Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-297258-25 en 10-248451-25 (ttz gevoegd)
Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-397035-24
Datum uitspraak: 23 april 2026
Datum zitting: 9 april 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.G.J. Plat.
Officier van justitie: mr. M. van Eck.
Benadeelde partij: [benadeelde] .
Advocaat van de benadeelde partij: mr. W.J. Backer.
1. Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – op 5 november 2025 zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een poging tot straatroof, dan wel aan openlijke geweldpleging tegen een persoon en dat hij op 22 september 2025 zijn stiefvader heeft bedreigd.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
Parketnummer 10-297258-25 hij op of omstreeks 5 november 2025 te Barendrecht, op de Platehaven, althans op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een pet (merk Gucci), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] voornoemd, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,- meermalen, althans eenmaal heeft getracht die pet van [slachtoffer 1] hoofd te trekken en (hierbij)- dreigend op die [slachtoffer 1] is afgelopen en- die [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt op het lichaam, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en- die [slachtoffer 1] met een scherp voorwerp heeft gestoken in het achterhoofd en in de rug,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair hij op of omstreeks 5 november 2025 te Barendrecht, op de openbare weg, de Platehaven, in elk geval openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk in vereniging gepleegde geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal slaan en/of schoppen van die [slachtoffer 1] , tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en steken met een scherp voorwerp in de rug en op het achterhoofd van die [slachtoffer 1] .
Parketnummer 10-248451-25 hij op of omstreeks 22 september 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door het tonen van een mes althans een puntig voorwerp en/of door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:- “Ik ben nog niet klaar met jou.”,- “Er gaat vandaag wat gebeuren.”,- “Ik steek je kanker dood.”,- “Als je buiten komt dan steek ik je.”,- “Voor jou ga ik wel vastzitten.” en/of- “Vandaag wordt het jij of ik.”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
2. Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit op de dagvaarding met parketnummer 10-297258-25 en het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-248451-25. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdachte ontkent de feiten te hebben gepleegd en de verdediging heeft voor de feiten vrijspraak bepleit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is de poging straatroof en de bedreiging. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van die feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
Parketnummer 10-297258-25
1. Verklaring van de verdachte
Op 5 november 2025 was ik met een jongen genaamd [medeverdachte] in Barendrecht. Hij tikte een andere jongen op zijn Gucci pet en daarna werd het gelijk een gevecht.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring van de aangever [slachtoffer 1] Op 5 november 2025 was ik met twee vrienden in Barendrecht. Er waren twee mannen die de hele tijd achter ons aan liepen. Persoon 1: Arabisch uiterlijk, 17 - 19 jaar, mager postuur, plat donker haar, donkere baard over hele gezicht van enkele centimeters lang. Persoon 2: Donkergetint, geen gezichtsbeharing, breder postuur, 17 - 19 jaar.Ineens voelde ik dat mijn pet van mijn hoofd getrokken werd. Ik kon deze nog net vastpakken, waardoor de pet niet afgepakt is. Het petje is een originele pet van Gucci. Ik draaide me om en zag dat Persoon 2 op minder dan 1 meter afstand van mij achter mij stond. Persoon 2 heeft daarna nog meerdere keren geprobeerd mijn pet van mijn hoofd te trekken. Terwijl hij dit deed, zag ik dat Persoon 1 zich bij Persoon 2 aansloot. Ik hield mijn pet vast, maar ik merkte dat Persoon 2 nog steeds probeerde de pet van mijn hoofd te trekken. Toen ben ik mij gaan verdedigen. Ik probeerde Persoon 2 een stoot te geven en maakte een zwaai met mijn arm. Ik zag dat Persoon 1 en 2 vervolgens nog dichter op mij afkwamen en ik zag en voelde dat zij mij begonnen te slaan. Beiden hebben mij met hun vuisten in mijn gezicht geslagen. Op enig moment merkte ik dat Persoon 2 weer probeerde mijn pet te pakken, op dat moment werd ik nog steeds geslagen door Persoon 1. Doordat zij mij sloegen ben ik op de grond gevallen. Toen ik op de grond lag, probeerde Persoon 2 mijn pet weer te pakken. Ik voelde dat ik werd geschopt, ik weet niet door wie. Daarna renden zij hard weg. Een vriend zei dat er bloed uit mijn achterhoofd kwam. Toen ik opstond, merkte ik dat ik wat duizelig was. Ik merkte dat ik letsel had aan mijn achterhoofd. Ik voelde een flinke bult zitten en had een snee in mijn hoofd. Ik ben heel erg geschrokken van wat er is gebeurd en was best bang.
3. Proces-verbaal van politie, aanvullende verklaring van de aangever [slachtoffer 1]
Gisteren in het ziekenhuis kwamen ze erachter dat ik een soort steekwonden in mijn rug had. Ik heb twee hechtingen in mijn rug.
4. Proces-verbaal van de politie Wij kregen op 5 november 2025 de opdracht naar de Scharwater te Barendrecht te gaan. Wij gingen het gesprek aan met twee jongens. Jongen 1 bleek te zijn: [verdachte] . Jongen 2 bleek te zijn: [medeverdachte] .
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [naam getuige 1] Op 5 november 2025 was ik in Barendrecht. Ik zag dat één persoon op de grond lag met daarbij twee verdachten:Persoon 1: Licht getint (Pakistaans/Syrisch), volle baard, zwart haar, zwarte pet;Persoon 2: Breder postuur, Ghanees uiterlijk. Ik zag dat P1 hamerende bewegingen maakte op de rug van het slachtoffer en dat hij probeerde de pet af te pakken van het slachtoffer. Dit lukte niet. Ik zag dat P2 een klap met zijn rechterhand gaf op het achterhoofd van het slachtoffer. Ik zag dat direct hierna P2 wegrende en dat P1 een voorwerp in zijn hand had met een scherpe rand. Ik kon niet goed zien wat het was, maar wel dat het voor een gedeelte grijs was. Ik zag dat hij met dit voorwerp in de nek/hoofd van het slachtoffer stak. Hierna renden zij allebei hard weg. Ik ben achter de verdachten aangegaan en zij werden door de politie aangehouden.
Parketnummer 10-248451-25
1. Verklaring van de verdachte
Op 22 september 2025 was ik in de woning van mijn moeder in Rotterdam. Mijn stiefvader [slachtoffer 2] was daar ook. De avond ervoor had ik ruzie met hem en die ruzie ging de volgende ochtend verder en daarbij had ik een mes in mijn handen.
2. Proces-verbaal van politie, verklaring van de aangever [slachtoffer 2]
Ik ken [verdachte] sinds hij 5 jaar oud was, zo lang ben ik al zijn stiefvader. Ik doe aangifte van bedreiging en ik geloof echt dat hij mij zou neersteken.
Op 22 september 2025 kreeg ik ruzie met [verdachte] in onze woning in Rotterdam. Hij kwam de slaapkamer binnen waar ik met mijn vrouw lag op bed en ik hoorde dat hij zei: “Ik ben nog niet klaar met jou” en “Er gaat vandaag wat gebeuren”.
Ik hoorde dat hij zei: “Als je niet binnen een half uur je kamer uit komt, om te vechten, dan gaat er wat gebeuren”. Ik zag dat hij weg ging en hoorde dat hij zei: “Het is klaar met jou”. Ik hoorde dat hij zei dat ik zijn mind heel lang had opgefokt. Ik zag dat hij de slaapkamer in liep en dat hij een mes in zijn rechterhand had, een mes met een gekartelde snedesnijvlak van ongeveer 20 centimeter. Ik hoorde dat hij iets schreeuwde over dat hij mij de duivel zou laten zien en zag dat hij met het mes aan het zwaaien was. Ik voelde mij bedreigd en was bang dat hij mij wat ging aandoen. Ik hoorde dat [verdachte] nog meer dingen schreeuwde, zoals: “Ik steek je dood”, “Ik steek je kanker dood, als je buiten komt dan steek ik je”. Ik was echt bang ik dat het daadwerkelijk zou gebeuren. Ook riep hij naar mij: “Voor jou ga ik wel vastzitten”. Ik was bang en angstig en vreesde voor mij leven.
3. Proces-verbaal van politie, verklaring van de getuige [naam getuige 2]
Op 22 september 2025 liep mijn zoon [verdachte] mijn slaapkamer liep. Ik hoorde dat hij schreeuwde naar [slachtoffer 2] . [verdachte] zei tegen [slachtoffer 2] : “Ik ben nog lang niet klaar met jou. Kom uit de kamer, dan vechten we het nu meteen uit”. [verdachte] liep vervolgens naar de keuken en liep hierna weer terug naar onze slaapkamer. Ik zag dat hij een mes in zijn hand had. [verdachte] bedreigde [slachtoffer 2] om hem met het mes zwaar letsel aan te doen of dood te maken. Daarvoor had hij al gezegd: “Het is hij of ik”, dus ik verwachtte dat er iets heftigs zou gebeuren. Als ik de politie niet had gebeld, dan was dit ook echt gebeurd. Ik was echt bang voor hem.
Bewijsmotivering feit 10-297258-25 primair
Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt onmiskenbaar dat de verdachte met de medeverdachte op zodanige wijze heeft samengewerkt met het doel om het Gucci petje van de aangever af te pakken en het zich wederrechtelijk toe te eigenen, dat sprake is van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld van dat petje.
Anders dan de verdediging heeft bepleit, ziet de rechtbank in het feit dat de getuige [naam getuige 1] niet meteen tegenover de verbalisanten ter plaatse heeft verklaard dat het hen te doen was om een petje te stelen, geen reden om zijn later afgelegde verklaring daarover als onbetrouwbaar te bestempelen.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Parketnummer 10-297258-25 primair
hij op 5 november 2025 te Barendrecht, op de Platehaven, tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om een pet (merk Gucci), dat aan [slachtoffer 1] toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen [slachtoffer 1] voornoemd, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken - meermalen, althans eenmaal heeft getracht die pet van [slachtoffer 1] hoofd te trekken en hierbij - die [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt op het lichaam, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en- die [slachtoffer 1] met een scherp voorwerp heeft gestoken in het achterhoofd en in de rug,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Parketnummer 10-248451-25
hij op 22 september 2025 te Rotterdam, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door het tonen van een mes althans een puntig voorwerp en door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen:- “Ik ben nog niet klaar met jou.”,- “Er gaat vandaag wat gebeuren.”,- “Ik steek je kanker dood.”,- “Als je buiten komt dan steek ik je.”,- “Voor jou ga ik wel vastzitten.” en- “Vandaag wordt het jij of ik.”.
3. Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Parketnummer 10-297258-25 primair
Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.
Parketnummer 10-248451-25
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
4. Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de bewezen feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
Bij de strafoplegging dient te rechtbank rekening te houden met de nog jonge leeftijd van de verdachte en de kwetsbare persoonlijkheid zoals uit het rapport van de psycholoog naar voren komt.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging diefstal met geweld. Zij hebben geprobeerd het Gucci petje van het slachtoffer weg te nemen. Daarbij ontstond een gevecht waarbij het slachtoffer ten val is gekomen, is getrapt en geslagen, en verwondingen heeft opgelopen. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit voor het slachtoffer een zeer beangstigende ervaring is geweest. Daarnaast veroorzaken dergelijke feiten niet alleen fysieke en emotionele schade bij een slachtoffer, maar dragen zij ook bij aan gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.
Ook heeft de verdachte in de woning van zijn moeder, zijn stiefvader bedreigd door in diverse bewoordingen te zeggen dat hij hem dood wenste en dood zou maken. Daarbij heeft de verdachte op enig moment om zijn woorden kracht bij te zetten een mes gepakt en zijn stiefvader daarmee bedreigd. Voor zijn moeder en stiefvader was dit een dusdanige beangstigende situatie dat zij dachten dat de verdachte zijn dreigementen daadwerkelijk waar zou maken. Door zo te handelen heeft de verdachte gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht.
De rechtbank rekent de verdachte deze feiten aan.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 19 januari 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus in beginsel tot een hogere straf.
Rapporten van deskundigen en de reclassering
In het rapport van GZ-psycholoog [persoon A] van 11 maart 2026 staat het volgende.
Bij de verdachte is sprake van licht verminderde verstandelijke vermogens in de vorm van een licht verstandelijke-ontwikkelingsstoornis en daarnaast van een tweetal psychische stoornissen in de vorm van een oppositionele-opstandige stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Deze diagnoses waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde.De verdachte ontkent de ten laste gelegde feiten en de delict analyse geeft te weinig zicht op de gevoelens, gedachten en motieven van de verdachte tijdens het ten laste gelegde. Hierdoor is er geen specifiek verband tussen de diagnoses en het gedrag tijdens het ten laste gelegde te leggen en de psycholoog onthoudt zich van een advies over de mate van toerekenen. Er is slechts in algemene, hypothetische zin te stellen dat de functietekorten van de verdachte vanuit zijn licht verstandelijke-ontwikkelingsstoornis mogelijk een rol hebben gespeeld, bijvoorbeeld door beperktere oplossingsvaardigheden en het niet goed kunnen overzien van een situatie.
Factoren zoals negatieve opvattingen, niet meewerken aan interventies, weinig motivatie voor school/werk, impulsief gedrag, middelen- gebruik, geringe coping vaardigheden, problemen met reguleren van boosheid en gebrek aan empathie/berouw hangen samen met de hiervoor genoemde stoornissen en verhogen het risico op grensoverschrijdend gedrag.De verdachte accepteert de hulp van andere volwassenen niet en moeder is al enige tijd niet in staat om hem op een positieve wijze te beïnvloeden. De uitval op school en ontbreken van dagbesteding zorgen voor passieve tijdsbesteding en mogelijk de omgang met jongeren die middelen gebruiken en in contact komen met politie en justitie. Deze factoren verhogen het risico op grensoverschrijdend gedrag.De genoemde risicofactoren en het ontbreken van beschermende factoren zorgen voor een inschatting van het recidivegevaar op matig tot hoog niveau bij gelijkblijvende omstandigheden.
Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen en interventies vanuit de volwassen reclassering in te zetten. Om de ontwikkeling van de verdachte positief te stimuleren, is het advies om ondersteuning en behandeling te vragen aan een instantie die werkt met jong volwassenen met een lager intelligentieniveau en grensoverschrijdend gedrag. Door de proceshouding van de verdachte en het ontbreken van een specifieke doorwerking van de diagnoses op het ten laste gelegde, onthoudt de psycholoog zich van een advies over een strafrechtelijk kader of -afdoening.
In het rapport van de reclassering van 31 maart 2026 staat het volgende.
De verdachte is een achttienjarige man die eerder in beeld is geweest bij justitie vanwege een straatroof, fraude met betaalproducten en mishandeling. Hij woont bij moeder en heeft al langere tijd geen dagbesteding. Hij volgde praktijkonderwijs, maar nadat hij daar is weggestuurd heeft hij niet meegewerkt aan het traject Urban Skills. Hij heeft geen dagbesteding. Na de bedreiging van stiefvader is er een spanningsvolle thuissituatie met de daarbij behorende risico’s op geweldsescalatie. Het recidive risico wordt ingeschat als hoog.
Geadviseerd wordt het volwassenenstrafrecht toe te passen en een straf met bijzondere voorwaarden, waaronder behandeling en begeleiding door de reclassering.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte zal worden aangemeld voor begeleid wonen en hij heeft op de zitting gezegd dat als de deskundigen vinden dat er voorwaarden nodig zijn, hij daar dan wel aan wil meewerken.
Oplegging straf
Straf
De rechtbank zal, overeenkomstig het wettelijk uitgangspunt en het advies van de psycholoog en de reclassering, volwassenenstrafrecht toepassen.
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend.
Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van negen maanden opgelegd.
De rechtbank ziet verder in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd en hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel van drie maanden, dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar. Gelet op het strafblad en de rapporten van de psycholoog en de reclassering moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
5. Vordering van de benadeelde partij
Vordering [slachtoffer 1]
heeft als benadeelde partij voor het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-297258-25, een bedrag van € 105,60 als vergoeding voor materiële schade en € 4.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 4.105,60, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
Standpunt van de verdediging
De benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak.
Subsidiair moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de gevorderde materiële schade, omdat niet blijkt dat schade is ontstaan. In het dossier blijkt niet van schade aan de jas en de trui.
De gevorderde immateriële schade, die grotendeels bestaat uit psychische schade waarvoor hulp zou zijn gezocht maar nog niet is opgestart, een studievertraging en letsel aan de arm, is onvoldoende met stukken onderbouwd. Dat maakt dat de benadeelde partij ook in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze voldoende is onderbouwd.
Immateriële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen aan zijn schouder/arm.
De rechtbank zal, gelet op de nu beschikbare onderbouwing van de vordering, vergelijkbare gevallen uit de rechtspraak en met inachtneming van de zogenoemde ‘Rotterdamse schaal’, de immateriële schade van de benadeelde partij op dit moment naar billijkheid vaststellen op € 2.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen.
De beoordeling van het resterende deel van de immateriële schadevordering dat ziet op de psychische schade, is onvoldoende onderbouwd en vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling daarvan levert een onevenredige belasting van het strafproces op. Dit deel van de vordering kan daarom bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een mededader gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededader de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 5 november 2025.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel, als bedoeld in artikel 36f Sr, op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij.
Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 26 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
6. Vordering tot tenuitvoerlegging
Vordering
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de proeftijd moet worden verlengd met één jaar.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering primair dient te worden afgewezen, subsidiair dat de proeftijd moet worden verlengd en meer subsidiair dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf moet worden omgezet in een taakstraf.
Oordeel van de rechtbank
De bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van deze feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis van de kinderrechter van 19 augustus 2025 verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarin wordt in beginsel aanleiding gezien om de vordering toe te wijzen. De rechtbank ziet toch af van de tenuitvoerlegging, omdat het nu in het belang van de verdachte is dat hij met de gestelde bijzondere voorwaarden zijn leven weer op de rit krijgt. De proeftijd zal worden verlengd met één jaar.
7. Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
8. Beslissingen
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Contactverbod
Dagbesteding
Aflossing schulden
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit op de dagvaarding met parketnummer 10-297258-25 en het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-248451-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat van deze gevangenisstraf 3 (drie) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
Meldplicht bij reclassering
1. de verdachte meldt zich gedurende de proeftijd op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
2. de verdachte laat zich gedurende de proeftijd behandelen/begeleiden door E25 zorg en welzijn of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling/begeleiding is gericht op cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden.
3. de verdachte verblijft, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, in een begeleide wooninstelling van stichting Pameijer of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
4. de verdachte zoekt of heeft, gedurende de proeftijd, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachte [medeverdachte] ( [geboortedatum 2] -2009 te [geboorteplaats] ) en de aangever [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 3] -2006 te [geboorteplaats] ).
5. de verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk of het volgen van een opleiding, met een vast structuur.
6. de verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. Hij geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-297258-25), te betalen een bedrag van € 2.605,60, bestaande uit € 105,60 als vergoeding van materiële schade en € 2.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 5 november 2025 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door de mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor het feit op de dagvaarding met parketnummer 10-297258-25 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de staat € 2.605,60 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 5 november 2026 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 26 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummer 10-397035-24)
verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 22 september 2025 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar.
9. Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. de Lange, voorzitter,
en mrs. F.P.J. Schoonen en J.C. Oord, rechters,
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 23 april 2026.
Mr. Schoonen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.