [goednummer 8] en [goednummer 9] ] aan de verdachte.

8. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. Zuidwijk, voorzitter,

en mrs. E.M. Havik en N.R. Rietveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Zuidwijk

Griffier

  • mr. D.C. van Beek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand