ECLI:NL:RBROT:2026:5341

ECLI:NL:RBROT:2026:5341

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 08-05-2026
Zaaknummer C/10/715807/ JE RK 26-416
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot gedeeltelijke belasting met het gezag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/715807 / JE RK 26-416

Datum uitspraak: 30 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een gedeeltelijke gezagsbelasting

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] en [naam vader],

hierna te noemen de moeder en de vader, tezamen te noemen de ouders,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen,

mr. L.A. Middelkoop,

hierna te noemen de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[naam gezinsmoeder] en [naam gezinsvader],

hierna te noemen de gezinshuisouders, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026;

stukken van de GI van 12 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026;

een e-mail van de GI van 19 maart 2026;

een e-mail namens de ouders van 20 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de ouders met hun advocaat;

twee vertegenwoordigers van de GI, te weten [persoon A] en [persoon B] ;

de bijzondere curator;

- de gezinshuisouders.

Er is bijzondere toegang verleend aan een advocaat stagiair, [persoon C] .

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de taal Tigrinja, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van S. Tekeste, tolk in de taal Tigrinja. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .

[voornaam minderjarige] verblijft bij de gezinshuisouders.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 19 maart 2027. Daarnaast is de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 19 maart 2027. Bij diezelfde beschikking is de bijzondere curator mr. L.A. Middelkoop herbenoemd voor de duur van de ondertoezichtstelling.

3. Het verzoek

De GI verzoekt te bepalen dat het gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de GI met betrekking tot de aanmelding bij een onderwijsinstelling.

Ter zitting heeft de GI het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. De afgelopen periode heeft de GI geprobeerd om [voornaam minderjarige] aan te melden bij Yoep/Doorstart. Dit is echter niet gelukt omdat de ouders weigerden de noodzakelijke stukken (digitaal) te tekenen. De GI acht het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zij zo snel mogelijk kan starten met scholing dan wel dagbesteding.

4. De standpunten

Door en namens de ouders is ter zitting het volgende meegedeeld. De ouders stemmen in met het verzoek van de GI. De ouders hebben hun toestemming om [voornaam minderjarige] in te schrijven voor Yoep/Doorstart niet geweigerd. De ouders hebben stukken toegestuurd gekregen en de ouders waren in de veronderstelling dat deze stukken door hen waren getekend. De ouders hebben veel verschillende stukken ontvangen, waardoor ze door de bomen het bos niet meer zien. De communicatie met Needed People loopt slecht, omdat de moeder geen Nederlands en Engels spreekt. De ouders hebben er wel de voorkeur voor dat [voornaam minderjarige] weer zal starten op haar oude school. De ouders zijn bereid om ter zitting of na de zitting de stukken (opnieuw) (digitaal) te tekenen.

De bijzondere curator heeft laten weten dat [voornaam minderjarige] duidelijkheid wil en het heel moeilijk vindt dat zij voor veel (belangrijke) zaken afhankelijk is van de ouders.

5. De beoordeling

De kinderrechter kan bij de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verleend, op verzoek bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij kan dit onder meer doen met betrekking tot de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling (artikel 1:265e Burgerlijk Wetboek).

Ter zitting hebben de GI en de belanghebbenden hun standpunten naar voren gebracht. Daaruit bleek dat de ouders meenden al te hebben ingestemd met de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij Yoep/Doorstart en de inhoud van het OntwikkelingsPerspectiefPlan (OPP), terwijl de GI liet weten dat de noodzakelijke (digitale) handtekeningen nog niet waren gezet. Ter zitting spraken de ouders hun bereidheid uit om alsnog de stukken te tekenen, op papier en/of digitaal. Hun advocaat kan hen hierin begeleiden. De kinderrechter heeft de GI en de ouders de gelegenheid geven om de noodzakelijke stukken voor de inschrijving bij Yoep/Doorstart alsnog te completeren.

Op 19 maart 2026 heeft de GI de kinderrechter bericht als volgt. De ouders hebben het OPP ondertekend en beiden de aanvraag voor Yoep/Doorstart ingevuld en ingediend. Het OPP is doorgestuurd naar school en Yoep/Doorstart heeft de accordering van de ouders bevestigd. Er wordt nog gewacht op de afgifte van de maatwerkovereenkomst door Mevis, waarna het traject daadwerkelijk kan worden opgestart. De GI handhaaft haar verzoek onder verwijzing naar de vertraging die bij de ondertekening is opgetreden door nalaten van de ouders.

Bij bericht van 20 maart 2026 heeft de advocaat van de ouders namens hen verzocht om het verzoek af te wijzen. Volgens de advocaat zijn de stukken die de ouders moeten ondertekenen/digitaal moeten aanvinken ingewikkeld en door de taalbarrière lastig voor hen te begrijpen. Ondanks dat en onder begeleiding van de tolk en de advocaat hebben de ouders getekend/aangevinkt wat nodig was. Volgens de advocaat willen de ouders voor van alles toestemming geven, maar ontstaan er misverstanden door de gebrekkige communicatie door de GI en de begeleidende organisatie Needed People.

Een gedeeltelijke gezagsbeperking grijpt diep in in de rechten van de ouders, waardoor er met deze mogelijkheid terughoudend moet worden omgegaan. Uit vorenstaande volgt dat de ouders na afloop van de zitting van 18 maart 2026 de voor Yoep/Doorstart en het OPP noodzakelijke toestemmingen hebben gegeven. De betrokkenen verschillen zeer van visie over de oorzaak van de vertraging in het tekenen. Uit het verzoek van de GI kan niet afgeleid worden dat zij de advocaat van de ouders heeft betrokken bij de pogingen om de vereiste stukken ondertekend te krijgen. Dit had wel een passende optie geweest, aangezien de advocaat een vertrouwensband met de ouders heeft; hij had mogelijk een en ander voor hen kunnen verduidelijken. Daarnaast was via de advocaat wellicht meer zicht gekomen op de communicatieproblemen tussen de ouders en Needed People.

Op grond van al het vorenstaande zal de kinderrechter het verzoek van de GI afwijzen. Er is onvoldoende komen vast te staan dat de vertraging in het tekenen van de vereiste documenten grotendeels aan de ouders toegeschreven moet worden. Daarnaast hebben de ouders op 18 maart 2026 de vereisten documenten (digitaal) getekend/aangevinkt. Dat er wellicht in de toekomst opnieuw problemen ontstaan rond de (tijdige) ondertekening van documenten voor de schoolgang van [voornaam minderjarige] , is onvoldoende grond om het gezag over [voornaam minderjarige] hiervoor gedeeltelijk door de GI te laten uitoefenen.

6. De beslissing

De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.F.G. van Leeuwen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand