ECLI:NL:RBROT:2026:5450

ECLI:NL:RBROT:2026:5450

Instantie Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer ROT 25/3557
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Weigering omgevingsvergunning voor het maken van een in- en uitrit. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , uit [woonplaats] , eiser

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 25/3557

en

(gemachtigde: mr. A. Zonneveld).

1. Deze uitspraak gaat over de weigering een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken van een in- en uitrit. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eisers aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser, wonende aan de [adres 1] te Rotterdam (het perceel) heeft een aanvraag ingediend voor het maken van een in- en uitrit vanuit het perceel naar de [naam 2] . Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 2 mei 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 februari 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van verweerder vergezeld door [naam 3] (juridisch adviseur).

Beoordeling door de rechtbank

3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet (de Ow) en de daarop gebaseerde regelingen in werking getreden. De aanvraag voor de omgevingsvergunning is op 9 maart 2024 ingediend, zodat de Ow in deze zaak van toepassing is. Met de inwerkingtreding van de Ow heeft iedere gemeente een Omgevingsplan van rechtswege. Hierin zijn regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving opgenomen. Dit Omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel (waarin onder andere de "oude" bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 golden zijn opgenomen) en een nieuw deel. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder een omgevingsplanactiviteit valt onder meer een activiteit die in strijd is met het (tijdelijk deel van) het Omgevingsplan.

Totstandkoming van het bestreden besluit

4. Eiser wil met zijn bouwplan een in- en uitrit maken vanuit zijn perceel, omdat hij zijn elektrische auto op zijn eigen perceel wil opladen. Het college heeft met het primaire besluit geweigerd om hiervoor een omgevingsvergunning te verlenen, omdat de weigeringsgrond uit artikel 2.12, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 (APV), het veilig en doelmatig gebruik van de weg van toepassing is. Met het bestreden besluit heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de Algemene bezwaarschriftencommissie, het primaire besluit gehandhaafd. Met betrekking tot de door eiser gestelde gelijke gevallen vindt het college dat er geen sprake is van gelijke gevallen en dat als er in het verleden sprake is geweest van een gemaakte fout deze niet herhaald hoeft te worden.

Toetsingskader

5. Voor APV-bepalingen die bij de inwerkingtreding (nog) geen deel uitmaken van het Omgevingsplan bestaat speciaal overgangsrecht. In artikel 22.8 van de Ow is bepaald dat voor zover op grond van een bepaling in een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist voor een geval waarin regels over de fysieke leefomgeving op grond van artikel 2.7, eerste lid, alleen in het Omgevingsplan mogen worden opgenomen, een zodanige bepaling als een verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a geldt.

In artikel 2:12, eerste lid, van de APV is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:

a. een uitweg te maken naar een weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

b. van een zodanige weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;

c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar een zodanige weg.

In artikel 2:12, tweede lid, onder b, van de APV is bepaald dat een vergunning kan worden geweigerd in het belang van het veilig en doelmatig gebruik van de weg.

6. Eiser betoogt dat het college de omgevingsvergunning had moeten verlenen. Hij beroept zich daarbij op het gelijkheidsbeginsel. Hij voert daartoe aan dat ten aanzien van de [adres 2] (wel) een omgevingsvergunning is verleend en dat het college niet heeft aangetoond dat de verlening van die vergunning op een fout berust. Eiser meent dat de situatie bij zijn perceel overzichtelijker is, omdat daar sprake is van extra brede trottoirs, meer wegoppervlak en een T-splitsing ten opzichte van de inrit in een bocht bij huisnummer 87 . Eiser stelt verder dat hij in bezwaar heeft gewezen op de vergelijkbare situaties bij de [adres 3] en 27 , waar het college niet op heeft gereageerd.

Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft het college beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag, of een van de weigeringsgronden van artikel 2.12 van de APV zich voordoet. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt, in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Als een of meer van de in artikel 2.12, tweede lid, van de APV genoemde weigeringsgronden zich voordoet, moet een belangenafweging worden gemaakt. Het college heeft daarbij beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de nadelige gevolgen van de weigering niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de weigering te dienen doelen.

Het college heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de in-/uitrit binnen een afstand van 5 meter aansluit op een kruispunt of T-splitsing en komt te liggen in of nabij een bocht, binnen 10 meter gemeten van het snijpunt van rijbaankanten. Het college heeft een belangenafweging gemaakt en daarbij de veiligheid voorop gesteld.

Het gelijkheidsbeginsel

7. De rechtbank oordeelt dat de situatie ten aanzien van huisnummer 87 niet vergelijkbaar is, omdat die uitrit in of net na een bocht ligt en niet in de bocht bij een T-splitsing zoals in de door eiser voorgestelde situatie. Het college heeft in het verweerschrift nader toegelicht dat inderdaad vergunningen zijn verleend voor respectievelijk de huisnummers 66 (in 2022) en 87 (in 2017) en dat inmiddels sprake is van voortschrijdend inzicht waarbij het college stuurt op veilige verkeerssituaties bij kruispunten, T-splitsingen en bochten. Het college heeft ter onderbouwing van dit standpunt verwezen naar een publicatie van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid van 22 januari 2026. Van belang is dat daarin wordt geadviseerd om bij kruispunten zichtlijnen vrij te houden en obstakels te verwijderen of te verlagen door onder meer parkeerhavens op minimaal vijf meter afstand van het kruispunt te plaatsen, wat aansluit bij artikel 24, eerste lid, onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Naar het oordeel van de rechtbank kan eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van huisnummer 87 niet slagen. Voor zover bij de verlening van die omgevingsvergunning sprake zou zijn geweest van een fout, strekt een beroep op het gelijkheidsbeginsel volgens vaste rechtspraak van de Afdeling niet zo ver dat het desbetreffende bestuursorgaan een gemaakte fout moet herhalen. Eiser heeft verder nog gewezen op de situaties van de huisnummers 1, 5, 52 en [adres 4] . Het college heeft in dit kader onweersproken gesteld dat voor deze huisnummers geen vergunningen zijn verleend. Gelet hierop is er geen sprake van gelijke situaties zodat een beroep op het gelijkheidsbeginsel ook hier niet slaagt.

Eiser stelt verder nog dat hij in zijn bezwaarschrift ook heeft gewezen op volgens hem vergelijkbare situaties bij de nrs. 11 en [adres 5] en dat het college daar niet op ingegaan is. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat deze situaties kunnen dienen als alternatief voor eiser, waarbij het dan zou gaan om een in-/uitrit naar de Baroniestraat. Bij nr, 11 is er op de hoek bij het trottoir eén paaltje weggehaald en bij nr. 27 is er een in-/uitrit waar geen paaltje staat.Voorop staat dat het college in beginsel dient te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend. De aanvraag heeft betrekking op een in-/uitrit vanuit het perceel naar de [adres 6] , en niet de [adres 7] . Het college heeft ter zitting toegelicht dat de afdeling mobiliteit betrokken is geweest en dat er desondanks ook is gekeken of er mogelijke alternatieven zijn op grond waarvan eiser zijn aanvraag had kunnen aanpassen. Dat is niet het geval gebleken. Ter zitting is besproken dat de situaties bij de huisnummers 11 en 27 niet vergelijkbaar zijn met die bij het perceel van eiser. Bij deze huisnummers is geen sprake van een situatie waarbij er door het college paaltjes zijn verwijderd ten behoeve van het op eigen terrein parkeren van een bewoner. Het gaat bij nr. 11 om een voor mindervaliden toegankelijk gemaakte toegang tot het trottoir, waarbij de daaromheen aanwezige paaltjes dienen ter bescherming van de gebruikers tegen bijvoorbeeld het afsnijden door verkeersgebruikers en het parkeren van auto’s. Wat nr. 27 betreft, geldt dat het daarbij niet gaat om een in-/uitrit over een trottoir, maar om een in-/uitrit vanuit een perceel naar de openbare weg via een oprit naar een privé terrein. De rechtbank concludeert dan ook dat ook hier geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel.

Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat het college terecht tot de weigering van de aanvraag heeft kunnen komen. Het beroep slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M.J. Smits, rechter, in aanwezigheid van J.G. Mierop, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. T.M.J. Smits

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand