ECLI:NL:RBROT:2026:5304

ECLI:NL:RBROT:2026:5304

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 10-212299-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewezen is dat de verdachte als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor de passagier van dit voertuig is overleden. De verdachte reed harder dan de toegestane maximumsnelheid en was onder invloed van alcohol en cannabis. Niet is bewezen dat er sprake was van roekeloosheid. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, en een rijontzegging voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd dat zijn rijbewijs reeds ingehouden is geweest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-212299-22

Datum uitspraak: 1 april 2026

Datum zitting: 18 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. W.J.J. Lunsingh Tonckens

Officier van justitie: mr. J. Spaans

Kern van het vonnis

Bewezen is dat de verdachte als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor de passagier van dit voertuig is overleden. De verdachte reed harder dan de toegestane maximumsnelheid en was onder invloed van alcohol en cannabis. Niet is bewezen dat er sprake was van roekeloosheid. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, en een rijontzegging voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd dat zijn rijbewijs reeds ingehouden is geweest.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor een ander werd gedood, subsidiair dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt en waardoor een ander werd gedood.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat de verdachte:

op of omstreeks 21 augustus 2022 te Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden

door met dat motorrijtuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke

verwaarlozing van de ten dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de rijksweg A-29,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat verdachte toen daar

terwijl ter plaatse de voor verdachte geldende maximum toegelaten snelheid 130

kilometer per uur was (autosnelweg aangegeven met bord Gl)

- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 165 kilometer per uur, in elk geval

met een veel hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan was, en/of

- zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij, verdachte, zijn motorrijtuig tot

stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en/of

- slingerend heeft gereden en/of

- een lachgasballon in zijn mond heeft gehouden, althans afgeleid was door het

gebruik van een/die lachgasballon en/of

- ( aldus) zijn aandacht niet of onvoldoende op de weg voor en/of naast zich heeft

gehouden en/of

- onvoldoende afstand heeft gehouden tot het verkeer voor en/of naast zich en/of

- bij een inhaalactie tegen een andere auto is gebotst en/of

- ( vervolgens) de controle over het voertuig, waarin hij, verdachte, reed, heeft

verloren en/ of

- ( vervolgens) een of meermalen over de kop is geslagen,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste,

tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het

feit niet heeft voldaan aan een hevel gegeven krachtens artikel l n:l, tweede, zesde,

zevende of negende lid van genoemde wet;

subsidiair

op of omstreeks 21 augustus 2022 te Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard als

bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de

rijksweg A-29,

terwijl ter plaatse de voor verdachte geldende maximum toegelaten snelheid 130

kilometer per uur was (autosnelweg aangegeven met bord G 1)

- heeft gereden met een snelheid van ongeveer 165 kilometer per uur, in elk geval

met een veel hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan was, en/of

- zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij, verdachte, zijn motorrijtuig tot

stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en/of

- slingerend heeft gereden en/of

- een lachgasballon in zijn mond heeft gehouden, althans afgeleid was door het

gebruik van een/die lachgasballon en/o

- ( aldus) zijn aandacht niet of onvoldoende op de weg voor en/of naast zich heeft

gehouden en/of

- onvoldoende afstand heeft gehouden tot het verkeer voor en/of naast zich en/of

- bij een inhaalactie tegen een andere auto is gebotst en/of

- ( vervolgens) de controle over het voertuig, waarin hij, verdachte, reed, heeft

verloren en/of

- ( vervolgens) een of meermalen over de kop is geslagen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd,

en/of waarbij / waardoor een persoon, genaamd [slachtoffer] , werd

gedood;

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit, waarbij hij uitgaat van de zwaarste vorm van schuld, te weten roekeloosheid. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte als bestuurder van een motorrijtuig een aan zijn schuld te wijten een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor de passagier van het voertuig is overleden. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie

De aanrijding vond op 21 augustus 2022 plaats op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de rijksweg A29 te Klaaswaal. De rijksweg is een autosnelweg aangegeven met bord G1. De toegestane maximumsnelheid bedraagt ter plaatse 130 km/uur. Bij de aanrijding waren twee voertuigen betrokken: een Fiat Punto en een Skoda Kodiaq. Vastgesteld kan worden dat de Fiat op enig moment geslipt is en rechts naast de berm gelegen grasberm terecht is gekomen, alwaar de Fiat over de kop is geslagen. Als gevolg van de aanrijding is de rechts achterin zittende passagier om het leven gekomen.

2. Verklaring van de verdachte

Op 21 augustus 2022 raakte ik als bestuurder van een Fiat in botsing met een Skoda. De auto ging hierdoor alle kanten op. We zijn vervolgens in de berm terechtgekomen en meerdere keren over de kop gevlogen. Ik reed die avond 150 km/h denk ik. Op het moment van de botsing reed ik 140 km/h denk ik. Voordat ik ging rijden, heb ik een jointje gerookt en alcohol gedronken.

3. Proces-verbaal van de politie

Overledene

Achternaam : [slachtoffer]

Datum/tijd vinden : 21 augustus 2022 om 02:40 uur

Locatie overlijden : A29 linker rijbaan Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard

Op 21 augustus 2022 omstreeks 02:03 uur vond een verkeersongeval plaats. Betrokkene zat als passagier in het voertuig en is er ter plaatse overleden.

Op 21 augustus 2022 omstreeks 04:10 uur werd een lijkschouw verricht. Het letsel van de overledene past bij zwaar uitwendig geweld zoals een aanrijding.

4. Schriftelijk stuk

Datum aanvraag : 21/08/2022

Naam bloedgever : [verdachte]

Te onderzoeken materiaal

TACA9330NL : Bloed van [verdachte]

Resultaten onderzoek:

Aangewezen stof

Meetbare stof

Grenswaarde bij combinatie gebruik

Eindresultaat in bloed

TACA9330NL

Rapportage eenheid

Alcohol

Ethanol

0,20

0,29

Milligram per milliliter

Cannabis

THC

1,0

8,6

Microgram per liter

5. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring getuige Sluiter

Wij waren aan het rijden en de witte kleine auto schampte ons. De auto ging daarna over de kop in de berm. Er waren bijna geen auto’s en ineens was daar die witte auto en toen bam. Wij reden 120 km/h op cruise control. De snelheid waarmee de witte auto ons benaderde en doorreed lag op minimaal 150 km/h. De witte auto reed een stuk harder dan wij.

6. Proces-verbaal van de politie

Bij het onderzoeken van de Fiat Punto werd een telefoon gevonden op de grond in de buurt van de bijrijdersstoel. De telefoon werd nader onderzocht.

Onderzoek tijdstip ongeval en snelheid

Het ongeval heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2022 tussen 02:02:12 uur en 02:02:23 uur.

Ik zag dat tussen 02:00:36 uur en 02:01:55 uur diverse locatie punten werden geregistreerd met een snelheid. Ik zag dat de geregistreerde snelheid hierbij diverse keren boven de 150 km/h werd geregistreerd. De geregistreerde snelheid op 02:01:55 uur was 165km/h.

Bewijsmotivering

Op 21 augustus 2022 heeft omstreeks 02.02 uur op de A29 ter hoogte van Klaaswaal een verkeersongeval plaatsgevonden. De verdachte reed als bestuurder in een Fiat Punto met een bijrijder en één passagier op de achterbank. Tijdens het inhalen van een Skoda Kodiaq is de verdachte met zijn Fiat uit zijn rijbaan geraakt en tegen de linkerkant van deze Skoda aangereden. Bij het corrigeren van die fout is de verdachte gaan slingeren en is hij de macht over het stuur verloren. De Fiat is daarna rechts van de weg de grasberm in gereden, vervolgens over de kop geslagen en verderop tot stilstand gekomen. Door het ongeval is de passagier op de achterbank overleden.

De rechtbank gaat verder uit van de volgende feiten en omstandigheden.

De snelheid

De verdachte reed met een te hoge snelheid. Uit de locatiegegevens van een telefoon die in de auto werd gevonden, blijkt dat de verdachte kort voor het ongeval reed met een snelheid van ongeveer 165 kilometer per uur. Twee minuten voor het ongeval reed de verdachte met een snelheid van 150 tot 155 kilometer per uur. Over de snelheid ten tijde van het ongeval heeft de getuige Sluiter verklaard dat de Skoda waarin zij zat 120 kilometer per uur reed en dat de verdachte een stuk harder reed. Zij schatte de snelheid van de verdachte zelf op 150 kilometer per uur. De verdachte heeft zelf verklaard dat hij die nacht heeft gereden met snelheden van 150 kilometer per uur. Hieruit concludeert de rechtbank dat de verdachte ten tijde van het ongeval met een veel hogere snelheid heeft gereden dan de maximale snelheid van 130 kilometer per uur die op dat moment ter plaatse was toegestaan.

Ook heeft de verdachte zijn snelheid na de aanrijding met de Skoda niet aangepast. De verdachte is de Skoda immers na de aanrijding gepasseerd en is kort daarna pas van de weg geraakt.

De verdachte heeft verklaard dat de bijrijder een ruk aan het stuur zou hebben gegeven en dat de auto daardoor is gaan slingeren en van de weg is geraakt. De rechtbank vindt deze verklaring, waarvoor in het dossier geen steun is te vinden, niet geloofwaardig. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte pas in de aanloop naar de inhoudelijke behandeling met deze verklaring komt. Het zou voor de hand hebben gelegen dat hij dit meteen na de aanrijding had verklaard, in plaats van te proberen te verhullen dat hij de bestuurder was.

Alcohol, drugs en lachgas

De verdachte was ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol en drugs. Hij verklaart dat hij op de avond voorafgaand aan het ongeval alcohol heeft gedronken en een jointje heeft gerookt. Uit het bloedonderzoek van de verdachte blijkt dat de hoeveelheid alcohol en THC in zijn bloed hoger was dan wettelijk is toegestaan bij een beginnend bestuurder, wat de verdachte toen was. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het alcoholgebruik in combinatie met de drugs de alertheid van de verdachte nadelig heeft beïnvloed. Alcohol en drugs beperken de reactiesnelheid in het verkeer; dat is algemeen bekend.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte lachgas heeft gebruikt. Hoewel de verdachte kort voor het ongeval is gefilmd terwijl hij een ballon in zijn mond had en hij de schijn daarmee wel tegen heeft, kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat hij daadwerkelijk lachgas heeft geïnhaleerd en daar ten tijde van het ongeval van onder invloed is geweest.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW

Om tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit te komen, moet de verdachte schuld hebben in de zin van artikel 6 WVW. Of dat het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de overige omstandigheden waaronder deze verkeersovertreding is begaan. Dat sprake is van schuld kan niet zonder meer uit de ernst van de gevolgen van het ongeval worden afgeleid. Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is pas sprake in het geval van (ten minste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

De zwaarste vorm van schuld is roekeloosheid. Onder roekeloosheid moet worden verstaan een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte waardoor een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, terwijl de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Van roekeloosheid is in elk geval sprake als het gedrag ook als overtreding van artikel 5a lid 1 WVW kan worden aangemerkt.

De verdachte heeft met zijn rijgedrag diverse verkeersregels overtreden, maar niet zodanig dat in dit geval gesproken kan worden van roekeloosheid. Weliswaar heeft de verdachte een forse snelheidsovertreding begaan en verkeerde hij onder invloed van drank en drugs, maar de rechtbank acht deze omstandigheden onvoldoende om roekeloosheid aan te nemen. Door de combinatie van gedragingen heeft de verdachte wel zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag vertoond, waardoor een aan zijn schuld te wijten ongeval is gebeurd. Anders dan door de verdediging bepleit, ging het niet enkel om een kort moment van onoplettendheid.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 21 augustus 2022 te Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden

door met dat motorrijtuig zeer,

onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam en met aanmerkelijke

verwaarlozing van de ten dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de rijksweg A-29,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat verdachte toen daar

terwijl ter plaatse de voor verdachte geldende maximum toegelaten snelheid 130

kilometer per uur was (autosnelweg aangegeven met bord G1)

- heeft gereden met een veel hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan was, en

- zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij, verdachte, zijn motorrijtuig tot

stilstand kon brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en

- ( aldus) zijn aandacht niet of onvoldoende op de weg voor en naast zich heeft

gehouden en

- onvoldoende afstand heeft gehouden tot het verkeer voor en naast zich en

- bij een inhaalactie tegen een andere auto is gebotst

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Feit primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van deze wet.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 4 jaar.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht er rekening mee te houden dat de verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft en dat hij al een jaar zijn rijbewijs is kwijt geweest. Daarnaast is de redelijke termijn voor de berechting van deze zaak in aanzienlijke mate overschreden. Tot slot heeft de verdachte sinds het incident een positieve ontwikkeling doorgemaakt, zoals ook blijkt uit het recente reclasseringsadvies. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid leiden ertoe dat hij de beschermende factoren verliest.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft als bestuurder van een auto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakt, waardoor één van de inzittenden (de passagier op de achterbank) is overleden. Tijdens een inhaalactie raakte hij in botsing met een andere auto, waarna zijn auto in de grasberm belandde en meerdere keren over de kop sloeg. De verdachte was op dat moment onder invloed van alcohol en cannabis en reed flink harder dan de toegestane maximumsnelheid van 130 km/h. Door zijn rijgedrag heeft hij onnodig grote en onaanvaardbare risico’s genomen en een zeer gevaarlijke situatie in het verkeer gecreëerd, met dodelijk gevolg.

De verdachte heeft pas 2,5 jaar na het ongeval bekend gemaakt dat hij de bestuurder van de auto was. Voordien heeft hij steeds een ander de schuld in de schoenen willen schuiven. Hiermee is niet alleen de berechting van de zaak vertraagd, maar hebben de nabestaanden ook lange tijd in onzekerheid verkeerd. Dit is erg kwalijk.

De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de verdachte op het moment van het ongeval pas enkele maanden in het bezit was van een rijbewijs. Van de verdachte mocht daarom verwacht worden dat hij extra oplettend en voorzichtig in het verkeer was, hetgeen hij heeft nagelaten.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 3 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de reclassering van 19 februari 2026 staat het volgende. Ten tijde van het ten laste gelegde feit was de situatie van de verdachte op meerdere leefgebieden instabiel. Er was middelengebruik, psychosociale problematiek (agressie en beperkte cognitieve vaardigheden), dakloosheid en een negatief sociaal netwerk. Daarnaast ontbrak dagbesteding. Sinds 2022 zijn de risicofactoren afgenomen en de beschermende factoren toegenomen. Er is niet langer sprake van problematisch middelengebruik of een negatief sociaal netwerk. In plaats daarvan beschikt de verdachte over een structurele dagbesteding, begeleide huisvesting, begeleiding door CVD en positieve sociale contacten. De risico’s zijn hierdoor afgenomen van hoog naar gemiddeld. Bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan drie maanden is de verwachting dat de verdachte zijn huisvesting, dagbesteding en begeleiding zal verliezen. Dit zal de instabiliteit op de leefgebieden vergroten en het risico op recidive doen toenemen. Bij een veroordeling wordt een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een alcohol- en drugsverbod geadviseerd.

Oplegging straf en maatregel

Bij de ernst van het strafbare feit past een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte een zeer hoge mate van schuld heeft gehad aan het veroorzaken van het verkeersongeval. Dit dient tot uitdrukking te komen in de strafmaat.

Verder weegt de rechtbank mee dat in deze zaak de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6 van het EVRM, aanzienlijk is overschreden. Het verkeersongeval heeft immers meer dan 4 jaar geleden plaatsgevonden. Hoewel deze overschrijding gedeeltelijk aan de verdediging kan worden toegerekend, had de zaak eerder behandeld moeten worden. In strafmatigende zin houdt de rechtbank dan ook rekening met dit langdurige tijdsverloop.

Al met al zijn een gevangenisstraf van 30 maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 4 jaar passend en geboden. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, ziet zij hierin geen aanleiding om de straf verder te matigen of (deels) voorwaardelijk op te leggen. Dit zou geen recht doen aan de ernst en de gevolgen van het feit. Daarnaast acht de rechtbank het in het belang van de verkeersveiligheid nodig om de rijontzegging geheel onvoorwaardelijk op te leggen.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerwet.

6. Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van 4 jaar;

bepaalt dat de duur van de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, wordt verminderd met de duur van de invordering en inhouding van het rijbewijs.

7. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.R. Rietveld, voorzitter,

en mrs. S. Zuidwijk en E.M. Havik, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. van Beek, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 1 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.R. Rietveld

Griffier

  • mr. D.C. van Beek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand