ECLI:NL:RBROT:2026:5305

ECLI:NL:RBROT:2026:5305

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer 10/348013-25 en (TUL) 01/307483-24, 10/079961-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De verdachte wordt vrijgesproken van het tezamen en in vereniging plegen van een diefstal met geweld. Hij wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast wijst de rechtbank twee vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf toe.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/348013-25

Parketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 01/307483-24; 10/079961-24

Datum uitspraak: 17 april 2026

Datum zitting: 3 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] locatie [detentielocatie] .

Advocaat van de verdachte: mr. G.W. Wurpel

Officier van justitie: mr. J.B. Uiterwijk

Benadeelde partij: [benadeelde]

Gemachtigde van de benadeelde partij: [persoon A] (Slachtofferhulp)

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van het tezamen en in vereniging plegen van een diefstal met geweld. Hij wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast wijst de rechtbank twee vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf toe.

1. Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – op 20 december 2025, tezamen en in vereniging met een ander, een diefstal met geweld heeft gepleegd en daarnaast een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1. hij op of omstreeks 20 december 2025 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten op/aan de Port Saïdstraat, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bril, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- (een) vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend voorwerp(en), aan die [slachtoffer] te tonen en/of- daarbij te zeggen/roepen "Moet ik je schieten, ik ga je schieten?" en/of- eenmaal (met kracht) tegen het hoofd van die [slachtoffer] te stompen en/of slaan;

2. hij op of omstreeks 20 december 2025 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weteneen vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een pistool, van het merk Beretta, model 1935, kaliber 7,65 mm en/of (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 2kogelpatronen, kaliber 7,65 mm, voorhanden heeft gehad.

2. Bewijs

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten, met uitzondering van het onderdeel medeplegen onder feit 1. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 1. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

Oordeel van de rechtbank

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 2

Bewezen is dat de verdachte op 20 december 2025 een vuurwapen van het merk Beretta, model 1935, kaliber 7,65mm en bijbehorende munitie, te weten 2 kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. De bekennende verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van politie

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 2: hij op 20 december 2025 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet, te weten een pistool, van het merk Beretta, model 1935, kaliber 7,65 mm en (voor dat vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten 2 kogelpatronen, kaliber 7,65 mm, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak feit 1

Het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is niet wettig en overtuigend bewezen, omdat steunbewijs daarvoor ontbreekt. De verdachte ontkent de bril te hebben gestolen. Niet ter discussie staat dat er een confrontatie tussen de verdachte en [slachtoffer] heeft plaatsgevonden. Bewijs dat de verdachte daarbij de bril van [slachtoffer] heeft weggenomen volgt echter alleen uit de aangifte van die [slachtoffer] . Voor zover de officier van justitie steunbewijs ziet in de verklaring van de anonieme getuige, overweegt de rechtbank dat die getuige niet heeft verklaard dat zij heeft gezien dat er een bril (of een ander voorwerp) werd weggenomen, maar dat “het leek alsof de verdachte wat gepakt had van deze jongen”, hetgeen in de ogen van de rechtbank een niet voor het bewijs te gebruiken conclusie van de getuige is.

De verdachte wordt vrijgesproken van dit feit.

3. Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

eendaadse samenloop:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van het feit

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4. Straf

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de strafbare feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Standpunt van de verdediging

Voor zover de rechtbank tot een veroordeling komt, heeft de verdediging subsidiair verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest in combinatie met een geheel voorwaardelijke staf met bijzondere voorwaarden. Meer subsidiair is verzocht om een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De verdediging heeft bovendien verzocht om het jeugdstrafrecht toe te passen.

Oordeel van de rechtbank

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft een vuurwapen en bijbehorende munitie mee gevoerd in zijn auto. Hij heeft het vuurwapen niet alleen voorhanden gehad, maar ook bij een ruzie getoond aan het slachtoffer. Ongecontroleerd wapenbezit vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en veroorzaakt sterke gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Vuurwapens worden vaak gebruikt om ernstige misdrijven mee te plegen en ruzies mee te beslechten, waarbij regelmatig (dodelijke) slachtoffers vallen. De ervaring leert dat het aanwezig hebben van een vuurwapen ook snel gepaard gaat met het gebruik van dat wapen

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 4 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van deskundigen

In het rapport van Verslavingsreclassering GGZ Fivoor van 25 maart 2026 staat het volgende. De reclassering ziet voornamelijk zorgen op het gebied van het sociaal emotioneel functioneren. Daarnaast is sprake van problemen op het gebied van de impulscontrole, het goed inschatten van oorzaak en gevolg, en maakt hij een beïnvloedbare indruk op jongens met verkeerde bedoelingen. Hoewel de verdachte op een jonger niveau functioneert dan zijn kalenderleeftijd, ontbreekt een diagnostiek. Verder heeft de verdachte moeite met gezag en autoriteit, wat hem in het verleden al eerder in de problemen heeft gebracht. Het risico op recidive wordt daarom ingeschat als gemiddeld. Er wordt een (deels) voorwaardelijke straf geadviseerd met als voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, ambulante begeleiding, een contactverbod met de medeverdachte en dagbesteding.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank weegt als strafverzwarend mee dat hij het vuurwapen heeft getoond aan het slachtoffer.

De rechtbank acht, alles afwegende, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. De rechtbank zal, gelet op het advies van de reclassering, een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden die hierna worden genoemd. Anders dan is geadviseerd, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een contactverbod met de medeverdachte. De verdachte wordt immers vrijgesproken van het medeplegen van feit 1. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

Geen toepassing ASR

De verdachte was 24 jaar oud toen hij het strafbare feit pleegde. Op grond van het hiervoor beschreven rapport van Verslavingszorg GGZ Fivoor, en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, past de rechtbank het jeugdstrafrecht niet toe.

5. Vordering van de benadeelde partij

Vordering [slachtoffer]

heeft als benadeelde partij voor feit 1 € 760,80 als vergoeding voor materiële schade en € 1.250,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt om de vordering toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet primair worden afgewezen, omdat de verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1. Subsidiair kan de vordering slechts gedeeltelijk worden toegewezen.

Oordeel van de rechtbank

Het verzoek om materiele schade wordt afgewezen, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van feit 1. Voor wat betreft de vordering van immateriële schadevergoeding is er sprake van samenloop tussen feit 1 en 2. De verdachte heeft het vuurwapen bij een ruzie immers aan het slachtoffer getoond. Uit de onderbouwing van de vordering blijkt dat gestelde schade ook op het tonen van een vuurwapen is gebaseerd. Nu de verdachte wel wordt veroordeeld voor feit 2, staat een vrijspraak voor feit 1 niet aan een schadevergoeding in de weg. Het verzoek om immateriële schade wordt evengoed afgewezen. De rechtbank stelt voorop dat voor toewijzing van een vordering tot vergoeding van immateriële schade op de voet van artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), slechts plaats is, indien is voldaan aan de in dat artikel gestelde vereisten. Voor zover hier van belang kan aanspraak bestaan op vergoeding indien sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Van de laatstgenoemde categorie is sprake indien geestelijk letsel is vastgesteld, dan wel indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat van een dergelijke aantasting zonder meer kan worden uitgegaan. Buiten die (uitzonderlijke) situaties zal de benadeelde partij de aantasting in persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen.

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval niet is aangetoond dat bij de

benadeelde partij sprake is (geweest) van geestelijk letsel in vorenbedoelde zin. Objectieve

gegevens, waaruit dergelijk letsel kan worden afgeleid, ontbreken.

Dat de benadeelde partij als gevolg van het incident erg is geschrokken en het gebeurde als ingrijpend heeft ervaren, vindt de rechtbank zeer aannemelijk en ook invoelbaar, maar dit is op zichzelf onvoldoende om te kunnen spreken van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 BW.

De rechtbank is verder van oordeel dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde niet zo voor de hand liggen, dat het bestaan van een aantasting in de persoon zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen. De aard en de ernst van de normschending zijn daartoe ontoereikend.

6. Vordering tot tenuitvoerlegging

Vordering

De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij vonnis van de politierechter ’s-Hertogenbosch van 11 augustus 2025 voorwaardelijk opgelegde geldboete van € 240,-, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

De officier van justitie heeft daarnaast voorafgaand aan de zitting een tweede vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte bij vonnis van de politierechter Breda van 10 januari 2025 voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 10 uren, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vorderingen moeten worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht dat beide vorderingen moeten worden afgewezen, subsidiair verzocht om de proeftijd te verlengen en meer subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Het bewezen feit is tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het feit heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen.

Daarom worden beide vorderingen toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen.

7. Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8. Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 2, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 maanden (zes), van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met reclassering Fivoor op het adres Westerstraat 5 - 9 te Rotterdam, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd onder zorg stelt van Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op gedragsproblematiek en cognitieve vaardigheden;

3. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door E25 of een soortgelijke hulpverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de begeleiding nodig vindt. De hulpverlener bepaalt de wijze van begeleiding. De begeleiding is gericht op het aanleren van praktische ondersteuning en het aanleren van sociale vaardigheden;

4. de verdachte zich inspant zich voor het vinden en behouden van scholing, betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 01/307483-24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 240,-, zoals opgelegd in het vonnis van politierechter ’s-Hertogenbosch op 11 augustus 2025;

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10/079961-24)

beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke taakstraf van 10 uren zoals opgelegd in het vonnis van politierechter Breda op 10 januari 2025;

Vordering benadeelde partij

wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1 en 2);

9. Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van de Klashorst, voorzitter,

en mrs. J. de Lange en J.C. Oord, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 april 2026.

Mr. van de Klashorst is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. van de Klashorst

Griffier

  • mr. D. Yenice

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand