RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/714201 / JE RK 26-194
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Beschikking
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N. Aydogan-Kütük, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI.
1. Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 februari 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de Raad met bijlagen van 28 april 2026.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar vader.
Bij beschikking van 27 februari 2026 is de beslissing op het verzoek van de Raad aangehouden tot 1 mei 2026 pro forma.
3. Het aangehouden verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader zonder gezag te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij briefrapportage van 28 april 2026 heeft de Raad te kennen gegeven het aangehouden verzoek tot een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] niet te handhaven.
4. De beoordeling
Nu de Raad bij briefrapportage van 28 april 2026 het aangehouden verzoek tot een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] niet handhaaft, kunnen de gronden daarvan niet verder worden onderzocht. De kinderrechter zal daarom het aangehouden verzoek afwijzen.
5. De beslissing
De kinderrechter:
wijst het aangehouden verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.