ECLI:NL:RBROT:2026:5333

ECLI:NL:RBROT:2026:5333

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/10/717928 / JE RK 26-681
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

De kinderrechter bekrachtigt een schriftelijke aanwijzing omdat de moeder onvoldoende meewerkt aan de hulpverlening en het contact tussen de minderjarige en de vader belemmert. Het verzoek van de moeder om de aanwijzing te laten vervallen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/717928 / JE RK 26-681

Datum uitspraak: 24 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een schriftelijke aanwijzing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende in Rotterdam,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 8 april 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;

het verweerschrift met producties met zelfstandig verzoek van de (advocaat van) moeder van 20 april 2026, binnengekomen op diezelfde datum;

diverse aanvullende stukken, genummerd 1, 1.1, 2, 3, 3.1, 4, 5, 6 en 7 van de GI van 23 april 2026, binnengekomen op diezelfde datum.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder bijgestaan door mr. J. Koenen waarnemend voor mr. R.W. de Gruijl;

de vader;

een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] woont bij haar moeder.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 december 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 18 december 2025 tot 18 december 2026.

De GI heeft op 7 april 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:

U werkt volledig mee aan de inzet en uitvoering van:

1. De opdracht van de rechtbank.

Contactopbouw tussen [voornaam minderjarige] en vader n.a.v. de gemaakte afspraken met het omgangshuis (iHub);

De omgang mag niet verstoord worden door moeder of derden.

Hulpverlening vanuit Distinto om zicht te krijgen op de opvoedsituatie en de interactie tussen u en [voornaam minderjarige] .

Dit betekent dat u bereikbaar bent, afspraken nakomt en actief deelneemt aan gesprekken en interventies.

2. De schoolgang van [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] gaat elke dag naar school van 08.15 uur tot 14.00 uur.

Dit betekent dat u zorgt dat [voornaam minderjarige] op tijd op school is en er geen sprake is van verzuim.

3. De afspraken bij de psycholoog en muziektherapeut worden nagekomen.

Dit betekent dat u bereikbaar bent, afspraken nakomt en actief deelneemt aan gesprekken en interventies.

4. JBRR mag op huisbezoek of op schoolbezoek komen om alleen, of in bijzin van een andere professional met [voornaam minderjarige] te spreken.

5. Afspraken die met Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond worden gemaakt, worden door u nagekomen. Als afspraken niet kunnen worden nagekomen, wordt dit tijdig en gemotiveerd gecommuniceerd.

6. U als ouder deelt de verslagen van de betrokken hulpverleners (psycholoog, muziektherapeut, CJG, school, iHub en Distinto) met Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

3. De verzoeken

Het verzoek van de GI

De GI verzoekt bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. Ook wordt verzocht een dwangsom op te leggen van € 250,- per dag indien de schriftelijke aanwijzing niet wordt nagekomen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het zelfstandige verzoek van de moeder

De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren en de dwangsom af te wijzen.

4. Het standpunt van de GI

5. De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Vanuit de rechtbank is de opdracht gegeven om contact op te bouwen tussen [voornaam minderjarige] en haar vader. De medewerking van de moeder is volstrekt onvoldoende. Afspraken worden niet nagekomen. Zo zijn drie omgangsmomenten en drie sessies muziektherapie niet doorgegaan. Ook worden afspraken met Distinto niet nagekomen. Sinds een jaar is hulpverlening vanuit Distinto betrokken, met name gericht op de schoolgang van [voornaam minderjarige] . Het lukt de moeder nog steeds niet om [voornaam minderjarige] op tijd naar school te brengen. De moeder stelt dat [voornaam minderjarige] stress ervaart, waardoor omgang met de vader op dit moment niet kan plaatsvinden. Tegen die achtergrond rijst de vraag waarom [voornaam minderjarige] drie afspraken bij de muziektherapie heeft gemist. De moeder geeft verder aan dat de eerste ontmoeting in het omgangshuis traumatisch is verlopen, maar dit blijkt nergens uit. Door de GI en het Centrum voor Jeugd en Gezin (hierna: het CJG) wordt [voornaam minderjarige] gezien als een vrolijk meisje. Ook het omgangshuis ziet geen signalen van angst en geeft aan dat de omgang goed verloopt. De indruk bestaat dat de moeder haar eigen problematiek projecteert op [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft aangegeven graag contact te willen met haar vader. De moeder wenst observatie tijdens de bezoeken tussen [voornaam minderjarige] en de vader. Deze bezoeken vinden echter al onder begeleiding plaats. Indien de moeder observatie door MC Kinderplein wenst, kan worden nagegaan of dit mogelijk is. De moeder geeft aan zich niet gehoord te voelen. Tegelijkertijd lukt het niet om goed contact met haar te krijgen en verwachtingen en afspraken te bespreken.

6. Het standpunt van de moeder

Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek. [voornaam minderjarige] ervaart veel angst en paniekaanvallen wanneer zij hoort over het omgangshuis. De GI zet veel druk op de omgangsmomenten tussen [voornaam minderjarige] en haar vader, terwijl het contact met de vader niet kan worden afgedwongen. Eerst moet duidelijk worden waar haar klachten vandaan komen en zij moet hiervoor worden behandeld.

7. Het standpunt van de vader

De vader stemt in met het verzoek. Het omgangsmoment met [voornaam minderjarige] is met de betrokken professionals nabesproken. Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake was van paniek of angst bij [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] kwam erg vrolijk over. Ook uit observaties van MC Kinderplein op school, de muziektherapeut, school, het omgangshuis, Distinto en de vader zelf blijken geen signalen van angst. Wel is het zeer zorgelijk dat [voornaam minderjarige] regelmatig niet of te laat op school aanwezig is.

8. De beoordeling

Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing

Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, derde lid, van het BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.

Op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting dient naar het oordeel van de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing te worden bekrachtigd. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan de uitvoering van het plan van aanpak en de schriftelijke aanwijzing terwijl dit noodzakelijk is om de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] weg te nemen. De moeder weigert eveneens mee te werken aan het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] . Eerder is er een contactmoment geweest waarvan de moeder aangeeft dat [voornaam minderjarige] dit als traumatisch heeft ervaren. De professionals en de vader hebben dit echter heel anders ervaren en zagen een vrolijk meisje, die blij was haar vader weer te zien. [voornaam minderjarige] heeft ook zelf aangegeven haar vader graag te willen zien. De moeder geeft [voornaam minderjarige] helaas geen emotionele toestemming om onbelast contact te hebben met haar vader, hetgeen uiteraard schadelijk is voor de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Bovendien is het niet in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij vaak niet of te laat op school is en meerdere afspraken van muziektherapie heeft gemist. Ook is moeder slecht in contact met de GI terwijl dat juist van groot belang is om afspraken te maken en te overleggen over (de situatie van) [voornaam minderjarige] . Het is daarom nodig dat de moeder zich ten volle houdt aan de schriftelijke aanwijzing. Dat heeft zij helaas onvoldoende gedaan, zonder daartoe goede redenen. Daarom bekrachtigt de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing.

Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing

De kinderrechter is van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen. De aanwijzing is duidelijk en voldoende gemotiveerd. Ook is helder wat van de moeder wordt verwacht. De aanwijzing ziet op de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . Daarom bestaat geen aanleiding om de schriftelijke aanwijzing niet te bekrachtigen, integendeel. Het belang van [voornaam minderjarige] wordt gediend met het opvolgen door de moeder van hetgeen is opgenomen in de schriftelijke aanwijzing. Op grond van al het voorgaande zal de kinderrechter het verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing vervallen te verklaren afwijzen.

Dwangsom

De kinderrechter is van oordeel dat de verzochte dwangsom thans niet zal worden toegewezen. De moeder krijgt een laatste kans om te laten zien dat zij de afspraken in de schriftelijke aanwijzing zal nakomen in het belang van [voornaam minderjarige] . Ter zitting heeft de moeder, desgevraagd door de kinderrechter, aangegeven haar medewerking te zullen verlenen.

9. De beslissing

De kinderrechter:

bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 7 april 2026;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 7 mei 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.S.E. Pronk als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand